zondag 18 januari 2015

SCHEEPVAART DOOR DE EEUWEN HEEN. (DEEL 11)


DE ZWANEN VAN DE ZEE.

DE VRAAG NAAR SNELHEID OVER ZEE.

De vraag om zo snel mogelijk een lading van A naar B te vervoeren werd steeds groter in de handel. Reizen van een jaar naar verre bestemmingen raakten volledig uit de tijd en zo ook de stompe  vorm van de schepen. Schepen werden op snelheid gebouwd en zo ontstond de periode voor de roemruchte clippers, barkentijnen en schoeners.

DE SCHOENER.

( Amerikaanse schoener 'Prince de Neufchâtel'.)

De schoener is een zeilschip met een sterk besneden romp, getuigd met gaffel-, gaffeltop- en stagzeilen. Oorspronkelijk getuigd met twee masten; na 1850 verschenen er schoeners met drie en meerdere masten.
Oorspronkelijk was de romp van deze schepen geheel uit hout, later kwam een periode waarin de composietbouw werd toegepast en daarna werden er schoeners gebouwd met een geheel stalen romp.
In 1902 liep de schoener 'Thomas w. Lawson' van stapel, een schip met zeven masten. Dit schip was 5000 ton groot, 117 meter lang, 15 meter breed en had een bemanning van 16 koppen.
De tuigage had het grote voordeel dat het door een veel kleinere bemanning kon worden behandeld dan bij een vierkant tuig; bovendien bleek het schip zeer loefwaardig en uitermate geschikt voor lange smalle schepen.
Een bekend schip was de in Frankrijk gebouwde 'Prince de Neufchâtel' die als kaper werd uitgerust en talrijke Engelse schepen buitmaakte. Het schip slaagde er in maandenlang alle Engelse oorlogsschepen er uit te zeilen.
Schoeners werden vooral gebruikt in de koopvaardij, visserij, marine, loodsdiensten, douane en pleziervaart. Verder was het schip geliefd als smokkelschip en in de slavenvaart.

DE CLIPPER.

In het Nederlands geschreven als 'klipper'.
Hiermede wordt meestal een snelzeilend, loefwaardig vierkant getuigd koopvaardijschip bedoeld dan van 1840-1890 door de meeste zeevarende naties werd gebruikt.
De clipper, naar het Engelse : to clip, to clip along = hardlopen) is gegroeid uit de Amerikaanse 18e-eeuwse kleine, snelle, scherpgebouwde schoenerschepen die o.m. in Virginia werden gebouwd als kaper en smokkelschip. Ook deze schepen hadden in het begin van hun bestaan een houten romp, later werd de compositiebouw toegepast en niet lang daarna werden ze uit staal gebouwd. Deze schepen braken met recht snelheidsrecords.



Zo zeilde de 'Flying Cloud', (rechts) gebouwd in 1851 te Boston, 1783 ton, van New York rond Kaap Hoorn naar San Francisco in 89 dagen en 8 uur.
Bekend waren de tea-clippers welke vaart onderhielden op China voor thee en opium. De 'Oriental' maakte deze reis van New York, rond Kaap Hoorn, naar Hong Kong in 80 dagen en 10 uur.
Het waren zware reizen die deze schepen maakte en vooral in de winterperiode. Hoog in de masten op de ra's werketen de bemanning met de zeilen, onder het moto: één hand voor het schip en één voor je zelf. Menig zeeman verloor bij slecht weer zijn leven op dergelijke reizen. 
In 1817 kwam de eerste regelmatige pakketlijn tussen New York en Liverpool tot stand, de strijd om de snelheid nam toe en van de opvarenden werd het uiterste geëist. Ze werden dan ook de 'hell ships' genoemd.


'EUROPA' DE MOOISTE.

Er is weinig discussie over dat de Europa de mooiste clipper is die ooit in Nederland is ontworpen.
Het is een driemastvolschip van het klippertype met een tonnage van 1922 ton. Het is een stalenschip met een lengte overalles van 78,9 meter, een breedte van 12,8 meter en een diepgang van 7,2 meter.
Het schip had een bemanning van 35 koppen en kan ook passagiers vervoeren.
De Europa werd in 1897 in opdracht van W.A.Huyhens gebouwd op de Concordiawerf van Huygens & Van Gelder in Amsterdam.
Het was het laatste van een reeks van slechts vijf volschepen die tussen 1886 en 1898 op die beroemde werf werden gebouwd. Het schip heeft een aantal record reizen gemaakt dat door geen ander zeilschip ooit is verbeterd.
De Europa had een stalen romp, drie hoge masten die alle dwarsgetuigd zijn, fokken en kruismast tot en met een bovenbram en de grote mast tot en met een scheizeil.
De romp werd gekenmerkt door de fraai gekromde boeg van de klassieke klipper, een ronde achtersteven en een formidabele, 30 meter lange boegspriet die is verankerd met de gebruikelijke Spaanse ruiter, boeg- en waterstagen en het zetten van in totaal vier voorzeilen.
De hoogte van het schip bedroeg tot de top van de bovenbramsteng ongeveer 57,5 meter en het voerde 2037 m² zeildoek.
De Europa was gebouwd voor de snelle levering van bulkvrachten.
In 1906 werd het schip verkocht aan Noorwegen en op 5 mei 1917 werd het onderweg van Belfast naar New York getorpedeerd.
( Afbeelding de huidige Europa een replica. Dit schip maakte de reis welke Darwin  maakte met de Beagle.)


DE BARKENTIJN.

Ook wel wel barkschoener, driemastschoener, driemastbrik of schoenerbark genoemd.
Een zeilschip waarvan alleen de fokkemast volledig vierkant is getuigd; de volgende masten langsscheeps.

 ( Viermast-schoenerbark 'Mozart' uit 1904.)

1. - Jager.
2. - Buitenkluiver.
3. - Binnenkluiver, achterkluiver.
4. - Voorstengestagzeil.
5. - Fok.
6. - Voorondermarszeil.
7. - Voorbovenmarszeil.
8. - Voorbramzeil.
9. - Voorboven bramzeil.                                              
10. - Grootstagzeil.
11. - Grootmiddenstagzeil.                       16. - Kruiszeil.
12. - Grootstengestagzeil.                         17. - Kruisgaffelzeil.
13. - Grootzeil.                                          18. - Bezaansstengestagzeil.
14. - Grootgaffeltopzeil.                            19. - Bezaan.
15. - Kruisstengestagzeil.                           20. - Bezaangaffeltopzeil.

Men onderscheidt de gewone barkentijn, waarmee gewoonlijk een driemastbarkentijn, neboeld is, de viermast-, vijfmast-, zesmastbarkentijn of schoenerbark, resp. met één volledig vierkant getuigde en twee, drie, vier of vijf langscheeps getuigdemasten.
Tussen de fokkemast en de tweede mast worden ook nog stagzeilen gevoerd evenals op de boegspriet.
De barkentijn is omstreeks 1800 ontstaan en de benaming werd zelfs aan tweemastschepen (later brigantijn) gegeven. De barkentijn kende haar opgang omstreeks 1850, vooral in de Verenigde Staten van Amerika en in Europa.
Viermastbarkentijnen kwamen omstreeks 1880 in de vaart; zesmastbarkentijnen pas in 1918.



( Viermastbark 'Herzogin Cecilie' uit 1902.)

1. - Jager.                                                              18. - Grootmiddenbramzeil.
2. - Buitenkluiver, voorkluiver.                            19. - Grootbovenbramzeil.
3. - Binnenkluiver, achterkluiver.                         20. - Kruistengestagzeil.
4. - Voorstengestagzeil.                                        21. - Grietjegestagzeil.
5. - Fok.                                                                 22. - Bovengrietjegestagzeil.
6. - Voorondermarszeil.                                        23. - Bagijnezeil.
7.- Voorbovenmarszeil.                                         24. - Onderkruiszeil.
8. - Vooronderbramzeil.                                        25. - Bovenkruiszeil.
9. - Voormiddenbramzeil.                                     26. - Ondergrietje.
10. - Voorbovenbramzeil.                                      27. - Middengrietje.
11. - Grootstengestagzeil, dekzwabber.                 28. - Bovengrietje.
12. - Grootbovenbramstagzeil.                              29. - Bezaanstagzeil of aap.
13. - Grootbovenbramstagzeil.                              30. - Vlieger.
14. - Grootzeil.                                                       31. - Bovenvlieger.
15. - Grootondermarszeil.                                      32. - Onderbezaan.
16. - Grootbovenmarszeil.                                     33. - Boven bezaan.
17. - Grootonderbramzeil.                                      34. - Gaffeltopzeil.

DE TRAGEDIE VAN DE PAMIR.


                                                                    ( Pamir 1905.)

De Pamir was een stalen bark, een dwarsgetuigde viermaster, die op 29 juli 1905 werd opgeleverd op de werf in Hamburg. Het was een schip uit de P-klasse, van de rederij Ferdinand Laeisz uit Hamburg, een serie zeer snelle zeilschepen. De eerste vijf zusterschepen waren de Preussen, Pommern, Parma, Potosie en de Placilla. De laatste acht opgeleverde schepen waren de "acht zusters' Pangini(1903), Pechili (1903), Pamir (1905), Peking (1911), Pola (1918), Priwall (1920) en de Padua (1926).

Al deze schepen voeren rond Kaap Hoorn op Chili om te Valparaiso chilisalpeter te laden. Dit was een grondstof voor de landbouw in Europa.
Chilisalpeter werd in het noorden van Chili gedolven. Ook werd er graan uit Australië naar Europa vervoerd.
Op de heenreis werden goederen van een bevrachter meegenomen voor o.a. havens in Brazilië en Argentinië.


Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kon de Pamir niet meer thuisvaren en het schip legde aan in Santa Cruz de la Palma, waar ze zes jaar bleef liggen. Pas in 1920 keerde het schip in haar thuishaven Hamburg, maar werd krachtens het Verdrag van Versailles als schadevergoeding overgedragen aan Italië. Het schip deed hierna dienst als kolenboot tussen Rotterdam en Napels en werd in 1922 te Genua opgelegd.
In 1924 kochten de Duitsers het schip terug van de Italianen en zetten het wederom in op de vaart naar Chili. Intussen was in Europa de productie van kunstmest van de grond gekomen en zodoende verminderde de vraag naar chilisalpeter enorm. Op 28 juli 1931 zeilde de Pamir voor de laatste keer haar thuishaven Hamburg binnen om te lossen en daarna verkocht te worden.

Het schip werd verkocht aan de Finse rederij Gustav Erikson, een van de laatste maatschappijen die nog zeilschepen op commerciële wijze in de vaart hadden. Voor deze rederij voer de Pamir op Australië op de graanvaart. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was het schip nog enige tijd vanuit Nieuw Zeeland in bedrijf. In 1951 werd de Pamir omgebouwd tot een koopvaardij opleidingsschip en was het schip eigendom, samen met haar zusterschip de Passat di de schepen wenste te behouden, van een stichting.

Op 21 juli 1957 verging de Pamir in de orkaan Carry op 500 zeemijlen van de Azoren.



In het jaar 2006 werden de laatste reizen, het leven aan boord en wal van de opvarenden van de Pamir verfilmd.



Voor de film werd het Russische opleidingsschip, de viermastbark Sedov, gebouwd als de Magdalene Vinnen te 1920 bij de Krupp Germaniawerf te Bremen, gebruikt.

 ( Rechts de Sedov als de Pamir in de film.)







Aan het tijdperk van deze trotse zeilschepen welke de oceanen bevoeren kwam een einde toen na de uitvinding van de stoommachine deze de voortstuwing van de schepen overnam. Nu varen er nog enkele van deze 'Zwanen van de zee' nog als opleidingsschepen  voor koopvaardij of marine van Zweden tot Argentinië, Chili en Indonesië.


[ zie vervolg; Scheepvaart door de eeuwen heen. (deel 12) De voortstuwing na het zeil.] 

1 opmerking: