zondag 24 oktober 2010

EENS STOND HIER - - - (4)

EEN WITTE- EN EEN ZWARTEMOLEN.


( De 'Wittemolen' gezien vanuit de 'Zwartemolen' in het landschap rond Posterholt.)

In 1856 vroeg Jan Verbeek te Posterholt aan het provinciaal bestuur toestemming voor de bouw van een windmolen. Verbeek zelf maakte geen gebruik van de vergunning, dat deed Peter Smeets, landbouwer, brouwer en wethouder van Posterholt. In 1857 was de 'Wittemolen' gereed. Peter Smeets en Gerardus Bosch waren samen eigenaar. In dat zelfde jaar verkochten zij de molen weer aan de landbouwer Bartholemeus van Apperen te Posterholt. In 18867 brandde de molen af en van Apperen verkocht het erf aan Jan Verbeek die de molen liet herbouwen en een jaar later in gebruik nam.

Jan Verbeek was afkomstig uit Geldrop (N.B.). Hij werkte op de 'Zwartemolen' en wilde in 1847 de molen van de familie Janssens kopen. De transactie ging echter niet door. Jan Verbeek bleef twee jaar in het bezit van de 'Wittemolen'. In 1870 werd Mechtitdis Jeurissen, de weduwe van Hendrik Reumers te Posterholt door koop eigenarese. In 1890 verkochten de erfgenamen de molen aan Lambert Verbeek te Posterholt. In de loop der jaren kwamen in de famiie Verbeek een aantal boedelscheidingen voor. Uiteindelijk na 1935 waren de Gebr. Jan en Jos Verbeek de laatste eigenaren.

De 'Wittemolen' was een fraaie slanke molen, met een stenen romp, op een belt met een vlucht van 25 meter, een bovenkruier met buitenkruiwerk. In de jaren twintig brak de houten askop en het houten gevlucht stortte neer. De molen kreeg een ijzeren as, afkomstig van de achtkante stellingmolen, de Teurlingsmolen uit Tilburg, die in 1926 werd onttakeld.

Door de Gebr. Sjang en Sjef Hendrickx uit Beegden en Heel werden tevens een gebruikte ijzeren potroede en een nieuwe stalen roede, gebouwd door Gebr. Fransen te Vierlingsbeek, gestoken. Op de molen lagen een koppel 17-er blauwe Duitse stenen en een koppel 17-er kunststenen. Beide koppels waren van een regulateur voorzien, die de maaldruk van de stenen en daarmee de draaisnelheid van de molen regelde. De handbediening van de steenlicht kon grotendeels achterwege blijven. Bij niet te grote uitschieters van de windsnelheid kon een goedgebouwde en goed afgestelde regulateur de windmolen automatisch regelen.

In de jaren dertig na de koop van de 'Zwartemolen' werd door de Gebr. Hendrickx een elektrisch drijfwerk op een van de twee koppel stenen aangebracht. Dit drijfwerk bestond uit een horizontaleas, die met een riem door een elektromotor werd aangedreven en een conische tandwieloverbrenging op de steenspil. Het staakijzer met het rondsel werd gehandhaafd voor de aandrijving van de koning waarop het luiwerk en de mengketel waren aangesloten. Ook stond op een van de zolders nog een koekenbreker, waarmee lijnkoeken werden gebroken voordat ze tot meel werden vermalen. Werd er elektrisch gemalen dan werden enige kammen uit het aswiel genomen zodat de koning vrij kon draaien.
In de zomer van 1943 brachten de Gebr. Hendrickx op aan wijzingen van Chr. van Bussel uit Weert stroomlijwieken aan voorzien van uitneembare stormborden of steekborden. In 1944 vond nog een grote herstebeurt plaats. Begin september van dat jaar zouden de wiekverbetering en het herstel met een groot feest gevierd worden. Vanwege de dichterbij komende oorlogshandelingen bleef het feest tot een kleine kring beperkt.


Posterholt nam evenals Montfort in novenber 1944 duizenden evacuƩs op, afkomstig uit de dorpen in het frontgebied van de Roerdriehoek. Onder zeer moeilijke omstandigheden hebben de windmolens van oktober 1944 tot half januari 1945 gemalen om het benodigde meel voorde boodvoorziening te kunnen leveren. Andere vormen van energie dan wind waren in Posterholt niet meer beschikbaar.
In de nacht van 24 op 25 januari 1945 werden de beide molens boven de molenberg door de Duitsers opgeblazen en verdwenen daarbij voorgoed uit het landschap. In de vroege ochtend van 25 januari werd Posterholt bevrijd. De zelfde dag werd het dorp zo hevig door de Duitse artellerie beschoten dat een groot deel van de bevolking op Brits bevel naar het zuiden geevacueerd moest worden.
In 1945 maakte Chr. van Bussel uit Weeert een schade rapport op van beide molens. Zij werden echter niet meer herbouwd. De Gebr. Verbeek schakelden over op een elektrische maalderij. De nakomelingen van Jan Verbeek vestigden zich op wind- en watermolens en gedurende een eeuw was Verbeek een bekende molenaarsfamilie in Limburg.
( Het enigste wat nu nog herinnerd aan deze twee molens zijn de straatnamen die er nog eens duidelijk op wijzen dat de molens 'WEG' zijn.)





1 opmerking:

  1. De eerste foto is niet genomen vanuit de Zwartemolen, maar vanuit het Ursulinenklooster.

    BeantwoordenVerwijderen