woensdag 15 september 2010

THEE.



THEELEUTEN !

De Britten staan bekend als de theedrinkers bij uitstek, maar ook de Nederlanders drinken grote hoeveelheden thee. 'Tea' is in Engeland een hoogte punt van de dag waarbij cakejes, sandwiches en andere lekkernijen worden geserveerd. Meestal na vier uur in de middag en wordt zelfs als een lichte avondmaaltijd gebruikt.

Thee kan je drinken uit een kopje zoals wij dat kennen, uit een glas zoals de Russen het drinken of uit een kommetje zoals in Japan en China dat het land van de herkomst is van de thee. Thee is verkwikkend en dorstlessend en je kan het warm en koud drinken. Sommige mensen drinken het met een scheutje melk, andere met een schijfje citroen of enige blaadjes mint.


Thee heeft zijn oorsprong in het oude China. Volgens een oud Chinees verhaal heeft Keizer Sjen Noeng ongeveer 5000 jaar geleden de thee ontdekt.
"Op een mooie namiddag zat de Keizer onder een mooie groene struik wat te rusten en dronk hij een kommetje warm water, iets wat alleen was toebedeeld aan hoog geplaatste personen. Een verkoelende bries blies enige blaadjes van de struik die ongemerkt in de kom warmwater van de keizer vielen. De Keizer dronk het water toch op en kwam tot de ontdekking dat het een aangenaam aroma had gekregen.
Zo kwam het dat hij in het vervolg het water nuttigde met enkele blaadjes van die struik". Deze verkwikkende drank kreeg de naam 'cha', het Chinees voor thee.

Niet lang na dit voorval kende China talloze theeplantages. Via Arabische handelaren kwam de thee in Europa terecht in kleine hoeveelheden wat de prijs ervoor tot een vermogen deed opjagen. Nederlandse koopvaardijvaarders maakten in de 17e eeuw kennis met de thee tijdens hun ontdekkingsreizen naar het Verre-Oosten. Handelaren zagen enorme verdiensten in dit produkt en steeds meer schepen werden er ingezet om de thee uit de Oost te halen.
Het was een produkt dat enorme winsten opleverde.
Zo werden in Engeland omstreeks 1840 snelle zeilschepen gebouwd (tea-clippers) om snel de thee uit het Verre-Oosten te halen.
Het werd een mode drank in hogere kringen in Londen, Amsterdam en Parijs. Tot in de 18e eeuw was thee de drank voor de welgestelden en zeer rijken. Eén ons thee koste een kapitaal. Een normale werkman kon het zich niet permiteren. Een voorbeeld hiervan zijn de theekoepels (huisjes) in de tuinen van de herenhuizen aan de oevers van de rivier de Vecht.


De VOC importeerde thee uit China, dat een monopolie had op het verbouwen van thee.
In de 19e eeuw legden de Nederlanders, om het monopolie van China te ontduiken, theeplantages aan op Java en Sumatra. De Engelsen deden dat in India en op Ceylon, het huidige Sri Lanka.

De theeplant is een groen blijvende struik of kleine boom die 17 meter hoog kan worden, maar meestal onder de twee meter wordt gesnoeid. De plant groeit het beste in heuvel- en berglandschap in de tropen tot op een hoogte van 2500 meter.

Veel mensen die Indonesië hebben bezocht kennen de theeplantages in de Puncakpas op Java. Van de theestruik worden met de hand alleen de jonge groene blaadjes geplukt en meestal door vrouwen. Na het oogsten worden de theebladeren eerst gedroogd, waarbij afhankelijk van de regio 70% vocht verdwijnt uit het blad. Dit droogproces kan 12 tot 15 uur duren.


Hierna worden de bladeren gerold of gekneusd. Het vocht (celsap) wordt tijdend dit proces opgevangen en later weer aan de bladeren toegevoegd. De fijn gemaakte bladeren worden geoxideerd (fermitatie), gedroogd en gesoorteerd. Hierdoor krijgt de thee zijn donkere kleur.
De bloemen van de thee zijn wit/geel met een diameter van 2,5 tot 4 centimeter en met 7 tot 8 bloemblaadjes.



Thee die niet gefermenteerd wordt staat bekend als 'groene thee'.
Veelal worden mengsels van andere bladeren of vruchten aangeboden onder de naam van thee, maar hier zit dan echt geen orgineel theeblad in verwerkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen