dinsdag 21 september 2010

MESTKEVERS OP DE MEINWEG. (2)





De oude Egyptenaren vereerden deze kevers.

Kepri was een scheppergod in het Oude Egypte die later de verschijningsvorm van de zonnegod Ra werd. De Egyptenaren geloofden dat de god uit zichzelf was ontstaan.

Zijn associatie met de mestkever of scarabee lijkt niet van zelf sprekend, maar kan toch duidelijk verklaard worden.

Enerzijds duwen ze hun zaad in een grote mestbal die ze voor zich uitrollen.

Dit is vergelijkbaar met de zonnebaan. Hun associatie met de zelfschepping komt voor de Egyptenaren waarschijnlijk voort uit het spontaan ontstaan van mestkevers in de mest.


De gewone mestkever leeft in bossen, hooilanden en heidevelden, waar ze met hun stevige poten mestballen vormen uit mesthopen of vlaaien voor zowel eigen consumptie als voor de larven. In het laatste geval brengen ze de mestbal in een tunneltje wat wel 60 centimeter diep kan zijn. Deze kever is meestal actief in de nacht, een koppeltje werkt samen om de tunnel uit te graven en te voorzien van meerdere kamertjes waarin naast de voorraad mest in ieder kamertje een ei wordt gelegd. In deze kamertjes ontwikkeld zich de larve, die zijn eigen gewicht aan mest eet per dag. Tegen het einde van de zomer vindt de verpopping plaats maar de volwassen kever komt pas het volgende voorjaar naar buiten. Doordat de mest diep in de grond wordt gebracht en de tunnel is volgestouwd wordt is de rol van de mestkever gezien als de bemester van het land.

De kever heeft een bol achterlijf en is altijd zwart en glanzend. Het beestje heeft een kleine kop met twee geveerde antennes. De poten zijn glanzend, zeer stekelig met duidelijke sporen. De maximale lengte is ongeveer 25 millimeter.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen