vrijdag 5 juni 2009

PALMWIJN en PALMSUIKER.

PALMWIJN.



Boven in de kroon van de palmboom waar deze bloeit wordt een inkeping gemaakt waaruit langzaam het sap zal sijpelen. Het sap wordt opgevangen in kokers van bambu. Op de onderstaande opname zie je mannen opweg naar huis via de sawa met een oogst van dit sap.

Om hier wijn van te maken (niet te vergelijken met wijn van de druif of andere vruchten) doet men het sap in kannen en flessen en laat dit langs natuurlijke weg gisten.

Afhankelijk van hoelang men het sap door laat gisten is het procenten aan alcohol en kan dan vaak een zeer koppig drankje worden.

Het is kleurloos wittroebel en wordt bij lokale gerechten gedronken zoals bij gestoomde kip in bambubast op het eiland Sulawesi. De lokale naam is tuak.


Helaas wodt vooral in de sterk toeristische gebieden geknoeit met het gistings proces door dit te versnellen door toevoeging van chemische middelen. Dit kan voor de mensen die het drinken tot dodelijke gevolgen leiden. Dit alleen uit winstbejag.

PALMSUIKER.


Het sap wordt verzameld en langzaam ingekookt tot een dikke bruine pasta overblijft. De pasta wordt in vormpjes gegoten en zal zoals bij het ons bekende borstplaat uitharden. Palmsuiker van de cocospalm heet gula-kelapa. Hoe lichter de kleur hoe meer de smaak lijkt op onze bruine suiker. De donkere, iets zoutige palmsuiker van de Borassuspalm (gula-jawa) is een onmisbaar ingredient in de indische keuken.






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen