woensdag 2 september 2015

SAIL AMSTERDAM 2015. DE SCHEPEN AAN DE SUMATRAKADE. (DEEL 2)

EEN WANDELING LANGS DE

SCHEPEN VIA DE NOORDWAL, 

DE VEEMKADE, DE JAVAKADE 

EN DE SUMATRAKADE.

DE SCHEPEN AAN DE SUMATRAKADE. (2)

VAREND ERFGOED.

Onder het 'varend Erfgoed'vinden we scheepstypen als botter, tjalk, klipper, aak, punter en sleper.
In een land waar vrijwel al het vervoer in vroegere tijden over water ging was de Zuiderzee het knooppunt van internationale- en nationale handel. Hier lagen de belangrijkste havens van de VOC, maar het was ook een gebied waar de vissers bij nacht en ontij hun brood verdienden.
Rond 1900 doorkruisten duizenden vissers- en vrachtschepen de grote binnenzee. Ook aan de wal gaven visserij, scheepvaart en nevenbedrijven vele handen werk  die weer vele monden konden vullen.


Industrialisatie en vooruitgang maakten aan dit alles een einde. Veel vissershaven verloren hun belangrijkheid na de aanleg van de Afsluitdijk en de inpoldering van de Zuiderzee.
De eens drukke havens werden stil nadat Dordrecht en Rotterdam de zeevaart welkom gingen heten en zo verdwenen ook de scheepswerven. De Zuiderzee werd IJsselmeer.
Veel prachtige oude zeilschepen werden naar de opkomst van de stoom als voortstuwingsmiddel overbodig. Ze raakten verwaarloosd, werden gesloopt en dienden als brandhout in de kachel of voor de hoogovens of ze lagen weg te rotten op het schepenkerkhof.
Gelukkig bleven er toch nog van deze schepen bewaard door de inzet van liefhebbers, stichtingen en musea zodat we ze op een evenement als Sail nog kunnen bezichtigen.


TWEE MIJNENVEGERS.

Gebroederlijk liggen naast elkaar afgemeerd de twee oude mijnenvegers van de Ned. Kon. Marine die dienst deden onder de letters M806 ´Roermond´ nu de W 806 en M809 `Naaldwijk´ nu PW 809.

Beide schepen behoorden tot ruim 68 mijnenvegers die met steun van de US-overheid werden gebouwd tussen 1954 en 1962.


Het zijn schepen uit de Dokkum-klasse ook wel de WU-klasse genoemd.
Gedurende hun werkzame dienstperiode hadden ze een bemanning van 38 koppen.
De schepen waren gebouwd van hout op aluminium spanten om ze a-magnetisch te maken.
Ze werden voortgestuwd door twee MAN V6V22/30 motoren met elk een vermogen van 1250 pk en ze hadden een dienstsnelheid van 12 knopen.
Ze hadden een bewapening van twee 40 mm kanonnen, wat later werd veranderd in één 20 mm mitrailleur.

Beide schepen hadden een lengte van van 46,62 meter en een breedte van 8,78 meter.
De M 806 had een diepgang van 2,28 meter en een waterverplaatsing van 417 tonen de M 809 had een diepgang van 2,55 meter en een waterverplaatsing van 400 ton.

 De 'Roermond'  nu de W 806 deed dienst van 1955 tot 1995 en kwam in bezit van het Zeekadet korps uit Lemmer en de 'Naaldwijk' nu de PW 809 deed dienst van 1955 tot 2000 en kwam in het bezit van Prins Willem Zeeverkenners uit Haarlem.


We sluiten de wandeling langs de schepen af met twee fraaie nog originele vissersscheepjes uit Kampen en vestigen onze aandacht op de blikvanger welke op het IJ ten anker ligt.
Een hyper modern cruise schip met zeilen.









WIND SURF.


De 'Wind Surf' is het grootste schip van rederij 'Windstar Cruises' uit Denemarken.
het schip heeft vijf masten met een lengte van 50 meter en een totaal zeiloppervlak van 2500 m².
De driehoekige zeilen zijn geheel computer gestuurd en rollen automatisch uit als er voldoende wind is om te zeilen.
De lengte van het schip is 162 meter op de waterlijn en 187 meter overalles.  Het heeft een diepgang van 5 meter; een breedte van 20 meter en een tonnage van 14.745 ton. 
Bij geen gebruik van de zeilen wordt de voortstuwing verzorgt door twee elektrisch aangedreven schroeven welke het vermogen krijgen van vier diesel-elektrische generatoren.
het schip kan over zijn 6 dekken 310 passagiers en 191 bemanningsleden onderbrengen.
Passagiers kunnen worden ondergebracht in 122 luxe 'ocean staterooms', 31 luxe 'ocean vieuw suites', en op het brugdek gelegen in twee luxe 'ocean vieuw bridge suites'.
Verder is het schip voorzien van alle luxe voor de passagiers. Een open klapbaar plafform aan het achterschip geeft de mogelijkheid voor het bedrijven van watersport, zoals kajakken, zeilen, windsurfen, waterskiën, duiken en snorkelen.
Het schip staat geregistreerd in de Bahamas. 

                 " ZIEN EN WETEN" wenst u een mooie cruisevaart toe!





Sail Amsterdam 2015 weerspiegelde in onze ogen, harten, het water van het IJ en de ramen van de appartementen aan de Sumatrakade.

 

      TOT ZIENS IN 2020 GEDURENDE HET 10e SAIL                                  EVENEMENT IN AMSTERDAM.


SAIL AMSTERDAM 2015. DE SCHEPEN AAN DE SUMATRAKADE. (DEEL 1)


EEN WANDELING LANGS DE 

SCHEPEN VIA DE NOORDWAL, 

DE VEEMKADE, DE JAVAKADE 

EN DE SUMATRAKADE.

DE SCHEPEN AAN DE SUMATRAKADE (1)

F 8O4  Zr. Ms. DE RUYTER.

Dit oorlogschip zoals men het in de volksmond noemt behoort tot de Zeven Provinciënklasse van de Kon. Nederlandse Marine.
Haar kiel werd gelegd op 1 september 2000 en ze werd op 13 april 2002 te water gelaten. Op 22 april 2004 was het scheep gereed om dienst te gaan doen.
Ms. Hr.'De Ruyter' heeft een waterverplaatsing als ze beladen is van 6050 ton.
Het schip heeft een lengte van 144 meter; een breedte van 17 meter en kan een snelheid haken van 30 knopen.
Haar vaste bemanning varieert tussen de 169 en 207 koppen.
Ze heeft een zware bewapening zoals; diverse raketten voor luchtdoel en anti scheepsdoeleinden, 4 torpedobuizem voor torpedo's van het type MK 46; een boordhelikopter van het type NH90 en twee onderscheppingsvaartuigen van het type RHIB. verder nog diverse soorten licht geschut.


KRUZENSHTERN.

Deze Russische bark is met zijn 114 meter, op de Sedov na, het grootste nog varende zeilschip ter wereld.
Ze werd in 1926 gebouwd in opdracht van de vermaarde scheepsbouwer F.Laeisz uit Hamburg. Zijn schepen voeren meestal langs de westkust van Zuid-Amerika en vervoerden onder meer salpeter naar Europa. ook werd het schip gebruikt om graan te halen in Australië.
De 'Kruzenshtern' heette tot 1946 'Padua', en maakte deel uit van de befaamde 'Flying P Çargo Line'. Hiertoe behoorden ook de stalen viermastbarken: 'Pommern', 'Pamir', 'Parma', 'Passat' en de 'Peking'.
Net als al deze schepen was de 'Padua' gebouwd om er snel mee te kunnen varen. In 1933-1934 zeilde de 'Padua' slechts in 67 dagen van Hamburg naar Zuid-Australië, een wereldrecord.


 De kapiteins van deze schepen werden dan ook geïnstrueerd om stormen op te zoeken, zodat er op z'n snelst gevaren kon worden!
In 1938-1939 maakte de 'Padua'haar laatste vrachtvaart: uit Bremen vertrokken, voer zij via Chili voor salpeter, naar Australië voor graan en tarwe. Tot het uitbreken van de WO-II bleef ze haar reizen maken als vrachtschip.

Na afloop van de WO-II werd het schip op 12 januari 1946 in Sinnenmünde overgedragen aan de Sovjet-Unie als onderdeel van herstelbetalingen. Ze werd hierna omgedoopt tot 'Kruzenshtern' de naam van de Russische navigator en oceanograaf Adam Johann Ritter von Kruzenshtern (1770-1846), en kwam in 1955 als opleidingsschip in dienst bij de Russische Marine. Sinds 1966 is het eigendom van het Ministerie van Visserij. Dit schip wordt nog traditioneel gezeild met mankracht, daar er geen mechanische lieren of winches aan boord zijn.                                                                                 



Het voor de vracht gebouwde schip liep in 1926 van stapel op de Tecklenburgwerf, vlakbij Bremen.
Het schip heeft een stalen romp met een lengte overalles van 114,5 meter; een breedte van 13,9 meter; een totale hoogte van 51,3 meter en een diepgang van 6,9 meter.
Ze is getuigd als een viermastbark met een totaal zeiloppervlak van 3400 m².
Haar registratie thuishaven is Sint Petersburg, waar ook Von Kruzenshtern leefde.

Van de zes Flying P-Line schepen, worden er nu drie gebruikt als museumschepen over de hele wereld: 'Pommern in Mariënhamm te Finland, 'Passat in Travemunde in Duitsland en 'Peking' in New Yok City.
Dit maakt het zo bijzonder dat de 'Kruzenshtern', mede dankzij verleende subsidies van de Duitse regering, nog steeds in de vaart is.



ATLANTIS.

De 'Atalantis is een barketijn en werd in 1905 op een werf te Hamburg gebouwd als lichtschip op de Elbe. Ze deed 70 jaar dienst op de Buitenelbe waarna ze een tweede leven kreeg als zeilschip.
In 1984 werd het schip grondig gerestaureerd en kreeg ze de tuigage van een barkentijn.

Het onderwaterschip van de 'Atlantis'bezit een klassieke zeilschiplijn.
Haar voorste mast is dwarsscheeps getuigd en de overige masten langsscheeps. met een zeiloppervlak van 742 m² voor een snelheid van 9 knopen.


Het schip  werd aangekocht in 2005 door het Friese bedrijf Tall Ship Company en verbouwde het tot een vaartuig van luxe en comfort. Men wist de traditionele uitstraling van het schip te behouden.
De driemaster heeft een prachtig ruim dek en maakt reizen over de Noord-Europese wateren en de Middellandse Zee.

Haar thuishaven is Harlingen en ze vaart onder Nederlandse vlag.
Haar stalen romp heeft een lengte van 57 meter; breedte van 7,45 meter en een diepgang van 5,1 meter. Haar hoogte is 31 meter.
Ze heeft aan vaste bemanning van 8 koppen en kan tussen de 26 tot 140 passagiers meevaren afhankelijk van de reis.




MIR.

MIR is het Russisch voor VREDE.
De 'Mir' is één van de vier schepen die gebouwd zijn in het Poolse Gdansk op de scheepswerf van de voormalige Sovjet-Unie.
Het schip wordt gebruikt door het Marine Engineering College of St. Petersburg, de Admiral Makarov State University, en wordt naast zeiltrainingen ingezet voor opleidingen in de maritieme wetenschappen en oceanografie.
 De 'Mir'is het zusterschip van de 'Dar Mlodziezy' (1982), de 'Druzhba' (1987), de 'Khersones' (1988), 'Pallada' (1983) en de 'Nasheba' (1992). Deze schepen staan bekend om hun hoge snelheid, van 18 knopen, die zij aan de wind kunnen behalen.



De 'Mir' heeft relatief vrij veel luxe aan boord, dat wil zeggen dat er voldoende warm water, genoeg proviand en een volledig ingerichte ziekenhuiszaal met chirurg aanwezig is.
Het is niet te vergelijken met een zeilschip waarop alleen passagiers meevaren. Hier wordt nog hard gewerkt aan boord en aan de goed onderhouden  staat van het schip blijkt dat de cadetten ook alles weten van schrobben en verven. 
Er zijn geen mechanische lieren of winches aan boord er wordt dus traditioneel gezeild.
Opvallend is dat de 'Mir' het enigste schip was gemeerd aan de kade dat gebruik maakte van rattenschilden om de trossen.

Al deze factoren maken de 'Mir' een perfect voorbeeld van hoe een trainingsschip zou moeten functioneren. 
Deze driemaster laat heel goed zien wat de waarde van trainingen op schepen als deze is.  



De 'Mir' heeft een stalen romp met een lengte overalles van 108,6 meter; een breedte van 13,9 meter; een diepgang van 6,3 meter en een totale hoogte van 50,1 meter

Ze is getuigd als een driemastvolschip met een zeiloppervlak van 2771 m².
Opvallend is de rechte achtersteven van de 'Mir'.
Haar thuishaven is Sint Petersburg in Rusland.
Ook de 'Mir' heeft geen boegbeeld.












HMS GLADAN.

Samen met haar zusterschip HMS 'Falken' zijn de twee Zweedse Marine schoeners graag geziene gasten op Sail evenementen.
 De schepen zijn identiek en behoren tot het 'Schoenersquadron' van de Zweedse Marine.
Sail training heeft bij deze marine altijd hoog in het vaandel gestaan, al sinds 1796 met HMS 'Diana'.

In 1946 gaf de toenmalige Zweedse koning opdracht voor de bouw van twee nieuwe schoeners, ter vervanging van de zeilschepen 'Jarramas' en 'Najaden'. Dit werden de 'Gladan' en de 'Falken' de nieuwe trainingsschepen. 




De 'Gladan' voert het zeilnummer SO1 en de 'Falken' het nummer SO2.

Beide schepen hebben een stalen romp met een lengte van 39,9 meter; een breedte van 7,2 meter een diepgang van 4,2 meter en een hoogte van 31,4 meter.
Ze zijn getuigd als een topschoener met een zeiloppervlak van 680 m².
Ze varen onder Zweedse vlag en hun thuishaven is Karlskrona.






MAYBE.

De 'Maybe' is een traditionele Nederlandse Keth, gebouwd in 1929.
Het schip werd ontworpen door haar eerste eigenaar, Jan Jacob van Rietschoten, als zijn droomzeilschip om rond de wereld te varen.
het schip werd gebouwd op de scheepswerf van De Vries Lentsch in Amsterdam, als een ongelooflijk veilig en sterk schip met een stalen romp en teakhouten afwerking met een ruime luxe inrichting.

 Gedurende de WO-II werd zij ergens in een verlaten gebied in Nederland verstopt. Na de oorlog werd ze geheel gerestaureerd bij de zelfde werf waar ze was gebouwd.

In 1962 werd ze verkocht en kreeg een Zwitserse eigenaar, die haar naar de Middellandse Zee bracht.
In de jaren `70 stak het schip regelmatig de Atlantische Oceaan over tuusen de Middellandse Zee en het Caribisch gebied. In 1980 passeerde het zelfs het Panama Kanaal en voer langs de kusten van de VS en Canada.

In 1989 werd ze weer verkocht aan de huidige eigenaars en vaart nu onder Engelse vlag.

Ze heeft een stalen romp met een lengte van 22 meter; een lengte overalles van 30 meter; een breedte van 6 meter en een diepgang van 3,2 meter. Haar masthoogte is 25,7 meter.
Het schip heeft 2 tot 4 vaste bemanningsleden en plaats voor 12 crewtrainees.


Zie vervolg: DE SCHEPEN AAN DE SUMATRAKADE. (DEEL 2)

dinsdag 1 september 2015

SAIL AMSTERDAM 2015. DE SCHEPEN AAN DE JAVAKADE. (DEEL 2)

EEN WANDELING LANGS DE 

SCHEPEN VIA DE NOORDWAL,

DE VEEMKADE, DE JAVAKADE 

EN DE SUMATRAKADE.

DE SCHEPEN AAN DE JAVAKADE. (2)

 DAR MLODZIEZY.

De 'Dar Mloziezy' is ontworpen door de bekende scheepsbouwer Zygmunt Choren. Na de 'Dar Mlodziezy' ontwirep hij ondermeer de vergelijkbare volschepen zoals: 'Mir' (1978), 'Druzhba' (1987), 'Pallada' (1988),'Khersones' (1988) en de 'Nadezhda' (1989).
De bouw van de 'Dar Mlodziezy' werd grotendeels betaald door giften van de jonge Poolse generatie. Haar naam betekend dan ook "Gift van de jeugd".
 Het schip werd gebouwd op de scheepswerf van Gdansk, waar het in 1981 te water werd gelaten. 
Het schip is eigendom van de Maritieme University in Gdynia, die het schip inzet als opleidingsschip.
Aan boord is plaats voor een vaste bemanning van 44 koppen, 30 cadetten en 120 trainees.
De ´Dar´zoals het schip afgekort wordt genoemd is volledig uitgerust voor de opleiding van studenten in de martieme wereld.
Zo is er onder de hoofdnavigatie brug een extra brug uitgerust met de zelfde instrumenten en verschillende kaartentafels. tevens is een leslokaal.

Het schip behoort met haar lengte tot de zeilreuzen van de wereld.
Haar lengte is 110,6 meter overalles; een breedte van 14 meter; een diepgang van 6,4 meter.
Ze heeft een stalen romp en is getuigd als een volschip met 3015 m² zeiloppervlak. 
Ze heeft een tonnage van 2.385 ton met een waterverplaatsing van 2.946 ton. haar masthoogte boven water is 49,5 meter.
Thuishaven is Gdynia in Polen.


Zr. Ms. BRUINVIS.

De 'Bruinvis' is een onderzeeboot uit de Walrusklasse van de Kon. Nederlandse Marine.
 De Kon. Marine heeft vier van deze onderzeeboten en ze behoren tot de modernste conventionele, niet-nucleaire onderzeeboten ter wereld.

Zij heeft een bemanning van 55 koppen die alle een speciale keuring hebben ondergaan alvorens ze op een onderzeeboot dienst mogen doen. Zij die voor de keuring en het examen slagen krijgen de felbegeerde "flipper" opgespeld.

De onderzeeboot heeft een lengte van 68 meter; een breedte van 8,5 meter en een diepgang van 7,5 meter. De maximum duikdiepte is meer dan 300 meter. De waterverplaatsing is boven water 2450 ton en onder water 2800 ton. het schip heeft een dieselelektrische voortstuwing van 3132 kW.
Vaarsnelheid boven water is 11 knopen en onder water 20 knopen. Het schip heeft bewapening van MK 48 torpedo's.


EUROPA.

De 'Europa'is in 1911 in Hamburg gebouwd onder de naam 'Senator Brockes' en zou ingezet worden als lichtschip op de Elbe. Onder de naam 'Elbe 3" heeft ze eerst dienst gedaan als lichtschip en later als reserveschip.
In 1986 werd het schip naar Nederland gehaald waar ze in acht jaar tijd geheel werd omgebouwd: het ruim werd comfortabel ingericht en het schip werd getuigd als een Bark voor de commerciële vaart vanuit Rotterdam.

De 'Europa' zeilt sinds 1994 over alle wereldzeeën en heeft de reputatie opgebouwd van een schip waarmee echt gezeild kan worden onder volle tuigage.
 het schip heeft een vaste bemanning van 14 koppen, 48 gastbemanningsleden en kan 100 passagiers aan boord hebben. Ze staat vooral bekend om haar Antartica reizen.

Het schip heeft een stalen romp met een lengte van 55,1 meter; een breedte van 7,45 meter en een diepgang van 3,9 meter.
Het schip is getuigd als een driemast bark met een totaal zeiloppervlak van 1050 m².
Haar registratie thuishaven is Den Haag en ze vaart onder de Nederlandse vlag. Roepnaam PDZS.

De 'Europa' heeft haar naam te danken aan de Griekse mythologie wat weergegeven is in haar boegbeeld.

HET BOEGBEELD VAN DE EUROPA.

Europa was een van de vele geliefden van de god Zeus.
Ze was een prachtige, maar sterfelijke vrouw en dochter van de koning Agenor. De legende van Europa en Zeus begint wanneer de heerser van Olympia zijn ogen slaat op de mooie Europa. Vanaf het eerste moment is Zeus zeer onder de indruk van haar schoonheid en sierlijkheid. Zeus smeed gelijk een plan om deze schoonheid te veroveren.


Hij neemt de vorm aan van een prachtige witte stier en zwemt naar de oever waar Europa en haar vriendinnen aan het baden zijn. Europa en haar vriendinnen vinden de stier zo prachtig dat ze hemm beginnen te aaien. Na een poosje voelt Europa zich zo op haar gemak, dat ze besluit op de rug van de stier te klimmen voor een ritje. Echter zodra Europa stevig zit rent de stier naar de zee terwijl Europa achterop zit. Samen steken ze het water over.
Hun vreemde, maar niet te stuiten avontuur leidt hen naar het Griekse eiland Kreta. Eenmaal daar aangekomen onthult Zeus zijn ware goddelijke identiteit aan Europa. De sterfelijke Europa wordt zo een van Zeus vele geliefden.

LA GRACE.

De ´La Grace´is een replica van een historisch Tall Ship uit de 18e eeuw uit de periode van de Hollandse ´Zeven Provincièn´, 300 jaar geleden.

Ze werd gebouwd met het doel om allen die interesse hebben met een historisch schip te zeilen, deze kans te bieden
Tussen 2008 en 2010 bouwde een groep vrijwilligers uit Tsjechië en Slowakije, op een werf te Suez in Egypte met traditionele middelen.

De brik werd ontworpen ddo haar eigenaars , Josef Dvorsky en Daniel Rosecky, naar technische tekeningen die in 1768 werden gepubliseerd in Zweden.



Volgens de historische bronnen stond de oorspronkelijke 'La Grace' onder commando van de eerste Tsjechische kapitein Augustin Herrman, die o.a. in dienst was bij de Hollandse VOC.
Nadat hij uit Nederland was vertrokken voer hij vele jaren op het schip 'La Grace'. 
Het naar verhouding kleine en kwetsbare schip bracht echter veel prijsgeld binnen in New Amsterdam, wat zij veroverde op Spaanse galjoenen in het Caraïbisch gebied.
Augustin Hermann werd één van de bestuurders naast Peter Stuyvesant, die Nieuw Amsterdam naar een nieuwe toekomst leidde.

Het boegbeeld van de 'La Grace' is een zeemeermin die een witte duif met gespreide vleugels aan haar borst drukt.
Het scheepje is 23,7 meter lang en heeft een diepgang van 2,8 meter. Haar thuishaven is Praag en ze vaart onder de vlag van Tsjechië.


BELEM.

Deze bark een Franse Grand Old Lady vaart in principe in de eigen meer zuidelijke wateren van Europa. het schip heeft zeer elegante lijnen, fraaie balustrade aan de achterkant, de typische cultuur en natuurlijk haar historie.

Het schip gebouwd bij de werf Chandries Adolphe Dubigeon te Nantes werd op 10 juni 1896 te water gelaten.



Zij is nog het oudste varende zeilschip uit de 'Belle Epoque'. 
De periode waarin zeilende handelsschepen langzaam maar zeker werden verdrongen door de stoomschepen.
Als vrachtschip voer ze in opdracht van een Franse reder. In de daarop volgende 18 jaar stak de 'Belem' 33 keer de Atalntische Oceaan over met verschillende soorten lading.
Vlak voor het uitbreken van de WO-I kwam een einde aan haar rol als vrachtschip. In maart 1914 kreeg ze een nieuwe Britse eigenaar, de tweede Hertog van Westminster, die het schip volledig liet verbouwen tot een luxe privé jacht.


Hij liet de houten masten vervangen door stalen exemplaren en installeerde twee, door een motor aangedreven schroeven. 
Behalve de grote verbouwing in het ruim waar luxueze hutten werden gemaakt, werd de huidige Victoriaanse balustrade  met witte kolommen aangebracht, welke nu zo kenmerkend is voor het schip.
Nadat ze meerder keren van eigenaar verwisselde werd het schip in 1976 verkocht aan een Venetiaanse werf, waar het werd te koop gezet.
Een groepje Franse zakenlieden zag kans het schip terug te kopen en in 1977 werd de stichting "Belem" opgericht.
Zij werd opnieuw als bark getuigd met een zeiloppervlak van 1.000 m², als een commercieel trainingsschip.
Ze heeft een stalen romp met een lengte van 58 meter overalles; een breedte van 8,8 meter en een diepgang van 3,6 meter. Haar mast steekt 34 meter boven het water uit. Haar tonnage is 534 ton.




Zie vervolg: DE SCHEPEN AAN DE SUMATRAKADE. (DEEL 1)




SAIL AMSTERDAM 2015. DE SCHEPEN AAN DE JAVAKADE. (DEEL 1)

EEN WANDELING LANGS DE 

SCHEPEN VIA DE NOORDWAL, 

DE VEEMKADE, DE JAVAKADE

EN DE SUMATRAKADE.

DE SCHEPEN AAN DE JAVAKADE. (1)

ETOILLE DU ROY.

Deze prachtige replica werd in 1996 gebouwd als de 'Grand Turk' in Marmaris in Turkije, voor de filmopnamen over de Engelse kapitein 'Horatio Hornblower', één van Engeland's grootste zeehelden.
Haar kiel werd gelegd in december 1996 en de te water lating was in september 1997. De eigenaar was toen Turk Phoenix Ltd. uit Engeland.
In 2010 werd het schip verkocht naar Frankrijk en werd de huidige nieuwe eigenaar Etoille Marine Crosières te Saint Malo, waar ze deel uitmaakt van een grote vloot historische replica's.

Het schip, een 6e klas Fregat, getuigd als volschip met een zeiloppervlak van 790 m² is zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant uniek.

Het heeft een prachtige historische ontvangst ruimte voor de kapitein, hoogglans gelakt houtwerk en een indrukwekkende raampartij aan de achter en zijkanten van het kasteel.

Het schip werd gebouwd als een replica van een Engels Fregat uit 1745, zo heeft zij ook kanonnen aan boord die werkelijk kunnen schieten.

Bij binnenvaart en binnen liggen in de haven dragen de bemanningsleden kleding uit 1745.

Het schip met haar bijzonder verschijning is vaak het decor van filmopnamen. Zo werd de recente film over de Nederlandse Admiraal Michiel de Ruyter aan boord van het schip gemaakt.

Het schip heeft een lengte overalles van 46,5 meter; lengte van het dek is 38 meter; breedte 10 meter en ze heeft een diepgang van 3 meter.
Haar boegbeeld stelt een volborstige kapersvrouw voor met een doekje over haar linker oog.


KAMPER KOGGE.

De 'Kamper Kogge' is een reconstructie van een kogge uit de 14 e eeuw. Het schip werd gebouwd naar aanleiding van de vondst van een wrak in de Flevopolder. het was een redelijk zeewaardige eenmaster, dat handelswaar vervoerde.

De bouw van de kogge in 1998, maakte deel uit van een leer-werkproject voor werkeloze jongeren. Dat houdt in dat de scheepsbouwersin spe het scheepstimmeren al doende moesten leren. Er is vier jaar aan de bouw van dit schip gewerkt.

Het is een robuust eikenhouten schip, met een lengte van 21,6 meter; breedte 7,56 meter en een diepgang van 1,9 meter, gebouwd volgens oorspronkelijke bouwmethoden, met op de achtersteven een kasteel, bedoeld als verdediging tegen zeerovers en vijanden.
Normaliter ligt het schip afgemeerd in de IJssel aan de Koggewerf in Kampen. Het schip heeft een eikenhouten romp en kan een zeiloppervlak voeren van 140 m². De thuishaven is Kampen.


YOUNG ENDEAVOUR.

De 'Young Endeavour' werd in 1988 door Engeland geschonken aan Australië, als een bijzonder geschenk ter gelegenheid van 200 jaar kolonisatie van Australië. 
Haar thuishaven is Vloot Base East in Sydney.
Ze vaart onder de vlag van de Royal Australian Navy en slechts 10 van haar opvarenden behoren tot de RAN.
Het schip heeft plaats voor 24 tot 30 trainees om deze kennis te laten maken met de zee. Het scheepsmotto is "Carpe Diem" (Pluk de dag).
  
De 'Young Endeavour' met een waterverplaatsing van 239 ton is gebouwd in Engeland bij Brooke Marine Ltd.
Haar kiel werd gelegd  in mei 1966 en ze werd te water gelaten op 2 juni 1987 en op 25 januari 1988 officieel in dienst gesteld.

Het schip heeft een stalen romp met een lengte van 28,3 meter, breedte van 7,8 meter en een diepgang van 4 meter.
Ze heeft een lengte overalles van 44 meter en is getuigd als een brigantijn  met 10 zeilen waarbij ze een snelheid kan halen van 14 knopen.

Sinds 1988 hebben er meer dan 12.000 jongeren meegevaren, terwijl nog eens een zelfde aantal met een lichaamelijke beperking hebben deelgenomen aan dagtochten met dit schip.






STATSRAAD LEHMKUHL.

Het indrukwekkende zeilschip werd in 1944 gebouwd als een vrachtvaarder op de werf Tecklenburg bij Bremerhaven voor de Duitse Keizerlijke Marine.
Ze werd gedoopt met de naam 'Grossherzog Friedrich August' en diende toen als schoolschip van de marine.




Na de WO-I werd het schiop in 19191 door de Engelsen buitgemaakt en in 1921 verkocht aan Kristofer Lehmkuhl, destijds minister (statsraad) voor werkgelegenheid in de Noorse regering. Het schip werd naar hem vernoemd.















Tijdens de Duitse bezetting van Noorwegen gedurende de WO-II kreeg het schip een Duitse naam: 'Westwärts'. 
Na de oorlog in 1945 kreeg ze weer haar huidige naam weer terug. In 1967 zag het er naar uit dat het schip buiten Noorwegen verkocht zou worden, maar de reder Hilmar Reksten kocht het schip en schonk het in 1978 aan een stichting welke het schip nog steeds in beheer heeft.

Het schip is nu in gebruik als trainingsschip voor de Zweedse Marine maar ook voor civiele jongeren.
De 'Statsraad Lehmkuhl' heeft een stalen romp met een lengte van 84,6 meter; een breedte van 12,6 meter en een diepgang van 5,5 meter.
Haar lengte overalles is 98 meter en haar hoogte 48 meter.
Het schip kan 22 zeilen voeren met een oppervlak van 2.026 m² en loopt dan 11 knopen.
Ze heeft een vaste bemanning van 17 koppen en 150 trainees.
Thuishaven is bergen in Noorwegen.

Het schip heeft geen boegbeeld maar een fraaie versiering aan beide zijde van haar voorsteven onder de boegspriet. Ook haar achtersteven is fraai versierd met in het midden het stadswapen van Bergen tussen twee Noorse vlaggen.


CANCALAISE.

De 'Cancalaise' is een bijzonder type vissersvaartuig uit de omgeving van St.Malo in Frankrijk.
Haar kiellegging was in 1987 en ze werd op 18 april van dat jaar in de vaart genomen.
Haar eigenaar is de Assoc. Bisquine Cancalaise (ABC).
Ze zou hoofdzakelijk deel gaan nemen aan nautische evenementen.


De 'Cancalaise' is een replica van de bisquine 'Le Perle' uit 1905.
De vereniging die haar bezit heeft ruim 400 leden en zij zijn verantwoordelijk voor het gebruik en onderhoud van het schip.
Het was bijna het geval dat de originele biquines waren uitgestorven, maar enkele fanatiekelingen besloten dit niet te laten gebeuren en bouwden deze replica.

Deze elegante boot, voornamelijk gebruikt voor het baggeren naar oesters in de baai van Mont Saint Michel, is getuigd als een bisquine met 10 zeilen met een oppervlak van 350 m².

Ze heeft een stalen romp met een lengte van 18,1 meter; een breedte van 4,8 meter en een diepgang van 2,5 meter. Haar lengte overalles is 30 meter en haar waterverplaatsing 45 ton.
Het schip heeft een vaste bemanning van 4 koppen en kan 12 tot 24 passagiers meevaren. Haar thuishaven is Port-Mer, ten noorden van Cancale, maar ligt vaak afgemeerd in de havens Labbé-Leclerc en Fresneau-Cancale. Ze vaart onder Franse vlag.


SEDOV.

Dit indrukwekkende zeilschip varende onder de Russische vlag werd als vrachtschip gebouwd in 1921 op de Duitse scheepswerf in Kiel als de 'Magdalene Vinnen II'. De rederij was F.A. Vinnen en raakte aan het einde van de WO-I door het Verdrag van Versailles al haar schepenkwijt.
De 'Magdalene Vinnen II' maakte deel uit van een nieuwe vloot na de WO-I die daarna werd opgebouwd. 
Tussen 1921 en 1936 vervoerde ze hoofdzakelijk steenkool naar Buenos Aires in Argentinië, salpeter vanuit Chili naar Duitsland, evenals graan uit Australië naar Duitsland. 
Daarna werd het schip verkocht aan de Norddeutscher Lloyd en voor het eerst gebruikt na een verbouwing als varend opleidingsschip voor toekomstige zee officieren.
De naam werd daarbij veranderd in Kommodore Johnson.
Nadat zij op 11 augustus 1939 terugkeerde in Bremerhaven werd zij gedurende de WO-II opgelegd.

Na de WO-II werd zij in december 1945 als herstelbetaling overgedragen aan de Sowjet-Unie en kreeg de naam Sedov.
Na voor verschillende doeleinden te zijn ingezet werd ze in 1981 omgebouwd zodat er meer mensen op konden worden gehuisvest. Het schip werd voorzien van sportruimten, leslokalen en zelfs een klein museum.

Sinds 1991 is het schip eigendom van de Technische Universiteit van Moermansk en cadetten van de universiteiten van Moermask, Sint-Petersburg en Archangelsk worden er getraind.

De romp van de 'Sedv' was oorspronkelijk wit geschilderd maar voor haar rol in de film uit 2005 over de ondergang van de Pamir werd deze zwart geschilderd en dat is tot nu toe zo gebleven.

Het schip is nu bijna 95 jaar oud en een van grootse nog varende zeilschepen. ( Het grootste is de nieuwgebouwde Royal Clipper uit 2000.)
 De 'Sedov' is getuigd als een viermastbark met een zeiloppervlak van 4195 m² waarbij ze snelheid kan halen van 18 knopen.
Haar laadvermogen is 5350 ton en geladen heeft ze een waterverplaatsing van 6148 ton.
Het stalen schip heeft een lengte van 117,5 meter; een breedte van 14,7 meter; een diepgang van 6,5 meter en een hoogte van 54,5 meter.

Ze heeft een vaste bemanning van 50 tot 60 koppen en 110 trainees en kan daarbij nog 44 betaalde passagiers meenemen.



ROYAL CLIPPER (NIET AANWEZIG OP SAIL)

Dit huidige grootste zeilschip van de wereld werd in 200 in de vaart genomen en gebouwd op de werf van Gdansk  en de Merwede werf. Haar eigenaar is Star Clippers met als thuishaven Valletta op Malta.

Het schip heeft vijf masten met 26 ra's; een romp met een lengte van 134,8 meter; een breedte van 16,5 meter en een diepgang van 5,6 meter. 
Het is een cruiseschip.







Zie vervolg: DE SCHEPEN AAN DE JAVAKADE. (DEEL 2)