woensdag 20 april 2011

MOLEN 'DE DISTELLEERKETEL'. DELFSHAVEN (5).



DELFSHAVEN - ROTTERDAM. (5) 

MOLEN DE 'DISTILLEERKETEL'.





Deze molen is een stenen stellingmolen. Het was een van de vijf moutmolens die ooit in Delfshaven hebben gestaan. Het is de enige behouden en tevens de enige korenmolen van Rotterdam die daarbij nog steeds in werking is. Van de vier overige molens resten nog alleen twee molen stompen.


Mout - gekiemd en vervolgens geplet graan - dient als grondstof voor moutwijn. Hiervan wordt dan bijvoorbeeld weer jenever of brandewijn van gestookt in een ketel in een distilleerderij - daarvan is de naam van de molen afgeleid.



De Distilleerketel, gebouwd in 1727, heeft een turbulente geschiedenis achter de rug. Na meer dan anderhalve eeuw mout te hebben gemalen brandde de molen in 1899 uit, maar werd in 1902 weer opgebouwd. Tot 1922 werd er nog gemalen. Door de opkomst van de stoommachines, die de bouw van grote meelfabrieken mogelijk maakten en de import van goedkoop graan, hadden als resultaat dat het vak van korenmolenaar langzaam maar zeker uitstierf. De molens kwamen leeg te staan en raakten in verval.

Dit was ook het lot van De Distilleerketel. In 1940 werd de molen door de Luchtafweerdienst in brand geschoten, waarbij de zware molenas door de molen naar beneden stortte. Wat overbleef was een kale romp.


Hoewel De Distilleerketel niet meer was dan een kale romp, kreeg de vervallen molen toch het predicaat 'rijksmonument'. Omdat de molen de enige molen in Delfshaven was die nog voldoende ruimte had om zijn wieken te laten draaien, besloot Stichting Stadsherstel Historisch Rotterdam om hem aan te kopen. Daar intussen de gemeente Rotterdam vlakbij de molenstomp etage woningen had laten bouwen, bleek er geen ruimte over te blijven om met de wieken te kunnen draaien. Het geheel werd tot op de grond afgebroken om in 1984 elf meter verder weer geheel op te bouwen. De vlucht van de molen is nu ruim 27 meter.

                (klik met de linkermuisknop op de afbeelding om deze vergroot te bekijken.)










HARING en JENEVER. DELFSHAVEN (4).




DELFSHAVEN - ROTTERDAM. (4) 

        HARING EN JENEVER.



Dat de haringvangst een belangrijke bron van inkomen was voor Delfshaven blijkt al uit het stadswapen. Door kerkelijke- en politieke twisten in de gemeente vormde het voor een tiental haringvissers aanleiding om met schepen en al te verhuizen naar Rotterdam, waar ze meer dan welkom waren.
Om verder onheil te voorkomen gunde Delft Delfshaven nu meer economische vrijheden, waardoor nieuwe bedrijven konden ontstaan, zoals scheepswerven, taanderijen en kuiperijen.

Voor veel bedrijvigheid zorgde de VOC. In Delfshaven werden Specerijen uit Indiƫ overgeladen in binnenschepen en naar Delft vervoerd. Aan de Buizenwaal, een haven aangelegd in 1602, had de VOC een scheepstimmermanswerf, waarnaast in 1672 een zeemagazijn werd gebouwd.



In de 18e en 19e eeuw dreef Delfshaven vooral op de korenwijn- en jeneverindustrie. De bekendste destilleerderij is J.H.Henkes aan de Voorhaven die in 1824 is opgericht.






Door de bloei van de drankindustrie werd het stadsbeeld van Delfshaven verrijkt met moutmolens. Alleen de uit 1727 daterende molen ' De Distilleerketel' aan de Voorhaven is na restauratie weer in oude glorie te bewonderen.






















vrijdag 15 april 2011

WAPEN EN OUDE RAADHUIS. DELFSHAVEN (3).


DELFSHAVEN - ROTTERDAM. (3) 

WAPEN EN OUDE RAADHUIS.




WAPEN VAN DELFSHAVEN.



Het wapen van Delfshaven is op 22 juli 1818 bij besluit van de Hoge Raad van Adel aan de voormalige Zuid-Hollandse gemeente Delfshaven toegekend. In de wet van 4 december 1885 werd bepaald dat Delfshaven zou worden toegevoegd aan de gemeente Rotterdam bij de eerste vergadering van de gemeenteraad van de verenigde gemeente. Deze vond plaats op 30 januari 1886. Hierdoor kwam het wapen van Delfshaven te vervallen. In het wapen van de gemeente Rotterdam zijn geen elementen uit het wapen van Delfshaven opgenomen.

BLAZOENERING.

 De blazoenering van het wapen luidde als volgt: 
"Een schild van sijnople, waarop een pal,
gegolfd van sabel en zilver, vergezeld ter 
rechterzijde van een haring van zilver en ter 
linker van drie koornhalmen van goud.

De haring en de korenaren zijn twee symbolen van de twee belangrijke takken van bedrijvigheid in de gemeente: de visserij en de vervaardiging van korenbrandewijn.

HET OUDE RAADHUIS.



Op een oude prent van de Aelbrechtskolk, uit 1667, staan van links naar rechts het Stadhuis, de St.Anthoniuskapel en het klokhuis. Het voormalige stadhuis van Delfhaven werd gebouwd in 1580. In 1721 wordt het raadhuis ingrijpend vernieuw en in 1791 werd de gevel aangepast. De fraaie gedetailleerde tuitgevel maakt daarbij plaats voor de huidige strenge classicistische architectuur. Delfshaven was omstreeks de bouw van het voormalige raadhuis geen stad maar een stadsdeel van Delft. Het was dan ook geen "stadhuis" maar een woning van de rentmeester. Het pand werd vanaf 1554 bewoond door stadsdienaren en kasteleins. " Kastelein" was een oude Nederlandse benaming voor de bewoner van een kasteel of fort. De functie van een stadskastelein was een combinatie van rentmeester, directeur van gemeentewerken en gemeentesecretaris. Pas toen Delfshaven een zelfstandige gemeente werd, rond 1800, fungeerde het pand werkelijk als stadhuis. Bij de restauratie in 1970-71 is de voorgevel ontpleisterd en kreeg het pand zijn huidige gedaante. De natuurstenen hoekblokken zijn overblijfselen van de 16e eeuwse gevel.


Het voormalige stadhuis naast de Pelgrimvaderkerk, waar vroeger de St.Antoniuskapel stond. Tegenwoordig is het stadhuis een horecagelegenheid en bierbrouwerij "Stadsbrouwerij De Pelgrim".

                   (klik met de linkermuisknop op de afbeelding om deze vergroot te bekijken)


ZAKENDRAGERSHUISJE EN KRAANHUIS. DELFSHAVEN (2).


DELFSHAVEN - ROTTERDAM. (2) 

   ZAKENDRAGERSHUISJE EN 

                 KRAANHUIS.



HET KRAANHUIS.





De naam Kraanhuis, geheel rechts op de afbeelding, herinnert aan de hijskraan waarmee een sluisdeur tussen Kolk en Achterwater, die zich onder het kraanhuis bevond, kon worden opgehesen. Volgens beschrijvingen uit de 18e eeuw was de kraansluis afgesloten door een grote schuif- of schotdeur, die door middel van raderen werd opgetrokken. Dit optrekken gebeurde door twee sluisknechten, die ieder in een soort tredmolen liepen, waardoor de grote raderen van de hijskraan in beweging werd gebracht. Door het optrekken van de schuifdeur kon het water in de Kolk via het Achterwater naar de Achterhaven, waar de waterstand gelijk was aan de Maas. waarmee deze in open verbinding stond, worden afgevoerd. In de grote schotdeur waren bovendien nog vier kleinere schuiven aangebracht, die door liggende windassen werden bediend. De Aelbrechtskolk was een schutsluis. Zo konden de schepen het verschil in waterstand overbruggen. Via het Kraanhuis kon een groot verschil in de waterstand worden genivelleerd. In 1836 raakte de kraan in onbruik. Het hijsmechanisme werd verwijderd en de sluis tussen de Kolk en het Achterwater werd dichtgemetseld. Het Achterwater werd in 1850 gedempt. De plaats waar het water onder het Kraanhuis door stroomde is op de afbeelding nog te zien.




ZAKKENDRAGERSHUISJE.

Rechts naast het Kraanhuis staat het Zakkendragershuisje. Hier kwamen de leden van het broederschap van het zakkendragersgilde bijeen. De klok in het torentje werd geluid als een schip gelost moest worden. Aan het aantal slagen van de klok kon men horen om wat voor soort lading het ging. Voor graan, wat in zakken werd aangevoerd voor de pakhuizen van de branderijen, was dit bijvoorbeeld 3 slagen.

Daar er meestal meer zakkendragers zich melden dan men nodig had, werd door middel van dobbelstenen worpen uitgemaakt wie het werk kreeg.


Het Kraanhuis en het Zakkendragershuisje zij beide gebouwd op een natuurstenen overkluizing. Op de windvaan op de klokkentoren staan drie zakkendragers uitgebeeld.






donderdag 14 april 2011

DELFSHAVEN. (1)




DELFSHAVEN - ROTTERDAM. (1)







Delfshaven is de naam van een stadswijk uit Rotterdam en sinds 1994 ook een deelgemeente. Het is een historisch, pittoresk en sfeervol stadsgedeelte gelegen rond de Aelbrechtskolk en de Voorhaven. De naam zegt het al, het was de haven van de stad Delft. In 1389 kreeg Delft toestemming van de graaf Aelbrecht van Holland om een kanaal naar de rivier de Maas aan te leggen.

Delft had deze scheepvaartverbinding hard nodig om onafhankelijk van Rotterdam te blijven. Het kanaal werd in 1389 gegraven en kreeg de naam de Delfshavense Schie. Het kanaal loopt van Overschie, het toenmalige Ouderschie, in de zuidelijke richting naar de Maas. Op de plaats waar de Delfshavense Schie de Schielandse Hoge Zeedijk doorsnijdt ontstond de haven van Delft: 'Delfshaven'.




De eerste gebouwen werden langs de Kolk ( nu de Aelbrechtskolk) gebouwd en aan de Haven (nu de Voorhaven). Gebouwen als het voormalige stadhuis, de kerk, het dubbele graanpakhuis, de Moutmolen ( Distilleerketel) en de Henkes distilleerderij bepalen het gezicht van Delfshaven. In 1451 werd een tweede haven gegraven, de Nieuwe Haven (nu de Achterhaven). Dit duidt op de economische groei van de haven die vooral belangrijk was voor de aanvoer van de gevangen haring. Ook vormde Delfshaven met zijn scheepswerven en magazijnen een belangrijke plek voor de Vereenigde Oost-Indische Compagnie.

Ook vertrokken vanuit Delfshaven de eerste kolonisten naar Noord-Amerika waar ze de eerste grondslag legden voor New England. De Pelgrimskerk uit 1761 aan de Aelbrechtskolk herinnert hier nog aan.


woensdag 13 april 2011

ROTTERDAM.



                    ROTTERDAM.








Rotterdam is de grootste havenstad van Nederland. Tot voor aanleg van het Europoort gebied kwamen de schepen tot midden in de stad om hun goederen te laden of te lossen. Het is tevens een van de grootste zeehavens van de wereld. Het is de 'Poort van Europa' wat de doorvoerhandel aangaat naar o.a. Duitsland en Zwitserland.


De stad is gelegen aan de Nieuwe Maas, een van de rivieren in de delta gevormd door de samenloop van de Rijn en de Maas. De naam dateert uit de dertiende eeuw en verwijst naar een dam aangelegd in de rivier de Rotte. De stad heeft geen oude historische binnenstad, daar deze door de Duitsers is weggebombardeerd in het begin van WO-2.

WAPEN VAN ROTTERDAM.


Het wapenschild van Rotterdam wordt gedragen door twee leeuwen. In het bovenste deel van het wapen zijn vier leeuwen afgebeeld, twee rode en twee zwarte op een goudkleurig veld. De onderzijde heeft drie verticale banen, groen-wit-groen. Het groedn is van het oorspronkelijke wapen van Wena wat doorsneden wordt door de witte band, voorstellende de rivier de Rotte.


Het wapen zou Rotterdam zijn toegekend door graaf Willem III van Holland en Henegouwen als dank voor de steun van de heren van het Hof van Wena in zijn strijd tegen Vlaanderen in 1304.
De twee twee rode zijn Hollandse leeuwen en de twee zwarte zijn Henegouwse leeuwen.
In 1948 werd het devies 'Sterker door strijd' door koningin Wilhelmina aan het wapen toegekend.

DE VLAG VAN ROTTERDAM.


De vlag bestaat uit drie gelijke horizontale banen groen-wit-groen, wat ook in het wapenschild voorkomt. De kleuren groen en wit zijn al vanaf de middeleeuwen de kleuren van Rotterdam.

Rotterdam nam deze vlag officieel aan op 10 februari 1949. Het groen verwijst, net als in het wapen, naar het Hof van Wena en het wit naar de rivier Rotte.

DE EEUWIGE BOUWPUT.

Als kind kwam ik in de schoolvakanties veel in Rotterdam bij mijn grootouders die in Rotterdam-West in de Korfmakersstraat woonden. Veel heb ik er met mijn grootvader rond gewandeld en steeds was men ergens aan het slopen, bouwen, graven en aanleggen. Een stad die dacht over de aanleg van de Metro en gelijk al de eerste schop in de grond had staan. De stad leerde ik later ook kennen tijdens mijn studie en het voor die tijd zeer hoge kantoor aan het Hofplein van mijn latere werkgever. Toen ik nu bijna 13 jaar geleden met vervroegd pensioen ging was het ook mijn laatste bezoek aan deze stad.


Aanleiding om toch weer eens terug te gaan naar Rotterdam was een artikel, dat ik tegen kwam, over Delfshaven, een deel van Rotterdam-West, dat nu een historisch rijksmonument van Rotterdam is geworden. Een gebied rond de Aelbrechtskolk wat toen aardig aan het verpauperen was.




Daarbij komt dat mijn ouders op 14 juni 1944 in het kerkje aan de Aelbrechtskolk zijn getrouwd en ik er zelf op 15 juli 1945 ben gedoopt.




Met de trein, vanuit Amsterdam, naar Rotterdam gegaan en kwam je vroeger aan de uitgang Centrum, van het toen al zeer moderne station, naar buiten dan domineerde aan je linkerzijde het Groot-Handelsgebouw het stationsplein. Nu kijk je met verbazing op tegen glazen gevels van enorm hoge gebouwen. Mijn eerste gevoel was; ik ben verkeerd uitgestapt. Waar ben ik?

Een feit was zeker, ik stond weer in een bouwput en wel die van een nog groter en moderner station in aanbouw.




Dan kom je weer tot de ontdekking dat diverse tramlijnen zijn vervallen of omgelegd door de uitbreiding van de Metro, nu vijf lijnen, die nu helemaal doorgaat tot Den Haag Centraal.

Dus niet met de tram maar met de Metro naar station Delfshaven waar ik weer in een bouwput terecht kwam voor het verleggen van de tramrails.

Uiteindelijk bereikte ik, weg van al de drukte, het historische Delfshaven een oud sfeervol stadsgedeelte rond de Aelbrechtskolk.












woensdag 6 april 2011

NATIONAAL INDIƋ- en VREDESMISSIES MONUMENT. ROERMOND.



NATIONAAL INDIƋ- EN VREDESMISSIES 

               MONUMENT. ROERMOND.




In het park bij kasteel Hattum ligt het Nationaal Indiƫ Monument 1945-1962 en het Monument voor de Vredesmissies voor hen die stierven in dienst voor de Vrede.




Het Nationaal Indiƫ Monument bestaat uit verschillende onder delen. Centraal staat een obelisk met in de top een kroonduif ( het symbool van Nieuw-Guinea). Bij de obelisk is een fontein wat overloopt een soort waterval en waarop twee karbouwenkoppen zijn geplaatst die Nederlands-Indiƫ symboliseren.

Achter de obelisk staan achttien driehoekige zuilen van aluminium, verscheidene gedenktafels met plaquettes en een groot bronzen borstbeeld van generaal S.H.Spoor, de toenmalige bevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten.

Op het monument zijn meer dan honderd plaquettes geplaatst van alle krijgsmachtonderdelen van de toenmalige krijgsmacht.






De tekst op de koperen plaquette luidt: 'PALMAN QUI MERUIT FERAT'.

Vertaling van dez Latijnse tekst luidt: 'ERE WIE ERE TOEKOMT'.

De zuilengalerij bevat de namen van ruim 6.200 Nederlandse militairen die in het voormalige Nederlands-Indiƫ of in Nieuw-Guinea zijn gesneuveld.


MONUMENT VOOR DE VREDESMISSIES.



Dit monument bestaat uit drie gedeelten: een driehoekig steiger met balustrade met daarop de plaquettes met de namen van de gesneuvelden, een wereldbol met twee figuren en een eeuwig brandende vlam en in een cirkel een aantal figuren in verschillende houdingen met een schild.









OUDE BORG en NIEUWE BORG. MERUM.(L)



           KASTEEL RUƏNE 

     DE OUDE BORG. MERUM






In het dorp Merum, ten zuidwesten van Roermond, ligt op een natuurlijke verhoging de geheel overwoekerde ruïne van het voormalig kasteel de Oude Borg. De eerste vermeldingen over dit kasteel dateren uit 1240. Daar het overblijfsel van het kasteel op privé grond ligt is er niet na te gaan wat er meer is overgebleven dan het gedeelte van de woontoren . Waarschijnlijk is de bouwer en eerste bewoner de heer Rutger van Mereheim. In de 19e eeuw kwam het landgoed in bezit van de familie Magnée de Horn. Later weer aan de heer van Chruchten. Tegen het einde van WO-2 trachten de Duitsers de toren nog op te blazen. De opname is gemaakt vanaf de rivierdijk van de Maas.






Op de zelfde verhoging waar de ruĆÆne van de Oude Borg staat, werd in de 18e eeuw een nieuw woonhuis gebouwd de Nieuwe Borg. Tijdens de WO-2 werden de prachtige tuin en de woning zwaar beschadigd. In de 21e eeuw is alles weer in fraaie glorie hersteld. Het terrein ligt aan de Oude Borg 14 in Merum en is thans bewoond door de familie Maassen-Paulssen.




Even verder staat een prachtig statig herenhuis en verder zijn er in het dorp diverse mooi gerestaureerde boerderijen te vinden.





dinsdag 5 april 2011

DE THOOREN. MAASNIEL.



DE THOOREN - MAASNIEL. 

            ROERMOND.




GESCHIEDENIS. 


Over de geschiedenis van het huis de Thooren is helaas weinig van bekend door de branden die het huis geteisterd hebben. De oudst bekende eigenaar is Dederic Wilde van Mersen, schout van Roermond (1404-1414) die in 1417 als eigenaar wordt vermeld. Zijn kleinzoon had geen erfgenaam en de dochter huwde in 1454 met een Johan van Hertevelt waardoor de Thooren in het bezit komt van de familie Hertevelt.

EEN UNIEK GEBOUW.

De Thooren te Maasniel is uniek, daar het een woontoren is, welke in Nederland niet veel voorkomen. Veel kastelen ontstonden in de middeleeuwen uit een eenvoudige woontoren waarna het complex werd uitgebouwd. Men bouwde er gebouwen tegenaan, maar soms werd de toren ook geheel ingebouwd, zodat de woontoren nog nauwelijks te herkennen is.

Van het gebouw zoals we het nu kennen is het westelijke deel de woontoren. Aan de andere zijde is er in de 16e eeuw een gebouw tegenaan geplaatst met op de hoek een vierkant torentje. De oorspronkelijke woontoren meet ongeveer 7 bij 6 meter en bestaat uit drie verdiepingen. De onderste verdieping werd meestal gebruikt om de voorraden op te slaan. De toegang was meestal een houtentrap die men kon verwijderen, zodat de bewoners zich veilig konden voelen. Op de eerste verdieping was de keuken. Op de tweede verdieping bevonden zich de vertrekken van de hoofdbewoner en zijn gezin.





Op de weergang bevond zich meestal een latrine. Dit is nog goed te zien aan de uitbouw aan de westgevel, waar men hoog en droog op zijn gemak kon zitten en men zijn overtollige uitgescheiden stoffen in de gracht kon laten vallen. Het complex was vroeger omringt door een gracht, maar deze is in de negentiende eeuw gedempt. Lang is de Thooren in gebruik geweest als boerderij. Links van de ingang staat nog een nu bewoonde geheel opgeknapte schuur.



Na een klein bruggetje te zijn overgestoken, over een smal slootje, kom je bij de ingang van het complex wat gedomineerd wordt door twee enorme kastanjebomen. Het complex is niet toegankelijk voor het publiek. Het ligt aan de Eiermarkt in Maasniel.




DE TEGELARIJ. MAASNIEL.



DE TEGELARIJ - MAASNIEL.

                ROERMOND.




DE NAAM. 


De naam wordt op verschillende manieren geschreven, waarschijnlijk afhankelijk van welk dialect er werd gesproken, Tegelarij, Ticheleye en Tegeleie. Ze zijn afgeleid van een oud ambacht wat er op dit gebied werd uitgevoerd, namelijk het bakken van tegels en bakstenen. Het bakken van deze producten gebeurde in primitieve veldovens. De met de hand gevormde stenen werden eerst gedroogd in de buitenlucht waarna ze werden opgestapeld en afgedekt met een gewelf van leem en stenen. Dit gewelf had een stookgat en een soort schoorsteen. Na deze oven enige dagen gestookt te hebben met hout en turf liet men het geheel afkoelen en verwijderde later het gewelf om de zo gebakken stenen. Het product was wisselvallig van kwaliteit. Al in de 14e eeuw stonden hier van deze veldovens en veel van deze stenen werden aan de gemeente Roermond geleverd, dat al voor 1400 het ontginningsrecht had van het gebied, voor de bouw van vestingwerken, openbare gebouwen, kloosters en woningen. Door de zeer intensieve ontginning van het terrein raakte het einde 16e eeuw uitgeput en bleef er een moerassig stuk grond achter. Roermond trachtte het eerst al landbouw gebied te verpachten maar verkocht het in 1650 en werd de toenmalige stadscommandant en gouverneur van Roermond, Kolonel FranƧois Bitot, de eigenaar.


HET GEBOUW. 



Na mislukte pogingen om van het gebied landbouwgrond te maken kreeg FranƧois Bidot van de Vrijheer van Dalenbroek, Florens Hattardt von Rollingen, met wie Bidot goede relaties had, toestemming hier een huis met voorhof en boerderij op te bouwen. Doordat het gebouw geheel omringt werd door een gracht om het overtollige moeraswater af te voeren kreeg het geheel het aanzien van een klein kasteel. Het is dus een landhuis met duidelijk herkenbare verdedegings kenmerken.






De Tegelarij bestaat uit een vierkante toren van vier verdiepingen, gedekt door een fraai piramide dak met wat golvende, afgeronde vormen. Tegen de toren is een rechthoekig woonhuis aangebouwd van drie verdiepingen. Haaks daarop werd in latere tijden weer een woning gebouwd van twee verdiepingen. Het geheel heeft een ruime binnenplaats omringt door de bijgebouwen. Het gehele complex is nog gedeeltelijk omgracht en de toegang gaat over een bogenbruggetje. Het is een fraai ogend complex wat een interessant aspect van de geschiedenis van het terrein in haar naam heeft behouden. Maasniel is tegenwoordig gemeente Roermond.

( Het complex ligt aan de, op het traject van de A73, doodlopende Elmpterweg nr.55 rechts aan een landweg.)