donderdag 1 december 2016

MULETA (SCHIP). WAT IS DAT?


MEER ZEIL DAN SCHIP.





MULETA.

De term muleta is van Spaanse oorsprong, wordt ook wel gespeld als muletta, als moleta en als mulet, maar was een Portugese vissersboot die meestal werd gebruikt voor de kustvisserij of visserij in riviermondingen en ook wel als loods- of koeriersvaartuig. Haar oorsprong ligt rond 1750.
De romp had bijna de vorm van een Canadese kano met een opvallend hoge en scherpe boeg die rondliep in een lijn die naar achteren wees. Ook de achtersteven was scherp en rond en droeg het aan de ronding aangepaste roer dat niet, zoals verwacht mag worden, aan een helmstok was bevestigd, maar door middel van een dun rondhout dat dwarsscheeps door de roerkop stak en via touwen over de boorden werd bediend.


(Een muleta onder zeil met al zijn hoofd- en bijzeilen bijgezet. Het zwaard aan bakboord is gehesen en het zwaard aan stuurboord gestreken.)

De zijzwaarden werden bij het zeilen gebruikt zoals we ook bij de Nederlandse rond- en platbodems zien, maar dienden ook om het vaartuig te stabiliseren wanneer het op het strand was getrokken bij een vissersdorp dat geen eigen haven bezat.
De muleta had een enkele mast die kort was en sterk vallend was geplaatst om een latijnzeil te kunnen dragen dat zo groot was dat het bijna de gehele lengte van het schip besloeg. het basiszeilplan maakte de muleta uitermate geschikt om hoog aan de windse koersen te zeilen.
Dit was echter de kern van het zeilplan, want de muleta had daarbij een lange boegspriet, een lang rondhout dat ver over de achtersteven heen stak, een zogenaamde papegaaistok, en een voorziening
waardoor er twee paalachtige rondhouten bijna verticaal op het voordek konden worden geplaatst.



(Zelfs een tweedimensionale voorstelling van het zeilplan van de muleta, latijnzeil, twee driehoekige achterzeilen, kluiver, waterzeil en twee driehoekige topzeilen, toont hoe gecompliceerd het tuig van dit vissersvaartuig was. Lengte 15,2 meter, breedte 3,5 meter, diepgang 1,4 meter en een bemanning van 5 koppen.)






De muleta voer doorgaans naar en van de visgronden onder zijn latijnzeil en een voorzeil, maar daar aangekomen kon er zowel voor als achter een verbazingwekkende hoeveelheid bijzeilen van diverse grote en formaat worden bijgezet. Al naar gelang de behoefte aan de noodzaak ter bevordering van de manoeuvreerbaarheid terwijl het vaartuig met zijn uitgezette netten voortdreef, kon el;k van deze bijzeilen of een combinatie daarvan worden gezet of gestreken. 
Waar het de voorzeilen betrof ging het om twee waterzeilen onder de boegspriet ter aanvulling van de kluiver, plus twee of meer driehoekige zeilen die met hun schootstokken boven en beneden aan een van de genoemde, bijna verticale rondhouten werden gehesen.



Wat hier gecreĆ«erd werd, is in feite een primitief soort spinnaker, maar in gebruik dienden de zeilen om de boeg van het verlijerende vaartuig in de gewenste richting te houden. 
Aan de achterzijde was een lange papegaaistok van belang voor het uithouden van nog twee driehoekige zeilen die werden gehesen via vallen die naar de top van de lange ra van het latijnzeil liepen. Hoewel het hier ongetwijfeld gaat om een vreemdsoortige en gecompliceerde tuigage, was dit niet gebaseerd op een academische theorie, maar alleen op de ervaring van vele generaties vissers die in de monding van de snelstromende rivier de Taag hebben gewerkt.
het tuig was ook bewonderenswaardig goed geschikt voor het werk dat de muleta in die moeilijke omstandigheden te doen had. Het is het vermelden waard dat Spaanse vissersboten aan de Catalaanse kust, dus aan de andere kant van het Iberisch schiereiland, een over het algemeen gelijksoortige combinatie van masten, rondhouten en zeilen toepasten, maar anders dan de Portugese muleta voerden ze geen boegspriet en geen kluiver.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen