donderdag 22 december 2016

INDISCHE OCEAAN. WAT EN WAAR?


DE KLEINSTE OCEAAN

OMRINGT DOOR 

VEEL LANDEN. 



INDISCHE OCEAAN.

Het is de kleinste van de drie oceanen waarin de wereldzee wordt verdeeld, gelegen tussen de continenten van Afrika, Azië, Australië en Antarctica. De Rode Zee en de Perzische Golf worden als randzeeën beschouwd.
Tussen Azië en Australië wordt de grens gevormd door de west- en zuidkusten van de eilanden van de Indonesische Archipel en door de meridiaan van Timor naar de kust van Australië.
Als scheiding met de Atlantische Oceaan geldt de meridiaan van 20 graden oosterlengte tot Antarctica; met de Grote Oceaan die van 147 graden oosterlengte.


De totale oppervlakte met de randzeeën is 74,92 km²; de gemiddelde diepte 3900 meter. De grootste diepte van 7455 meter is gevonden in de Java Trog bezuiden het eiland Java (Indonesië).
Slechts weinig rivieren van betekenis lozen hun water in deze oceaan; de Ganges, Indus, Brahmapoetra en Irrawaddy zijn de belangrijkste. Toch bevatten uitgestrekte gedeelten van de Indische Oceaan aan de oppervlakte slechts weinig  zout gedurende tijden van zware regenval, vooral in het oostelijke gedeelte van de tropische zone en in de equatoriale stiltegebieden.

KLIMAAT.

Het klimaat wordt, vooral benoorden de evenaar, beheerst door het Aziatische vasteland. Voor Indië splitst het zeegebied benoorden de 8 graden noorderbreedte in twee delen: de Arabische Zee en de Golf van Bengalen. Door deze ligging is het permanente hogedrukgebied op 30 graden noorderbreedte  dat we op andere oceanen aantreffen, niet aanwezig. Integendeel ontwikkeld zich gedurende de noordelijke zomer boven het vasteland van Azië een lagedrukgebied, waardoor de equatoriale gordel van lage druk zich tot 30 graden noorderbreedte kan verplaatsen.
Gedurende de noordelijke winter ontstaat boven Azië een hogedrukgebied en de equatoriale lagedrukgordel kan zich dan tot 15 graden zuiderbreedte uitstrekken. Deze configuratie veroorzaakt de moesson-winden: van juni tot september de krachtige, regenrijke zuidwest-moesson. De wind bereikt in deze tijd vaal stormkracht.


In het gebied van de kust van Somalië tot ongeveer 60 graden oosterlengte is door aanwezigheid van woestijnzand, naast de waterdamp in de lucht, het zicht vaak slecht. Van december tot maart waait in de Arabische Zee en de Golf van Bengalen de minder krachtige en droge noordoost-moesson.
Deze buigt ten zuiden van de evenaar naar links en waait tot ongeveer 10 graden zuiderbreedte als noordwest-moesson (november tot maart), de enige periode waarin op de westkust van Madagaskar regen valt. De periode tussen de zuidwest-moesson (juni tot september) en de noordoost-moesson (december tot maart) noemt men de kentering.



In India zet de zuidwest-moesson plotseling in met grote windkracht en zware regenval.
De noordoost-moesson waait in het westelijk deel gemiddeld met windkracht 4, nabij de Arabische kust soms 6, in het overige 2 tot 3 op schaal van Beaufort.
Op het zuidelijk deel van de Indische Oceaan is het klimaat ongeveer gelijkvormig aan dat op de andere oceanen. met uitzondering van het zeegebied bij Australië, waar moesson-verschijnselen optreden, die ook in de Indische Archipel hun invloed doen gelden.
Daar waait gedurende de Australische winter een droge zuidoost-moesson en tijden de Australische zomer de natte noordwest-moesson. 
Op ongeveer 30 graden zuiderbreedte bevindt zich een permanent gebied van hoge luchtdruk en op ongeveer 65 graden zuiderbreedte een gordel van gemiddeld lage druk, met opeenvolgende depressies die van west naar oost trekken. Tussen 35- en 50 graden Zuid ligt een westenwind-gordel; dit is het enigste gedeelte van de Indische Oceaan met een gematigd klimaat.
Het stormpercentage is hier in de zomer 4 tot 10% en in de winter 15 tot 20%. Bezuiden de 50 graden zuiderbreedte komt praktisch geen scheepvaart voor door het zeer slechte klimaat met zware stormen, hoge zeegang en lage temperaturen.


ORKANEN EN TROPISCHE STORMEN.

Deze komen voor in het tropische gedeelte van de Indische Oceaan, Benoorden 30 graden zuiderbreedte kunnen zij overal voorkomen, uitgezonderd een strook van ongeveer 5 graden ter weerszijden ven de evenaar. 
Voorts treden zij op in de volgende gebieden:
Arabische Zee, van april t/m juni met het hoogtepunt in Juni; Arabische Zee, van september t/m januari met als hoogtepunt november; Golf van Bengalen, maart t/m januari met hoogtepunt juli - november; Zuid Indische Oceaan, van november t/m april, met als hoogtepunt januari - maart; en ten westen van Australië van november t/m april met als hoogtepunt januari - maart.


ZEESTROMEN.

Het stromen stelsel benoorden de evenaar wordt geheel beheerst door de moessons. gedurende de noordoost-moesson veroorzaakt deze wind de noordoost-moessondrift. Dit is een westelijke stroom, die soms een grote snelheid heeft bezuiden Ceylon; een klein deel er van trekt de Golf van Aden in, maar het grootste deel buigt bij Afrika om de zuid en gaat over in de Equatoriale Tegenstroom.


De Zuidwest-moessondrift loopt benoorden de evenaar om de oost en met grote bochten ook door de Arabische Zee en de Golf van Bengalen. Tussen de Zuidequatoriale Stroom (westelijke stroom) en de zuidwestelijke-moessondrift (oostelijke stroom) is geen tegenstroom.
De zeestromen in het zuidelijke gedeelte van de Indische Oceaan lopen volgens het normale patroon zoals in de andere oceanen.
De Zuidequatoriale Stroom splitst zich benoorden Madagaskar; een deel gaat er ten noorden langs en voedt in de noordelijke winter de Equatoriale Tegenstroom, of stroomt gedurende de noordelijke zomer langs de Afrikaanse kust om de noordoost en gaat over in de zuidwestelijke-moessondrift. Het andere deel van de Zuidequatoriale Stroom gaat zuidelijk langs de beide zijden van Madagaskar en vormt bezuiden dit eiland de Agulhas Stroom. Een deel trekt langs Kaap de Goede Hoop de Atlantische Oceaan in, een ander deel gaat om de oost en mengt zich met de westenwind-drift. Een deel hiervan gaat bij Australië om de noord als Westaustralische Stroom.


MARITIEME GESCHIEDENIS.

Door Babylonische kooplieden werd reeds 2500 jaar v.Chr. koopvaart uitgeoefend door de Perzische Golf met het eiland dat we nu Bahrein noemen en er bestaat zekerheid, door archeologische vondsten, dat al in die zelfde tijd gezeild werd naar de westkust van India, maar met wat voor een soort vaartuig in onbekend.
Wellicht reeds vroeger voeren de Egyptenaren ook in zuidelijke richting door de Rode Zee en de Golf van Aden naar het land Punt, het huidige Somalië. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de Egyptenaren nooit veel verder gekomen.

Griekse zeelieden waren de wateren bij Arabië gaan bevaren sedert Alexander de Grote, 4e eeuw v.Chr., en bleven dat doen gedurende de gehele duur van het Romeinse rijk.
Omstreeks 100 v.Chr. had Hippalus de moesson winden waargenomen als periodieke winden, gunstig voor de vaart over de noordelijke Indische Oceaan van west naar oost en terug. Gedurende de eerste eeuwen van onze jaartelling nam het handelsverkeer over zee sterk toe van de Oost-Afrikaanse landen naar India en zelfs Malakka en omgekeerd.
Van de Eufraat en de Tigris en van de Golf van Suez moesten de koopwaren over een betrekkelijk korte landroute vervoerd worden naar de Middellandse Zee. Bij het verval van het Romeinse rijk kwam het rechtstreekse vervoer over zee tussen de Aziatische landen en Europa praktisch tot stilstand. De Aziaten begonnen nu op zee meer en meer activiteit te ontplooien.

De vlerkprauw werd niet of bijna niet voor goederen vervoer gebruikt, maar wel bij visvangst en voor migratie, onder andere bij de Hindoe kolonisatie op Java, rond 100 v.Chr.
Chinese jonken bereikten bij het begin van onze jaartelling Malakka en de Indonesische eilanden en voeren vervolgens naar Ceylon en India, aanvankelijk langs de kusten, maar daarna ook rechtstreeks over zee.
Tezelfdertijd voeren de Arabieren naar India en naar het zuiden tot Straat Mozambique.
Vlerkprauwen hebben naar alle waarschijnlijkheid wel eens reizen over de Indische Oceaan gemaakt naar India tot de oostkust van Afrika.

In 1498 verschenen met de schepen van Vasco da Gama de eerste Europese zeevaarders in de Indische Oceaan, varende langs de zuid- en oostkust van Afrika en vervolgens naar India, later naar Malakka, Indonesië en verder; in het begin naar aanwijzing van Arabische loodsen. Van die tijd af werd de Indische Oceaan hoe langer hoe drukker bevaren door de Europeanen; na de Portugezen kwamen de Nederlanders en de Engelsen en daarna vrijwel alle andere Europese zeevarende naties.
Aanvankelijk voer men langs Kaap de Goede Hoop naar de Indiën, later ook naar Australië.
Na de opening van van het Suezkanaal in 1870 volgde het merendeel van de schepen de route via de Rode Zee en dientengevolge werd dit verkeer grotendeels naar het noorden verlegd.
In 1967 moest men gedwongen door de strijd tussen Israël met de Arabische naties, weer rond de Kaap de Goede Hoop varen vanwege de afsluiting van het Suezkanaal. Na het beëindigen van de strijd werd het kanaal wederom in gebruik genomen en verbreedt.
Landen als India, Indonesië en Singapore gingen in de toekomst een steeds groter aandeel krijgen in de koopvaardij welke de Indische Oceaan bevaart.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen