maandag 25 juli 2011

VERSAILLES. [ MARDI (1).]

TROI MERVEILLEUX PARIS. DINSDAG DEEL 1.

Overal spierpijn van de rond zwerven van de vorige dag, maar een warme douche gaf nieuwe energie. Na het bekende Franse ontbijt eerst bij de receptie verzocht om twee goede zitplaatsen te reseveren voor de komende avond voor de show bij Follies Bergére.

In het metroi station van Boulevard St.Michel konden we op een rechtstreekse lijn stapppen naar Versailles. De buitenwijken, alwaar de metro bovengronds reed, gaven een troosteloze indruk en dan over rommelig maar niet te spreken.
Het was vanaf het metro station in Versailles niet ver lopen naar het paleis, maar het was een koude wandeling, daar het intussen goed was gaan door vriezen en een koude wind met bevroren neerslag onze gezichten striemde.



Via Place d' Armes stonden we voor het bijzonder fraaie Paleis van Versaille; een toeristencentrum met een wereld reputatie en een totaal andere geaardheid dan de stad Parijs. Hier was niet het jachtige verkeer van de metropolis. De drommen mensen die hier in de vakanties dagelijks het paleis en de tuinen komen bezichtigen waren er nu ook niet en wat er wel rondliepen waren verkleumde Japanners. Zo keken was vanaf het Cour Royal, waarop het ruiterstandbeeld van Lodewijk de 14e staat. naar het beroemde paleis.





( De achterzijde van het paleis bij avond en weerspiegeld in een van de vele vijvers)


In het begin was Versailles een klein jachtslot. Het werd in 1624 door Lodewijk de 13e gebouwd en reeds in 1631 liet hij het weer door een ander gebouw vervangen. Lodewijk de 14e voelde zich tot dit slot aangetrokken en liet het tussen 1661 en 1681 steed verder uitbreiden. Op 6 mei 1682 besloot hij er het Hof en de zetel van de regering te vestigen en verliet hij het Louvre in Parijs.
Versailles behield deze bestemming tot 6 oktober 1789, de dag waarop de koninklijke familie naar Parijs moest terug keren door het uitbreken van de Revolutie. In de jaren 1793-1794 is het paleis geheel leeg gehaald en tot op heden is men nog steeds bezig met het restaureren ervan en het inrichten van de vertrekken.
Napoleon was de eerste die met de restauratie begon, maar pas na de Eerste Wereldoorlog is het groots aan gepakt. Uit alle landen van de wereld keren nu uit musea de roerende goederen, die tot het paleis hebben behoort, terug.


Versailles was gedurende meer dan een eeuw de hoofdstad van Frankrijk en behalve paleis dus ook regeringscentrum met ministers, ambtenaren en hun woningen.
Alleen het middelste gedeelte van het paleis diende tot woonruimte van de koning. De zuidelijke- en de noordelijkevleugel ( aan de laatste werd later een kapel en de opera toegevoegd ) waren bestemd voor de prinsen en de hofhouding. Aan weerszijden werden nog vleugels aangebouwd voor ministers en de persoonlijke bedienden van de koning.
Aan de overzijde van de Place d' Armes, tegenover het paleis, bevonden zich de koninklijke stallen en de koetshuizen.


Men kan dus wel stellen, dat zich in Versailles ten tijde van de regeringen van Lodewijk de 14e, 15e en 16e, de hele Franse geschiedenis heeft afgespeeld.
De koningen die er gewoond hebben, waren liefhebbers van muziek, literatuur, theater en kunst en maakten zo hun hoofdstad tot het Europese centrum van de 17e rn 18e eeuwse cultuur.
De basis collecties van het museum het Louvre hebben deel uitgemaakt van de koninklijke verzamelingen.


( La Galeries des Glaces. "De Spiegelzaal". Lengte 73 meter, breedte 10,5 meter en hoogte 12,3 meter.)


Via staatsie vertrekken, waarvan de meesten namen droegen van Griekse- of Romeinsegoden, welke voorzien waren van druykke wand- en plafondschilderingen, druk bewrkte deuren met bladgoud en diverse soorten marmer, kwamen we uiteindelijk uit in de Spiegelzaal.
Deze zaal is in schoonheid der kunst nog nimmer overtroffen. Hier werd o.a. op 28 juni 1919 het Verdrag van versailles getekend, dat het einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, maar werd ook in 1871 Wilhelm de 1e tot keizer van Duitsland uitgeroepen.

Via de spiegelzaal liepen we de vertrekken van de koningin binnen. Deze waren nog drukker aangekleed met diverse schilderingen en tierenlantijnen, maar waren daarom niet minder indrukwekkend. Zo geschiede het dan, dat we voor het bed stonden van hare majesteit, waarin negentien koningskinderen waren geboren, iets wat we ons met moeite konden voorstellen zo klein het was en met alles wat er omheen hing, maar het was toch geschied.

De kroningszaal waar we even later binnen stapten trok toch meer onze aandacht, vooal door het enorme schilderij aan de wand, wat de kroning van Napoleon uitbeelde in 1804. Het bleek een replica te zijn van het orginele doek wat we reeds in het Louvre hadden zien hangen.

Om wat te bekomen van al het drukke schilderwerken etc. maakten we eerst een stevige wandeling door de bijna winterachtige paleistuinen, waar het uit de wind goed vertoeven was.


( De beeldengroep in de Apollovijver.)

In de tuinen was men reeds druk bezig alles gereed te maken voor de komende winter en zodoende stonden de meeste stenen beelden geheel ingepakt en waren de fonteinen reeds buiten wewrking gesteld, wat we erg jammer vonden. Op de meeste vijvers lag alreeds een dun laagje ijs.
Het enorme park is een waar meesterwerk en vertoont een typische Franse tuinaanleg met talloze beelden, vijvers en fonteinen en is zeker niet minder grandioos dan het paleis. Vooral als alles in bloei staat moet het een ware lust voor het oog zijn. Via een zijuitgang van het paleis waren we in de tuin terecht gekomen bij de twee grote vijvers achter het paleis, waar omheen diverse bronzen beelden staan. Na de trappen te zijn afgedaald kwamen we in het Perk van Latona, wat ook met een prachtig fontein was uitgerust. Het geeft de godin Latona met haar kinderen Diana en Apollo weer, terwijl Jupiter smeekt om haar te wreken op de Lycische boeren die haar hadden bespot. De boeren werden veranderd in amfibieën en sikeren de onderste lagen van het fontein.

Zo liepen we verder naar de Apollo vijver die vlak voor het Groot Kanaal ligt. De vijver dateert uit 1671 en kwam inplaats van een basin uiit de tijd van Lodewijk de 13e en heeft de vorm van een vierlobbigblad en meet 117 bij 87 meter. De vroeger vergulde loden beeldengroep in het midden van de vijver stelt Apollo voor in zijn strijdwagen. De gehele voorstelling moet de opgaande zon zijn; vier vurige paarden trekken op hun vlucht door het luchtruim de uit de zee opstijgende zonnewagen mee. Wandelend langs het Grote Kanaal liuepen wwe in de richting van Le Grand Trianon, maar dat bleek reeds gesloten te zijn.

Het Groot Kanaal, wat 1560 bij 120 meter is en in 1667 tot 1680 werd gegraven werd door de koningen gebruikt om te spelevaren met vaak natuur getrouw nagemaakte modellen van hun vloot. Het vormt een kruis met het er dwarsopliggende Kleine Kanaal..


Vroeger was dit alles een moerasbodem en moest het eersdt gedraineerd worden alv orens men met de aanleg en beplanting kon gaan beginnen. Daarna moest een schepradinstallatie worden gebouwd, teneinde het water uit de Seine te kunnen gebruiken voor de kanalen en de vijvers. Verder wanddelend door het park kwamen we bij de Drakenvijver uit. De op zwanen gezeten kinderen gaan met pijl en boog de woedende draak te lijf. Als het fontein in werking is, spuit het watere 27 meter hoog uit de muil van de draak. Het geheel werd in 1889 in oude staat hersteld.


Intussen werd het ook tijd om aan de eigen inwendige mens te denken en aten we een smakelijke maaltijd in het restaurant, waarna we verder op verkenning uit gingen.


Als eerste bezochten we de vertrekken van de koning en betraden zo eerst de zaal van de lijfwachten, wat vrij somber was ingericht, om daarna in de antichambres te komen.
In de eerste dineerde de kon ing in het openbaar en in de tweede wachten de prinsen en de edelen tot de koning opstond en ze zijn slaapkamer mochten betreden. Via deze antichambre had de koning ook toegang tot de vertrekken van de koningin.
Via de tweede antichambre betraden we de slaapkamer van de koning, die geheel gerestaureerd was in zijn oorspronkelijke pracht en praal. Boven het bed, dat is omhangen met gordijn en van brokaat, is een alkoof geplaatst; "Frankrijk wakend over de slaap des konings", wat nog uit de tijd van de Zonnekoning dateert. Hier speelden zich de nodige ceremonies af rond het opstaan en naar bed gaan van de koning. Het was opvallend dat in de vertrekken van de koning de drukke plafondschilderingen ontbraken, maar het was allemaal zeer kunstig en indrukwekkend.

Zo kwamen we in de prive vertrekken van de koningen en het was Lodewijk de 14e die deze liet inrichten, maar later zeker Lodewijk de 15e die ze liet uitbreiden, daar hij wenste zich terug te trekken in minder deftige en meer intiemere kamers. Hier kwamen we de verzamelingen van de koningen tegen die zeer uitgebreid en kostbaar waren. Veel indruk maakte de bibliotheek van de koning, alwaar de deuren waren weggewerkt achter panelen die er perfect uitzagen als boekenkasten. Ook het cilinderbureau in de werkkamer van de koning was een stukje vakkunstwerk voorzien van de meest geheime en slinkse kastjes en laadjes.

Zo hield de koning voor zich er ook een eigen biljartzaal opna, de zogeheten speelzaal, waar ook gekaart en andere gezelschapsspelen werden gedaan. Dat hij ook een liefhebber was van muziek blijkt uit de zeer fraaie opera in de noordelijkevleugel van het paleis. Het doek van het podium van de opera was versierd met het koningklijkewapen en met Franse lelies.
Prachtige kristallen kroonluchters zorgden voor een sfeervolle verlichting.

Na de laatste rondleiding vonden we het genoeg en keerden we met de metro terug naar Parijs. De lucht bleef grauw en er bleef steeds een lichte bevroren neerslag uitvallen, wat het buiten vertoieven onaangenaam maakte. Terug in het hotel onze reserveringen voor de show die avond in de Follies Bergére in ontvangst genomen. Snel wat inkopen gedaan zoals stokbrood, paté, kaas en wijn, omdat in alle rust op de kamer te nuttigen, daar we niet veel tijd hadden om uitgebreid te gaan eten. Om acht uur moesten we bij de Follies Bergére zijn.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen