maandag 18 juli 2011

NOTRE DAME DE PARIS. [DIMANCHE (2).]

TROI JOURS MERVEILLEUX PARIS. MAANDAG DEEL 2.

De Boulevard St.Michel te zijn uitgelopen en de brug over de Seine, Pont au Double, te zijn overgestoken naar Ile de la Cité stonden we voor de Notre Dame de Paris.



De eerste bouw van de Notre Dame de Paris dateert uit de periode tussen de jaren 1165 en 1270. De kathedraal is diverse keren verwoest geweest door oorlogs geweld, maar nooit dusdanig dat er niets van over bleef.
Tevens was de kathedraal verschillende keren het decor voor indrukwekkende gebeurtenissen, zoals de keizer kroning van Napoleon door Paus Pius de zevende, in 1804. Maar inplaats dat de Paus, Napoleon kroonde, deed deze het zelf tot grote ontsteltenis van alle aanwezigen en zich zelf zo buiten de kerkelijke macht van Rome plaatste.
Overigens kreeg de Notre Dame in het begin van de bekende Franse Revolutie een geheel andere bestemming; de fanaticus Robespierre maakte er de "Tempel van de Rede" van, later werd het zelfs een opslagplaats van goederen.
Zodoende was na de revolutie een restauratie van het gebouw hoognodig. In 1163 begonnen de werkzaamheden aan het gebouw en ondanks het feit, dat dit meer dan een eeuw in beslag nam, is de eenheid van stijl opmerkelijk.





De westelijke gevel (bouwperiode 1190-1250) de hoofdingang bepaald het belangrijkste aanzien van deze kerk. De volmaakte harmonie der delen van het front van de Notre Dame is een van de wonderen van de gotiek, de horizontale - en verticale lijnen staan in strikt evenwicht met elkaar.


De gevel kent een deling in vieren: de drie portalen afgesloten door de rij koningsbeelden, daarboven het machtige roosvenster met op de derde verdieping een driedelige bogengalerij. Het geheel wordt afgesloten door twee stompe torens; de kop van de torens is nooit tot stand gekomen, wat een gelukkige omstandigheid is gedweest; het aanbrengen van de twee spitsen zou het vroeg gotische karakter van de kerk bepaald afbreuk hebben gedaan.


De middelste ingang, de hoofdingang, heet traditioneel het portaal van het Laatste Oordeel.
Het beeldhouwwerk getuigt van een bijzonder realisme. Het geeft de voorstelling van het Laatste Oordeel: Christus als Opperste Rechter met aan zijn voeten de uitverkorenen en de verdoemden. De eersten worden door de engelen naar de hemel gevoerd, waar vader Abraham hen ontvangt (afgebeeld in het linker gedeelte van de spitsboog). Het rechter gedeelte van de boog stelt de hel voor; diverse over elkaar heen tuimelende duivels en gedrochten komen de verdoemden tegemoed.
Tegen de middelste deurpost staat het beeld v an de onderwijzende Christus. Links en rechts van de deuren worden de twaalf apostelen afgebeeld. De zich daaronder bevindende afbeeldingen stellen de verschillende gedaanten voor van de deugd en ondeugd.
Links van de hoofdingang ligt het portaal wat is gewijd aan de maagd Maria en rechts van de hoofdingang het portaal gewijd aan de heilige Anna, de moeder van Maria.

Boven de ingangen verheft zich de koninggalereij; het stellen echetr niet de Franse koningen voor, maar het zijn de 28 afbeeldingen van de koningen van Juda en Israël. Ten tijde van de Franse Revolutie maakte men geen verschil en werden ze allemaal vernield. De restauratie is dan ook bijzonder knap te noemen.
Voor het grote roosvenster staat een afbeelding van Maria met het kind Jezus, in het linker gedeelte van de verdieping staat een beeld van Adam en in het rechter gedeelte Eva.

De galerij op de derde verdieping vormt de verbinding tussen de twee torens; beroemd zijn de op de hoeken staande kleine duiveltjes en draken, die vanaf hun hoge plaatsen met spottende gezichten uitzien over de stad Parijs.
De torens zijn 69 meter hoog en de ramen 16 meter. In de zuidelijke toren hangt de beroemde "Bourbon de Notre Dame" een 15 ton zwaar wegende klok.



Het noordelijke gedeelte van de kerk heeft een bijzonder fraaie ingang, het portaal du Cloître, dat in de middeleeuwen naar het klooster leidde naast de kathedraal.
De gevel wordt beheerst door het prachtige roosvenster met een doorsnede van 13 meter. ( 3 meter meer dan de roset van de westgevel). De arcaden onder het roosvenster vormen een samenspel met de roset een lichtopening van 18 meter.




Het middelste gedeelte van het dwarsschip mondt uit in het Portail St.Etienne. Deze ingang was gereserveerd voor de aartsbisschop.


Opmerkelijk zijn de onderste reliêfs ter zijde van de ingang. De siergevel geflankeerd door twee kleinere, alsmede de grote roset zijn bijzonder fraai van uitvoering.



Vanaf het pleintje achter de kerk, genaamd Jean de 23ste, hadden we een prachtig gezicht op de apsis van de kathedraal. Het is een zeer specifieke constructie: het meest opvallend waren de enorme luchtbogen, die als in eenkrans om dit gedeelte van de kerk heenstaan, met een spanwijdte van 15 meter. Vanaf deze plaats was ook de kleine spits te zien: deze neogotische dakruiter paste heel mooi bij de oorspronkelijke stijlvorm. Midden in het parkje staat een fontein met een afbeelding van de Notre Dame.




Er waren een paar kunstschilders bezig met een poging al dezed pracht op het doek vast te leggen, maar we vonden het geen van beide het maar enigzins op lijken of mooi.


Terug naar de hoofdingang om de kerk van binnen te bekijken.




[ Vervolg zie De Notre Dame de Paris. Dimanche ( 3). ]













Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen