dinsdag 17 mei 2022

CANDI MENDUT EN -PAWON. MIDDEN-JAVA. INDONESIË. (DEEL 1)

 


TWEE BOEDDHISTISCHE TEMPELS

       VLAK BIJ DE BOROBUDUR.

                        (DEEL 1)





CANDI MENDUT EN - PAWON.

Precies op de oost-west-lijn op slechts 3 kilometer afstand van de Borobudur staan eveneens twee bijzonder belangrijke Boeddhistische  heiligdommen de kleine Candi Pawon en de Candi Mendut.
Op een afstand van 1750 meter, staat de kleine Candi Pawon.
Het zijn Boeddhistische candi's, die ongeveer tegelijkertijd tijdens de Sailendra-dynastie werden gebouwd.
Van Erp die zich ook bezighield met de restauratie van de Borobudur, was er al van overtuigd dat dit geen toeval kon zijn. De ornamentale versieringen vertoonden zoveel overeenkomsten, dat er wel zeker een verband moest zijn.

Volgens een plaatselijke legende zou er vroeger zelf een overdekte verbindingsweg zijn geweest, waarlangs weer stupa´s moeten hebben gestaan.
Men kan het zich ook voorstellen± een lange stoet van pelgrims, die in hun oranje gewaden voor de Waicaka/ceremonie bij de Mendut bijeenkwamen, waarna de hele stoet, al wierrook en bloemen offerend, via Candi Powen naar de Borobudur trok.
Volgens het mahâyâna-Boeddhisme moet iedereen die ooit een boeddha wil worden, de tien stadia van de Bodhisattwa doormaken; dit proces noemt men dacabodhisattwabbhumi. De Borobudur toont deze dacabodhisattwabhumi in de reliëfs op de terrassen. Zonder de twee stadia der voorbereiding door te maken, genaamd sambharamarga en prayogamarga, die nog deel uitmaken van deze aardse wereld, is het niemand vergund een verder, hoger leven te bereiken.
In tegenstelling tot de Borobudur zijn de Candi Mandut en de Candi Powon in het laagland gelegen. Het is dan heel goed mogelijk dat zij de twee stadia van de voorbereiding symboliseren.

CANDI MENDUT.

De Cando Mendut is in de huidige staat 26,5 meter hoog. Op het terrein van de stempel dat 50 bij 110 meter meet, is het niet het enige bouwwerk.
het is echter wel de hoofdtempel en het enige bouwwerk, dat volledig van de ondergang kon worden gered.
Deze tempel is een typisch Midden Javaanse tempel met zijn brede onderbouw en zijn steile piramidevormige dak.
De hoofdgevel ligt, in tegenstelling tot de andere tempels, in de noordwest-richting.
Men beweert zelfs dat de drie tempels, Borobudur, Candi Mendut en Candi Pawon op basis van astronomische en speculatieve voorstellingen en berekeningen in een vooraf bepaalde verhouding tot elkaar staan.



De onderbouw van de Candi Mendut is vierkant met twintig hoeken, dat naar boven toe smaller wordt, maar naar onderen in een rechthoek overgaat.




De trap is 4,82 meter breeds en 3,6 meter hoog.
Langs de veertien treden gaat men omhoog naar het sokkel.
De zijkanten van de trappen zijn geflakeert door kala-makara-motieven.
Uit de muil van de kala valt als het ware een makara-lichaam als een trapleuning naar beneden, waarvan het ondergedeelte eindigt in een makara-kop.

( Makara-kop.)

Van bijzondere schoonheid zijn de reliëf aan de linker buitenzijde van de trap.
Wat stijl betreft lijken ze erg op de reliëfs van de Borobudur: ook hier zijn het voorstellingen uit de Jakata-verhalen en fabels uit het vroegere leven van Boeddha.

In de zijkanten van de trap liggen de reliëfs in vier rijen boven elkaar, voor een deel zijn zij driehoekig van vorm.
De bovenste rij van de linkervleugel is ernstig beschadigd




(Met de klok mee: De fraaie rechterzijde met reliëfs van de trap; Op het reliëf twee jonge mannen die hun boog spanen om twee ganzen te schieten, die samen een schildpad omhoogvoeren;  Een deel van de reliëfs op het sokkel van de Tempel; Een waterspuwer voor de afvoer van regenwater van het terras.)

Men vindt rondom het fundament van de Candi Mendut een gordel van eenendertig panelen, waarvan de reliëfs soms uit puur decoratieve motieven bestaan, soms ook scènes uit de Jataka uitbeelden.
de decoraties bestaan uit dieren en vazen met twee of meer spiraalsgewijs klimmende takken.


                                       (Reliëfs op de buitenmuren van de Candi Mendut.)

De buitenmuren van de eigenlijke tempel zijn in drieën verdeeld. Langs de muur pilaren vindt men een brede baan van klimopversieringen, waarop zich halve pilaren  met makara-koppen  aansluiten.
Op het middenpaneel van de noordoostelijke muur vinden we een door twee staande figuren geflankeerde achtarmige god, op een padmasana-troon. Op de buitenste panelen staan nog zeven figuren; één hiervan staat op een verhoging onder een baldakijn. Het middenpaneel van de zuidwestelijke muur toont een vierarmig figuur, die door andere zittende figuren wordt geflankeerd. Ze zitten onder twee schitterend versierde bomen, terwijl in de wolken ook nog twee gedaanten te zien zijn. Dit zijn boddhisattva's, boeddhistische godheden, zoals Avalokitesvara, Maitreya, Cunda, Ksitigarbha, Samantabhadra, en nog vele anderen.



                            (Het plafond in de tempelkamer.)

In tegenstelling tot de Borobudur heeft de Candi Mendut wel een tempelkamer. Oorspronkelijk  had de tempel twee kamers, een kleine aan de voorzijde en een grote hoofdkamer in het midden.
Deze cella heeft een achterwand van 6,8 meter en de voorwand van 7,3 meter. het piramidevormige plafond heeft een hoogte van 4 meter.
In deze hoofdkamer staan drie beelden die elk zijn vervaardigd uit één blok trachiet en zeer glad gepolijst zijn. Ze zijn door de eeuwen heen bewaard gebleven en zijn van buitengewone waarde.

In het midden van het podium zit de drie meter hoge Dhyani Boeddha met omlaag hagende benen op een kussen van lotusbloemen. Hij heeft zijn handen voor zijn borst in de onderwijzende houding. om de toegewijden te bevrijden van het lichamelijke karma. De rugleuning van de troonzetel is schitterend versierd met afbeeldingen van op hun zij liggende olifanten en rechtop staande leeuwen met een boog daaroverheen makara-koppen.
Aan de linkerzijde staat het standbeeld van Boddhisatva Avalokitesvara om te bevrijden van het karma van spraak, aan de rechterkant is Boddhisatva Vajrapani om te bevrijden van karma van het denken. het centrale figuur is opvallend sober gekleed, terwijl de beide Bodhisattwa-beelden bijzonder rijke kleding dragen.

             (Langzaam slaat het verval weer toe door                                              gebrekkig onderhoud.)

Over de verklaring van het panteon van de Candi Mendut bestaan verschillende theorieën. Volgens een ervan is het beeld met de kroon aan de noordwestelijke zijde een beeld van een boeddhistische koning, koning Indra van de Sailendra-dynasty, tijdens wiens regering de Borobudur, volgens de inscriptie uit 824 na Chr, gebouwd werd. De andere beelden stellen zijn no niet tot het Boeddhisme bekeerde voorgangers voor. In de tempel zou ook de as van twee andere vorsten bewaard gebleven zijn. 

Ook heden vormt deze tempel voor de zo aan mystieke invloeden onderhevige Javanen een plaats voor erediensten.    Tijdens de volle maan in mei of juni observeren de Boeddhisten in Indonesië het jaarlijkse Vesak-ritueel door van Mendut via Pawon naar de Borobudur te lopen. Het ritueel neemt de vorm aan van een massaal boeddhistisch gebed en pradakshina (omloop) rond de tempel.


        Zie vervolg: CANDI MENDUT EN -PAWON. MIDDEN-JAVA. INDONESIË. (DEEL2)


zaterdag 14 mei 2022

BOROBUDUR. MIDDEN-JAVA. INDONESIË. (DEEL 2)

 

        EEN MONUMENT VAN HET

        MAHÂYÂNA-BOEDDHISME 

            UIT 800 NA CHRISTUS 

             OP MIDDEN-JAVA. (2)



GESCHIEDENIS.


Toen het Rijk van Mataram rond 930 na Chr. ten onder ging werd het zwaartepunt op politiek en cultureel gebied van Midden- naar Oost-Java verlegd.
De Borobudur raakte in vergetelheid, nadat de tempel gedurende 150 jaar na zijn voltooiing het belangrijkste bedevaartsoord voor de Boeddhisten was geweest.
De tropische plantengroei nam dan ook snel weer de schitterende ommantelde heuvel in bezit en brak het bouwwerk uiteen door de wortels van de begroeiing.



Het duurde eeuwen voordat de Borobudur tijdens de korte Nederlandse koloniale besturing door Engeland, door de oorlog met Frankrijk, van 1794-1814, dat in 1814 de Borobudur weer werd ontdekt.
In opdracht van Sir Thomas Stamford Raffles, die het bestuur waar nam over de Nederlandse kolonie, werden in 1815 de eerste onderzoeken verricht.
Pas nadat 200 arbeiders vijfenveertig dagen lang contant bomen hadden geveld en het praktisch totaal overwoekerde bouwwerk geheel hadden schoon gekapt kon men zich een beeld van de constructie vormen.




(Afbeelding gemaakt door Isidore van Kinsbergen.)

Twintig jaar later ontstonden de eerste daguerrotype-foto's; er zouden echter 5000 foto's nodig geweest zijn om een goed gefundeerde documentatie samen te stellen, hetgeen in die tijd een onmogelijkheid was. F.C. Wilson probeerde tussen 1849 en 1853 alle reliëfs die in deze periode werden blootgelegd te tekenen. Zijn werk werd echter pas in 1873 gepubliceerd in de monografie van C. Leemans en J.F.G. Brumund.

In dat zelfde jaar kreeg de beroemde fotograaf Isidore van Kinsbergen de opdracht het bouwwerk te fotograferen.
Men was vooral geïnteresseerd in de 200 reliëfs, die onder de tonnen pui tevoorschijn waren gekomen.
In 1852 moest hij zijn werkzaamheden staken omdat men het plan had opgevat de beelden en reliëfs in een speciaal hiervoor te bouwen museum onder te brengen.
Deze plannen werden gelukkig nooit uitgevoerd.

Nadat J.W.IJzerman in 1885 de reliëfs van de wenssfeer aan de basis van de Borobudur had ontdekt, maakte men ook hiervan fotografische documentatie.
Weer gingen jaren voorbij en de kansen om de Borobudur in zijn oude glorie te herstellen werden steeds kleiner. 
In 1907 deed men pas een werkelijk succesvolle poging de Borobudur te restaureren.
De leiding hierbij had Theodor van Erp en zijn naam blijft dan ook onverbrekelijk aan dit kunstwerk verbonden.

                                                                                  (Theodor van Erp.)

Van Erp begon met het uitgraven van de bovenste drie terrassen en restaureerde toen 72 stupa's en de grote midden-stupa.
Hiervoor gebruikte hij de oorspronkelijke stenen, die overal in de wijde omtrek lagen.
Hij maakte opnamen van alles wat hij deed, zowel vóór als na de restauratie, zodat allen die na hem aan dit grote werk verder zouden gaan, hieraan houvast zouden hebben.
Door de beperkte middelen, die Van Erp ter beschikking stonden, was de reconstructie van de lager gelegen terrassen en galerijen slechts gedeeltelijk mogelijk.
Omdat het steeds binnendringende regenwater de aarden kern van het bouwwerk had aangetast, gaf hij aan een ontwateringssysteem de hoogste prioriteit. Hiertoe sorteerde hij de fragmenten, die hij vond en bracht toen alles, steen voor steen, op zijn oude plaats terug.


       (De conditie van de stupa's op de bovenste terrassen na verwijdering van bomen en struiken.) 

Noch de vier jaren, noch de bescheiden middelen die Van Erp tot zijn beschikking had, waren voldoende om de Borobudur werkelijk voor verval te behoeden.
Ook de twee Wereldoorlogen , de vijandelijke Japanse bezetting en de periode van de revolutie voor de onafhankelijkheid  van Indonesië, schoven deze miljoenen verslindende plannen naar de achtergrond.
Natuurlijk bleef de Borobudur, nu er geen restauratiewerkzaamheden plaatsvonden, bloot staan aan allerlei weersinvloeden en diefstal van bouwmateriaal. door de lokale bevolking.
Tijdens de moessonperiode valt er soms meer dan 100 mm regen per dag en bij zonneschijn zijn de temperatuurverschillen van 20 graden Celcius heel gewoon.

(De ontwrichte muren van een der galerijen.)

Ondanks alles heeft de plantenwoekering verschillende delen van de ondergang gered.
Alle muren zijn namelijk zonder cement en louter volgens de wetten van de zwaartekracht in elkaar gezet, hetgeen het gevaar in zich bergt dat, indien er ergens een stuk zou loslaten, het bouwwerk in elkaar zou kunnen storten.
Daar de Borobudur in een gebied ligt waar aardbevingen voorkomen , is het best mogelijk dat een dergelijke catastrofe door een seismische schok zou ontstaan.

Voordat de onderhandelingen begonnen tussen de tegenwoordige Indonesische regering en de UNESCO bestonden tussen experts als ernstige controversen. 
Zou het wel of niet noodzakelijk zijn het hele bouwwerk steen voor steen te slopen en na reinigen te herbouwen?


                            ( De restauratie werkzaamheden.)

Konden de terrassen weer hersteld en verstevigd worden zonder het risico dat het evenwicht zou worden verstoord? 
Zou het mogelijk zijn de reliëfs ter plaatse te reinigen of zou dat in een speciaal laboratorium moeten gebeuren?
Uiteindelijk kwam men tot de conclusie: het binnen sijpelen van het regenwater moest onmogelijk worden gemaakt waartoe een speciaal afwateringssysteem kon worden aangelegd.
De stenen konden schoongemaakt en aan een behandeling worden onderworpen, zodat vocht nog schimmel verder een gevaar zouden vormen.





Nadat Indonesische en internationale experts vijf jaar lang voorbereidingen hadden getroffen, gaven de toenmalige president Suharto en de UNESCO in augustus 1973 het startsein voor de redding van de Borobudur. Aanvankelijk schatte men de kosten op 8 miljoen dollar.
Tien jaar later in 1984, na de voltooiing van de hertstelwerkzaamheden, bleek het project ruim 24 miljoen dollar te hebben gekost.
Buitenlandse regeringen en organisaties droegen daar 6,5 miljoen dollar aan bij.
Voor dit gigantische restauratieproject had men architecten en technici van de bovenste plank aangetrokken. 

Het totaal aan tal deskundigen dat bij de herbouw betrokken was, bedroeg zevenhonderd, het aantal lokale arbeidskrachten is onbekend.


Volgens de experts is dit grootste Boeddhistische monument thans weer sterk genoeg om opnieuw weer duizend jaar mee te kunnen.











De Borobudur is tegenwoordig weer een belangrijk bedevaartsoord voor de Boeddhisten, die er ook grote ceremonies houden.








vrijdag 13 mei 2022

BOROBUDUR. MIDDEN JAVA - INDONESIË. (DEEL 1)

 

              EEN MONUMENT VAN HET

              MAHÂYÂNA-BOEDDHISME

                  UIT 800 NA CHRISTUS 

                   OP MIDDEN-JAVA. (1)


WAAR LIGT DE BOROBUDUR.



Wie Midden-Java bezoekt en speciaal de stad Yogjakarta, moet zeker de daar gelegen oude tempels bezoeken.
In dit gebied liggen geweldige monumenten uit het vroegere Boeddhistische en Hindoeïstische geloof.
De Borobudur is gelegen ten noorden van de stad Yogjakarta in een fraai landschap op een weelderige groene vlakte en is met lokaal openbaar vervoer gemakkelijk te bereiken.




Men kent twee soorten van entree om het terrein te betreden; voor de lokale bevolking de goedkoopste en voor de buitenlandse bezoeker een aanzienlijk hogere prijs. Let bij het bezichtigen van dit fraaie bouwwerk goed op uw eigendommen, daar er helaas georganiseerde bendes zakkenrollers en dieven rondzwerven die je afleiden en bestelen.

DE BOROBUDUR.


DE BOUW. 

De bouw van deze mahâyâna-Boeddhistische tempel begon ongeveer 750 jaar voor Christus in opdracht van de machtige heerser van de Calendra Dynasty van het Mataran keizerrijk.
Het mahâyâna-Boeddhisme beleefde rond die tijd op midden Java een enorme opbloei en in deze periode werden de fraaiste voorbeelden van religieuze bouwkunst gebouwd. De Borobudur rijst als het symbool van deze cultuur boven het landschap uit. 
Rond 919 na Christus was er een verandering in het cultureel en politieke centrum in midden Java en kwam er een einde aan het Mataran keizerrijk en raakte ook deze fraaie tempel ter prooi aan de natuur.

(Plattegrond van de Borobudur.)

De tempel kan gezien worden als een magisch diagram, dat een mythische weergave is van de kosmos. De opbouw van de tempel geeft hieraan uitdruking.
De tempel werd opgebouwd op een plaatselijke heuvel in het landschap en kan het bouwwerk vergelijken met een trappiramide uit het Megaliticum.
Of de Borobudur ook als grafmonument (candi) voor de as van drie koningen uit het oude keizerrijk dienst heeft gedaan is tot op heden niet bewezen.


De Borobudur is een stupa. deze vorm is op Java zeldzaam, maar in landen als India, Nepal en Cambodja één van de meest voorkomende bouwvormen. Daar zijn stupa's heilige plaatsen, die betrekking hebben op het leven van Gautama; oorspronkelijk bevatten zij ook relikwieën.
De vorm van de stapa's zou door Boeddha zelf bepaald zijn, toen hij zijn monnikspij tot een bundel samenvouwde, zijn bedelnap er bovenop legde en het geheel bekroonde met zijn staf.
Zo legde hij de indeling in drie sferen, in het Sanskriet dhatu, vast: Kamadhatu (paars) de wenssfeer, rupadhatu (geel) de sfeer der normen en de arupadhatu (rood) de amorale sfeer. 
Deze drie sferen vloeien bij de Borobudur onmerkbaar in elkaar over.

De huidige hoogte van de Borobudur is 33,5 meter; oorspronkelijk was dit 42 meter. 
Het vierkante grondvlak heeft een basis met zijden van 123 meter lengte. Iedere zijde van het vierklant springt twee keer terug, zodat er respectievelijk 20 en 36 hoeken ontstaan, als men de binnenhoeken van de ingesprongen gedeelten meeteelt.
De natuurlijke heuvel is met inbegrip van het fundament  overdekt met 55.000 kubieke meter bewerkte stenen.




Via een hoofdtrap aan de zuidzijde van de tempel bereikt men het men het verborgen basisgedeelte, waarna men verder aan iedere zijde van het bouwwerk via trappen de vier hoger gelegen galerijen kan bereiken.
Boven de vierde galerij lig het plateau met de stupa's die ook weer op drie verschillende terrassen liggen.
In het midden van het derde terras ligt de hoofdstupa.


                                         ( De uitgegraven funderingsmuur.)

De onderste elf meter van het bouwwerk is niet zichtbaar daar het onder de grond ligt. Door de inwerking van het binnendringende regenwater verzakte het inwendige van de heuvel. Om deze rede heeft men de voet van de heuvel al tijdens de bouw met een zware stenen muur moeten verstevigen, waardoor ook 160 al eerder geplaatste reliëfs aan het oog werden onttrokken.
Een deel van deze reliëfs werd in 1885 door de Nederlander J.W.IJzerman ontdekt, toen hij de ommanteling van de sokkel van de Borobudur begon uit te graven.


(Een detail op de verborgen funderingsmuur.)

Pas in 1890-91 was de funderingsmuur geheel uitgegraven en konden alle reliëfs gefotografeerd worden. Uit veiligheidsoverwegingen werd de sokkel met de reliëfs daarna weer door een beschermen de muur aan het oog onttrokken. Hiervoor werd 13.000 kubieke meter steen gebruik, die men eerst had verwijderd, deze werd versterkt met cement. 





De Borobudur is opgebouwd uit verschillende terrassen die naar boven toe steeds kleiner worden. De onderste vier hebben steeds dezelfde plattegrond met 36 hoeken en hebben een galerij. De onderste galerij is het breedst en wordt voor processies gebruikt. Deze vier galerijen hebben een binnen en een buiten muur, die met reliëfs zijn versierd. Op deze vier galerijen bevinden zich 92 boeddhafiguren, die speciale handgebaren maken in de vier windrichtingen en de Gautama-Boeddha voorstellen.




Op het bovenste vierkante terras volgen dan nog drie ronde terrassen met in totaal 72 kleine holle , klokvormige stupa's, die ieder een boeddhafiguur bevatten.
Het bovenste terras wordt door een acht meter hoge stupa bekroond. 
In deze centrale stupa van het arupadhatu (de amorfe sfeer) bevindt zich een grote Boeddha, die merkwaardigerwijs onvoltooid is.
De Borobudur bezat in totaal 505 Boeddhabeelden, waarvan 432 in open nissen.
Deze 505 Boeddha's vormen zeker niet een eenvoudige optelling, maar belichamen een godsdienstig systeem; het is echter niet mogelijk alles hiermee te verklaren.





(De vier opnamen van de wanden zijn gemaakt met een groothoeklens om het machtige geheel van de reliëfs weer te geven.)


(Tekening van de poort en façade eerste terras.)

De vier galerijen van de arupadhatu zijn versierd met 1300 reliëfvoorstellingen en 1212 decoratieve panelen. De afbeeldingen hebben een gezamenlijke lengte van 2,5 kilometer en de terrasmuren hebben een totale lengte van 6 kilometer De voorstellingen lopen in elkaar over als een vertelling.


Vanuit het midden van de vier zijden van het complex leiden vier trappen omhoog tot naar het bovenste terras. 
De trappen vormen de assen van het gebouw en lopen van beneden naar boven rechtdoor tot aan de ronde terrassen toe.
Daar waar de trappen de ringmuren kruisen worden zij overwelfd door een grote poort. De bogen van deze poorten worden bekroond door het kala-makara-motief, de gestileerde kop van een demon, kala, door een bandpatroon verbonden met twee dieren uit de Indische mythologie, de zgn, makara.
de kala-kop, die aan een leeuwenkop doet denken, dient om demonische machten af te weren. 


(Tekening van poort en façade tweede terras.)



De makara-figuur is een kombinatie van vis en olifant. De gebogen slurf  houdt een bloesemknop vast.

Tegen de hoofdmuur van de Borobudur zijn makara-koppen als waterspuwers aangebracht, om het regenwater van de terrassen af te voeren.
Het zijn olifantskoppen met opgeheven slurf en een opengesperde bek, waarin dan weer een leeuwtje zit.
De waterspuwer wordt ondersteund door zittende figuren, gana genaamd. Deze gana zijn in de brahmaanse mythologie lagere goden, die onder leiding van Ganesha de god Shiwa dienen.
Tot het afwateringssysteem van de Borobudur, een systeem dat helaas slecht werkt, behoren 20 waterspuwers en elke balustrade, die het water uiteindelijk naar grotere waterspuwers aan de voet van de tempel geleiden.

NAAM EN RELIËFS.



De oorspronkelijke naam van de Borobudur is Bhumisan-Bhra-budhara; berg van de opeenhoping van de deugd volgens de tien fasen van de Bodhisattwa.

Tijdens het bewind van Samaratunga rond 800 na Chr. zou men met de bouw zijn begonnen. het is echter mogelijk dat dit reeds in het begin van de achtste eeuw plaats vond. De belangrijkst bouwperiode moet men echter plaatsen omstreeks 800 na Chr. Dit blijkt ook uit de schrifttekens op de reliëfs op het voetstuk. De werklieden en kunstenaars, die met dit werk een aanvang maakten, moeten zich gerealiseerd hebben dat zij zelf nooit de voltooiing van het bouwwerk zouden meemaken. Dit bleef aan een latere generatie voorbehouden. Samen hebben zij bijgedragen tot de bouw van een enorm kunstwerk, dat veel Indische tempels in de schaduw stelt.
De Indonesische kunstenaars hebben de Oudindische Gupta-stijl zeer vrij geïnterpreteerd en zijn door hun kunstzinnigheid tot een geheel eigen schepping gekomen, waarbij zij persoonlijke kenmerken achter lieten. Zo ontstond een reliëf-versiering van ongehoorde schoonheid.

Hoewel men de Borobudur van vier zijden kan beklimmen bevindt de hoofdingang zich aan de oostzijde. Hier begint voor de gelovigen de pelgrimstocht, want als zij van hieruit steeds links afbuigen en dan terras na terras volgen, zien zij de reliëfs in hun logische volgorde van de drie sferen.





De reliëfs van de kamadhatu (de wenssfeer) beginnen bij het fundament en worden voor het grootste gedeelte door een beschermende muur aan het oog onttrokken . 
Men heeft slechts een klein gedeelte als voorbeeld voor de bezoekers opengelaten.
Overigens zijn deze reliëfs het beste bewaard gebleven, doordat ze door deze muur beschermd worden tegen de weersinvloeden.
De voorstellingen zijn ontleend aan de Karmavithangga, een handschrift dat handelt over de oorzaken en gevolgen van goed en kwaad volgens de Indische interpretatie van Karma, de dan al niet verdiende wedergeboorte.



(Op de balustrade van het 3e en 4e terras zijn de reliëfs liefst 70 tot 90 cm hoog en 1 tot 3 meter lang. Ze zijn van elkaar gescheiden door vier verticale banen, die versierd zijn met ranken en bladmotieven.
Ze beelden het leven van de Verlichte uit, eerst als prins Siddharta, dan als wijze uit de familie der Sakyas; tenslotte als asceet, dan wordt hij Samano Gautama genoemd, tot hij de verlichte Boeddha wordt.)

(Opengewerkte stupa met een Boeddha-beeld.)

De wenssfeer gaat in het bovenste gedeelte van de sokkel over in de vormsfeer.
In de volgende vier galerijen wordt in 1300 reliëfs het leven van Gautama Boeddha, vanaf zijn geboorte tot aan de preek in Benares, uitgebeeld, zoals beschreven in de Lalitavistara.
Slechts een gedeelte van deze reliëfs is ontleend aan dit geschrift; daarnaast treft men voorstellingen aan, die ontleend zijn aan de Jataka- en Avadana-legenden. Hier in worden de goede daden en opofferingsgezindheid van Boeddha uitgebeeld, die gelovigen tot voorbeeld moeten dienen. 
De Jatakamala is een verzameling van 34 gedichten, Jataka's genaamd, die de grootste daden van Boeddha in zijn vorige levens beschrijven en voorbeelden van zijn zelfopoffering geven.


(Nissen met Boeddha-beelden.)

Avadana of Avanda zijn Jataka's, waarin Boeddhga niet de hoofdfiguur is. Zij beschrijven de daden van Bodhisattwas in hun vroegere levens.
De volgende serie reliëfs zijn illustraties van Sutra-teksten, die streven naar de hoogste vorm verlichting uitbeelden. Zij verhalen hoofdzakelijk de geschiedenis van Sudhana, de zoon van een rijke koopman, die de hoogste wijsheid wilde bereiken. Hiertoe bezocht hij verschillende Bodhisattwas, zoals beschreven is in de Gandawijnha één van de belangrijkste geschriften.
het einde hiervan wordt gevormd door de Bhadrajari, waarin de belofte van Sudhana aan de Bodhisattwa Samantabhadva als voorbeeld wordt gesteld. Het beeldverhaal op de laatste galerij van de rupadhatu wordt besloten met reliëfs over dit verhaal. Geheel in de juiste volgorde verderlopend komen we nu op de terrassen, die gewijd zijn  aan de arupadhatu, de amorale sfeer,

Hier zijn de ronde gelarijen met de kleine stupa's; in elk van deze stupa's zit een Boeddha-figuur met zijn handen in een specifieke leerstand, de dharmachakramudra. De opengewerkte ommanteling van de kleine stupa's of dagoba's is klokvormig en rust op een bed van lotusbladeren.
De openingen van de stupa's op de eerste twee ronde galerijen zijn ruitvormig, terwijl deze gaten op de bovenste galerij vierkant zijn. Het grote beeldverhjaal eindigd met de mystieke dhyani-boeddha's, die de laatste niet te beschrijven waarheden uitbeelden.
Terecht heeft men de terrassen van de Borobudur gekenschetst als een geestelijke en lichamelijke pelgrimsreis door het heelal, met etappes van verlichting en verlossingsstadia, als een inwijdingscursus in steen.
Een bijgeloof van veel bezoekers is het aanraken van een Boeddha-figuur in een afgesloten stupa, daar dit geluk zou brengen.



                 (Zie vervolg: BOROBUDUR. MIDDEN-JAVA. GESCHIEDENIS. DEEL 2.)





zondag 24 april 2022

TANA TORAJA. (SULAWESI-INDONESIË.) DEEL 4.

 

       EEN PARADIJS IN DE BERGEN 

          VAN SULAWESI (CELEBES). 

                             DEEL 4. 




WAAR TE GAAN IN TANA TORAJA.

Bij het maken van een rondreis door Tana Toraja is dat het beste te doen vanuit Rantapao, waar men ook een lokale gids kan nemen, wanneer men niet alleen de platgetreden toeristische wegen wil bewandelen.
Een gids kan ook helpen bij het introduceren bij plechtigheden en u aanmelden bij het dorpshoofd (kepala kampung). Er is altijd wel eenvoudig onderdak te vinden. het wordt als een belediging opgevat als men voor onderdak en voor aangeboden maaltijden wil betalen, wel stelt men een geschenk in natura op prijs.

Rond Rantapao vindt men schitterende huizen in de tussen rijstvelden en bamboebossen gelegen dorpen.
Sommige kan men gemakkelijk met een jeep bereiken, andere slechts te voet. 

Enige van deze plaatsen zijn, met tussen haakjes de afstand vanuit Rantapao: Nanggala (15 km) met een bijzonder fraai tongkonan-huis met minstens even fraai rijstschuren; Menu (6 km) en Marante (6 km) zijn typische Toraja dorpen. Kete-Kesú (4 km) is een beroemd centrum van kunstnijverheid en Sa'dan (12 km) staat bekend op zijn weefkunst,


Een voorbeeld is om vanuit Pantapao zuidwaarts te rijden naar de stad Makale, waar het bezoeken van de markt net als in Rantepao bijzonder interessant is. Deze markten worden om de zes dagen gehouden, zodat ze steeds op een andere dag vallen. Hier vindt men al de producten uit verschillende plaatsen van Tana Toraja.
Bijzonder boeiend is de verkoop van tuak, die men in lange bamboekokers vervoert en men ook moet proeven.
Verlaten Makale en rijden naar Suaya waar men zeer oude rotsgraven kan zien.
Op terugweg naar Rantepao is het Lemo aan te doen, waar de rotsgraven zijn volgens de liang pá-manier aangelegd. Deze graven dateren vermoedelijk uit de zeventiende eeuw. Hier werden alle vorsten uit de streek bijgezet en staan de tau-tau naast elkaar in de rotsen uit gehakte nissen. Weer noordwaarts rijdend doen we Lemo aan hier staat het koningshuis van de vorst over Sangalla in het dorpje Buntukalando.



Als laatste verlaten we de weg 12 km voor Rantepao om naar Ke'te  Kesu aan waar nog traditionele woningen staan die nog steeds bewoond zijn.

Een voortreffelijk gerecht om te eten is de speciaal klaar gemaakte kip, die met stukken kokos in een stuk bamboe wordt geperst en daarin gekookt wordt met diverse kruiden. Het wordt opgediend met witte rijst en natuurlijk palmwijn daarbij.



 Een andere optie is een uitstapje naar het noorden naar de plaats Sadan Tobarana gelegen aan de rivier de Sadan. het landscap is hier heel anders dan dat ten zuiden van Rantapao, maar zeker niet minder mooi.
het is een vredig rustig plaatsje , met nog oude woningen en rijstschuren.
De bevolking leeft er hoofdzakelijk van de weefkunst. het is er stil en het enige wat je hoort is  het kwebbelen van de vrouwen achter de weefgetouwen en het klateren van het rivierwater tussen en over de stenen die op de bedding liggen.
Op de terugweg ligt het dorp Palawa met nog zeer oude traditionele woningen.
In Pangli staat langs de weg een huisgraf met een tau-tau ervoor en je kennis maakt met de stenen zuilen (menhirs) in het dorp. Welke ook in het plaatsje Bori staan.
Bij Bori liggen de bolvormige stenen graven in het landschap.
In de plaats Langda was een grote begrafenisceremonie gaande.


                                     (Het weven van traditionele doeken bij de plaats Sa'dan.)

Verder zijn aan te bevelen de rotsgraven van Lo'kó mata (36 km) gelegen op de hellingen van de Sesean Bergen. De weg erheen is echter moeilijk begaanbaar en bij regenval is het zelfs niet mogelijk er met een jeep te komen. Verder rondom Rantepao treft men nog andere rotsgraven aan, maar men is en blijft afhankelijk van het weer en de gids en het vervoer. De bevolking is vriendelijk, gastvrij en behulpzaam.

(De rivier Sadan die van noord naar zuid door Tana Toraja stroomt.)


Langs deze weg nogmaals een ieder bedankt voor de geweldige hulp bij het ontdekken van Tana Toraja.
Onze chauffeur, onze gids en het hotelpersoneel met de goede verzorging van schone kamers en heerlijk eten.
Helaas speelde het weer ons regelmatig parten in de reisplanning daar veel wegen door de zware regenval totaal onbegaanbaar waren geworden.