zaterdag 7 november 2026

EFEZE (TURKIJE) HET CHRISTENDOM. (DEEL 4)

 

EENS EEN BELANGRIJKE

  HANDELSSTAD VAN DE

         GRIEKEN EN DE

             ROMEINEN.

                             DEEL 4.


EFEZE EN HET CRISTENDOM.

Het ontstaan van het Christendom in Klein-Azië is te danken aan de apostel Paulus of te wel Saulus van Tarsus. Hij was een invloedrijke 1e eeuwse Joodse evangelieprediker en een van de belangrijkste grondleggers van het vroege Christendom. Paulus was oorspronkelijk een Farizeeër, een Romeins staatsburger en een student van de leraar Gamaliël. Aanvankelijk vervolgde hij de vroege volgelingen van Jezus. Paulus heeft persoonlijk nooit Jezus gekend. Volgens overleveringen zou hij in het jaar 33 een visioen hebben gekregen van de verrezen Jezus op de weg naar Damascus, waarna hij christen werd. Hij trok als prediker naar Klein-Azië en leefde enige jaren in Efeze tijdens zijn derde zendingsreis ongeveer tussen 53 en 55 n.Chr. . Rond de jaren 60 - 67  zou hij in Jeruzalem door de Romeinen zijn gearresteerd en zijn onthoofd op bevel van keizer Nero.

HUIS VAN MARIA.

Het Huis van de Maagd Maria is gelegen dicht bij de antieke stad Efeze, ongeveer 7 kilometer van Selçuk.
Het ie een klein stenen gebouw dat heden is ingericht als een kapel. Het wordt zowel door de christenen als de moslims bezocht. 
Maria is voor de Molims de moeder van Isa ibn Maryam (Jezus), een profeet en boodschapper van Allah.
Maria zou na de kruisiging van Jezus Palestina hebben verlaten met een van de apostelen en zou hier haar laatste levensjaren hebben doorgebracht.



DE MARIAKERK.        

De Mariakerk werd aan de zuidelijke aula van het Hadrianeum gebouwd en in de tijd van keizer Constantijn voor de christelijke cultus aangepast.
Er waren verschilede bouwfasen: een absis, en een narthex, een presbyterium en een schitterend vloermozaïk.
Ten noorden van de centrale ruimte (atrium) bevond zich een doopkapel (baptisterium) in een vierkant gebouw met vier ingangen. In de wanden ertussen waren nissen aangebracht en het geheel werd overspannen door een gemetselde koepel die was uitgevoerd met vensters.


(De grote absis.)

Uit deze periode, circa 500 n.Chr. dateert ook de bouw van het bisschoppelijk Paleis, het Episkopeion.
De Mariakerk onderging vanaf de 6e eeuw verschillende diepgaande bouwkundige ingrepen. Na een aardbeving begon men de zijde die tegenover de absis lag, te veranderen in een basiliek waarbij men de zuilen verving door pilasters.
De oostzijde werd daarentegen verbouwd tot een koepelkerk met eigen absis.


(Het doopfond waarin de dopeling geheel werd ondergedompeld.)

We kunnen met zekerheid aannemen dat het gebied  werd verlaten als gevolg van de inval van Arabische legers tussen 645 en 655 n.Chr. 
De kerk verloor haar status als bisschopszetel en veranderde uiteindelijk in  een kleine kerk met bijbehorende begraafplaats.





DE BASILIEK VAN JOHANNES DE EVANGELIST.

(De zuidzijde van de basiliek met op de achtergrond de citadel.)

De basiliek is gelegen in Selçuk, nabij de oude stad Efeze en is gebouwd op de Ayasoluk-heuvel.
De indrukwekkende kruiskoepelkerk werd in de 6e eeuw in opdracht van de Byzantijnse keizer Justinianus gebouwd. De basiliek is gebouwd op de plek waarvan men gelooft dat de apostel en evangelist Johannes begraven ligt, die zijn laatste levensjaren in Efeze doorbracht. Met de afmetingen van 130 bij 65 meter het destijds een van de grootste en belangrijkste kathedralen van Byzantijnse Rijk en een belangrijk pelgrimsoord. Na de inname door de Turken werd een deel van de kerk als moskee gebruikt, waarna een zware aardbeving de basiliek in ruïnes veranderde.

(Het grote middenschip van de basiliek, met vooraan vier zuilen rond het graf van de evangelist.)

Vanaf de tweede eeuw n.Chr. werd de in Efeze geboren theoloog Johannes gezien als de auteur van het vierde evangelie en de Apocalips.
In de 5e eeuw werd op de zuidelijke helling van de heuvel Ayasoluk, over een eenvoudig graf, dat men hield voor dat van de evangelist, de eerste niet al te grote kerk gebouwd. In de 6e eeuw werd deze eerste kapel op verlangen van keizer Justinianus (527-566) vervangen door een monumentale basiliek met zes koepels en een grondplan in de vorm van een kruis. Onder de centrale koepel, die groter is dan de andere vijf, bevindt zich aan de Johannes toegeschreven graftombe.

(Het enorme doopfont in de vloer van de doopkapel.) 

De vloeren, wanden en de booggewelven waren rijk gedecoreerd met marmer en mozaïeken.
Aan de oostkant van de absis bevindt zich de achthoekige doopkapel met in  het midden het doopfont.
In de aangrenzende kapel bevinden zich nog wandschilderingen met afbeeldingen van Christus en twee heiligen.


("Poort van de Vervolging", de hoofdingang.)

Toen de vlakte van Efeze onverdedigbaar was geworden en de bewoners verhuisden naar Ayasoluk, wat waarschijnlijk al in de 7e eeuw is begonnen, kreeg de Johannesbasiliek de functie van bisschopszetel. De heuvel werd versterkt door muren en torens en er kwamen vier toegangspoorten, Voor deze imposante vestingwerken werden materialen gebruikt die afkomstig waren van de gebouwen in Efeze en van de tempel van Artimes. 
De hoofdpoort bevindt zich aan de zuidkant en wordt de Poort van de Vervolging genoemd vanwege een afbeelding op een basreliëf dat een episode uit het leven van Achilles voorstelt, ook werd er aanvankelijk gedacht dat het ging om een gevechtsscène tussen gladiator en een christen. De poort is uitgevoerd met een booggewelf, met een fries met acanthusmotieven en een reliëf met minnegodjes en druivenranken , oorspronkelijk afkomstig van een sarcofaag. Aan elke zijde van de poort bevindt zich een vierkante toren.


(links) De ingang van de noordzijde van de basiliek. 
(rechts) Vermoedelijk een uit steen vervaardigd wijwater vat op een plaats van een van de vijf koepels van de Johannesbasiliek.


DE CITADEL.  

Op het hoogste punt van de heuvel Ayasoluk bevindt zich een Citadel omgeven door een met torens versterkte stenen muren waarvan de bouwfases zijn te dateren vanaf de Byzantijnse tijd tot aan het Ottomaanse Rijk.


DE GROT VAN DE ZEVENSLAPERS.


De grot van de Zevenslapers van Efeze heeft te maken met een oude legende die ook in de Koran wordt genoemd, waarin ze bekendstaan als de Metgezellen van de grot. Hun namen waren vervolgens de Legende aurea van Jacobus de Voragine, Maximianus, Malchus, Martgininus, Dionysius, Johannes, Serapion en Constantinus.
De legende is vermoedelijk rond 500 n.Chr. ontstaan.


VOLGENS HET CHRISTENDOM.


De zeven werden in 251 n.Chr. vanwege hun geloof op bevel van de Romeinse keizer Decius in een grot bij Efeze ingemetseld. In het jaar 447, 196 jaar later, werd de grot bij toeval geopend en men trof de gebroeders fris en vrolijk aan, maar nu voorzien van een aureool, alsof ze gestorven waren. Ze dachten zelf maar een nacht te hebben geslapen. het gebied was inmiddels gekerstend en dus liet men ze vrij en verklaarde ze tot martelaar.



Een variant van de legende is dat de slapers zich verborgen in de grot. Ze werden ontdekt en de grot werd afgesloten. Daar vielen zij in slaap. Twee honderd jaar later ontdekte een herder bij toeval de grot en door het binnenvallende licht ontwaakten de zeven. Een van hen werd er op uitgestuurd om eten te gaan kopen. Tot zijn verbazing zag hij overal in de stad kruisbeelden en werd de naam Christus gewoon in het openbaar uitgesproken.
Toen hij bij de bakker wilde betalen met een munt uit de tijd van keizer Decius werd hij opgepakt en beschuldigd van het voor zichzelf houden van een verborgen schat. Hij leidde de beschuldigers echter naar de grot waar de anderen, omringt door een aureool, nog steeds zaten. De keizer, Theodosius II, hoorde hiervan. Hij haastte zich naar de grot van de Zevenslapers en hoorde van de Zevenslapers dat God dit wonder had bewerkstelligd. Hierna vielen de Zevenslapers weer in slaap.

VOLGENS DE ISLAM.

In Soera Al-Kahf 18 van de Koran, in vers 9-26, vroegen de jongelingen in de spelonk Allah om hulp. Zij wilden geen andere god aanroepen dan Hem. Ze namen hun toevlucht tot een grot, waarna zij in een toestand vergelijkbaar met slaap terechtkwamen.. De slapers hadden geen idee dat zij jarenlang sliepen en ze dachten dat ze slechts een dag of een deel van de dag hadden geslapen. Toen een van de jongelingen naar de stad ging om voedsel te kopen werden zij ontdekt. Zo wisten de mensen dat Allah zich aan zijn woord houdt en dat er geen twijfel bestaat aan de Dag des Oordeels.
De Koran geeft aan dat ze 309 jaar in een vorm van slaap waren maar geeft verder geen uitsluitsel over het aantal jongelingen die sliepen.

Een 18e-eeuwse Turkse kalligrafie.
De romp van het zeilschip is gesierd met de namen van de Zevenslapers.

De grot van de Zevenslapers is te bezichtigen. De gedenkdag van de Zevenslapers, de Zevenslapersdag, is in Frankrijk en Duitsland op 27 juni, elders op 27 juli.
Naar aanleiding van het tweede Vaticaans Concilie zijn de Zevenslapers in 1969 met een groot aantal heiligen uit de Heiligenkalender gehaald, omdat ze als te weinig historisch werden beoordeeld.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten