zondag 20 februari 2022

MALTA, MYSTERIEUS VERLEDEN. (DEEL 2)

 


MALTA, MYSTERIEUS VERLEDEN. (2)




STEEN CIRKEL VAN XAGHRA OP GOZO.

De Xaghra Steen Cirkel is een neolithisch grafcomplex in Xaghra op het eiland Gozo.
het complex bestond oorspronkelijk uit een ommuurde omheining rond grotten die werden gebruikt als necropolis.
Het heeft enkele overeenkomsten met het Hypogeum van Hal-Saflieni, een prehistorisch grafcomplex op het eiland Malta.
Hal-Saflieni is echter een door mensen gemaakt gebeeldhouwd bouwwerk, terwijl de Xaghra Steen Cirkel uit natuurlijke grotten bestaat die zijn omgevormd tot een begraafplaats.

Opgravingen op de site hebben aangetoond dat de lichamen van de overledenen in stukken zijn gehakt en dat de verschillende lichaamsdelen op verschillende plaatsen zijn begraven.

De site was de begraafplaats van dezelfde gemeenschap die de nabijgelegen  Ggantija-tempel bouwde, die nu goed bewaard is gebleven.
Verschillende andere tempels zouden in de buurt hebben gestaan, waarvan slechts megalieten werden gevonden.


(De natuurlijke grotten in de Steen Cirkel.)

De vroegste graven op de site dateren van tussen 4100 en 3800 voor Christus tijdens de Zebbug-fase van de Maltese prehistorie. Er is weinig activiteit van 3800 tot 3000 voor Christus, en het grootste deel van de site dateert vermoedelijk uit 3000 tot 2400 voor Christus, tijdens de Tarxiem-fase.
De grotten waarin het complex was gebouwd, waren vatbaar voor instorting en verzwakten in de loop der tijd, dus werden megalieten gebruikt in een poging om het dak te stabiliseren. De structuur stortte uiteindelijk ergens vóór 2000 voor Christus in.
Tijdens de bronstijd werd de plaats waarschijnlijk gebruikt voor niet-begrafenisdoeleinden, en overblijfselen van de Tarxien-begraafplaats werden in het gebied ontdekt.
De Steen Cirkel wordt beschouwd als een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen op Gozo en Malta, er werden veel beeldhouwwerken gevonden.



ENORM DIKKE VROUWEN.

Dat de grote bouwwerken tempels waren, lijdt geen twijfel. Er zijn altaren gevondenen vaten waarin geplengd kon worden. Verder zijn in elke tempel botten en horens van dieren gevonden en ook veel beeldjes van steen en aardewerk van mensen en dieren die kennelijk aan de godheid zijn geofferd.

Opmerkelijk zijn de beeldjes van mismaakte mensen die kennelijk werden geofferd in de hoop op genezing, zoals ook veel later bij de Grieken, Etrusken en Romeinen gebruikelijk was.

Bij de tempels zijn ook beeldjes en beelden van dikke mensen gevonden, in wie men meestal vrouwen herkent, al zijn er geen geslachtskenmerken aangegeven.
Bij latere aardewerken beeldjes zijn  de geslachtsdelen wel duidelijk aangegeven, en daarom neemt men aan dat ook de stenen idolen een vrouw uitbeelden.
Dikheid is een kenmerk van vruchtbaarheid en daarom denkt men dat het hier om een vruchtbaarheidscultus ging.

Sommigen wijzen op de overeenkomst in vorm tussen de plattegrond van de tempels en de vorm van de dikke figuren en beschouwen de tempels als een enorme uitbeelding van de godin.

In de tempel van Tarxien staat een kopie, het origineel staat in het museum, van het onderlichaam van het eens ongeveer 2,5 meter hoge beeld van de 'Grote Moeder', de Magna Mater.
Sierlijke voeten, maar geweldige dikke kuiten en dijen die door de kleding bedekt worden. De stenen plaat waarop het beeld staat is net als de altaren gedecoreerd met reliëf. Te zien zijn eieren, het symbool van vruchtbaarheid.

De beelden hebben geen hoofden, wel is er af en toe een gat in de nek, waar een los hoofd in geplaatst kon worden. Er zijn wel losse hoofden gevonden, maar die kunnen niet aan een bepaald beeld of beeldje worden toebedeeld. Dat deze een religieuze functie hebben, blijkt uit de vondst van een fragment van een groot beeld van dezelfde vorm, dat bijna 3 meter hoog moet zijn geweest.

Eem menselijk hoofd van aardewerk, uit de Tarxien tempel, uit de periode van ongeveer 3800 - 2500 v. Chr. Het hoofd heeft een aparte haardracht met gegraveerde krullen aan de zijkant.




Een enorm vat in het binnen deel van de Tarxien tempel. 

RITUEEL.

( Een offer nis in het achterste deel van de tempel.)
 
Uit de architectuur kan men heel voorzichtig iets afleiden over het ritueel: kennelijk was het plein voor de tempel bestemd voor bijeenkomsten met veel mensen. De vertrekken binnen de tempel worden steeds kleiner en de voorste zijn het mooiste versierd.
Dat zou kunnen betekenen dat de elite van de gemeenschap toegang had tot de voorste vertrekken in de tempel en dat de achterste kamers alleen door de priesters betreden mochten worden.
Dus een hiërarchie die wellicht een afspiegeling is van de maatschappelijke structuur.

MNAJDRA TEMPEL.


( Luchtopname van het Mnajdra tempelcomplex.)

Het megalithische tempel complex dateert uit de periode 3600 - 2500 v. Chr. en is opgebouwd uit globigerina-kalksteen en heeft een voorhof van 30 meter breed.
Het complex bestaat uit drie tempels. De oudste tempel is de meest noordelijke en heeft een klaverblad vorm met drie apsissen en dateert uit de Ggantija-fase.
De zuidelijke tempel is uit de Tarxien-fase en heeft vier apsissen. 

De façade van deze tempel is concaaf en grotendeels intact bewaard. Er is grotendeels met grote en kleine stenen gewerkt. Er is een zitbank.
Door de ingang komt men in de eerste ovale tempelruimte waar twee trillithon-constructies doorgang geven naar de tweede achter liggende tempelruimte. Rechts bevindt zich een intramurale kamer waarvan vermoed wordt dat ze als orakelkamer dienstdeed. Een tweetal altaren met ventrale steunpilaar zijn aanwezig.
Een derde of noordelijke tempel werd na 3100 v. Chr. tussen de twee andere ingebouwd op een soort terras en iets hoger gelegen. Hij omvat vier apsissen en een nis. Er zijn twee gangen naast elkaar. Ook hier zijn twee altaren elk met een centrale steunpilaar aanwezig. Typisch voor de Mnajdra tempels zijn de puntvormige versieringen op de stenen en de altaren.

MNAJDRA ZONNETEMPEL.

De zuidelijke tempel de "Zonnetempel" heeft vermoedelijk een astronomische betekenis.
Er werd vastgesteld dat bij zonsopgang tijdens het wintersolstitium de zonnestralen in de zuidelijke tempel diagonaal schijnen door de ingang op de rechter gedecoreerde megaliet van de doorgang tussen de eerste en tweede tempelruimte.
Bij het zomersolstium vallen de zonnestralen op de linker megaliet van dezelfde doorgang.
Bij de aquinoxen baadt de centrale tempelruimte in het licht. Deze vaststellingen hebben bij sommigen astronomische verbanden opgeroepen.

SKORBA TEMPEL.



De Skorba tempels zijn megalithische overblijfselen van tempels gelegen bij Mgarr. Het gebied rond Skorba blijkt al heel vroeg in het Neolithicum te zijn bewoond.
De tempels zelf zijn niet in erg goede staat vergeleken met andere tempels.
De overblijfselen op de site bestaan uit een reeks megalithische rechtopstaande stenen, waarvan een van 3,4 meter hoog, de onderste omtrek van de tempelfundering, vloerplaten met plengoffergaten aan de voorste doorgang, en de torbavloer van een tempel met drie apsissen.
De klaverbladvorm is typerend voor de Ggantija fase. het grootste deel van de eerste twee apsissen en de volledige gevel liggen echter tegen de grond. De noordelijke muur verkeert in een betere staat. 

Oorspronkelijk gaf de ingangsportiek van de tempel toegang tot een voorhof, maar na toevoegingen tijdens de Tarxien-fase werd de tempel doorgang afgesloten en werden altaren geplaatst in de hoeken van de ommuring die daardoor gevormd werd.
Oostelijk van deze tempel werd een tweede monument toegevoegd tijdens de Tarxien-fase met vier aspissen en een centrale nis. Volgens opgravingen zou ongeveer 12 eeuwen vóór de bouw van de tempels hier reeds aan nederzetting plaats hebben gevonden. Bewijzen hiervoor zijn gevonden in gestort afvalmateriaal aan de basis dat onder meer houtskool bevatte en potscherven.

TEMPEL VAN TA HAGRAT.


De Ta Hagrat tempel dateert uit de Ggantija-fase, 3600 - 3200 v. Chr., de kleinste wordt gedateerd in de Safliene-fase 3300 - 3000 v. Chr.
De Ta Hagrat is opgebouwd uit corallijnkalksteen.
Het complex bestaat uit twee aangrenzende tempels  die allebei minder formeel gepland zijn  dan gebruikelijk in het neolithische tempelontwerp. De kleine tempel is gelegen aan de noordzijde.




De hoofdtempel uit de Ggantija-fase heeft het typisch klaverblad grondvlak en een concave gevel die uitkomt op een ruim halfrond voorhof. De gevel heeft een monumentale doorgang in het midden en een zitbank aan de basis.
Twee traptreden leidden naar de hoofdingang met een gang die geflankeerd wordt door opstaande megalieten van corallijn-kalksteen. Er zijn er drie aan elke kant die grote harde steenplaten ondersteunen.
De gang voorbij de ingang is geplaveid met grote steenblokken die heel nauwkeurig geplaatst zijn.
De gang leidt naar een centraal hof mat torbavloer; daar omheen bevinden zich drie halfronde zalen. 
Deze waren gedeeltelijk met muren afgesloten in de Saflieni-fase. Uit de vulling tussen de binnen- en buitenmuur zijn potscherven gevonden.
De apsissen zijn met ruw gehouwen stenen gebouwd en hebben een rotsvloer. Kraagstenen, zichtbaar op de muren, laten vermoeden dat de tempel een dak had.


De kleine bijtempel uit de Saflieni-fase leunt aan in het noorden en heeft een lengte van zes en halve meter. Toegang is mogelijk langs de oostelijke apsis van de grote tempel. Er zijn kleine stenen gebruikt en de constructie vertoont onregelmatigheden in de uitvoering. Mogelijk was dit kleine gebouw geen tempel en dient het gezien te worden als een woning voor de priesters.


                                   Zie vervolg: MALTA, MYSTERIEUS VERLEDEN. (DEEL 3)










vrijdag 18 februari 2022

MALTA, MYSTERIEUS VERLEDEN. (DEEL 1.)

 

MALTA, MYSTERIEUS VERLEDEN. (1)

Van de oorspronkelijke cultuur van Malta, Gozo en Comino, zijn alleen nog de archeologische resten over en bij gebrek aan geschreven bronnen moet daaruit al onze kennis worden afgeleid.
Archeologen hebben al verschillende theorieën ontwikkeld.
In dit verslag met afbeeldingen, biedt de lezer de gelegenheid een interpretatie te geven aan de overblijfselen uit de Maltese prehistorie en te proberen deze oeroude beschaving te doorgronden.


D E OUDSTE BESCHAVING TER WERELD.


De ligging van de Maltese Archipel in de Middellandse Zee.
        
Malta, Gozo en Comino en de kleine eilanden van de Maltese archipel hebben een interessant verleden dat al vroeg begint.
In de kleinste lidstaat van de Europese Unie, met een oppervlakte van slechts 316 km², dat wil zeggen minder dan twee keer de helft van het Nederlandse eiland Texel, zijn resten gevonden van één van de oudste beschavingen ter wereld.
Vanaf de prehistorische periode, dat wil zeggen vanaf het zesde millennium voor Christus, lieten bewoners hun sporen achter op de eilanden waarvan nog veel is terug te vinden. Rond 5200 v.Chr. arriveerden de eerste bewoners op Malta, waarschijnlijk afkomstig van Stentinella op Sicilië. De eilanden waren nooit geheel
van de rest van de wereld afgesneden, omdat er een voortdurende import van materiaal lijkt te zijn geweest, vooral van Sicilië. Obsidaan werd echter geïmporteerd vanuit Pantelleria en Lipari.
Maar ook latere en totaal andere culturen als die van de Phoeniciërs, de Arabieren, de Spanjaarden, Engelsen en Fransen hebben telkens weer een stempel gedrukt op Malta. Misschien is het daarom ook wel, ondanks dat Malta zeer dicht bevolkt is, de bevolking toch zo vriendelijk is en opvalt door een combinatie van Engelse omgangsvormen en zuidelijke spontaniteit.

DE TEMPEL PERIODE.

4000 - 2500 VOOR CHRISTUS.

( Kaart met de plaatsen van de belangrijkste overblijfselen van de tempels op eiland Malta; Tarxien, Hal Saflieni, Borg in-Nadur, Hagar Qim, Mnajdra, Ta Hagrat en Skorda, en op het eiland Gozo; Ggantija en de Xaghra Stone Circle.)

Rond 4000 v.Chr. kwamen er wellicht nieuwe bewoners op Malta, want er zijn duidelijke veranderingen te zien in de overblijfselen.
Zo veranderden de vormen en versiering van het aardewerk.
De eerste 500 jaar, die de Zebbug Fase en de Mgarr Fase worden genoemd, leiden de bewoners een rustig leven.
Tegen 3500 v. Christus komt daar verandering in.
In de Ggantija Fase begint men enorme tempels te bouwen. In de daarop volgende Saflieni Fase, en vooral in de Tarxiem Fase (300 - 2500 v. Chr.) bereikt deze tempelbouw een hoogtepunt.




(Luchtopname van de Ggantija tempel.)

In totaal zijn er op Malta en Gozo zo'n 23 tempels bewaard gebleven. De grootste is de Zuidelijke tempel van Ggantija, die ongeveer 26 bij 24 meter meet. Bij de bouw werden soms stenen blokken gebruikt van wel 8 meter hoog en 20.000 kilo zwaar. De tempels zijn 1000 jaar ouder dan de piramiden van Gizeh in Egypte en 1500 jaar ouder dan de Stonehenge in Engeland. Zij gelden officieel als de 'eerste vrijstaande stenen monumenten in de wereld' en zijn daarom door de UNESCO aan de lijst van werelderfgoed toegevoegd.


Interieur van de Ggantija tempel.


TEMPELS.


( De indrukwekkende façacade van de  megalithische tempels van Hagar Qim. Tempel periode, Tarxien Fase, ca. 3000 - 2500 v. Chr.)




( Luchtopname van de Hagar Qim tempel.)

De tempels hebben een grondplan dat afwijkt van alle bekende architectuur uit de prehistorie.
Zij zijn halfrond, waarbij de rechte zijde de façade is met de ingang. Voor de facade, die een beetje hol is, is een soort plein, waar wellicht de gelovigen bijeen kwamen voor de religieuze plechtigheden.
De façade is mooi gebouwd met aan de basis horizontale stenen die iets voor de muur uitsteken zodat ze een soort bank vormen. Hierop staan rechtopstaande blokken. In het midden is de ingang, omlijst door drie stenen: twee op hun kant gezette blokken dienen als deurstijlen en bovenop ligt een grote deksteen. Daar bovenop ligt soms nog een laag horizontale stenen. het geheel wordt in verband gehouden door twee enorme hoekblokken, die groter zijn dan de rest.

Door de ingang komt men op een binnenhof, waarvandaan een gang naar verschillende vertrekken leidt. Deze zijn losstaand binnen de halfronde buitenmuur van de tempel gebouwd.
De ruimtes tussen de muren van de kamers en de buitenmuur werden met puin en aarde opgevuld.
De kamers waren ook weer halfrond en lagen aan weerskanten van de centrale gang.
Er zijn allerlei varianten gevonden: met drie kamers, dus twee aan weerszijden en één aan het einde van de gang, of met vijf kamers, waarbij nog een paar langs de gang waren geplaatst. 



In de latere Tarxiem Fase werd de ruimte aan het einde van de gang steeds kleiner tot er slechts een nis overbleef.
Soms zijn de complexen nog ingewikkelder en bestaan ze uit meerdere heiligdommen binnen één omheiningsmuur.

BOUW VAN DE TEMPELS.

De tempels zijn gebouwd van plaatselijke kalksteen. Nu zijn er op malta twee soorten aanwezig die beide goed te bewerken zijn, ook met eenvoudige hulpmiddelen waarover de mens in de Jonge Steentijd kon beschikken. De koralline kalksteen is horizontaal en verticaal gelaagd. men behoefde dus slechts houten wiggen in de natuurlijke brasten te zetten om grote blokken los te wrikken.

Deze werden verder niet bijgewerkt, maar als ruwe blokken gebruikt. Wel werd de binnenkant glad gemaakt door deze te bestrijken met klei en vervolgens te bedekken met een rode pleisterlaag.
Deze onbewerkte steenblokken werden vooral in de oudste tempels gebruikt.




In de Tarxiem Fase ging men tempels bouwen van de veel zachtere globigerine kalksteen.
Nu werden de blokken echt uitgehouwen en vervolgens glad gemaakt.
Deze hoefden niet gepleisterd te worden. wel ging men de platen versieren met reliëfs.




Eerst met kleine gaatjes die tot een motief werden aangebracht, later werden spiraal vormen en zelfs dierfiguren in reliëf aangebracht.

De vloeren waren van aangestampte aarde met steengruis en later van uitgehouwen vloerplaten.
Bij de tempels zijn verschillende modellen en afbeeldingen van tempels gevonden. Hieruit blijkt dat er kennelijk tempels zijn geweest met een tweede verdieping er boven op.  De modellen zijn soms zeer gedetailleerd en tonen de bank onder de façade, de ingangspartij omlijst door drie stenen en een dakconstructie. 

Om de hoogte te overbruggen gebruikte men een helling van zand en steenafval om stenen en balken te plaatsen.

Hoe de tempels, als ze een dak hadden, van binnen verlicht werden, is niet duidelijk.
Er zijn bij de opgravingen geen lampen gevonden, maar wellicht gebruikte men fakkels of was slechts een gedeelte van het binnenhof overdekt.

TRANSPORT.

Het transport van de enorme steenblokken is een niet geringe prestatie geweest.
Ongetwijfeld rolden men de blokken op houten rollers en een soort stenen kogels van de groeve naar de bouwplaats.

Omdat Malta eigenlijk één grote steengroeve is, ging het niet om heel grote afstanden, maar ook een kilometer sjouwen met een blok steen van 20 ton moet heel wat mankracht hebben gevergd.

De stenen werden rechtop gezet met behulp van hefbomen. ze leunden vaak een beetje naar binnen, zodat ze elkaar op de plaats hielden en de tempel niet kon instorten.
De horizontale platen bovenop overlapten elkaar ook naar binnen toe zodat een soort gewelf ontstond. Daartussen zaten balken waarop het dak rustte. Dat kan van hout zijn geweest, maar men kan ook aan dierenhuiden denken.


In de voorhof van het complex va de Tarxien tempel liggen in een hoek nog grote ronde stenen die als transport walsen voor de megalieten dienden.

DE TEMPELBOUWERS.

De tempel bouwers, wie waren zij en wat weten wij van hen? Men heeft berekend dat voor de bouw van een tempel ongeveer 30.000 mandagen nodig zijn geweest.
In het algemeen worden dergelijke grote monumenten gebouwd door een goed georganiseerde maatschappij met voldoende technologische kennis. Men verwacht nederzettingen die al bijna steden zijn. Hiervan is op Malta niets terug gevonden.

                                           ( Tempel van Tarxien.)

Uit de Tempel Periode zijn uitsluitend eenvoudige hutten opgegraven. De bewoners hielden schapen, geiten, koeien, varkens en honden.
Verder aten zij vis en gevogelte. Ze beschikten over stenen en aardewerken voorwerpen, maar het metaal is niet uitgevonden. Hun messen waren van obsidiaan, een soort vulkanisch glas. Hieruit blijkt dat zij handel dreven over zee, want obsidiaan moesten ze van de Liparrische eilanden, ten noorden van Sicilië halen.
Zij begroeven hun doden in rotsgraven die net als de tempels halfrond zijn.

Uit het feit dat men dergelijke tempels bouwde, valt wel wat af te leiden over de maatschappij.
Dit in niet het werk van kleine dorpjes van ongeveer 50 inwoners. Er moet een groter systeem zijn geweest, waarin het mogelijk was om meer arbeidskrachten te mobiliseren.
ook moesten mensen van het dagelijks werk op het land worden vrijgemaakt om zich geheel te kunnen wijden aan de tempelbouw.
Dat wijst op een maatschappij waarin de landbouwproducten en ander voedsel werden ingeleverd bij een centraal gezag dat dat vervolgens weer herverdeelde over allen die zich nuttig maakten voor de maatschappij. Hierdoor konden mensen zich technisch gaan specialiseren, bijvoorbeeld als pottenbakker, steenhouwer of werver.
Ook de priesters kregen hun aandeel voor hun taak de religieuze plichten op de juiste wijze te vervullen.




                                Zie vervolg: MALTA, MYSTERIEUS VERLEDEN. (DEEL 2)



woensdag 16 februari 2022

COSENS & CO Ltd. (GB)

 

RADERSTOOMSCHEPEN

       MAATSCHAPPIJ.




COSENS & Co Ltd.


Het bedrijf werd in 1848 opgericht door Joseph Cosens. Cosens exploiteerde een vloot van raderstoomschepen op reizen langs de zuidkust van Engeland en op reizen naar Cherbourg en Alderney.
Tevens exploiteerde hij rondvaarten in de baai van Weymouth, evenals sleepboten die de schepen hielpen de haven binnen te varen.









Tot het einde van de Eerste Wereldoorlog had het bedrijf een contract met de Admiraliteit voor de exploitatie van vrijheidsschepen voor de marine in Portland.
De technische kant van het bedrijf was een grote scheepsreparatie- en waterbouwkundige faciliteit. 


Naast de haven beschikte het bedrijf ook over een koel- en ijsbereidingsinstallatie.

In 1851 bediende Joseph Cosens het stoomschip Princess tussen Weymouth en Portland, toen hij ontdekte dat een rivaliserende organisatie, de Weymouth & Portland Steam Packet Company, eigendom van Philip Dodson, van plan was zijn eigen stoomschip Contractor op dezelfde route te plaatsen.

Cossens reactie hierop was om het bedrijf uit te breidden door een samenwerking aan te gaan  met de rijke lokale kranteneigenaar Joseph Drew om een nieuw schip te krijgen. Het nieuwe schip genaamd Prince, werd ontworpen en gebouwd door John Scott Russell, later beroemd als de bouwer van de noodlottige Great Eastern.

Joseph Cosens overleed eind 1873 en Joseph Drew werd de nieuwe voorzitter van het bedrijf.

In 1946 werd Cosens overgenomen door zijn in Southampton gevestigde rivaal Red Funnel, die de plezierstoomschepen bleef exploiteren, in combinatie met haar eigen schepen, tot 1966, toen de laatste overgebleven raderstoomschip uit dienst werd genomen.

De enginering-divisie ging echter door en werd uiteindelijk verkocht via een management buy-out in 1990. Omgedoopt tot Cosens Engineering Ltd had het een korte onafhankelijk bestaan, dat eindigde in surseance van betaling.




dinsdag 15 februari 2022

CORY LINE. (GB)

 


VERVOER VAN STEENKOOL.




CORY LINE.

                                                      (ss. Corbridge.)

De juiste naam van het bedrijf was William Cory & Son. het werd opgericht op 15 oktober 1896 en nam het de bedrijven over van de volgende kolenleveranciers, kooplieden en lichters:
William Cory & Son, Lambert Brothers, D. Radford and Co, Beadle brothers, J. and C Harrison, Green, Holland & Son, Mann, George & Co en GJ Cockerell & Co.

In 1899 werd het verkoopgedeelte van het bedrijf samengevoegd met Rickett, Smith and Co onder de titel Rickett, Cockereel and C0 en in dat bedrijf bezaten William Cory and Son alle gewone aandelen.

(ss. Corferry.)

Cory had een uitgebreid bedrijf dat 5 miljoen ton steenkool per jaar vervoerde en leverde aan klanten in Londen. 
Het bedrijf had een vloot van 2.500 treinwagons en exploiteerde binnenvaartschepen op de rivier de Thames. 
Om er voor te zorgen dat de schepen niet leeg terugkwamen nadat ze de kolen hadden afgeleverd, gebruikte Cory ze om afval vanuit Londen te vervoeren naar de moerassen van Essex en Kent.

                                                       (ss. Corbeach.)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de meeste sleepboten van Cory gevorderd door de Royal Navy. De maatschappij verloor vijftien schepen, waarvan de meeste door vijandelijke acties tot zinken werden gebracht.

In 1933 was het bedrijf gevestigd in Cory Buildings in Londen EC#, en werd omschreven als Lightermen, Wharfingers, Ballast and Sand Merchants.


(ss. Corfen.)

In de Tweede Wereldoorlog waren brandstofvoorraden van groot belang voor de oorlogsinspanningen, Cory  schepen voeren mee in kustkonvooien en 13 schepen gingen verloren.






                                                     (ss. Corsound.)

In 1948 verwierf het bedrijf, in samenwerking met Powell Dufffryn, John Kelly Ltd, van belfast, en andere bedrijven die eigendom zijn van de familie Kelly, kolenimporteurs van Noord-Ierland.
In de jaren vijftig vervoerde en leverde Cory zowel stookolie als steenkool. In 1956 begon het bedrijf een vloot van binnenschepen te ontwikkelen die speciaal ontworpen waren om afval te vervoeren in plaats van steenkolen. Cory had een eigen scheepswerf, die tussen 1962 en 1972 meer dan 400 van dergelijke schepen bouwde.

In 1972 werd William Cory & Son Ltd. overgenomen door de Ocean Group. Tegen het einde van de jaren zeventig was Cory de grootste afval vervoerder op de Thames.
In de jaren tachtig trok Cory zich helemaal terug uit de kolen- en oliedistributie om zich uitsluitend te concentreren op het transport en verwijdering van afval.
In 1990 werd het bedrijf Cory Environmental en is het momenteel actief op meer dan dertig locaties in Engeland en levert het diensten op het gebied van inzameling, recycling en verwijdering van afval en gemeentelijke schoonmaak.


In 1973 veranderde de Ocean Steamship Co. haar naam in Ocean Transport and Trading (OTT).