vrijdag 11 augustus 2017

SAGEN, MYTHEN EN LEGENDEN VAN DE ZEE.

                OUDE VERHALEN VAN 

                   ZIELEN, GEESTEN 

                 EN HET DODENRIJK 

                        VAN DE ZEE.


Het oudste verhaal van de zee is wellicht de overtocht van de zielen naar het dodenrijk.

ADAD EA.

(Krijgers dragen een beeld van Adad.)

Adad Ea was in het oude Mesopotamië 'veerman op de wateren des doods' en tevens de stormgod van regen, wind en donder. Volgens legenden was hij de zoon van Anu; de god van het hemelgewelf.
Hij werd voorgesteld staande op een stier, het teken van vruchtbaarheid, met in zijn rechterhand een donderhamer en in zijn linker drie bliksemschichten.
Adad zorgde voor de jaarlijkse gunstige winden en regens, waardoor de rivieren gingen overstromen en het land vruchtbaar werd. Hij droeg dan ook de titel 'Heer van overvloed'. Maar hij zou ook de god zijn die de zondvloed over de mensheid heen joeg.

CHARON.

(Charon de veerman van de Styux.)

Charon een god uit de Griekse mythologie en zoon van Nyx en Erebos.
Charon was de veerman van de dood. Hij werd voorgesteld als een oude man, lijdend onder de taak die hij tot in de eeuwigheid moest uitvoeren.
Hij moest de doden begeleiden bij hun overtocht van de rivier de Styx naar het dodenrijk.
De overtocht van deze rivier was niet kosteloos en daarvoor werd bij de overledene een obool, een zilveren munt, onder de tong gelegd. Als de overtocht niet betaald kon worden zouden de overledenen meer dan 100 jaar langs de oever van de rivier Styx moeten blijven ronddwalen.

OKEANOS EN THETIS.

Okeanos (Oceanus) en Thetis (onder in de afbeelding) waren in de Griekse mythologie titanen die over de wateren regeerden.
Zij heersten over al het zoute water, wat al het vaste land, wat toen nog als een platte schijf werd gezien, het land omringde.
Zij werden afgebeeld met het onderlijf van een slang en op hun hoofd kreeftenscharen.

NEPTUNUS.

Okeanos en Thetis werden door Jupiter en zijn broers verdreven, waarna Poseidon (Romeinse naam Neptunus) en zijn vrouw Amphitrite de macht in handen kregen.
Het symbool van Neptunus is de drietand, waarmee hij onder andere stormen kon opwekken en bedwingen, alsmede aardbevingen kon veroorzaken. Hij was de god van de zee, wateren en hun goden. Hij was ook de schepper van het paard, en zijn eigen paarden, met koperkleurige hoeven en gouden manen, trokken zijn wagen over de zeeën.
Amphitrite was de dochter van Nereus en Doris en daarmee één van de vijftig Nereïden, zeenimphen.
Poseidon verkoos haar tot zijn vrouw toen zij samen met haar zusters een rituele dans uitvoerden. Zij weigerde en vluchtte. Poseidon stuurde een dolfijn achter haar aan en deze lukte het haar mee terug te brengen. Nadat hij haar huwde, beloonde hij de dolfijn door hem te veranderen in een sterrenbeeld en plaatste hem aan de hemel.

TRITON.

Triton een god uit de Griekse mythologie was een zoon van Poseidon en Amphitrite.
Triton wordt voorgesteld met het hoofd en de romp van een man en de staart van een vis, een meerman. Hij was een soort koning van de zee onder het toeziend oog van Poseidon.
Ook hij reed over de zee met paarden en zeemonsters en blies op de schelp, de kinkhoorn, om de golven te bedaren.  


In het sprookje van Hans Christiaan Andersen is hij de vader van de kleine zeemeermin.


PROTEUS.

Proteus was de tweede zoon van Poseidon en kon de toekomst voorspellen. Hij was ook de herder van de zeehonden
Hij had de kennis van het bouwen van schepen en bezat tevens de macht zich in allerlei gedaanten te laten veranderen.
Het bouwen van schepen werd in de Oudheid zo hoog aangeslagen, dat een ieder die een uitvinding deed op scheepsbouwkundig gebied onder de goden werd gesteld.

Ook de lotgevallen van Odysseus behoren tot de bekende Griekse sagen.


DE DODENSCHIPPER.

In Bretagne (Frankrijk) moest de eerste drenkeling van het jaar, de 'ankou marin',  als dodenschipper dienst doen.
Hij begon zijn arbeid bij een woeste kaap, de 'Raz de Sein', in de avondschemering.
Een voerman bracht hem zijn onzichtbare vracht.
Dit volgens een verhaal uit de roman Körkarlen van Selma Lagerlöf, 1912, die het Bretonse motief verplaatste naar het Zweedse Landskrona.


Voor de Nederlanden meldde de Byzantijn Procopius een dergelijke zielenvaart reeds in de 6e eeuw.
De Heruliërs, onderworpen aan de Franken, waren niet schatplichtig, omdat zij doden overvoeren naar 'Brittia'. Men meende dat de Westkapellenaars dodenschippers waren.

In het boek van Heinrich Heine, 'Die Gotter in Exil' is de zielenmaker een marchanderende Hollandse koopman. De visser verliest zijn welkome bijverdienste door een verzuim buiten zijn schuld: op het 'Witte Eiland' blijkt dat een vrouw zich voor haar man had laten inschrijven.


VLIEGENDE HOLLANDER EEN WERELDSAGE.


De Vliegende Hollander een aanduiding voor een schip en niet voor een persoon, is de jongste 'wereldsage'. 
Zij is eerst kort na 1800 opgedoken uit de volksoverlevering van Schotten en Engelsen als een eeuwigdurende afstraffing van het keiharde zakendoen van de Hollandse concurrent.

Volgens de sage staat de Hollandse kapitein, Willem van der Decken erop om op paasmorgen, ondanks de slechte weersomstandigheden en tegen de zin van zijn vrouw, met zijn VOC-schip de haven te verlaten op weg naar Oost-Indië. Het was immers een machtsstrijd om zo snel mogelijk naar Batavia te varen en terug. De kapitein had geen tijd te verliezen. Weer of geen weer, Pasen of geen paasfeest hij verliet de veilige haven. Na een reis vol tegenslagen probeerde hij de zuidwestelijke punt van Afrika, Kaap de Goede Hoop. te passeren in zwaar storm weer. De bemanning reeds verontrust door alle tegenslagen, smeekten de kapitein terug te keren naar de veilige Tafelbaai. De kapitein ontstak in woede, weigerde en werd zo kwaad op zijn stuurman dat hij deze overboord gooide en riep: "God of de duivel ... de Kaap vaar ik om, al moet ik varen tot het laatste oordeel". Voor straf raakte het schip in de macht van de duivel. De kapitein moest eeuwig blijven rond varen op zee. De dode bemanning verricht zwijgend haar taken.
Volgens overleveringen van mensen die de Vliegende Hollander zouden hebben gezien, vaart het schip met bloedrode zeilen tegen de wind in boven de golven.

NEDERLANDSE SAGEN.

HET VROUWTJE VAN STAVOREN.

In Nederland is Het vrouwtje van Stavoren de bekendste zeesage, vooral als plechtig straatlied van omstreeks 1840 zeer geliefd.


Het vrouwtje van Stavoren.

Hoort vrienden hoort een lied,
Dat duidelijk zal verklaren
Wat eenmaal is geschiedt
Voor meer dan duizend jaren
Toen ´t oud en grijs Stavoren
Nog bloeide op Frieslands grond
En van zijn macht deed horen
Door heel het wereldrond.

Daar in die rijke stad
Die jaarlijks duizend schepen,
Beladen met ´s werelds schat
Haar havens in zag slepen
Daar leefde in roem en ere
Een rijke weduwvrouw,
Wiens voorbeeld ons steeds doet leren
Hoe hoogmoed brengt in rouw.


Een van de versies van de sage verteld van een rijke koopmansweduwe in Stavoren die woonde in een huis met gouden vloeren en zilveren muren. Ze bezat meer schepen dan alle kooplieden van de stad tezamen en werd met de dag rijker en rijker.
Ondanks haar enorme rijkdom was ze niet tevreden, ze wilde het kostbaarste bezit dat er te vinden was en stuurde een schipper eropuit om dat te halen. deze kwam na lang zoeken thuis in de haven met een lading graan uit Danzig, dat hem waardevoller leek dan goud, daar de gewone bevolking honger leed. het vrouwtje zag het niet als het waardevolste dat er bestond.
Woedend vroeg ze: 'Aan welke zijde heb je graan ontvangen?", "Aan stuurboordzijde", 'Gooi het dan aan bakboordzijde in zee",  beval zij. Een voorbijganger die dat hoorde zei haar dat niet te doen; ze zou ooit zelf in de bedelstand vervallen, dan zou haar graan het graan wel goud toeschijnen.
Hierop haalde zij een gouden ring van haar vinger en gooide hem met een grote boog in zee. Ze voegde hieraan toe, "net zomin dat ik deze gouden ring ooit terug zal zien, zal ik in de bedelstand vervallen". Op een dag kwam een van haar dienaren naar haar toe met een gevangen vis, en bij het schoonmaken van de vis voor de maaltijd bleek deze in zijn maag de gouden ring te bevatten. Vanaf dat moment keerde haar lot. Ten slotte eindigde zij in grote armoede en met haar de gehele stad.
het vrouwenzand, vernoemd naar een door de zee verzwolgen klooster, sluit de haven af van de zee.
Halmen zonder korrels begroeien de 'kliffen' en voorheen ook de zandbank.


RIXT VAN HET OERD.

Vrouwe Rixt van het Oerd, door alle inwoners gemeden, woonde op de oostpunt van het eiland Ameland.
Haar enige zoon werd reeds op jonge leeftijd zeeman.
Niets van hem horend en in de mening dat hij was verdronken, wreekte zij zich op de mensheid door schepen die in nood verkeerden met een vals licht naar de zandbanken te lokken.
Op deze wijze won zij een rijke buit. Om de ringen van de verdronken zeelieden te bemachtigen ontzag zij zich niet de gezwollen vingers af te bijten.
Maar op een stormachtige ochtend vond zij haar zoon dood aan strand, door haar valse licht was zijn schip vergaan.

Deze sage wordt ook verteld in Gastogne, Bretagne, Normandië en Cornwall.




ZEEMEERMINNEN.

Zeemeerminnen, die men in Groningen 'zeewiefkes' noemt, zijn in al onze aan zee liggende provincies welbekend.
Laat hen in hun element, want op het land en onder de mensen kunnen zij niet gedijen.
ook al houden zij van een man en al brengen zij mensenkinderen ter wereld, zij willen, net als nachtmaren en andere geesten, naar hun eigen domein terug.
Deze onverenigbaarheid van geestenwereld en mensenwereld maakte sinds de romantiek veel opgang in de kunst.



(Kleine zeemeermin van H.C.Andersen in de haven van Kopenhagen.)

Bekend zijn de verhalen als Undine van F. de la Motte (1811) en De kleine zeemeermin van Hans Christiaan Andersen (1837).

Ook komt het voor dat zeemeerminnen een mensenkind meenemen naar hun kristallen zaal. De moeder krijgt haar kind terug als zij een gewaad aflevert,
gemaakt van haar eigen haar.
Langs heel de kust vindt men verhalen van weelderige dorpen en steden, wier wellust ten ondergang leidt.
Zo verdween het dorp Torum in de Dollard: slechts de pastoor die vruchteloos waarschuwde, er zwom een vis in de grachten, slaagde erin, jagend in zijn oude koets, het water voor te blijven.
In Bretagne overleefde de koning van Ys, de enige vrome in een goddeloze stad, de algemene catastrofe.

KWELGEESTEN.

In en bij de zee opereerden allerlei kwelgeesten. De meest bekende is Osschaert of Roeschaard, die vooral thuis hoort bij de kreken van Zeeuws-Vlaanderen. Tussen Panne en Ghyvelde, aan de Vlaamse westkust verscheen de 'Eeuwige Kuiser' als een reus van een man met een steeknet: voor 99 jaar zou hij verbannen zijn naar de kust. Soms kroop hij in de vismand op de rug van een visser: als hij weer schaterlachend, zijn eigen weg vervolgde, was de mand helemaal leeg.
Met een lantaarn in de hand lokte hij de kruiende vissers naar diep water. Ook zou hij de voorbode van storm en onheil zijn geweest, net als de meermin en de reuzenbruinvis.

BABBE ROERE.

Barbera Rohère, woonachtig in Ghyvelde en in 1900 overleden.
Aan de westkust leeft zij voort als Babbe Roere.
Over haar werd gezegd dat zij zich in een zwarte vogel kon veranderen die op de top van de mast van de boten ging zitten. Zag men de vogel op de mast zitten voor de afvaart, dan kon dit alleen maar onheil betekenen. Verder had zij het gemunt op vrouwen die in zee gingen kruwen op garnalen. Roere vermomd als raaf ging op hun schouder zitten en raadde hen steeds aan om dieper te gaan, omdat daar meer te vangen was.
Luisterde de vrouw naar het gekras van de raaf, riskeerde ze diep te gaan en te verdrinken.
Maar Babbe Roere kwam zelf tragisch aan haar einde. Toen ze op een dag was neergestreken op de mast van een IJslandvaarder, schoot de kapitein haar met zijn tweeloops geweer dood.

SINT NICOLAAS.

Ook een legende die meer dan eens met de zee te doen heeft is die van Sint Nicolaas. Zo zou hij zeelieden gered hebben in een zware storm van een zinkend schip.
Zo werd hij de patroon van de zeelieden sinds de 11e eeuw.
In veel havensteden over de gehele wereld zijn veel Sint Nicolaaskerken te vinden.

KRUUSSTEE.


Een mooie legende gaat over de 'Kruusstee', tegenwoordig de naam van een boerderij niet ver van Usqwerd in Groningen. In de 17e eeuw vergaderden hier een groep katholieken. 
In het avondrood kwamen twee zwanen aanzwemmen over de Waddenzee met een groot houten kruis.
Zij legden het neer aan de kust en zwommen weer weg.
Waar zou men dit kruis plaatsen?
Biddend vond men de oplossing: twee witte ossen, gespannen voor een wagen waarop het kruis werd gelegd, mochten gaan waarheen ze wilden. Waar zij zouden gaan liggen, zou het kruis worden opgericht.
Zo kwam het in de kloosterhof van Kloosterwijdtwerd, waar het eeuwen lang werd vereerd.

Natuurlijk kent ieder land zijn sagen, mythen en legenden van de zee, de een mooi de ander gruwelijk.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen