zondag 18 juni 2017

BOEDAPEST EN OMGEVING VERKENNEN. (DEEL 2 - STADSDEEL PEST.)

BOEDAPEST DE HOOFDSTAD 

VAN HONGARIJE 

GELEGEN AAN BEIDE OEVERS 

VAN DE DONAU. (2)

BOEDAPEST.


Boedapest, is de hoofdstad van Hongarije. De stad is gelegen aan weerszijden van de rivier de Donau en heeft een oppervlakte van 525,2 km². Het is de grootste stad van Hongarije en de 7e grootste stad van de Europese Unie.
De stad werd gevormd in 1873 door het samenvoegen van Buda en Ó-buda op de westelijke oever van de Donau met Pest op de oostelijke oever van de Donau. Vóór de samenvoeging sprak men over Pest-Buda.
Dit is ook terug te vinden in het wapen van de stad; wat een samenvoeging is van beide wapens.
Het wapenschild wordt door een gegolfde witte baan in tweeën gedeeld voorstellende de Donau, met in het bovenste deel deel het oude wapen van Pest en in het onderste deel het wapen van Buda; waarbij een van de poorten symbool staat voor Ó-Buda. het wapenschild wordt gedekt door de Stefanskroon, gelijk aan de kroon op het wapen van Hongarije. Schilddragers zijn links een gouden leeuw en rechts een griffioen.
De westoever (stadsdeel Buda) werd reeds 400 v.Chr. bewoond door de Kelten en noemde hun stad Ak-Ink. Rond 35 v.Chr. kwam deze bevolking in aanraking met de Romeinen onder leiding van Octavius, de latere keizer Augustus, welke toen reeds de beide oevers gingen bewonen. het stadsdeel Óbuda had de naam Aquincum en waar nu Pest ligt Contra-Aquincum. De Hongaren verschenen er pas rond het jaar negenhonderd en veroverden het gebied onder leiding van Árpád.
Door de eeuwen heen heeft de stad veel te leiden gehad door invallen van de Mongolen (1241) en later de Ottomanen (1526). Door deze invallen is de bouw van de burcht ontstaan in de 13e en 14e eeuw. In 1686 viel de stad en het Hongaarse koninkrijk in handen van Oostenrijk. 

Van 1687 tot 1918 viel de stad en Hongarije onder Habsburgs bewind als het Oostenrijk-Hongaarse Rijk, vanwaar hiernaast afgebeeld het gezamenlijke wapen; met daarop alle wapens van de overige landen die hier onder vielen. 
 Na het einde van de Eerste Wereldoorlog viel dit enorme rijk uiteen.
 De Oostenrijkse invloed qua architectuur is duidelijk herkenbaar in het stadsdeel Pest.
De bezetting gedurende de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland deed de stad ook geen goed en na het einde van de bezetting in 1945 viel de stad in handen van de communistische Sovjet Unie. In 1956 kwamen de Hongaren in opstand tegen het Sovjet bewind en dat liet sporen na in de stad.
Na de val van het communistisch Rusland, werd in 1989 in Boedapest de Republiek Hongarije uitgeroepen. De Sovjets lieten een vervuilde vervallen stad achter, die nu vooral met hulp van de Europese Unie een grandioze opknapbeurt heeft ondergaat, iets waarmee men nog lang niet klaar is.
De Donau heeft heeft elf bruggen bij de stad Boedapest, waarvan twee spoorwegbruggen, de bekendste zijn de Kettingbrug, Vrijheidsbrug en de Margarethabrug.


STADSDEEL PEST BEZICHTIGEN.

Het stadsdeel Pest is het drukste deel van de hoofdstad; hier liggen het Parlementsgebouw met bijbehorende kantoren, de grote Markthal en de drukken winkelstraat Váci utca.
Onze verkenning van Pest begon voor het concertgebouw Vigadó, ook wel het 'sprookjespaleis aan de Donau' genoemd. Voor het gebouw staat in een parkje een leuk fontein van spelende jongens in het water.
Om een indruk van beide Donau oevers van de stad te krijgen is het interessant om een rondvaart te maken over de Donau.
De rondvaart ging eerst stroomopwaarts waarbij we eerst de Beroemde Kettingbrug passeerden.


(De Kettingbrug met een zicht op de burcht van Buda.)

Deze brug is de oudste brug over de Donau en heeft een lengte totaal van 375 meter, een breedte van 15,8 meter, en heeft twee enorme peilers in de rivier. Met de bouw van de brug is men in 1839 begonnen en 10 jaar later werd ze opengesteld voor het verkeer.
Officieel heet deze nu zeer druk bereden brug de Széchenyi-Kettingbrug, naar de graaf István Széchenyi die het initiatief nam voor de bouw in de tijd dat Hongarije onder Oostenrijk viel.




                         (Het Parlementsgebouw op de oever van de Donau in stadsdeel Pest.)

Na het passeren van de Kettingbrug komen we langs het Parlementsgebouw. Het gebouw is een ontwerp van Imre Steindl en de bouw duurde van 1885 tot 1904. Het behoort tot een van de fraaiste gebouwen van de wereld. Het gehele gebouw heeft een lengte van 268 meter en een grootste breedte van 118 meter. De hoogte is 27 meter en de koepel is 96 meter hoog. het geheel beslaat een oppervlakte van 17.745 m². De koepel is omgeven door twintig kleine torens, op de randen staan tussen gotische tinnen en zuilen 242 historische standbeelden. In het gebouw houdt het Huis van Afgevaardigden zitting en worden bezoekende staatshoofden door de Hongaarse president ontvangen. Bezichtigen kan alleen in groepsverband.



      (Tijdens deze vaart heeft men ook een goed uitzicht op de gebouwen in het stadsdeel Buda.)

We naderen het Margaretha-eiland met de daarvoor gelegen gelijknamige brug. Het eiland is 2,5 km lang, de grootste breedte is 50 meter en het beslaat een oppervlakte van 96 hectare.
De eiland kreeg aan het einde van de 19e eeuw zijn huidige vorm, toen drie kleine eilanden werden samengevoegd en werden verhoogd tot een hoogte van 104, 85 meter.



                                                         (Margarethabrug en -eiland.)

Het eiland dankt zijn naam aan Magareretha van Hongarije, de koningsdochter die in de 13e eeuw in het plaatselijke dominicanessenklooster leefde, nadat ze haar vader Béla IV haar als dank voor het vertrek van de Tartaarse plunderaars uit Hongarije aan god had opgedragen. De grafsteen met haar naam herinnert aan haar leven hier.
Aan de noordkant van het eiland ligt de moderne Ärpadbrug brug.



Aan de zuidkant ligt de oude Margarethabrug die in 1901 was voorzien van een aftakking naar het eiland en voorheen alleen met bootjes bereikbaar was.
Door de aftakking heeft de brug een Y vorm gekregen en is gebouwd op zeven pijlers. De lengte van de brug heeft een lengte van 607 meter en dateert uit 1876 en is een ontwerp van de Franse ingenieur Ernest Goüin. De pijlers van de brug zijn voorzien van een beeldhouwwerk een gevleugelde man en vouw op de boeg van een roeispanen met riemen. Op de middelste pijler staat de verklaring van de naam aangebracht. Op het Margaretha eiland staat een oude watertoren.

Na rond het eiland gevaren te zijn en wederom de bruggen te zijn gepasseerd met een zicht op de beide oevers kwam er een einde aan de rondvaart die echt de moeite waard was.
We wandelen nu naar de Grote Markthal van Boedapest.



                                                           (De Grote Markthal.)

De Grote Markthal (Nagysarmok) ligt aan het Föván tér. Het is de grootste overdekte markthal van Boedapest die 180 winkels herbergt die vooral levensmiddelen verkopen, vlees, worsten, kazen, fruit, vis etc. Verder de bekende paprika´s, kaviaar, ganzenlever en de Hongaarse wijnen.
Een verdieping  boven de begane grond wordt vooral textiel verkocht en toeristische artikelen.
Het gebouw is ontworpen door Samu Pecz, die leefde van 1854 tot 1922, en het werd in 1897 ingehuldigd. De hal heeft een lengte van 150 meter en het lichtdoorlatende dak wordt ondersteund door dunnen stalen balken. Het dak is op zeer kunstige wijze gedekt met geglazuurde tegels.



Na de drukte in de markthal ontvlucht te zijn, want iedereen was druk met de inkopen voor de Pinksterdagen, wandelen we naar de Váci utca.
Utca is Hongaars voor straat.
Het is regelmatig omhoog kijken naar de fraaie gevels van de gebouwen, welke duidelijk de Oostenrijkse invloed weergeven uit het verleden.
We passeren het oprij gedeelte van de Vrijheidsbrug met zijn fraaie verlichting.







                                               (Vrijheidsbrug gezien vanaf stadsdeel Pest.)

De Vrijheidsbrug dateert uit 1896 en heeft een lengte van 331 meter en is 20,1 meter breed. De brug bevindt zich tussen het Sint-Gellértplein en het Fövámplein in Pest.
De brug is een ontwerp van János Feketeházy en werd in 1896 in gebruik genomen. De brug droeg vroegen de naam van koning Frans Jozef, de Habsburgse vorst die hem ook opende.
Nadat de brug in 1945 door de Duitsers was verwoest werd deze als eerste herstelde brug op 20 augustus 1946 weer in gebruik genomen en kreeg zijn huidige naam.
Karakteristiek voor de stalen, groen geverfde brug zijn de beelden van vier roofvogels op de beide torens. Het is de turui, een vogel die een belangrijke rol speelde in de Hongaarse voorchristelijke mythologie. Tussen de overspanning van de torens is het Hongaarse wapen aangebracht.

De Váci utca is een belangrijke voetgangerspromenade en wel de beroemdste winkelstraat van Pest.
De meest dure kledingmerken zijn hier te koop tussen kleine winkeltjes met snuisterijen en toeristische artikelen. Op een terrasje gezeten van een van de vele restaurants is het heerlijk mensen kijken. Om een eventuele flauwte tegen te gaan is het goed eten bij het restaurant 'Salt and Peper'.
Ook moet je in deze straat oog hebben voor de eraan gelegen gebouwen die zeer fraaie gevels hebben met versieringen. En vergeet dan ook niet op de zeer fraaie messing putdeksels te letten, die glimmen door de vele schoenen die erover heen gaan.



(Váci utca.)

We wandelen verder door de Váci utca winkeltje in winkeltje uit en genieten nog even op een terras van een lokale limonade. Deze limonades zijn gemaakt met lokale vruchten en ook met het gebruik van de bloemen van de lavendel.
Alcohol vrij en zeer verfrissend.




(Standbeeld van Mihály Vörösmarty.)

Aan het einde van de Váci utca ligt het plein met gelijknamig standbeeld van Mihály Vörösmarty een zeer prominent Hongaars dichter uit de 19e eeuw.
In 1836 schreef hij zijn bekendste gedicht. Szózat (oproep) was een zanggedicht gewijd aan het Hongaarse volk, dat de status van een "tweede volkslied" kreeg.
Toen deze dichter op 21 november 1855 overleed, was het een dag van nationale rouw.




Aan het zelfde plein ligt de zeer luxe en natuurlijk zeer dure theesalon - café Gerbeaud, een zaak waar de dure fraaie aankleding al een prijskaartje is.

Alleen voor één koekje van deze fraai opgemaakte schaal, kan je ook een heel brood kopen bij de bakker. Maar wie het geld er voor heeft kan het hier laten rollen.


We komen uiteindelijk terug bij ons beginpunt van deze wandeling en bezichtiging van Pest. Natuurlijk kan je op een dag niet alles bezichtigen, maar om nog het concertgebouw, de Vigadó,  te bezichtigen hadden nog wel even de tijd.


DE VIGADÓ.

De Vigadó wordt ook wel het "sprookjes paleis aan de Donau" genoemd. Het gebouw kent een lange geschiedenis met verwoesting door oorlogsgeweld en wederopbouw.
Het gebouwd werd in 1865 geopend als een cultureel centrum. De naam is afgeleid van het verouderde Hongaarse woord 'vigad', dat zo veel betekend als 'vrolijk zijn' en 'feesten'. De naam Vigadó werd in brede zin gebruikt voor zowel concertzaal, balzaal en ook als tentoonstellingszaal. Zo komt het voor dat deze naam Vigadó meerdere keren in een stad kan voorkomen.

In 1858 begon men aan de bouw van het huidige Pesti Vigadó, naar ontwerp van Frigyes Feszi in een neo-romaanse stijl met oosterse elementen die verwijzen naar de vermeende oorsprong van de Hongaren in Centraal-Azië. De voorgevel is versierd met Hongaarse volksmotieven, wapenschilden, borstbeelden en beelden van bekende Hongaren als koning Matthias en graaf Széchényi.



Op de pijlers boven de centrale ingang staan standbeelden van Griekse muzen. Na de inhuldiging in januari 1865, werd het gebouw al snel een belangrijke culturele ontmoetingsplek in Pest waar bals werden gegeven, naast concerten van, onder andere, Franz List, Johannes Brahms, Claude Debussy. Herbert von Karajan, Vladimir Horowitz en Arthur Rubenstein en vele anderen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep het gebouw zoveel schade op, dat het niet meer gebruikt kon worden. Pas in de jaren zeventig begon men met het herstel van het gebouw en het terugbrengen van haar oude glorie. De laatste opknapfase was in 2004.





Ook het fraaie interieur, van de hand van Károly Lotz en Mór Than, is luisterijk versierd en meer dan de moeite waard om te bezichtigen. Er zijn momenten dat je mond open zakt van deze pracht en praal zoals, de versierde plafonds, zuilen, trapgalerijen en kroonluchters.
Op de wand boven een enorme spiegel waar de trap zich splitst in twee trappen hangt een enorm schilderij voorstellende; Prins Árgírus aankomst in sprookjesland. 
Het geheel heeft een dusdanige schoonheid dat je vanzelf zachtjes gaat praten.

Eenmaal geheel boven gekomen is het mogelijk om vanaf de buitengalerij te genieten van een mooi uitzicht op de Donau met aan de overkant gelegen stadsdeel Buda.



(Links de Gellértheuvel met het oorlogmonument en het Gellért-monument en rechts de burcht van Buda.)



Na deze laatste bezichtiging was het voor ons tijd om naar ons onderkomen terug te keren om plannen te maken voor het bezoek aan de burcht van Buda.



  Zie vervolg: BOEDAPEST EN OMGEVING VERKENNEN. (DEEL 3 - STADSDEEL BUDA.)



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen