zondag 13 november 2016

KOOPVAARDIJ; HAAR GESCHIEDENIS. (DEEL 1)

VERVOER VAN HANDELSWAAR

 EN MENSEN OVER ZEE. (1)


KOOPVAARDIJ.

De koopvaardij is een bedrijfstak die zich bezighoudt met het vervoeren overzee van goederen en personen door middel van schepen. Deze bedrijfstak wordt uitgeoefend door particulieren, te weten: schipper-eigenaars, kooplieden, reders; tegenwoordig meestal naamloze vennootschappen of maatschappijen die rederij genoemd worden.
In sommige landen wordt de koopvaardij uitgeoefend door staatsinstellingen, soms ook door semi-overheidsbedrijven. Gedurende oorlogstijd wordt de koopvaardij in vergaande mate onder staatscontrole gebracht, teneinde het goederenvervoer over zee op gang te houden en te beveiligen.
Hiertoe bestaat in Nederland de Schepen verorderingswet. In Nederlands behoren officieel niet tot de koopvaardij± visserij, binnenvaart en loodsvaartuigen. Door wettelijke bepalingen wordt de Nederlandse koopvaardij onderscheiden in:

GROTE HANDELSVAART.

Zeeschepen, geen zee-sleepboten zijnde, met een lengte tussen de loodlijnen groter dan 75 meter.

KLEINE HANDELSVAART.

Zeeschepen geen sleepboten zijnde, met een lengte tussen de loodlijnen tot maximum 75 meter (kustvaart).

BEPERKTE KLEINE HANDELSVAART.

Kleine Handelsvaart van en naar het Vlie in de richting langs de Nederlandse en Oostfriese eilanden tot de monden van de Eider en de Elbe en het eiland Helgoland en door het Kieler Kanaal naar de Sont, de Belten en het Kattegat tot aan de lijn Frederikshaven - Göteborg in het noorden en de Oostzee tot aan de lijn Sandhammern-oostkust Bornholm-Stettin in het oosten.

GROTE SLEEPVAART.

Sleepboten bestemd voor de vaart buiten het gebied van de kustsleepvaart.

KUSTSLEEPVAART.

Vaart met sleepboten van en naar Nederlandse havens en zeegaten langs de Nederlandse kust, de Belgische en de Franse kust tot en met Duinkerken en bovendien binnen het gebied voor de Beperkte Kleine Handelsvaart aangegeven.

De wetten en voorzieningen voor deze verschillende 'vaarten'van de koopvaardij lopen internationaal nogal uiteen. Wat Nederland betreft raadplege men de; Schepenwet, Schepenbesluit 1965, Wet op de Zeevaartdiploma's en de Bekendmakingen voor de Scheepvaart.
Ontegenzeggelijk is de koopvaardij een transport bedrijf. Een groot gedeelte van de wereldproductie zou geheel waardeloos zijn als er geen middelen waren om die ver buiten de grenzen van het producerende gebied te kunnen vervoeren. En omdat ieder gebied zelf weer producten nodig heeft die in andere streken worden voortgebracht, zal dit transport in wederzijdse richting moeten gaan.
De materiële ontwikkeling van de westerse samenleving is mogelijk geworden doordat de speciale producten van ieder land benut kunnen worden door praktisch ieder ander land, waardoor een vollediger en meer gevarieerd leven mogelijk zal worden. 
Het wereldtransport van goederen en personen dat dit mogelijk maakt, werd en wordt voor het overgrote deel gerealiseerd door de wereldkoopvaardij.


       GESCHIEDENIS VAN DE HANDEL OVER WATER.



De geschiedenis van de koopvaardij is een beschrijving door de tijden heen van de scheepvaart als handelsonderneming; van de manier waarop gedurende elke periode van de wereldgeschiedenis de eigendom en het reden van schepen werden geëffectueerd, van het vinden der zeeroutes en het ontstaan van de zeehandelswegen, de aard van de vervoerde lading, de relaties tussen de reders en hun regering, het bewaken en veilig houden van de zeeweg en van het leven aan boord en de ontwikkeling van het koopvaardijschip door de eeuwen heen.
Deze geschiedenis toont tevens aan in welke mate de grootste van alle sleutelbedrijven gedurende iedere periode heeft bijgedragen tot het ontsluiten en ontwikkelen van 's werelds hulpbronnen , het bevolken van ledige gebieden en het geleidelijk opbouwen van de beschaving zoals wij die nu om ons heen zien.
Bovendien, gedurende de elkaar opvolgende perioden, de rol gespeeld door de volken die achtereenvolgens ter zee op de voorgrond traden welke hun methoden en verrichtingen als de meest typerende voor een tijdperk beschouwd kunnen worden. En door dit alles heen de wisselwerking van het uitwisselen van ideeën en gedachten tussen de volken, die altijd nauw verbonden is geweest met het ontwikkelen van de handel. Door de eeuwen heen heeft de koopvaardij dit alles mogelijk gemaakt en er bovendien zelf intensief aan medegewerkt.


HET BEGIN: DE RIVIERVAART.

Hoe de primitieve mens er voor het eerst toe is gekomen om het water als transportweg te gebruiken is niet te achterhalen. Door de klaarblijkelijke gerieflijkheid van dit transport, en het voor bevloeiing beschikbare water, ontstonden de vroegste beschavingen aan de oevers van bevaarbare rivieren; in Mesopotanië, de Eufraat en de Tigris, langs de Nijl in Egypte en langs de rivieren in India en China.
De rivier werd dan ook een schakel die het land erlangs bijeen hield en van de oudste tijden af ging een groot deel van het verkeer daarover.
De rivier was een grote water transportweg voor de kooplieden, handelaren welke ook schipper waren. 
De oudste afbeeldingen van schepen die wij nog hebben dateren van ongeveer 6000 jaar geleden. 
Tot voor kort waren zij zeer zeldzaam, maar archeologische opgravingen gedurende de laatste 100 jaar hebben meerdere maritieme beschavingen aan het licht gebracht en een oneindige verscheidenheid van handelswaren laten zien; zelfs op papyrus geschreven documenten van zeer grote waarde, zoals een fragment van een bevrachtingscontract van duizenden jaren v. Chr.
Bovendien heeft de scheepsarcheologie de overblijfselen van zeer oude wrakken onderzocht.





Al gedurende eeuwen kende men de scheepsafbeeldingen in de Egyptische graven en op Egyptisch aardewerk, op Griekse vazen en sommige andere zeer oude afbeeldingen.
Van latere tijden dateren de tekeningen en schilderijen van schepen, waardoor men dikwijls gedetailleerde informatie over het uiterlijk van de romp en tuigage verkreeg, maar slechts vanaf het midden van de 17e eeuw beschikken wij over betrouwbare en volledige gegevens in de vorm van constructietekeningen en nauwkeurige werkmodellen.
Tot de eerste vaartuigen die handelsgoederen langs de tot een handels- en verkeersweg geworden rivier vervoerden behoorden op de Nijl, en ook op andere rivieren, de vlotten. Egypte is van dit alles een sprekend voorbeeld.
Uit archeologische vondsten blijkt dat circa 2000 jaar v.Chr. schepen werden gebouwd zonder spanten en met een bodem van dikke houten blokken.. Hieruit werd geleidelijk een vrachtschip ontwikkeld dat, behalve voor de Nijlvaart, ook voor reizen langs de kusten van de Rode Zee en de Golf van Aden, tot het land Punt, Somaliland, gebruikt werd.




(Een Egyptisch zeilschip van de vloot van de Egyptische koningin Hatsjepoet, uit de 15e eeuw v.Chr, naar reliëfs van de tempel van Deir el Bhari. Goed is de zware tros te zien die voor het langsverband van het schip zorgt.)

De voorlijke stand van de mast wijst er op dat er slechts gezeild werd met achterlijke wind. Zo nodig werden de schepen geroeid en niet gepeddeld, want er was een soort van verbinding tussen de riem en het schip. Hierdoor kon men grotere schepen bouwen, die niet voortbewogen hadden kunnen worden door peddelaars.
Na  ongeveer 1500 v.Chr. werd de romp gebouwd rond een hoge sterke kielplank; spanten ontbraken nog steeds. De enkele mast stond midscheeps en rustte op de kielplank. De plaats van de mast en de inrichting van het tuig wijzen er op dat deze schepen ook met halve wind konden zeilen. Te oordelen naar het aantal roeiers, 15 aan iedere zijde, moeten deze schepen tussen 25 en 30 meter lang zijn geweest. hoewel in de oudste tijden niemand zich nog op zee waagde, was men geoefend geworden in het sturen, roeien en zeilen en het rekening houden met, en het gebruik maken van stroom, benevens in het zo goed mogelijk gebruik maken van de ruimte aan boord voor het plaatsen van de lading.



Hiermee was het eerste begin gemaakt met het koopvaardij bedrijf. In andere beschavingen, zoals in China, is wellicht hetzelfde gebeurd, maar hier is betrekkelijk weinig over bekend gebleven.
Op een zeker moment ging men toch de zee op. men bleef echter dicht bij de kust. De Egyptische vaartuigen werden in hun bouw niet aan de grotere water/ en windkrachten van de zee aangepast+ evenmin als Mesopotanië heeft heeft Egypte veel zeehandel ontwikkeld. Maar het feit blijft dat de Egyptenaren het eerste werkelijke vrachtschip hebben gebouwd, dat duizenden jaren dienst heeft gedaan en waarop zij ook gedurende vele eeuwen de zee bevoeren.
Intussen was men echter schepen gaan bouwen met een geraamte van kiel en spanten, waardoor men een hecht en sterk geheel verkreeg. Al sinds tijden werd door de Kretenzers handel op Egypte gedreven. Hun scheepsbouw ontwikkelde zich en reeds ver voor onze jaartelling hadden zij bakens en vuurtorens op belangrijke  punten van de kust geplaatst. Bovendien werden door hen havens aangelegd. Zij leerden ook de koers bepalen op de zon en de sterren.
Zo was Kreta de eerste staat die met handelsschepen de zeeën ging bevaren; daarmee nam de geschiedenis van de koopvaardij een aanvang.




                                      Zie vervolg: KOOPVAARDIJ; HAAR GESCHIEDENIS. (DEEL 2 - 
                                          SCHEEPVAART OP DE MIDDELLANDSE ZEE.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen