donderdag 3 november 2016

HANZE. WAT IS DAT? (DEEL 2)


HANZE EEN VAN DE EERSTE 

HANDELSVERBONDEN IN EUROPA. (2)





DE SCHEEPVAART.

De scheepvaart in Noordwest-Europa ontwikkelde zich vanaf de 12e eeuw regelmatig; de Vlamingen waren zeer actieve handelaars en kooplieden, terwijl de zeelieden, reders en handelaars van de Hanze steden de algemene vrachtvaarders in Noord- en Noordwest Europese wateren waren.
De maritieme wetten van de Hanze werden gemodelleerd naar die van de Mediterrane havens en later naar de Rôles d'Orléon, die in de 14e eeuw in het Vlaams vertaald werden. (de Rollen van Damme).
De besluiten van de Hanzeatische landdagen over de zeekwesties waren sinds 1350 een andere bron voor het Hanze zeerecht.
Men slaagde er echter niet in eenheid te brengen in dit recht van zo verscheiden herkomst. De bouw van de schepen van de Hanze vloot bleef over het algemeen gericht op lading capaciteit en niet op snelheid men manoeuvreerbaarheid.


( Kamper kogge.)

In de 14e en 15e eeuw was de kog of kogge het Hanze-schip bij uitstek; later begon de hulk of holk, geleidelijk groter wordend, de kog gedeeltelijk te vervangen.
Deze schepen domineerden minstens drie eeuwen lang de zeerouten van Noord- en Noordwest Europa en baseerden hun vrachten voor een aanmerkelijk gedeelte, vooral in de eerste periode, op het vervoeren van haring en andere vis, gevangen bij Schonen (Skâne) en Rügen en van alles wat nodig was voor de visserij.
Bij het ontwikkelen van de handel en het groeien van de macht van de Hanzesteden werd het noodzakelijk de oude regels en bepalingen zo goed mogelijk aan te passen en in de 15e eeuw werd de handel van de Hanze uitsluitend geregeld door decreten van de Raad van het verbond. De voornaamste doelstelling bleef uiteraard de beheersing van het handelsvervoer waaraan de Hanze haar bloei dankte, zelfs meer dan het kopen en verkopen van goederen.


De schepen moesten gebouwd worden onder toezicht van de lokale stedelijke Hanze en het schip moest gemerkt worden met het stadswapen ten teken dat het aan de bouwvoorschriften voldeed.
Aan de stedelijke en op de buitenlandse kantoren werd opgedragen er op toe te zien dat de schepen niet werden overladen.
Reeds omstreeks 1400 was tussen de zeesteden een diepe scheuring ontstaan. De Nederlanders voeren direct naar Zweden en Rusland, de Letlandse steden begonnen directe handel met Engeland, Frankrijk en de Nederlanden, Lübeck zag zijn positie als voornaamste haven van de Oostzee bedreigd en trachtte een soort stapelplicht in te stellen.



                                              (Het wimpel dat de Hanzeschepen voerden.)

De ondertussen Bourgondisch geworden Nederlanders sloten in 1423 een verbond met Denemarken tegen de Hanze vloten en werden daarop door de Hanze Oostzeesteden van de vaart op de Oostzee uitgesloten. Hierdoor ontstond een zeeoorlog die in 1441 door de vrede van Kopenhagen beëindigd werd, maar die vervreemding bracht tussen de Hollanders en het Duitse rijk.
Tenslotte bleven als werkzame steden de zogenoemde Wendische steden over, die met Lübeck, Hamburg en Bremen wezenlijk gelijke belangen hadden.
Gedurende de 15e eeuw bleven deze steden, ondanks zware strijd tegen de Scandinavische koningen, de Oostzee handel beheersen, tot zij in 1534 de oorlog tegen Denemarken verloren.



(Hanze. Miniatuur uit 'Hamburger Stadrecht', 1497.)

De Zeevarende naties van Noordwest Europa werden steeds meer zelfstandig: de ontdekking van Amerika en het vinden van een zeeweg naar de Indiën hadden aan de handel een andere richting gegeven en nieuwe verkeerswegen geopend.
Na afloop van de Rozenoorlog kwam de handel in Engeland tot nieuw leven en de sinds 1505 als vennootschap erkende 'Marchant Adventurers' , die wol en lakenmonopolie hadden verkregen, trachtten de tussen handel van de Hanze aan zich te trekken.
Dit gaf aanleiding tot twisten en leidde, onder het bewind van Elisabeth, tot het verlies van alle voorrechten voor de Hanze.
Ook de handel met Rusland, die voor de verwoesting van het kantoor te Novgorod in 1494 reeds zwaar geleden had, verviel aan de Nederlanders en de Engelsen, die zich echter meer richten op Archangel voor de hout- en pelshandel.
Het hielp dan ook niet dat men in het Westen de stapelplaats van het achtergebleven Brugge in 1540 naar de door de handel op Indië opbloeide Antwerpen verlegde: de oude handelsnormen hadden zich overleefd en hoe vaster de Hanze er zich ook aan hield, des te sneller werden ze ingelopen.


Herhaalde pogingen het verbond tot nieuw leven te brengen hadden geen enkel praktisch resultaat.
In 1669 kwam men op de laatste Hanze-dagen bijeen; Lübeck, Hamburg, Bremen, Braunschweig, Danzig en Keulen, man berekte echter niets.
De oude kantoren onder bescherming van Lübeck, Hamburg en Bremen bleven voortbestaan, maar werden in 1775 ontruimd; de Staalhof te Londen werd in 1852 verkocht en het Oosters Huis te Antwerpen werd in 1863 door de Belgische regering overgenomen.

Zo kwam er een einde aan het eerste Europese handelsverbond.




                                     Zie vervolg: HANZE KOGGESCHIP. WAT IS DAT?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen