maandag 14 juli 2014

BATAK DE BEWONERS VAN NOORD-SUMATRA. (DEEL-2)

HERKOMST, WOONPLAATS, TOBA EN DE ULOS.

SUMATRA.

Het thuisland van de Bataks is het eiland Sumatra. Het is het meest westelijke eiland van de archipel van de Republiek Indonesië. Sumatra is het vijfde grootste eiland van de wereld en heeft een lengt van 1750 kilometer en een breedte van 400 kilometer.
Buiten de Bataks leven er nog meerdere bevolking groepen op het eiland. In het noorden ligt Aceh en de gebieden van de Gaya en de Alas. In het midden de Minangkabau, de Kubu en de Lubu en verder in het zuiden de Abung en de Rejang.
Langs de kusten wonen veel Maleiërs welke in de 7e tot de 13e eeuw een eigen staat hadden Srivijaya met een hoofdstad , wat nu de stad Palembang is.
Door de handel met het schiereiland Maleisië, Java, Indië, Arabië en China kwam er een gemengde bevolking tot stand. Tijdens de koloniale tijd van de Nederlanders kwamen er veel Chinezen en Javanen naar het eiland om op plantages te werken.



DE BATAKS.

De Bataks leven in het berg hoogland en de westelijk- en oostelijk kust streek boven de evenaar en westelijk van de 100ste breedtegraad. De berg hooglanden liggen grotendeels 1000 meter boven de zeespiegel en het bestaat uit diepe ravijnen en valleien doorsneden met snelstromende rivieren.
De oorspronkelijke Batak bewoonden de laaglanden van de Himalaya en Mongolië. Ruim 3000 jaar geleden werden zij daar verdreven en vestigden ze zich op Sumatra in de hoog gelegen berglanden.
Het woord Batak was oorspronkelijk een scheldwoord gebruikt door de bewoners van de kuststreken. Het woord betekend; "Hoog in de bergen".
De Bataks bestaan uit zes etnische groepen: de Mandailing en de Angkola in het zuiden; de Toba in het midden; de Pakpak/Dairi in het noordwesten; de Karo en de Simlungun in het noorden en noordwesten.


Deze groepen kunnen worden onderverdeeld in drie taalgroepen: de Mandailing, Angkola en Toba in het zuiden, de Pakpak/Dairi en Karo in het noorden en de Simanlungang in het noord-oosten.
Deze groepen hebben ieder hun eigen taal en dialecten. Ook hun traditionele schrifttekens in taal verschillen.

In vroegere tijden heerste er vaak een stammenoorlog tussen de verschillende groepen. Onderlinge roof van vrouwen was aan de orde van de dag. Ook schrok men er ook van terug om zijn gevangen genomen tegenstander te doden en te consumeren. 





( Een magisch boek met teksten in de rituele taal gebruikt door de priester of dokter. De bladzijden zijn gemaakt van gedroogd bananenblad.)

In het begin van de 19e eeuw kreeg de Islam een sterk overwicht in de Minankabau regio en trachtte deze invloed uit te breiden over de zuidelijke Batak landen. Een felle geloofsstrijd brak uit en de zuidelijke Batak landen Mandailing en Angkola werden onder de Islam gebracht.
De Toba Batak in het centraal gelegen gebied kwamen onder het christelijk geloof van de Duitse Rheinische Missiekerk rond 1864. De Karo Batak kwamen later tot het christelijk geloof maar ook vele van hen zijn tegenwoordig moslim.

Voor de Batak is de tondi (ziel) het wezenlijkste deel van mens en dier. Wanneer de ziel het lichaam verlaat zal dit dan ook rampspoed tot gevolg hebben. Zo bestaat er een duidelijke overeenkomst tussen het scheppingsverhaal van de Dajaks (bewoners van Kailimantan) en de Batak. Ze geloven beiden in de boven-, midden- en onderwereld.
De Toba Batak zijn de meest christelijke van de Batak bevolking, maar beleven dit geloof nog met traditionele gewoontes. Het merendeel is protestant.  

Volgens een oude Toba legende is Si Raja Batak de ( mytische ) voorvader van alle Bataks neergedaald op de Gunung Pasak Buhit ( Centrale Heuvelberg ) ten westen van het Toba-meer.
Elke batkstam ( marga ) bestaat uit meerdere clans ( huta ) die afstammen via de mannelijke lijn in theorie elk terug te voeren tot één enkele voorvader. Met trouwt altijd buiten de clan.
Men is zorgvuldig in het bijhouden van de genealogieën die moeten bepalen welke status iemand heeft. Van welke clan men lid is hangt af van de vader.
De Batak gelden als een van de meest trotse bevolking groepen van Indonesië. Ze hebben weinig moeite zich aan te passen aan het moderne leven vergeleken met ander Indonesische bevolking groepen.
Het zijn studiehoofden en bekleden zodoende hoge posities in het leger, transport, onderwijs en het toerisme.
De Batak staat vooral bekend om zijn uitstekende zang kwaliteiten en muziek. Daar ze niet halal eten en het eten van varkensvlees is toegestaan staan ze bekend om de heerlijke babi-panggang.

DE TOBA BATAK.

De Toba Batak leeft rond het Toba-meer en op het erin gelegen eiland Samosir. Op dit eiland vestigden zich vermoedelijk de eerste Bataks na hun komst op Sumatra. Het wordt door alle stammen gezien als de plaats, waar hun voorouders vandaan komen.De op dit eiland en rond het meer wonende Toba Batak stam is de grootste van de zes verschillende Batak stammen en wordt gezien als de meest pure Batakstam.

DE WOONPLAATS.

De Batak dorpen ( hutas ) waarin een clan woont, bestonden vroeger uit verschillende grote familiehuizen
(  rumah adats )  en rijstschuren. Ieder dorp had zijn eigen gemeenschapshuis.


De huizen en de rijstschuren waren gebouwd in traditionele stijl op palen en worden bekroond met aan beide uiteinden door een stijl oprijzend dak. Via een trapje en kleine deur bereikte men het woongedeelte. Onder de vloer van het woongedeelte en tussen de houtenpalen werd het vee (waterbuffels ) gehouden welke in feite door hun uitstraling de vloer verwarmden in koude perioden.
Achter het woon en slaap gedeelte lag het kookgedeelte van het huis. De grote woonruimte wordt in afzonderlijke ruimten verdeeld met roten matten of traditionele doeken.
De lengte van de woning was ruim 18 meter. Voor de bouw werden voor de verbindingen geen ijzer gebruikt, maar touw en houten pinnen. Onder de puntige dak nok zijn vaak versieringen aangebracht door houtsnijwerk.


De huizen ( jabu ) worden niet gebouwd met hardhout, maar met pekkihout een soort dennenhout. Dit verkort helaas de levensduur van de huizen.
Helaas verdwijnen deze huizen langzaam in de dorpen daar er geen geld is voor het onderhout en maken ze plaats voor modernere woningen welke rechte recht aan zijn gebouwd.
Ook de natuurlijke dakbedekking maakt met de jaren plaats voor ijzeren golfplaten.



Op het eiland zijn nog enkele dorpen waar de huizen als een monumentaal erfgoed staan in het belang van het toerisme. Ook hier staan dan nog de stenen tafels en stoelen op een plaats waar vroeger recht werd gesproken. 



Soms zijn er nog de resten van de aarden wallen te zien die het dorp vroeger in woelige tijden moest beschermen tegen invallers. Deze wallen waren dan vaak voorzien van een ondoordringbaar bamboe haag.
De Batak zetten hun overledenen bij in een stenen sarcofaag of een familie graf, vaak in de vorm van een klein versierd huisje. Deze graven staan gewoon her en der in de vrij natuur of tussen de rijstvelden. 




DE ULOS.

De ulos is voor de Bataks een traditionele doek, welke over de schouder of om de schouders wordt gedragen bij ceremonies, zoals bij het overlijden of een bruiloft bij het samenbinden van bruid en bruidegom door het doek om beide heen te slaan.
Er zijn verschillende soorten met motieven welke een eigen betekenis hebben. Het doek wordt traditioneel met de hand geweven en stukken van hoge kwaliteit zijn familie erfstukken. De ulos wordt in de dorpen nog vaak door de vrouwen op traditionele wijze geweven.


( Het weven van een ulos in een traditioneel weefgetouw zoals het in de dorpen vroeger gebeurde.)

In de eerste instantie was de ulos een gewone doek die gebruikt werd om warm te houden als het koud was.
Later ontwikkelde de ulos zich als een symbool voor liefde, traditionele eisen en structureel systeem in de samenleving.
Aan de ulos wordt een magische religieuze kracht toegeschreven die 'heilig'is en bijzondere bescherming geeft aan de gebruiker. Zo wordt de ulos bij een ceremonie gedragen over de rechterschouder als de persoon een lid van de familie is en een buitenstaander of gast draagt deze dan over zijn linker schouder.
Het is een doek dat men niet zomaar als geschenk krijgt van de familie.
Tegenwoordig wordt de ulos vervaardigd in kleine familie bedrijfjes op grotere handbediende weefgetouwen en is deze gewoon te koop als toeristisch aandenken.


Vaak wordt in de ulos het Batak woord 'Horas' verwerkt. Het is een Batak groet die gebruikt wordt bij een welkom, onderweg als groet of als afscheid. De vrij betekenis zou zijn; 'God zij met U'.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen