zaterdag 21 mei 2022

PRAMBANAN. MIDDEN-JAVA. INDONESIË. (DEEL 2)

 

   EEN TEMPEL COMPLEX 

    UIT DE SHIWA-CULTUS. 

               (DEEL 2)




PRAMBANAN.


DE OVERIGE TEMPEL GEBOUWEN.

De Brahma tempel (links) en de Vishnu tempel (rechts) staan respectievelijk ten zuiden en ten noorden van de Shiva tempel.
Beide tempels hebben slecht één ingang aan de oostelijke zijde en hebben ook maar één cella.
Beide tempels werden in het verleden door een aardbeving grotendeels verwoest en zo ook inwendige afbeeldingen. Zodoende zijn hun cella leeg.




De balustrade van de Brahma tempel is voorzien van reliëfs welke het vervolg zijn van Ramayana-epos welke op de Shiva tempel begint.
Ook van deze tempel is de balustrade gesierd met kleine stupa's.







(Krishna in gevecht met de olifant Kuvalayapita.)

Ook de balustrade van de Vishnu tempel is rijk voorzien van Reliëfs die ook weer handelen over de Ramayana-epos.
Het zijn afbeelding over de jeugd van Krishna uit het Oud-Javaanse epos Krishnyana.






Op de oostelijke zijde van het terras staan drie gelijke tempels: (van links naar rechts) De Angsa tempel, de Nandi Tempel en de Garuda Tempel.
Alle drie de tempels zijn gelijk, zowel in- als uitwendig. Het zijn tempels die gewijd zijn aan de dieren waarmee Shiva zou kunnen reizen.





De Angsa tempel is gewijd aan de zwaan. Het is niet bekend of Shiva alleen de vleugels gebruikte om de kunnen vliegen zoal op een afbeelding is weergegeven.








De Nandi tempel is gewijd aan de waterbuffel.
Een nog originele afbeelding van deze buffel ligt in de midden van de cella.
Aan weerszijden van de Nandi staan twee beelden die de zonne- en maangod voorstellen.





De Garuda tempel is gewijd aan de Garuda.
De Garuda is een mystieke vogel uit de Ramayana vertellingen.







Zowel als aan de noordelijke- als aan de zuidelijke zijde van het terras staan twee volledig gelijke gebouwen, apit genaamd.
Apit vrij vertaald uit het Indonesisch betekend sandwich.
De gebouwen moeten dienst hebben gedaan als opslagruimte voor de waardevolle artikelen van de monniken of om voedsel in op te slaan. Inwendig zijn ze volledig leeg, hebben geen balustrade, maar wel een fraai gesierd dak met kleine stupa's.

HIËRARCHIE.

Vanuit door de hiërachie bepaalde indeling van het totale complex zou men eigenlijk verwachten dat de hoofdtempel, de Shiva tempel,  op het snijpunt van de diagonalen van het centrale tempelcomplex zou liggen. Dit is hier bij de Prambanan niet het geval. Het snijpunt van de diagonalen bevindt zich bij de uitbouw links van de grote trap naar de Lara Jonggrang.
Bij de restauratie werkzaamheden werd precies op deze plaats onder het beeld van één van de goden een holle ruimte ontdekt, waarin een urn met as en grafgiften bevond. Klaarblijkelijk was dit het eigenlijke middelpunt van het geheel. De oprichter van dit enorme bouwwerk heeft op subtiele wijze ook het eigenlijke karakter ervan willen aangeven: het moest een grafmonument zijn voor een tot god geworden vorst, wiens as hier is bijgezet.



Note: De Prambanan is niet de enigste tempel in dit gebied. Zuidelijk en zuidoostelijk liggen de Sojivan-, Ratu Boko- , Miri-, Barong-, Banyunibo- en de Ljo tempel. Zuidwestelijk de Kalasan- , en oostelijk de Sari tempel. Noordelijk de Lumbung-, Bubrah- en de Sewu tempel. Noordoostelijk de Plaosan tempel en noordwestelijk de Kedulan tempel. Het zijn allemaal Hindu-Boeddhist tempels.



PRAMBANAN. MIDDEN-JAVA. INDONESIË. (DEEL 1)

 


EEN TEMPELCOMPLEX 

UIT DE SHIWA-CULTUS.

             (DEEL 1)




PRAMBANAN.



Het tempelcomplex van de Prambanan ligt 16 kilometer noordoostelijk  van Yogyakarta en is het belangrijkste en meest imposante tempelcomplex van de zuidelijke groep.
Dit schitterende bouwwerk was het belangrijkste mausoleum van heel Midden-Java.
Helaas zijn de kleine grafmonumenten die rond het geheel staan, bijna allemaal verwoest, maar geven ons nog wel een voorstelling van de oorspronkelijke opzet.

Tijdens het Rijk van Mataram, dat onder invloed stond van de Shiwa-cultus, werd het kolossale tempelcomplex aangelegd.
men begon in de achste eeuw en de hoofdtempel, de Lara Jonggrang, werd volgens overlevering omstreeks het jaar 915 voltooid door koning Daksha.
Het in onmogelijk, dat de bouw van de Prambanan tijdens de regeringsperiode van één enkele vorst werd voltooid.




Tijdens een enorme aardbeving in 1549 werden bijna alle gebouwen totaal verwoest. Tot in de 19e eeuw gebruikte men het puin om wegen aan te leggen en suikerfabrieken te bouwen.
Het was in 1885 dat de Nederlander Jan Willem IJzerman een archeoloog stuitte op de resten van door de natuur overwoekerde gebouwen, en werden de resten gefotografeerd door de Javaanse fotograaf Kassian Céphas van het archeologisch instituut van Yogyakarta.

(Het centrale plein met de resten van de Candi Apit en de Candi Shiwa omstreeks 1896.)

Uiteindelijk begon men pas in 1953 met de restauratie werkzaamheden, waarvoor veel nieuwe stenen moesten worden gebruikt.
De restauratie werd zeer zorgvuldig en met kennis van zaken verricht. Moderne middelen werden gebruikt om het geheel te verstevigen, zodat de hoofdtempel weer in zijn volle glorie hersteld werd.  


( Linksboven het begin van de restauratie rond het eind van de 19e en begin 20e eeuw; Midden een constructie van betonijzer voor versteviging van de top van de Shiva tempel;  Rechtsonder, de Shiva tempel in de steigers; Linksonder, Arbeiders aan het werk op de top van de Shiva tempel. 
Het steigerwerk dat gebruikt werd was geheel uit bamboe opgetrokken, dat onderling met rotanstrengen werd verbonden.)

STUKJE OVERLEVING.

Volgens een tekst uit de negende eeuw zou de naam Prambanan afgeleid zijn van de naam van het dorp Parawan. De inwoners van dit dorp hadden de plicht de tempels te onderhouden, waarvoor zij door de koning van het betalen van belasting werden vrijgesteld. Daarnaast wordt ook aan een mogelijke afleiding van het woord "brahamana" gedacht, dat van brambanan tot Prambanan werd 
Het Prambanan-complex ligt vlak langs de rivier de Opak. Volgens overlevering stroomde deze rivier vroeger dwars door het tempelgebied maar voordat met de bouw werd begonnen zou men de loop hebben verlegd. Ook deze tempel ligt te midden van veel natuurschoon; midden tussen de rijstvelden, met Gunung Kidul in het zuiden en ten noorden daarvan de nog steeds actieve vulkaan Merapi.

HET TEMPELCOMPLEX.


Het tempelcomplex bestaat uit acht tempels, die op een verhoogd terras staan, met daar omheen vier rijen kleine candi's. De belangrijkste en grootste tempel aan Shiva gewijd, de Lara Jonggrang, ligt in het midden. Zuidelijk hiervan staat de aan Brahma gewijde tempel en noordelijk de aan Vishnu gewijde tempel.
Recht tegenover deze drie tempels staan nog drie kleinere tempels die gewijd zijn aan de mytische rijdieren der trimurti. Het zijn de tempel voor de Garuda, Nandi en Angsa. Alleen de afbeelding van de stier Nandi, het rijdier van Shiva is bewaard gebleven.
Het terras wordt omringt door drie muren. Tussen de binnenste en de middelste muur liggen 156 kleine tempels, waarvan slechts een gedeelte is gerestaureerd en waarvan men aanneemt dat ze dienden als grafmonumenten voor de broederschap van de monniken.

SHIVA TEMPEL.

Shiva, de derde figuur uit de trimurti, werd op Java zeer vereerd.
Shiva is zowel de verwoester als de vernieuwer van de schepping.
Op Java zag men in hem de Mahadeva, de oppergod. Daarom werd hier voor hem ook de grootste tempel gebouwd.
De lingnam (fallus) is het symbool voor Shiva als voortdurend vernieuwer. Als oppergod Mahadeva stelt men Shiva meestal met vijf hoofden voor, op Java echter meestal maar met één hoofd, en staand op een lotuskussen. Achter hem is een slang te zien als een soort aureool.



                                                (Afbeelding van Shiva in de binnenkamer.)

De Shiva tempel heeft vier ingangen, waarvan slechts één toegang geeft tot de voorkamer en de grote binnenkamer. Al de kamers heggen een puntplafond. De twee ruimtes boven de hoofdkamer zijn leeg en dienen vermoedelijk voor het opvangen van de krachten van de steenmassa er boven, maar stellen alle drie 'werelden' voor.
Centraal in de hoofdcella staat een beeld van Shiva. In deze kamer ligt ook een opening van een waterput.
In de noordelijke neven cella staat een afbeelding van Durga, in de westelijke een afbeelding van Ganesha en in de zuidelijke een afbeelding van Agastya. 
In twee nissen in de kleine voorkamer staan, in een noordelijke en zuidelijke nis een beeld van de deurwachter.
Ook de Prambanan is het resultaat van de samensmelting van boeddhis-
tische en hindoeïstische elementen. In dit verband moet men de goden als Shiva, Indra, Agui, Kuwera etc. zien als avatara van de enige ware Boeddha. Alleen uiterlijkzijn de goden verschillend. Deze tempel diende, ondanks het feit dat het een hoogtepunt vormde van de Shiva-cultus, tevens een graftempel voor monniken die het latere mahâyâna-Boeddhisme aanhingen.

De Lara Jonggrang die in de oorspronkelijke vorm is herbouwd, is 46 meter hoog.
Het eigenlijke tempelgedeelte staat op een symmetrische, massief aandoende onderbouw. Deze onderbouw heeft 20 hoeken.
De grote trap aan de oostzijde leidt naar de centrale cella en de drie trappen  aan de andere zijden leiden naar de neven cella's.
De tempel is onwaarschijnlijk mooi versierd.
Op de sokkel vinden veelvuldige herhalingen van het zo genaamde prambanan-motief: in een nis staat een leuuw tussen twee levensbomen die elk aan beide zijden van de stam voorzien zijn van twee kinnari's, mythologische vogelfiguren met het bovenlichaam van een vrouw.
De langs de trappen treft men ook hier weer makara-beelden aan.
Elke trap eindigt een stukje boven de twee meter brede galerij in een poort, die de vorm heeft van een candi. Vanaf deze poort leidt een stenen pad naar de vier cella's en kleinere trappen trappen leiden links en rechts weer naar de galerij. Alle bogen en poorten zijn rijk gedecoreerd en hebben in het midden kala-koppen. Op de hoeken van de candi zijn waterspuwer mat kala-makara-ornamenten aangebracht.

(Het zo genaamde prambanan-motief op het sokkel.)

Evenals de boeddhistische Borobudur is de aan Shiva gewijde Lara Jonggrang een symbool van het heelal.
het bouwwerk is in drie boven elkaar gelegen 'werelden' verdeeld. De basis stelt de lagere wereld, het niveau van de gewone mens voor; de eigenlijke tempel is het symbool van de middelste wereld, die voorbehouden is aan diegenen die zich hebben vrijgemaakt van aardse zaken. Het bovenste gedeelte, de afsluiting van de tempel dus, is de zetel van de goden.



( Van links naar rechts boven: Durga, Ganesha en Agastya. Onder: links en rechts van de toegangspoort
Maha-kala en Nandisvara.)

Zoals eerder vermeld hierboven heeft de Candi Lara Jonggrang vier binnenruimten. De wanden van de belangrijkste cella zaijn, in tegenstelling tot de drie andere cella's, van onder tot boven rijk versierd.
Deze versieringen bestaan uit spiraalvormige bloemranken, medaillons en bloemvazen in kleine omlijste panelen. In het donker van de cella zijn deze versieringen nauwelijks zichtbaar.Tegen de achterwand staat een drie meter hoog beeld van Shiva als Maha-deva, de oppergod.
Links en rechts van de toegangspoort staan de beelden Maha-kala en Nandisvara; beide zijn weer andere verschijningsvormen van Shiva. Evenals het tempelgebouw zelf zijn de beelden vervaardigd uit Andesit-lava.In de zuidelijke cella zien we Shiva als Maha-guru, de hoogste leermeester; in de westelijke cella Ganesha, de zoon van Shiva als god der wijsheid met zijn olifantskop en mensenlichaam, en in de noordelijke cella staat zijn vrouw Durga op de buffelsdemon Mahisasura, die door haar gedood wordt.

Rondom de tempel loopt een galerij, die aan de buitenzijde door een brede muur wordt omzoomd en die bekroond wordt door stupa's of lingams.
Dit is misschien een boeddhistische invloed in dit zo shiwaïstische bouwwerk.

De balustrade of borstwering  van de galerij is aan beide zijden met reliëfs versierd.
De decoraties van de buitenzijde bestaan uit nissen, die afgewisseld worden door inspringende panelen
De nissen hebben een omlijsting en zijn met kleine kala-koppen, kleine leeuwen- of papagaaienplastieken versierd.



Elke nis bevat een groep van bijna driedimensionale figuren: drie vrouwen met in hun midden een man of drie vrouwen. Dit zijn Apsarasa's wezens uit de hemel van Indra, die met nimfen vergelijk kunnen worden.
De verdiept liggende vlakken tussen de nissen bevatten elk drie staande mannenfiguren.

De binnenzijde van de balustrade is versierd met tweeënveertig basreliëfs, die een gedeelte van de Ramâyâna-legende  uitbeelden.
Wanneer men het verhaal in de juiste volgorde wil zien, moet men eerste de oostelijke trap beklimmen en dan links afbuigen naar de galerij.
 Aan de zijkant van de trappen, dus in totaal acht keer, zijn reliëfs aangebracht met de beide hoofdfiguren uit de legende, Rama en Sita.
Hoog boven de galerij zien we een vierde rij reliëfs op de wanden van de Shiva-tempel.
Het zijn vierentwintig reliëfs met het zelfde motief: centraal staat een beeld van een god op een troon met aan iedere zijde een paneel waarop twee tot drie mannen- of vrouwenfiguren staan afgebeeld.
Bij het aanschouwen van deze Shiva-tempel is het niet alleen de schoonheid die imponeert, maar ook de vraag; hoe heeft men dit bouwwerk kunnen bouwen zonder de moderne hulpmiddelen die we tegenwoordig tot onze beschikking hebben.


                          (Zie vervolg: PRAMBANAN. MIDDEN-JAVA. INDONESIË. DEEL 2. )



woensdag 18 mei 2022

CANDI MENDUT EN - PAWON. MIDDEN-JAVA. INDONESIË. (DEEL 2)

 



TWEE BOEDDHISTISCHE TEMPELS

        VLAK BIJ DE BOROBUDUR. 

                          (DEEL 2)




MENDUT BOEDDHISTISCH KLOOSTER.

Vlak bij de Candi Mendut ligt een Boeddhistisch klooster.
Het terrein van het klooster is vrij te betreden maar toegang tot de gebouwen op het terrein niet.
Het terrein bestaat uit diverse gebouwen gelegen in een prachtig aangelegde tuin waarin men verschillende boeddha-beelden ziet staan.
Van het geheel gaat een serene rust  en vrede uit.



Men betreed de tuin van stilte via een pad waar aan weerszijden gesloten stupa's in het water staan opgesteld.

De volgende afbeeldingcollages geven een impressie van het geheel.









CANDI PAWON.

We vervolgen onze weg naar de Candi Pawon. Langs deze weg staan diverse resten van geopende stupa's, waarvan sommige volledig zijn gerestaureerd.

De Candi Pawon vertoont, met uitzondering van het lage voorportaal, een sterke gelijkenis met de Candi Mendut.
Men kan dit duidelijk zien, zowel aan de bouw als aan de richting waarin het heiligdom is geplaatst. 
Ook de Pawon stamt uit dezelfde periode als de Borobudur en werd gebouwd tijdens de Sailendra dynastie )8e/9e eeuw'.


(Candi Pawon anno 1900 voor de restauratie.)




Voor de gehele restauratie van het gebouw in 1903 moest eerst een enorme kapokboom verwijderd worden die het geheel uit zijn voegen drukte.











De Candi Pawon werd in zijn oude vorm herbouwd, hoewel men er aan twijfelt of het dak met zijn dagoba's er vroeger werkelijk ook zo uit zag.


De oorspronkelijke naam van dit boeddhistische  heiligdom is onzeker.  Pawon betekend letterlijk "keuken" in de Javaanse taal, die is afgeleid van het stamwoord awu of stof.
De connectie met het woord "stof" suggereert ook dat deze tempel waarschijnlijk werd gebouwd als een graf- of dodentempel voor een koning.
Pawon van het woord per-awu-an (plaats die stof bevat), een tempel die het stof van de gecremeerde koning herbergt. Wie deze koning ook mag zijn geweest, is nog steeds onbekend.
De lokale bevolking noemt deze tempel "Bajranalan", gebaseerd op de naam van het dorp. Bajranalan is afgeleid van het Sanskriet woord Vajra (donder of ook een boeddhistisch ceremonieel instrument) en Anala (vuur of vlam).


De tempel staat iets naar het noordwesten gericht en staat op een vierkante basis.
Elke zijde van de trap en de bovenkant van de poort is versierd met gebeeldhouwde kala-makara, dat vaak wordt aangetroffen in klassieke Javaanse tempels.
De buitenmuur van Candi Pawon bstaat uit gebeeldhouwde reliëfs van boddhisattva en taras.
Er zijn ook reliëfs van kalpatura, de levensboom geflankeerd tussen Kinnara-Kinnari.
De vierkante kamer binnenin is leeg met een vierkante bak in het midden ervan. In de muur werden kleine rechthoekige ramen gevonden, waarschijnlijk voor de ventilatie.


(Met de klok mee: Kala-Makara boven de ingang; Reliëfs op de zijgevel; een van de twee Kinnari's; de levensboom.)

Evenals bij de Candi Mendut zijn de muren van de eigenlijke tempel in drie panelen verdeeld: in het midden staat een wensboom met twee kinnari's, half vogel - half mens, en in de wolken staan een man en vrouw. Hierboven staat een vaas met bloemen afgebeeld.
beide zij panelen dragen beeltenissen van staande mannen en vrouwen. het plafond in de binnenruimte wordt gevormd door een vals gewelf.
Het dakgedeelte wordt bekroond met vijf kleine stupa's. Vanwege de relatieve eenvoud, symmetrie en harmonie noemden de historici deze kleine tempel "de parel van de Javaanse tempelarchitectuur", in tegenstelling tot de slanke tegenhangers in Oost-Javaanse stijl zoals gevonden in de latere Singhasari- en Majapahit - periode.

EEN GEVONDEN GESCHRIFT.

In het dorp Karantengha werd een geschrift gevonden, door koning Samaratunga in 824 na Chr. geschreven. Dit document werd  door de Nederlandse paleograaf Casparis ontcijferd.
In het geschrift worden drie opeenvolgende vorsten uit de Sailandra-dynastie genoemd: koning Indra, zijn zoon Samaratunga en diens dochter Pramodawardhani.
In het geschrift vermeld hij, dat zijn vader koning Indra, een tempel zou hebben gesticht met de naam Venuvana, wat betekend bamboebos. Caspareis neemt aan dat deze tempel en de Candi Mendut één en dezelfde zijn. Dan zou deze tempel dus vóór de dood van koning Indra gebouwd zijn.
In de tekst word bovendien vermeld, dat de as van koning Indra op een speciale plaats werd bijgezet, maar deze plaats werd niet aangegeven. Misschien was het de Candi Pawon.



dinsdag 17 mei 2022

CANDI MENDUT EN -PAWON. MIDDEN-JAVA. INDONESIË. (DEEL 1)

 


TWEE BOEDDHISTISCHE TEMPELS

       VLAK BIJ DE BOROBUDUR.

                        (DEEL 1)





CANDI MENDUT EN - PAWON.

Precies op de oost-west-lijn op slechts 3 kilometer afstand van de Borobudur staan eveneens twee bijzonder belangrijke Boeddhistische  heiligdommen de kleine Candi Pawon en de Candi Mendut.
Op een afstand van 1750 meter, staat de kleine Candi Pawon.
Het zijn Boeddhistische candi's, die ongeveer tegelijkertijd tijdens de Sailendra-dynastie werden gebouwd.
Van Erp die zich ook bezighield met de restauratie van de Borobudur, was er al van overtuigd dat dit geen toeval kon zijn. De ornamentale versieringen vertoonden zoveel overeenkomsten, dat er wel zeker een verband moest zijn.

Volgens een plaatselijke legende zou er vroeger zelf een overdekte verbindingsweg zijn geweest, waarlangs weer stupa´s moeten hebben gestaan.
Men kan het zich ook voorstellen± een lange stoet van pelgrims, die in hun oranje gewaden voor de Waicaka/ceremonie bij de Mendut bijeenkwamen, waarna de hele stoet, al wierrook en bloemen offerend, via Candi Powen naar de Borobudur trok.
Volgens het mahâyâna-Boeddhisme moet iedereen die ooit een boeddha wil worden, de tien stadia van de Bodhisattwa doormaken; dit proces noemt men dacabodhisattwabbhumi. De Borobudur toont deze dacabodhisattwabhumi in de reliëfs op de terrassen. Zonder de twee stadia der voorbereiding door te maken, genaamd sambharamarga en prayogamarga, die nog deel uitmaken van deze aardse wereld, is het niemand vergund een verder, hoger leven te bereiken.
In tegenstelling tot de Borobudur zijn de Candi Mandut en de Candi Powon in het laagland gelegen. Het is dan heel goed mogelijk dat zij de twee stadia van de voorbereiding symboliseren.

CANDI MENDUT.

De Cando Mendut is in de huidige staat 26,5 meter hoog. Op het terrein van de stempel dat 50 bij 110 meter meet, is het niet het enige bouwwerk.
het is echter wel de hoofdtempel en het enige bouwwerk, dat volledig van de ondergang kon worden gered.
Deze tempel is een typisch Midden Javaanse tempel met zijn brede onderbouw en zijn steile piramidevormige dak.
De hoofdgevel ligt, in tegenstelling tot de andere tempels, in de noordwest-richting.
Men beweert zelfs dat de drie tempels, Borobudur, Candi Mendut en Candi Pawon op basis van astronomische en speculatieve voorstellingen en berekeningen in een vooraf bepaalde verhouding tot elkaar staan.



De onderbouw van de Candi Mendut is vierkant met twintig hoeken, dat naar boven toe smaller wordt, maar naar onderen in een rechthoek overgaat.




De trap is 4,82 meter breeds en 3,6 meter hoog.
Langs de veertien treden gaat men omhoog naar het sokkel.
De zijkanten van de trappen zijn geflakeert door kala-makara-motieven.
Uit de muil van de kala valt als het ware een makara-lichaam als een trapleuning naar beneden, waarvan het ondergedeelte eindigt in een makara-kop.

( Makara-kop.)

Van bijzondere schoonheid zijn de reliëf aan de linker buitenzijde van de trap.
Wat stijl betreft lijken ze erg op de reliëfs van de Borobudur: ook hier zijn het voorstellingen uit de Jakata-verhalen en fabels uit het vroegere leven van Boeddha.

In de zijkanten van de trap liggen de reliëfs in vier rijen boven elkaar, voor een deel zijn zij driehoekig van vorm.
De bovenste rij van de linkervleugel is ernstig beschadigd




(Met de klok mee: De fraaie rechterzijde met reliëfs van de trap; Op het reliëf twee jonge mannen die hun boog spanen om twee ganzen te schieten, die samen een schildpad omhoogvoeren;  Een deel van de reliëfs op het sokkel van de Tempel; Een waterspuwer voor de afvoer van regenwater van het terras.)

Men vindt rondom het fundament van de Candi Mendut een gordel van eenendertig panelen, waarvan de reliëfs soms uit puur decoratieve motieven bestaan, soms ook scènes uit de Jataka uitbeelden.
de decoraties bestaan uit dieren en vazen met twee of meer spiraalsgewijs klimmende takken.


                                       (Reliëfs op de buitenmuren van de Candi Mendut.)

De buitenmuren van de eigenlijke tempel zijn in drieën verdeeld. Langs de muur pilaren vindt men een brede baan van klimopversieringen, waarop zich halve pilaren  met makara-koppen  aansluiten.
Op het middenpaneel van de noordoostelijke muur vinden we een door twee staande figuren geflankeerde achtarmige god, op een padmasana-troon. Op de buitenste panelen staan nog zeven figuren; één hiervan staat op een verhoging onder een baldakijn. Het middenpaneel van de zuidwestelijke muur toont een vierarmig figuur, die door andere zittende figuren wordt geflankeerd. Ze zitten onder twee schitterend versierde bomen, terwijl in de wolken ook nog twee gedaanten te zien zijn. Dit zijn boddhisattva's, boeddhistische godheden, zoals Avalokitesvara, Maitreya, Cunda, Ksitigarbha, Samantabhadra, en nog vele anderen.



                            (Het plafond in de tempelkamer.)

In tegenstelling tot de Borobudur heeft de Candi Mendut wel een tempelkamer. Oorspronkelijk  had de tempel twee kamers, een kleine aan de voorzijde en een grote hoofdkamer in het midden.
Deze cella heeft een achterwand van 6,8 meter en de voorwand van 7,3 meter. het piramidevormige plafond heeft een hoogte van 4 meter.
In deze hoofdkamer staan drie beelden die elk zijn vervaardigd uit één blok trachiet en zeer glad gepolijst zijn. Ze zijn door de eeuwen heen bewaard gebleven en zijn van buitengewone waarde.

In het midden van het podium zit de drie meter hoge Dhyani Boeddha met omlaag hagende benen op een kussen van lotusbloemen. Hij heeft zijn handen voor zijn borst in de onderwijzende houding. om de toegewijden te bevrijden van het lichamelijke karma. De rugleuning van de troonzetel is schitterend versierd met afbeeldingen van op hun zij liggende olifanten en rechtop staande leeuwen met een boog daaroverheen makara-koppen.
Aan de linkerzijde staat het standbeeld van Boddhisatva Avalokitesvara om te bevrijden van het karma van spraak, aan de rechterkant is Boddhisatva Vajrapani om te bevrijden van karma van het denken. het centrale figuur is opvallend sober gekleed, terwijl de beide Bodhisattwa-beelden bijzonder rijke kleding dragen.

             (Langzaam slaat het verval weer toe door                                              gebrekkig onderhoud.)

Over de verklaring van het panteon van de Candi Mendut bestaan verschillende theorieën. Volgens een ervan is het beeld met de kroon aan de noordwestelijke zijde een beeld van een boeddhistische koning, koning Indra van de Sailendra-dynasty, tijdens wiens regering de Borobudur, volgens de inscriptie uit 824 na Chr, gebouwd werd. De andere beelden stellen zijn no niet tot het Boeddhisme bekeerde voorgangers voor. In de tempel zou ook de as van twee andere vorsten bewaard gebleven zijn. 

Ook heden vormt deze tempel voor de zo aan mystieke invloeden onderhevige Javanen een plaats voor erediensten.    Tijdens de volle maan in mei of juni observeren de Boeddhisten in Indonesië het jaarlijkse Vesak-ritueel door van Mendut via Pawon naar de Borobudur te lopen. Het ritueel neemt de vorm aan van een massaal boeddhistisch gebed en pradakshina (omloop) rond de tempel.


        Zie vervolg: CANDI MENDUT EN -PAWON. MIDDEN-JAVA. INDONESIË. (DEEL2)