zaterdag 9 april 2022

KORAAL. -RIF EN VISSEN.

 


KORAAL.

                                                                             (Neteldier.)

Koraal, door verschillende organismen afgescheiden kalkachtige substantie.
geografisch en geologisch zeer belangrijk zijn de geweldige hoeveelheden kalk die door vele soorten zoals neteldieren zijn of nog steeds worden afgezet in de koraalriffen.
De neteldieren die deze afzettingen vormen, kunnen alleen daar leven waar het water helder is en niet vermengd met zoetwater, op diepten van minder dan 40 meter, bij voorkeur tussen 5 en 10 meter en bij een temperatuur niet lager dan 20 graden C.; dit komt overeen met een gebied tussen 32 graden noordenbreedte en 32 graden zuiderbreedte.
Hoewel neteldieren de belangrijkste rol spelen bij de opbouw van koraalriffen, kunnen ook andere organismen bijdragen tot de vorming ervan, bijvoorbeeld roodwieren, schelpdieren en stekelhuidigen.


                              ( Van links naar rechts; roodwier, schelpdieren en stekelhuidigen.)

Koraal bestaat voor ongeveer 85% uit koolzure kalk, 7% koolzure magnesium, 6 % silicaten en sulfaten.
Koraal is op zichzelf niet vruchtbaar, maar koraaldieren verzamelen voortdurend voedings- en andere stoffen uit het langsstromende water. De omgeving van de koraalriffen is daardoor vaak vruchtbaar en er ontwikkelt zich veelal een rijkdom aan organismen en koraalvissen.
De steenkoraal, de zogenoemde substantie wordt vaak als bouwstof gebruikt.


                              (Van links naar rechts; bloedkoraal, zwartkoraal en blauw koraal.)

Andere soorten koraal worden tot sieraden verwerkt, bijvoorbeeld bloedkoraal en zwart koraal.  Bloedkoraal is het zeer harde kalkskelet van de Corallium-soorten. Vroeger werd deze hoofdzakelijk in de Middellandse Zee gevonden, later heeft Japan een groot deel van de productie overgenomen.
Zwart koraal is het hoornskelet van Gorgonia en verwante geslachten, soms met kalk verhard. Dit wordt ook tot sieraden verwerkt en ook als armband tegen reumatiek gedragen (akar bahar). Het blauwe koraal wordt verwerkt tot knopen.
Deze zogeheten edelkoralen worden opgevist met verschillende typen gereedschap, vaak bestaande uit twee kruisgewijze aan elkaar bevestigde balken waaraan stukken netwerk zijn bevestigd. Bij het slepen over de koraalbanken blijven stukken koraal in het netwerk steken.
Het koraal vissen is tegenwoordig aan strenge regels gebonden, daar het beschermd is.

KORAALRIF.

Een koraalrif is een afzetting onder water, geheel of grotendeels bestaande uit koraal.
Deze riffen zijn hoofdzakelijk ontstaan aan ondiepe randen van het tropische continentale plat, grenzend aan de steile continentale helling en ook gedurende het langzaam wegzakken van bergtoppen in de open oceanen, voornamelijk in de Pacific en de Indische Oceaan.
Er bestaan enige koraalformaties op 30 graden noorderbreedte in de buurt van Hawaii, het Caribische gebied en rondom de Indische Oceaan, maar zij zijn daar nooit tot het vormen van atollen gekomen.

                                                                      (Hersenkoraal.)

Koraalriffen kunnen zowel gevormd worden zonder beschermd te zijn tegen open zee, als met bescherming door een barrière aan de zeekant.
Zij groeien goed aan de binnenkant van een rif dat bestaat uit dood koraal, zand en ander bezinksel, afgewisseld met levend koraal.
De lagune die her rif van de kust scheidt heeft meestal een vlakke bodem met een ondiepte tussen 30 en 100 meter.
Hier groeit plaatselijk nog wel koraal in.


 De kusten van de Rode Zee en de Perzische Golf worden omlijst door vele evenwijdig aan de kust lopende koraalriffen. Zeer veel riffen, ook met veel atolvorming, komen voor in de continentale platgebieden van de Indische Archipel, de Timor- en de Arafoera Zee, de Koraalzee en in Polynesië, waar zij dikwijls tot atolvorming geleid hebben.

Het grootste koraalrif ligt langs de kust van Queensland in Australië, dat zich uitstrekt van 9 graden zuiderbreedte tot 22 graden noorderbreedte.
Het rif is een niet één doorlopende bank, maar bestaat, vooral in het zuiden, uit zeer veel koraalriffen die over een onregelmatig plat verspreid liggen.
In het noordelijke gedeelte liggen de riffen in een meer langgerekt patroon evenwijdig aan de kust en gescheiden door  door geulen voor vaarwaters. De breedte van deze grote koraalriffen barrière (The Great Barrier Reef), is 144 kilometer bij de Torres Straat., neemt dan geleidelijk af tot 36 à 54 kilometer, om in het zuiden weer aan te groeien tot een breedte van 180 kilometer.
Het koraalrif staat onder bescherming van UNESCO.
Helaas is dit prachtige onderwater natuurgebied langzaam aan het afsterven, door de vervuilde waterstromen van de rivieren en de opwarming van het zeewater door de klimaatverandering.
Ook de vele toe stroming van zoetwater door de zware regenval in Queensland veroorzaakt afsterving van het koraal.

KORAALVISSEN.


Koraalvissen leven op de koraalriffen met hun vele uitsteeksels en holten waarin zij zich kunnen verbergen en bestaan uit vele kleurrijke soorten.
Ze zijn dikwijls fel gekleurd en vertonen in hun kleuren vaak een aanpassing aan de kleur van hun omgeving.
Enkele soorten verbergen zich in een koraalsoort dat voor andere vissen bij aanraking hun dood betekend.





Een zeer fraaie maar giftige vis die in de koraalriffen leeft is de Koraalduivel. In het Engels wordt deze vis de 'Lion fish' genoemd. De naam verwijst naar schorpioenvissen van het geslacht Pterois volitans.
Deze koraalduivel is een rifbewoner met een lengte van ongeveer 40 cm. Het natuurlijke leefgebied loopt van Oost-Afrika via Indonesië en Japan tot Australië.
Tegenwoordig is de vis ook in de Caribische wateren te vinden. De stekels van de vis zijn giftig en veroorzaken pijnlijke plekken, maar zijn niet dodelijk.
De vis leeft van vooral 's avonds van de jacht op kleinere vissen, garnalen, mosselen en krabben. Overdag verschuild de vis zich in spleten, onder rotsen in- of bij koraalriffen.



maandag 4 april 2022

KELEK OF KALAK. WAT IS DAT?

 

                HET VERVOER

       STROOMAFWAARTS VAN

     VRACHT EN PASSAGIERS OP

      DE TIGRIS EN DE EUFRAAT.


KELEK OF KALAK.

Kelek, ook kalak, is de Iraakse benaming voor een vlot dat vooral voorkwam op de rivieren de Eufraat en de Tigris in het verre verleden.
Het werd gebruikt voor het vervoer van graan, hout, verscheidene koopwaren, en ook van passagiers.
Het vlot was samengesteld uit 50 tot 1000 opgeblazen geschoren schapen- of geitenhuiden.
Deze opgeblazen huiden werden op dwarsliggers gelegd waarop zich een dek bevond.
In de winterperiode werden er een hut en een keuken opgericht voor de passagiers en de bemanning.

De vlotten liet men stroomafwaarts drijven; ze werden bestuurd met een lange riem aan de achterkant, en geroeid met twee riemen aan de zijkant.
Op de plaats van bestemming aangekomen, werd het vlot uit elkaar genomen. De huiden liet men leeglopen en werden gereinigd en geolied en terug stroomopwaarts vervoerd op lastdieren om een nieuwe lading op de halen.
Deze vlotten konden een lengte hebben van 12 tot 15 meter.
Deze vervoermethode werd 2300 jaar geleden al door Herodotus beschreven.

De kelek werd ook gebruikt in Albanië, Armenië, Abbessinië; Jandi genaamd, Arabië, Perzië, Afghanistan; zak genaamd, Turkistan; massak genaamd, West-China; pi-fa-tzu genaamd, en Mongolië.


(Schapenhuidenvlot bij de Gele Rivier, China.)

Zelfs in de huidige tijd worden deze schapenhuidvlotten in China op de Gele Rivier nog gebruikt voor het watertoerisme.
Ze worden in diverse maten gebruikt afhankelijk van het aantal personen dat er mee gaat varen.








 


zondag 6 maart 2022

MALTA - GOZO. GROT VAN CALYPSO.

 


   EEN PLAATSELIJKE LEGENDE 

     OVER DE GRIEK ODYSSEUS.




DE GROT VAN CALYPSO.


De grot van Calypso, een schone dame uit de Griekse mythologie, is gelegen boven de Ramla Baai, en is bereikbaar via een niet al te veilig bergpad aan de rotswand.



Volgens de plaatselijke legende woonde in deze grot boven het water van de Ramla Baai, zeven jaar lang de Griekse held Odysseus, als gevangene en geliefde van de nimf Calyopso.

Odysseus die de ondergang zang van de Sirenen wist te doorstaan, door zijn oren en die van zijn bemanning dicht te stoppen met bijenwas en zich zelf aan de mast van zijn schip liet vastbinden om aan de verleiding van de zang te weerstaan, haalde de torn van de oppergod Zeus over zich.
Zeus de oppergod in de Griekse mythologie, de hoofdbewoner van de berg Olympus, zoon van de titanen Cronus en Rhea, bracht met zijn bliksemschichten, die hij van de cyclopen had gekregen, liet deze bliksem inslaan in het schip van Odysseus om het te vernietigen.



Toen Odysseus zich slechts reddend door zich vast te houden aan een stuk van de scheepsmast hier strandde op het eiland Ogygia (Gozo) had hij behalve de Trojaanse Oorlog, drie jaren van omzwervingen en avonturen achter zich liggen.
Hier maakte hij kennis met de zeegodin Calypso die samen met de zeegod Poseidon de zeeën beheerde.
Zeven jaren verbleef Odysseus betoverd door de muziek en de zang van Calypso op het eiland.
Maar Odysseus verlangde ernaar om terug te keren naar zijn geliefde vrouw Penelope en zijn zoon Telemachus maar Calypso wilde hem niet laten gaan. Hij roept de hulp aan van zijn beschermgodin Athena die een goed woordje voor hem doet bij Zeus en Odysseus toestemming geeft het eiland te verlaten. Van drijfhout bouwde hij een vlot om naar zijn geboorteland Ithaka, een van de Ionische eilanden, terug te keren.


Nog eenmaal gaf de zeegod Poseidon zich over aan zijn wrok door Odysseus vlot schipbreuk te laten lijden, maar zijn beschermgodin schonk Odysseus een beschermende sluier, die hem de kracht gaf om zwemmend de dichts bij- zijnde kust te bereiken. Dit was het Griekse eiland Corfu.

Nadat hij de plaatselijke koning zijn verhaal had verteld. liet deze zijn mannen de held veilig naar huis brengen.

Het is een mooie legende, maar uiteindelijk draaide het bij al deze mythologische goden om wie de meeste macht had.

















dinsdag 22 februari 2022

MALTA, MYSTRIEUS VERLEDEN. (DEEL 4)

 


MALTA, MYSTRIEUS VERLEDEN. (4)








 

DE EERSTE BEWONERS.

De eerste bewoners van Malta waren boeren. De oudste voorwerpen uit de Jonge Steentijd zijn 5000 voor Christus gemaakt. Veel aardewerk dat nu uit de opgravingen tevoorschijn komt, is bij religieuze ceremonies geofferd en/of meegegeven aan de overledene in het graf. Hoewel er nog geen pottenbakkerswiel beschikbaar was, is het vaatwerk vaak sierlijk van vorm. Naast afbeeldingen van mensen en dieren komen abstracte geometrische motieven, zoals spiralen, vaak voor als versieringsmotief.


De oudste mensfiguren op de Maltese eilanden stammen uit de zogenaamde Red Skorba periode, vanaf 4500 voor Christus, toen stenen aardewerken figuren werden gebruikt in heiligdommen. 
Vanaf 4000 voor Christus treffen we afbeeldingen aan van gestileerde mensfiguren in rotsgraven. Vanaf deze tijd verlaten de bewoners de grotten en vestigen zich in kleine dorpjes.

Alledaagse materialen zoals schelpen, botten, tanden en steen werden gebruikt voor de vervaardiging van halskettingen, amuletten en hangers.
De belangrijkste archeologische vondsten te Skorba bestaan uit aardewerk en zeer schematisch weergegeven beeldjes van vrouwenfiguren uit een vroegere periode, van 4500 - 4100 voor Christus. De vorm en ook de versiering van het aardewerk laten zien dat de kunst van het pottenbakken samenhangt met de opkomst en de verspreiding van het boerenbedrijf.
Het vaatwerk werd namelijk vooral gemaakt voor het verwerken, bewaren en vervoeren van voedsel.

CYCLISCH WERELDBEELD.

Er zijn theorieën dat er in prehistorisch Malta een cyclisch wereldbeeld bestond dat het leven beheerste. Dat wil zeggen: zaden komen in de grond en brengen planten voort met nieuwe zaden.
De oude planten sterven, maar er komen  weer nieuwe planten enzovoort enzovoort.
Wellicht gold dit ook voor mensen. Beeldjes van slapende vrouwen wekken de suggestie dat zwangere vrouwen wellicht kortere tijd tussen de graven van de doden doorbrachten, zodat de zielen van de gestorvenen de gelegenheid hadden weer te gaan wonen in een lichaam.

MALTA IN DE BRONSTIJD.

Rond 2500 voor Christus kwam er een einde aan de Tempel Periode. Een steriele laag zand in de tempels wijst er op dat er vervolgens ongeveer 500 jaar geen bewoning meer was.
Rond 2000 voor Christus arriveerde een nieuw volk dat sommige tempels als woonplaats hergebruikten.

Het volk was duidelijk krijslustiger dan de vorige bewoners: hun nederzettingen waren versterkt en zij gebruikten metalen bijlkoppen, pijlpunten en dolken.
Deze mensen cremeerden hun doden en begroeven de resten met verschillende 'bijgaven' onder andere bij het oude tempelcomplex.
Deze periode van de Bronstijd wordt daarom de Tarxien Cemetery Fase genoemd en moet onderscheiden worden van de veel oudere , tot de Steentijd behorende , Tarxien Fase waarin de grote tempelcomplexen werden gebouwd.

(Bronstijd mokken, aardewerk, herkomst: Tarxien Bronstijd, Tarxien Cementry Fase, ca. 2500 -1500 v. Chr.)

Er is een volledige breuk tussen de aardewerktraditie van de Tarxien Fase van de Neolithische Tempel periode en de daarop volgende Bronstijd Tarxien Cementry Fase.
Het is niet voor te stellen dat beide soorten aardewerk gemaakt kunnen zijn door de zelfde pottenbakkers. het lichaam en de oren van deze twee mokken zijn op een vreemde manier tot een dubbel vat samengevoegd.
Dit is er slechts een van de ongewone vaatwerkvormen uit deze periode.

(Dolmen.)

De maatschappij van de Tarxien Cementry Fase was meer op het individu gericht. In plaats van de grote tempels die een uiting waren van het gemeenschappelijke religieuze gevoel, kwam nu een kleiner monument in zwang, de dolmen.
Er zijn kleine mensfiguren gevonden van hetzelfde aardewerk als gebruikt werd voor de asurnen. Deze figuren werden kennelijk bij begrafenisrituelen gebruikt.

(Bronstijd idool, Aardewek, herkomst Tarxien, Bronstijd, Tarxien Cementry Fase , ca. 2500 -1500 v. Chr.)

Een van de vier schijfvormige figuurtjes van aardewerk die zijn gevonden in de begraafplaats van Tarxien. Hoewel zij nauwelijks menselijke vormen hebben, lijken zij door de op voeten lijkende basis een zittende figuur voor te stellen. De geometrische versiering is dezelfde als die van het aardewerk uit die tijd.

Zij bestaan uit een schijf met twee benen. De meeste hebben geen hoofd, maar alleen een uitsteeksel. Sommige hebben wel een hoofd met een ingewikkelde haardracht of hoed. 

( Zittend vrouwelijk figuurtje met hoed. Aardewerk, hoogte 22 cm, herkomst: Tarxien Bronstijd, Tarxien Cementry Fase ca. 2500 - 1500 v. Chr.) 

Net als de andere schijfvormige figuren, is dit beeldje van klei gevonden in de begraafplaats van Tarxien. De stijl wijkt echter af van die van de andere Bronstijd-
figuren. Dit exemplaar is natuurgetrouwer, duidelijk vrouwelijk en draagt onmiskenbaar een grote hoed.

Het roodachtige aardewerk is fraai van vorm en versierd met ingewikkelde geometrische motieven.



Rond 1500 v. Chr. breekt een volgende periode van de bronstijd aan. het oranjerode aardewerk van deze Borg in-Nadur Fase (1500 -900 v. Chr.) wordt opgegraven gevonden samen met Myceens aardewerk uit Griekenland, waardoor deze periode goed gedateerd kan worden.
In de Bahrija Fase van 900 - 750 v. Chr. maakte men grijs aardewerk dat versierd werd  met geometrische motieven zoals de meander.




MALTA HET HONINGEILAND.

De 8e eeuw voor Christus wordt beschouwd als eind van de prehistorische periode op Malta.
Andere volken komen naar Malta, Dat zijn onder meer de Phoeniciërs die Malta als een toevluchthaven beschouwen bij de tochten van Afrika naar Sicilië of verder weggelegen delen van de westelijke Middellandse Zeegebied. Het alfabet en dus teksten betekenen het eind van de prehistorie.
Vondsten zoals sieraden uit diverse culturen en Egyptische scarabeeën tonen aan dat Malta in die tijd een belangrijk handelsknooppunt was.
De Phoeniciërs gaven het eiland de naam "Malat", dat ankerplaats betekent. Vanaf het eind van de derde eeuw voor Christus heersen de Romeinen over Malta. In deze periode was de vruchtbaarheid van het eiland bekend. Ovidius schreef al over 'fertilis est Melite'! Matla werd door de Romeinen Melita genoemd ofwel honingeiland.

Honing was, naast graan, linnen en olijfolie, een belangrijk exportartikel van het eiland.
Op het eiland werd een vlootbasis aangelegd en de Romeinen beschouwden Malta als een bondgenoot.

het Christendom deed zijn intrede met de apostel Paulus die in het jaar 59 schipbreuk leed voor het eiland en vervolgens enkele maanden op het eiland verbleef.

Na de Romeinse tijd viel het eiland onder het Byzantijnse rijk en vanaf de 9e eeuw was het Arabisch.
Uit die tijd stammen de vele Arabische woorden in het Maltees.
Na de Noormannen kwam het eiland in handen van de Hohenstaufen onder Frederik II, vervolgens de Fransen en de Spanjaarden en nog vele andere overheersers.


Vanaf de twaalfde eeuw was de Johannieter Orde van groot belang voor Malta. Het waren nobele ridders die door hun rijkdom een stempel drukten op de geschiedenis van het culturele leven op Malta.
het kruis in de vlag van Malta verwijst naar deze kruisridders.

In 1814 werd het eiland een Britse kroonkolonie bestuurd door een gouverneur.
In 1964 werd Malta onafhankelijk als republiek Malta, en trad het toe tot de Raad van Europa.


In 2004 werd Malta lid van de Europese Unie en aanvaarde de Euro als betaalmiddel.








maandag 21 februari 2022

MALTA, MYSTERIEUS VERLEDEN. (DEEL 3)



MALTA, MYSTERIEUS VERLEDEN. (3)






EINDE VAN DE TEMPELBOUW.

Een zo georganiseerde maatschappij kan grote dingen verrichten, maar daarbij moet wel een goed evenwicht worden gehandhaafd, zowel binnen de gemeenschap als met andere gelijkvormige gemeenschappen in de omgeving.
Op Malta ging het mis rond 2500 voor Christus. De tempels werden verwoest. Sporen daarvan zijn nog terug te vinden op de steenblokken. Wat er is gebeurd, is niet duidelijk: ontstond er voedsel tekort, misschien wel omdat de bevolking zo voorspoedig groeide en brak er vervolgens oorlog uit tussen de verschillende gemeenschappen? Was er onenigheid binnen de gemeenschappen en stortte daardoor het zo goed functionerende systeem in? Wij weten het heden nog steeds niet. kennelijk was het eiland zelfs een lange tijd onbewoond. Rond 2000 voor Christus arriveerden de nieuwe bewoners.
Met hun komst brak de Bronstijd aan op Malta.

TEMPEL VAN BORG IN-NADUR.

Borg in-Nadur is een archeologische vindplaats in open veld bij de St. George Baai.
Hier staan de resten van een megalithische tempel uit de Tarxiem-fase en de overblijfselen van een dorp uit de bronstijd dat de vroegste vesting van Malta omvat.

Rond 2500 voor Christus werd in het gebied deze tempel gebouwd tijdens de Tarxien-fase van de Maltese prehistorie en de laatste fase van de tempelperiode.
De architectuur toont een typisch plan met vier apsissen, hoewel de muur van megalieten vrij laag is. 
De ingang van de tempel heeft twee rechtopstaande megalieten die nog steeds te zien zijn.
Een grote overdekte nis staat dicht bij de ingang, maar de deksteen is helaas in drie grote stukken gebroken.

De tempel mist de artistieke versieringen die horen bij dergelijke tempels uit die tijd, zoals de Tarxien-tempels van Hagar Qim. Een kleine begraafplaats ligt ca. 9 meter afstand van de hoofdtempel.



(De verdedigingsmuur.)

In de bronstijd koloniseerde een bloeiend dorp de plaats van de voormalige tempel en het omliggende gebied, dat sindsdien verlaten was.
De tempel werd omgebouwd tot een groep 
woningen en er werden verschillende hutten gebouwd in het gebied eromheen. De fundamenten van de hutten bestaan nog steeds, maar ze zijn vandaag de dag niet te zien omdat ze werden herbegraven nadat ze waren uitgegraven en bestudeerd. Rond de tempel werden verscheidene potscherven gevonden waarvan enkele van Myceense oorsprong, wat aangeeft dar er direct of indirect contact was tussen deze Maltese bevolking en de Egeïsche beschaving.
De inwoners versterkten hun nederzetting met een D-vormig bastion van 4,5 meter hoog, om de toegang tot het dorp te versperren. De muur was naar het binnenland gericht, war suggereert dat de mensen die in het dorp woonden meer bezorgd waren over aanvallen vanaf het land dan vanuit zee.
Er wordt aangenomen dat het de oudste nog bestaande vesting van Malta is, en het best bewaarde van de zes locaties op Malta die zijn geïdentificeerd aks versterkte nederzettingen uit de Bronstijd.


HAL SAFLIENI HYPOGEUM.



Hal Saflieni Hypogeum is een ondergronds complex, een hypogeum dat als begraafplaats en waarschijnlijk als tempel dienst heeft gedaan.
Hypogeum is Grieks en betekend "onder de aarde". Het complex is door de mens aangelegd in de periode tussen 400 - 2500 voor Christus en is daarmee ouder dan de Egyptische piramiden en ook ouder dan bijvoorbeeld de Minoïsche beschaving op Kreta. Het diepste punt van het complex lig 10.6 meter onder het aardoppervlak en het heeft een oppervlakte van 500 m².

Sommige delen van het hypogeum zijn 6000 jaar oud en dateren uit de beginfase van het neolithicum. Dat is de periode waarin de landbouw zich ontwikkelde en de mensen zich meer in groepen gingen vestigen en organiseren. Deze bewoners moesten behoefte hebben gehad een gezamenlijke begraafplaats te hebben. Van de bovengrondse delen zijn weinig resten overgebleven.

 Het middelste niveau ligt 4 tot 8   meter  onder het aardoppervlak Het is   zeer complex en bestaat uit tientallen   ronde ruimtes met zeer verschillende   afmetingen, onderling verbonden   door  gangen. Er zijn ook   schilderingen aangetroffen met rode   oker.
 Het zijn abstracte figuren, spiralen en   cirkels. De betekenis daarvan is     onbekend.

Het onderste niveau ligt 10 meter onder het aardoppervlak en bestaat uit tientallen ruimtes. 
Dit niveau bevat een trap met zeven treden, die echter halverwege de vloer eindigt. Veel ruimtes van het hypogeum hebben een verzonken vloer. Men denkt dat de holtes ooit aarde bevatten, waarin overleden personen begraven werden. Deze aarde is echter verdwenen. Alle ruimtes van het hypogeum ontvingen in meerdere mate licht van buitenaf.
Men gaat er van uit dat de locatie van de openingen tussen de ruimtes gekozen zijn om het licht optimaal naar binnen te laten treden.
Dit complex werd bij toeval ontdekt, toen in 1902 een bewoner bij zijn huis een gat boorde voor een waterput, en op het labyrint stuitte.

GHAR DALAM.

Ghar Dalam, "Grot van Duisternis" is een 144 meter lange freatische buis en grot, of doodlopende weg, gelegen in de buitenwijken van het plaatsje Birzebbuga, Malta. 

De 144 meter lange diepe grot is de oudste prehistorische verzamelplaats van Malta. Slechts de eerste 50 meter zijn uit oogpunt van veiligheid toegankelijk voor bezoekers.
In de grot zijn bij opgravingen booten van mensen gevonden, waarvan onderzoek heeft uitgewezen, dat deze mensen uit Sicilië kwamen.




Buiten menselijke botten werden er geraamten van verschillende reeds uitgestorven diersoorten ontdekt zoals de kleine olifant en het kleine nijlpaard. Tevens botafzettingen van herten en beren. De nijlpaarden stierven ongeveer 10.000 jaar geleden uit. Ook werd de grot zo'n 7000 jaar geleden al bewoond.
De periode waarin de eerste mensen op Malta leefden, tot 4500 v. Chr, wordt ook wel de Ghar Dalam-fase genoemd.

(Gevonden botresten van de kleine olifant vergeleken met een heden daagse olifant.)

Veel van de gevonden botresten, aardewerk en andere vondsten zijn tentoongesteld in het  Ghar Dalam Museum.





Tevens hebben onderzoeken van de grot en haar vondsten uitgewezen dat Malta 12.000 jaar geleden verbonden was met Sicilië en nog vroeger mat het Afrika. In de periode dat de Middellandse Zee nog geen zee was maar een diepe vallei met bergen, wat heden de eilanden zijn.

GESCHIEDENIS VAN DE OPGRAVINGEN.

De kleine eilanden van de Maltese archipel liggen op nog geen 100 kilometer van Sicilië op een strategische plaats in de Middellandse Zee.
In de zeer vroege oudheid was Malta veel meer begroeid met bomen dan tegenwoordig.
Toen de eerste bewoners zich in nederzettingen vestigden en het land in cultuur brachten verdwenen de bossen, voor hutten bouw en brandhout. Deze intensieve houtkap heeft het eiland een bar en kaal uiterlijk gegeven.
De goudgele kalksteenlagen liggen dicht aan het oppervlak. Deze kalkstenenlagen zijn ontstaan in het zogenaamde Tertiar, tussen 65.000.00 en 2.000.000 jaar geleden, toen er door eencellige kalkdiertjes een dikke kalklaag ontstond. Van de verschillende kalksteensoorten is de gele globigerine-kalksteen een goed bouwmateriaal. De tempels uit het vierde en derde millennium voor Christus werden er al van gebouwd.

De eerste ontdekkingen begonnen al in de 17e eeuw als ruïnes worden opgemerkt door reizigers zonder dat men zich realiseerde dat het om prehistorische gebouwen ging.
In de eerste helft van de 19e eeuw werden er serieuze opgravingen ondernomen die deels werden vastgelegd in aquarellen van de kunstenaar Charles Brochtorff die zich in 1820 op Malta vestigde.
ook bij het cultiveren van de grond voor landbouw leverde vaak onverwachte vondsten op die tot opgravingen leidde.

DE JONGE STEENTIJD.


De oudste sporen van menselijke beschaving op Malta dateren uit het Neolithicum (Jonge Steentijd), het eind van het zesde millennium voor Christus. In deze periode gingen mensen die wellicht van Sicilië afkomstig waren, zich vestigen op vaste plaatsen. Zij leefden veelal in grotten en hielden zich bezig met landbouw en een beetje veeteelt. Botten van geiten zijn teruggevonden, wijzen daarop.
De plaats die in deze vroege periode een rol speelt, is Skorba. Uit deze vroege periode is aardewerk bewaard gebleven dat met lijnpatronen is versierd en dat duidelijke overeenkomsten vertoont met Siciliaans aardewerk.
Men beschikte over stenen werktuigen, gemaakt van lokale steensoorten of van geïmporteerd vuursteen of obsidiaan. Deze bleven lang in gebruik totdat metaal de plaats van steen innam.


                                   Zie vervolg: MALTA, MYSTRIEUS VERLEDEN. (DEEL 4)