donderdag 29 oktober 2015

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. VENETIË. (DEEL 19)

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË.

VENETO.

VENETIË. (19)

We wandelen over het zeer drukke Riva Degli Schiavoni en steken twee bruggen over. Vanaf de tweede brug hadden we zicht op de 'brug der zuchten'. 

BRUG DER ZUCHTEN.

Deze kleine brug over de Rio di Palazzo is een van de meest beroemde monumenten van de stad Venetië en het is een verplichte stopplaats voor ieder bezoeker van de stad.
De brug is niet zozeer beroemd om zijn uitzonderlijke architectonische vormgeving maar veeleer omdat hij steeds wordt vermeld in de 19e eeuwse geschiedschrijvers of schrijvers van klassieke thrillers.
Maar voor hen die door de gevangenis bewaarders van hun kerkers naar de rechtszaal werden gebracht was het een brug der zuchten en angst. Men kon er zeker van zijn dat men de rest van zijn leven in de kerkers van de nieuwe gevangenis van de Ventiaanse Republiek zou doorbrengen. Een laatste blik naar buiten, voor het laatst de zon zien of de familieleden die even verder op de brug stonden.
De gevangenis werd tussen de 16e en 17e eeuw op de andere oever van de Rio di Pallazo gebouwd. Doge Mario Grimani gaf opdracht tot de bouw van de brug met twee boven elkaar gelegen doorgangen. De brug werd in 1602 naar het ontwerp van Antonio Contin gebouwd. De brug is versierd met koppen en heeft twee kleine met trailiewerk voorziene vensters.

We wandelen verder steken de Ponte dei Sospiri over en bereiken de zijgevel van het Dogenpaleis gelegen op de Palazzo Ducale. Hier staan twee enorm hoge zuilen, met daarboven op een afbeelding van San Teodoro, beschermheilige van Venetië, in strijd met de draak en op de andere een gevleugelde leeuw van San. Marco.



DE GEVLEUGELDE LEEUW  EN DE LEGENDE VAN SAN MARCO.

Waar je ook loopt in Venetië, op de vlag en in het wapen van de stad, overal kom je de afbeelding van de gevleugelde leeuw tegen, de leeuw van Marcus. het is het symbool van Venetië.
De oorsprong hiervan gaat eeuwen terug.

Op de terugweg van Aquileia naar Rome, kwam de patriarch Marcus in zwaar weer terecht toen hij over het water van de Venetiaanse lagune voer.
De storm verwoeste zijn schip en hij spoelde uiteindelijk aan op een nog onbewoond eilandje in de lagune, waarop nu Venetië ligt.
In een een droom die hij kreeg verscheen hem een engel met de boodschap: Pax tibi, Marce evangelista meus.... (Vrede zij met u, Marcus mijn evangelist...). Deze beroemde Latijnse woorden zijn terug te vinden op de bladzijden van het boek dat de leeuw tussen poten heeft. De engel voorspelde dat deze plak ooit zou uitgroeien tot een machtige stad en dat Marcus daarvan de patroonheilige zou worden.

Marcus overleed in Alexandrië en werd daar begraven. Maar hij was niet vergeten door de Venetianen. Zo werd zijn lichaam door zeelieden gestolen en verstopt onder een lading varkensvlees.
Onder varkensvlees, daar de moslim inspecteurs in de haven, dit niet zouden aanraken daar het voor hen onrein is. Zo werden zijn stoffelijke resten van Alexandrië naar Venetië gebracht om alsnog daar begraven te worden.
Ter ere van Marcus werd de Basiliek van San Marco gebouwd waar hij nu in een tombe is bijgezet.
Zo geschiede.

Op alle afbeeldingen en bij sommige beelden ligt het boek open geslagen, maar soms is het boek plotseling gesloten, wat volgens overlevering de laatste oorlog gebeurde!  

HET DOGENPALEIS.





Op Piazetta San Marco ligt de voorgevel van het Dogen paleis. Met de bouw van het eerste Dogenpaleis, een paleis dat moest dienen als zetel van de doge, werd begin 9e eeuw enkele jaren voordat de regeringszetel van Malamocco naar Venetië werd verplaatst begonnen.
Deze plaats was gemakkelijker te verdedigen tegen eventuele vijanden van overzee.
In de tweede helft van de 12e eeuw besloot Sebastiano Ziani, die in 1172 tot doge was gekozen, het oude gebouw waarvan de planimetrie ook heden nog is te zien, te laten vergroten.
Waarschijnlijk was deze nieuwe constructie meer een burcht dan een paleis met torens en verdedigingssystemen.
In 1177 was keizer Frederik Roodbaard hier te gast tijdens zijn verblijf in Venetië voor de verzoening met paus Alexander III.
De aangelegenheden van de Republiek, die inmiddels een belangrijke rol op economische en commercieel gebied speelde, geboden doge Pietro Gradenigo in 1301 opdracht te geven voor het bouwen van een nieuw paleis met een raadzaal en kanselerij.Volgens de kronieken uit die tijd werden de werkzaamheden toevertrouwd aan Pietro Baseggio en aan zijn schoonzoon Filippo Calendario. De vleugel werd in 1419 deels afgebroken voor het bouwen van de zaal voor De Hoge Raad.

(Porta della Carta en het venster van de doge met boven de ingang de leeuw van San Marco.)

In de daarop volgende jaren werden er steeds meer veranderingen aan het het gebouw gedaan. Zo werd een zelfde vleugel als aan de voorzijde ook aan de havenkant gebouwd en met elkaar verbonden.
In 1483 werden enige zalen verwoest door brand en de Veronese architect Antonio Rizzo kreeg opdracht voor de reconstructiewerkzaamheden, waaraan hij 15 jaar werkte.
Hij ontwierp ook de fraaie Scala dei Giganti (reuzentrap), de gevels van het binnenhof en de gevel die uitkijkt op de Rio del Palazza. In 1498 moest hij vluchten wegens een aanklacht van fraude.
Op 11 mei 1574 brak er wederom een brand uit die schade toebracht aan de beide raadszalen en daarop nogmaals in 1577. Veel schade werd aangericht en de zalen van de Hoge Raad en Verkiezingen gingen verloren. Antonio Da Ponte zag kans alles te reconstrueren binnen acht maanden.


 De buitenkant van het paleis is boven massiever  in aanzicht dan de onderzijde. Op de begane grond loopt van de Porta della Carta tot de Ponte della Paglia een spitsbogige zuilengang met zuilen zonder sokkels.
Ook de bovenverdieping heeft een zuilengang met kielbogen, die aan de bovenkant klavertjevier opening hebben.














De zalen op de eerste verdieping krijgen licht door de spitsboog-vensters. De muren zijn bekroond met een smalle tinnenkrans met pinakles en maaswerk en op de hoeken open aediculae.
Op de hoeken van de zuilengangen zijn fraaie stukken beeldhouwwerk aangebracht en bovenkant van de zuilen hebben allemaal een verschillende afbeeldingen; kopen van mensen dieren, bloemen en planten. Het gebouw is zonder meer imponerend om te zien.
Het Dogenpaleis heeft ook een zeer fraaie binnenhof.


GEHEIME AANKLACHTEN.

Ondanks alle pracht en praal was er natuurlijk ook de onderlinge machtsstrijd gaande. Niet alleen onder de burgerbevolking, de ambachtslieden die voor de doge mochten werken, maar ook onder de ambtenaren van de Republiek en zelfs de raadslieden die de doge moesten kiezen. Een openlijke aanklacht indienen kon voor de aanklager zelf wel een verkeerd uitpakken.
Zo was er een 'brievenbus' de "Leeuwenmuil", waarin men een geheime aanklacht kon deponeren of deze waar of niet waar was.
In dergelijke gevallen was het vooral diegene die het meeste geld had die onschuldig werd verklaard, want men was niet vies van steekpenningen.
Dit systeem heeft zelfs enkele dogen de kop gekost. 


Het was onvoorstelbaar druk en het leek wel of half Azië aanwezig was in Venetië. Zo stonden er overal lange rijen met wachtende mensen om een gebouw te kunnen betreden. Terwijl we op de hoek bij het Dogenpaleis op onze stadsgids stonden te wachten, besloten enkelen was ons niet met de groep mee te gaan op de wandeling door de smalle straatjes. Zo werd er een tijd afgesproken om bij de kade van de Bac Orseolo achter het Procuratie Vecchie op het Pizza San Marco te zijn voor de gondelvaart door de kanaaltjes.
Op de hoek van de Piazetta San Marco en de Piazza San Marco staat de Campanile van San Marco met daarvoor de Loggetta van Sansovino.

CAMPANILE VAN SAN MARCO.

Het Piazza San Marco wordt gedomineerd door de sierlijke, 98,5 meter hoge, toren. In de 9e eeuw stond hier een wachttoren die uitkeek op de lagune, omdat de Piazzetta van San Marco toen nog een havenbekken was.
Deze toren werd in de tweede helft van de 12e eeuw verbouwd en werd meerdere keren beschadigd en tussen 1511 en 1514 door Bartolomeo Bon herbouwd naar een ontwerp van Giorgio Spavento. De machtige vierkante toren kwam los te staan van omliggende gebouwen. Boven de vierbogige klokkenkamer bevindt zich een tamboer waarop het piramidale dak met het beeld van de aartsengel Gabriël steunt. De toren heeft een spiraal vormige opwaartse gang die tot de top leidt, zodat hoogwaardigheidsbekleders te paard helemaal tot boven in de toren konden rijden. 
In 1902 stortte de klokkentoren in toen men trachtte een lift in het gebouw aan te brengen en een stabiliserende hulpconstructie verwijderde. ook de Loggetta onderaan de toren werd beschadigd.


Men besloot de toren in zijn oorspronkelijke stijl de herbouwen en deze bouw kwam gereed in 1912.
De toren is geheel opgetrokken uit baksteen, heeft een klokkenkamer met vijf klokken en een observatorium ruimte.
Tegenwoordig kan men de toren beklimmen en heeft men vanuit de klokkenkamer een grandioos uitzicht op de vijf koepels van de San Marco Basiliek, het eiland San Giorgio Maggiore, over de stad en bij helder weer tot aan de Alpen.




LOGGETTA VAN SANSONIVO.



Sansovino bouwde de Logetta aan de voet van de Campanile van San Marco.
Hij was ook nauw betrokken bij de bouw van de basiliek van San Marco.
In de nissen liet hij  vier bronzen beelden plaatsen de Apollo, Mercurius, de Vrede en Minerva voorstellen.
Tussen de loggetta en de klokkentoren staan drie stenen pijlers, die in 1505 door A.Leopardi werden vervaardigd ter vervanging van de vroegere houten pijlers. 
Op de middelste pijler staat het beeld van de doge L.Loredan. 





                      Zie vervolg: HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. VENETIË. (DEEL 20)



dinsdag 27 oktober 2015

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. VENETIË. (DEEL 18)


HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË.

VENETO.

VENETIË. (18)



VENETIË.

ALGEMEEN EN GESCHIEDENIS.

Het oude stadscentrum van Venetië is op een archipel van kleine eilandjes gebouwd, die van elkaar gescheiden zijn door een wirwar aan kanaaltjes. De meeste van deze kanaaltjes werden in verschillende tijdperken aangelegd en zodoende onderging  het oorspronkelijke stadsplan constant veranderingen. 
Het centrum ligt ongeveer 4 kilometer afstand van het vasteland en twee kilometer van de open zee, de Adriatische Zee.
De eerste bouw van nederzettingen op eilandjes in een zeer moerasachtig gebied was gedurende de barbaarse invallen, toen kleine groepen vluchtelingen uit Spina, Aquileja, Adria, Altinum en Padua zich hier vestigden. In de daarop volgende eeuwen breidde de stadskern zich steeds verder uit totdat het huidige centrum ontstond dat in de rest van de wereld geen gelijke kent. Om dit te bereiken werden er meer dan 160 kanalen drooggelegd, waardoor het aantal eilanden waarop Venetië ligt werd beperkt tot 18, inbegrepen San Giorgio Maggiore en La Giudecca.
Het grootste en belangrijkste kanaal is het Canal Grande , dat met zijn 3,8 kilometer en een breedte van 30 tot 70 meter de stad in tweeën deelt, die weer verbonden zijn met elkaar door drie bruggen: de Scalzi-brug, de Rialto-brug en de Ponte dell 'Accademia. In het Canal Grande monden 45 kanaaltjes uit die bevaarbaar zijn met kleine bootjes en gondels.


De verschillende wijken van de stad zijn met elkaar verbonden door 350 kleine bruggen. De stad is verdeeld in zes stadsdelen. Tot 1480 waren de bruggen van hout en werden later vervangen door stenen boogbruggen.
De straten waarin geen gemotoriseerd verkeer is toegestaan en ook niet mogelijk is, hebben bijzonder benamingen; de "rughe" (van het Franse 'rue") en de "salizade" (van het woord "selciate") d.w.z. bestrating, in feite de eerste geplaveide straten en steegjes, terwijl de straten langs de kanaaltjes "fondamenta" worden genoemd. Dit laatste is ook weer te danken dat ze als fundament voor de gebouwen aan het water dienen. Zo zijn er nog veel meer verwijzingen.
Huisnummering kende men in het begin helemaal niet en werden gebouwen vaak genoemd naar de bewoners of bedrijfjes die er in gevestigd waren, wat vaak verwarring veroorzaakte.
In 1801 werd besloten hier een einde aan te maken en ging men over tot een vaste straat of kanaal benaming, want veel panden hadden hun ingang aan het water, en een vaste nummering in te stellen. De nummering was niet progressief, maar in zones verdeeld: de "zona de citra" (aan de zijde) en de "zona de utra" (aan gene zijde) van San Marco en Cannaregio.
Tussen 1837 en 1941 werden de gebouwen per stadsdeel genummerd en kregen de gebouwen een zwart of rood nummer. Op sommige gebouwen is de oude Romeinse nummering in de stenen uitgekapt te vinden. De Republiek Venetië werd bestuurd door de Dogen
Een van de veranderingen in de 19ee eeuw is de aanleg van een spoorbrug die met zijn lengte van 3601 meter het stadscentrum van Mestre  met Venetië verbindt. De bouw duurde van 1841 tot 1846.
Ruim een eeuw later werd deze brug verbreed zodat autoverkeer ook mogelijk is voor bevoorrading van de stad. Met spreekt over de brug of over de dam, in feite zijn het allemaal stenenbogen waarvan de onderlinge ruimten zijn opgevuld. Door de open bogen kan het water vrij in- of uitstromen.


MARITIEM VENETIË EN HET HUWELIJK MET DE ZEE.

Venetië was vroeger een eigen staat met een eigen regering. De staat besloeg zelfs een groot deel van de kusten van de landen gelegen aan de oostelijke zijde van de Adriatische Zee.
De Venetianen  beheersen met hun vloot de Adriatische Zee, een groot deel van de Middellandse Zee en bevoeren zelfs de Atlantische Oceaan. Hun grootste vijand en concurrent was de Staat Genua en het Ottomaanse Rijk.
Zij monopoliseerden de specerijenhandel en haalden iedereen het vel over de oren, de kruisvaarders en de pelgrims naar het heilige land inbegrepen. Zij kenden twee soorten schepen met antieke lijnen: het trage bolronde koopvaardijschip en de lichte oorlogsgalei. De galeiën werden voortgestuwd met roeiriemen bemand door galeislaven, wat hoofdzakelijk gevangenen waren  en veroordeelde misdadigers. Zelfs toen de oceanen hun geheimen al prijsgaven aan de zeilvaart, werd de Middellandse Zee nog bevaren door ontelbare roeivaartuigen.
Omstreeks 1300 werd de 'galea-grossa'ontwikkeld, een grote galei voor de handelsvaart. het waren schepen van 250 ton met een bemanning van 250 koppen. Deze schepen dreven handel Met Alexandrië, Beiroet en Constantinopel. Venetië breidde zijn handel imperium enorm uit. Jaarlijks voer een vloot naar Engeland en Vlaanderen.
In 1453 viel Constantinopel in Turkse handen. Daarna kondigde de ontdekking van een oceaan-route naar Indië door de Portugezen de ondergang aan van De Venetiaanse specerijenhandel en daarmee haar trotse koopvaardij vloot. 

HET HUWELIJK MET DE ZEE.


Ieder jaar op hemelvaartsdag, van de 13e- tot diep in de 18e eeuw, werd de enorme galei de 'Bucentaur' te voorschijn gehaald uit de enorme loods van de grootste scheepswerf van Venetië, het Arsenaal.
Schitterend in karmozijn en goud droeg het schip, voort geroeid door 200 roeiers, geestelijken, senatoren, gezanten en de doge (de hoogste magistraat van de republiek) naar de "Bruiloft van de zee".

"Wij huwen u, O zee, als bevestiging van onze trouw en voortdurende heerschappij!"
Zo sprak de Doge van Venetië zijn verklaring uit vanaf het dek van de staatsie galei 'Bucentaur', terwijl hij een gewijde gouden ring in het water van de Adriatische Zee wierp.

Maar alle praal en krijgshaftige muziek konden het feit niet verdoezelen dat het een huwelijk uit berekening gold, Venetiaanse berekening. De 'liefde' was eenzijdig en gebaseerd op het profijt dat 'beheersing' van de zee opleverde. 'Al het goud van de Christenheid gaat door de handen der Venetianen' vermeld een middeleeuwse kroniekschrijver.
Napoleon nam bij zijn inval de galei in beslag in 1798 en ontdeed deze van haar gouden versieringen.



We vertrokken bijtijds uit ons hotel in Abona Terme en reden om Padua heen en via de E70 en de A57 naar Mestre.
Bij Mestre staken we de dam-brug over naar het nieuwe gebied van Venetië waar bussen en auto's geparkeerd konden worden en veerboten gereed lagen om de mensen naar de stad te vervoeren.
 tegenover de aanleg kade van de veerboten was de nieuwe passagiers terminal voor de cruiseschepen. Vandaar was zelfs een monorail naar de stad aangelegd. Als je maar geld hebt!



 Er stond een straffe koude wind en eenmaal aan boord van de veerboot waren er maar enkele uit de groep die een plaatsje buiten op het dek uitzochten, in de wind maar ook in het zonnetje.
gelukkig is er niemand zeeziek geworden, daar een korte stevige golfslag stond op het water van Canale delle Giudecca tijdens de vaart naar de aanlegplaats niet ver van het Piazetta San Marco.
Tijdens de vaart hadden we prachtig uitzicht op de stad en de er tegenover gelegen eilandjes.



De San Simeon Piccolo (l) en de Santa Maria Della Salute. (r)


De veerboten legden aan de Riva Degli Schiavoni, een zeer drukke wandel kade langs het water.
Hier begonnen we aan ons bezoek van Venetië.


                    Zie vervolg: HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. VENETIË. (DEEL 19)

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. PADUA. (DEEL 17)


HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË.

VENETO.

PADUA. (17)



GRAF VAN ANTENOR.

Volgens de legende zou Padua gesticht zijn door de Trojaan Antenor, de broer van Priamus.
Het graf van Antenor is een middeleeuwse kiosk en zou de overblijfselen van de stichter van de stad bevatten. Voor de kiosk staat op zuiltjes staat de tombe van Lovato Lovati.
In 1274 tijdens de bouw van een tehuis voor vondelingen stuitte men op een loden lijkkist met menselijke resten, een zwaard en een pot met munten.
Volgens de rechter, geleerde en dichter uit die tijd zo het gaan om de overblijfselen van Prins Antenor de stichter van de stad. Hij werd door andere notabelen van de stad in zijn mening ondersteund.
In 1283 werd daarom besloten tot het bouwen  van een monument. Er werd een kiosk gebouw waarin de marmeren tombe werd geplaatst met de de menselijke resten die aan Antenor werden toegeschreven. 
Lovati overleed in 1309 en werd eerst bijgezet in de kerk van San Lorenzo. De kerk werd in 1942 gesloopt en men besloot de tombe met de stoffelijke resten van Lovati een plaats te geven bij de kiosk van Antenor. In 1985 werd de tombe van Antenor geopend en werden de resten wetenschappelijk onderzocht, waarna men tot de conclusie kwam dat deze niet van Antenor konden zijn, maar vermoedelijk van een krijger van Hongaarse afkomst. De kiosk met de tombe bleef staan.


Tegenover de kiosk van Antenor staat een statig woonhuis waar in 1306 de bekende Italiaanse dichter, schrijver en kortstondig politicus Dante heeft gewoond. Hij werd in 1265 in Florence geboren en overleed op 14 september 1321 te Ravenna.

We vervolgen onze weg naar via VIII Febbraio




PALAZZO DEL BO.

Het is in feite een grote groep gebouwen, die tussen 1542 en 1601 werden gebouwd, met moderne toevoegingen uit 1920 tot 1940, behorend tot de in 1222 gestichte universiteit van Padua.
Bijzonder interessant is de binnenhof uit het midden van de 16e eeuw gebouwd door Andrea Moroni.
De binnenhof is omringt door arcades en wordt ook wel de Aula Magna genoemd. Aan de wanden hangen 3.000 wapenschilden en decoraties welke zijn toegevoegd door docenten en studenten als een teken van hun gehechtheid aan de universiteit.
Een van de beroemdste wetenschappers die hier doceerden, was Galileo Galilei. In de 18 jaar dat hij in Padua was ontdekte hij o.a. de manen van Jupiter en de ringen van Sarturnus  en ontwikkelde verder zijn theorie dat de aarde om de zon draaide.



Via een onderdoorgang van een groot wit gebouw, het stadhuis van Padua, passeren we twee boogpoortjes en komen uit op een groot plein. Op het plein staat een groot langwerpig gebouw mat fraaie balustrades op de 1ste verdieping en een bogen galerij op de begane grond.
Aan de achterzijde van het grote witte gebouw op de gevel veel wapenschilden maar ook veel gedenkplaquettes van oorlogen die Italië heeft gevoerd. Er was er zelfs een met de nagedachtenis aan de oorlog die het land voerde in het begin van WO-II tegen Ethiopië. 
Je kan er maar trots op zijn!



PALAZZO DELLE RAGIONE.

Het gebouw was voeger de zetel van de stedelijke rechtbank.
Men begon met de bouw ervan in 1218 en in 1306 plaatste Giovanni Eremitani het dak erop dat de vorm heeft van een omgekeerde scheepsromp. Inwendig op de bovenste verdieping wordt de ruimte ingenomen door de grootste hangende kamer van de wereld.
Het gebouw heeft een lengte van 82 meter, breedte van 27 meter en een hoogte van 27 meter. Het maakt nu deel uit van het stadhuis van Padua.



Op de begane grond is het gebouw een overdekte markthal maar verder is het een museum met 200 strekkende meter aan fresco's met astrologische thema's gebaseerd op de studie van Pietro d'Abano en geschilderd door Giotto. De thema's zijn verdeeld in twaalf segmenten, overeenkomend met de maanden van het jaar en zijn voorzien van een afbeelding van een apostel, een teken uit de dierenriem, de planeet en verschillende beroepen.
Het gebouw staat in feite op twee pleinen. De zijde boven op de afbeelding op Piazza delle Erbe, het plein van de kruidenmarkt en de andere zijde op Piazza della Frutta, de fruitmarkt.

(Stadhuis van Padua.)





We vervolgen onze wandeling, steken het Piazza del Erbe over en passeren aan het einde daarvan en gebouw met een fraaie gevel.

Onze wandeling gaat verder door smalle straatjes met een straatbedekking van ronde kiezelsteentjes die je door je schoenzolen heen kon voelen.
Het is de oude Jodenwijk van Padua en een spandoek aan het einde van een smal straatje herinnert hieraan.





We komen uit op Piazza del Duomo, waar de kathedraal van Battistero op is gelegen.
Inwendig moet deze kathedraal prachtige fresco's  hebben.

Zo wandelen we terug naar het Piazza della Fruta en nemen afscheid van onze stadsgids. We kregen nog wat vrije tijd om zelf rond te kijken, maar dienden op tijd bij de bus terug te zijn daar we nog een lange rit voor de boeg hadden naar ons hotel.



Naast het Palazoo delle Ragione, los ervan en naast het gemeentehuis staat een oud gebouw met een toren. De toren heeft de naam; "Torre di Anziani" (toren van de ouderen).

We wandelen naar de zij ingang van het Palazzo delle Ragione en kunnen ons alleen maar verlustigen aan specialiteiten in de nog gesloten winkels onder de galerij.
Stokvis was er zelfs te koop, wat je bij ons zo goed als niet meer ziet in de viswinkel, en maar niet te spreken over die heerlijke hammen.







Padua heeft uiteraard meer te bieden dan we in het korte tijdsbestek hebben kunnen zien.
Vaak is het een poortboog met een zeer fraaie ingang er achter of een gebouw met kunstige versieringen.
je moet er alleen de tijd voor hebben om door het oude centrum van de stad te zwerven en dan ook nog het geluk hebben dat je tot bepaalde gebouwen toegang kan krijgen.













PADUA IS HET ONTDEKKEN WAART!




Er is een gezegde: 'Alle wegen leiden naar Rome", maar hier in Padua leiden alle wegen naar het Prato delle Valle. Voor ons was het tevens het afscheid ervan en terug de keren naar de parkeerplaats Piazza Y.Rabin waar de bus gereed stond.



Een groepje Afrikanen, vermoedelijk asielzoekers trachten aan ons diverse handel te verkopen. Uiteindelijk werden er een paar broekriemen gekocht na veel gepingel over de prijs.
Aan de handel kwam plotseling een einde toen er enkele politiewagens het parkeerterrein op kwamen en de agenten trachten de handelaars in hun kraag te vatten. Helaas had de Italiaanse politie een slechte conditie wat hardlopen aangaat. Dat krijg je als in te veel eet in de lunchpauze.


Zo lieten we Padua achter ons en reden naar de plaats waar ons hotel lag voor de komende twee nachten.

Hotel Alexander Palace.
Via Martiri d' Ungheria 24.
35031 Abano Terme.









                              Zie vervolg: HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. VENETIË. (DEEL 18)

zondag 25 oktober 2015

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. PADUA. (DEEL 16)

HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË.

VENETO.

PADUA. (16)


Het was deze ochtend vroeg opstaan, koffers inpakken en genieten van ons laatste ontbijt in Hotel Marrani in Ronta. We werden uitgezwaaid door onze Italiaanse 'Mama', die ons goed verzorgd had de afgelopen dagen. De inwendige mens was er niets te kort gekomen.






In de vroege ochtend verlieten we Ronta en reden door het ontwakende landschap in de richting van de A1 om daarna via Florence in de richting van Bologna te rijden door de nodige tunnels en verder via de A13 naar Padua.
We verlietn dus Toscane en reden door de regio's Romagna, Podelta naar Veneto.



VENETO.


De regio (zie vlag boven) strekt zich uit van de Karnische Alpen in het noorden tot de rivier de Po in het zuiden. In het westen wordt de regio begrenst door het Gardameer en de rivier de Minico, in het oosten door de Adratische Zee en de rivier de Tagliamento.





De oppervlakte van de regio Veneto neemt ongeveer één zestiende van het nationale territorium in beslag. Het is qua grote de zevende grootste regio van Italië.
De hoofdstad is Venetië.
het landschap van deze regio is grofweg in drie stukken te verdelen: 

GEBERGTE.
De oostelijke Dolomieten en een deel van de Karnische Alpen in het noorden.

LAAGVLAKTE.
In de laagvlakte liggen de grootste steden zoals; Venetië, Verona en Padua. In dit voornamelijk landbouwgebied wordt vooral veel wijn geproduceerd. De laagvlakte ten zuiden van Padua en Vicenza wordt in het zuiden onderbroken door kleine heuvelgroepen van de Monti berici en de Colli Euganei.

KUSTGEBIED.
Het grootste gedeelte van de kust wordt in beslag genomen door lagunes en de delta van de rivier de Po.De hoofdstad is gebouwd op een aantal eilanden in de grootste lagune: de Laguna Veneta.
het noordelijkste gedeelte van de kust is rijk aan zandstranden waaraan de badplaatsen liggen.

TOLWEGEN.

Wie door Italië rijdt en gebruik maakt van de autosnelwegen moet voor het gebruik hiervan tol betalen. Zo ook in Frankrijk.
In andere landen zoals Zwitserland en Oostenrijk heeft men een speciaal vignet nodig om op de autowegen te rijden. Jaarlijks gaan er honderdduizenden Nederlanders in deze landen landen op vakantie en gebruiken deze autosnelwegen om zo snel mogelijk op de plaats van bestemming te zijn. Maar als ze in Duitsland over tol op de autowegen gaan praten komt heel ons land in opstand daar tegen. We moeten ons gewoon aanpassen aan deze systemen, wat de enigste 
logische oplossing is. Dus voor het gebruik van onze autowegen ook een tolheffing en afschaffing of minder wegenbelasting. Wie veel rijdt zal dan ook meer betalen aan het onderhoud van de wegen.


PADUA.

Padua of Padova ligt in de regio Veneto en is de hoofdstad van de provincie Padua. De stad heeft een oppervlakte van 92,8 km² en ligt 12 meter boven de zeespiegel. Het is de universiteitsstad van Noord-Italië.

GESCHIEDENIS.

De stad heeft een oude en lange geschiedenis die terug gaat tot de mythische stichting door de Trojaan Antenor. Padua is onder meer de geboorteplaats van de historicus Livius. Padua het Romeinse Patavium, werd tijdens de volksverhuizingen achtereenvolgens verwoest door de Visgoten (409 n.chr.), de Hunnen (452), de Ostrogoten (543) en de Longobarden (610). gedurende de middeleeuwen behoorde de stad tot het Duitse heilige Roomse Rijk, doch zij was vanaf de 12e eeuw af een vrije stad (libero comune).
In 1174 werd Padua verwoest door een grote brand, waarna de stad bijna in zijn geheel werd herbouwd. Van grote betekenis voor de stad was de stichting van de universiteit in 1222 en in 1238 door keizer Frederik II uitgebreid. De stad werd als de bakermat van het humanisme beschouwd.
In 1405 wed Padua door de Republiek Venetië veroverd.
In 1545 werd hier de Orto Botanico di Padova gesticht, de oudste Hortus Botanicus van Europa.
Galileo Galilei bekleedde er hoogleraarschap van 1590 tot 1610.
In 1797 werden Padua en Venetië aan Oostenrijk afgestaan. In 1866 kwamen de steden definitief bij Italië.
In 1918 werd in Padua de wapenstilstand getekend tussen Oostenrijk, Hongarije en Italië.

Maar Padua is bij velen beter bekend als de bedevaartplaats van de H.Antonius van Padua, die in 1195 te Lissabon werd geboren en in Padua overleed in 1231.





Als we Padua binnenrijden met de bus op weg naar de parkeerplaats krijgen we al een zicht op de basiliek van de H.Antonius.

Op het kaartje van de stad is duidelijk te zien dat de stad stadsmuren heeft gehad, waarvan delen nog bestaan en welke 18 bastions kent.
De oude stadskern had men tevens omringt door een gegraven vestinggracht welke haar water krijgt van het riviertje Bacchiglione wat ook door de stad stroomt.
Op Piazza Ytzhak Rabin wordt de bus geparkeerd.



Via een Romeins aandoende poort, helaas met betonnen balken op de eerste verdieping dus weinig Romeins, verlaten we de parkeerplaats en steken over naar het Prato della Valle.



PRATO DELLA VALLE.

Het Prato della Valle is niet alleen het grootste stadsplein van Padua, maar ook van de grootste pleinen van Europa. 
Aan de elliptische vorm van het plein is nog duidelijk te zien dat hier vroeger een Romeins stadion heeft gestaan. De laatste resten hiervan werden in de 16e eeuw gesloopt en gebruikt voor de bouw van de basiliek van Santa Giustina. 
Doordat het niveau laag lag ontstond door overstroming van de rivier er een moeras. In de 18e eeuw besloot men dit droog te leggen en op te hogen met de grond die uit het kanaal werd gegraven, wat nu om het rustige fraaie plein ligt met in het midden een fontein.

Op de randen rond het kanaal en de fraaie bruggetjes die er over liggen staan 78 standbeelden, van pausen, dogen en andere bekende en belangrijke mensen uit de geschiedenis van Padua.

Op een mooie zonnige dag is het een plaats waar veel inwoners naar toe trekken om van de rust te genieten.









We verlaten het mooie plein en steken over naar de via Belludi
, steken via een kleine brug het door stad stromende riviertje over, om uit te komen op Piazza del Santo, waar de Basiliek van de H. Antonius is gelegen.

BASILIEK VAN DE HEILIGE ANTONIUS.

Met de bouw van deze basiliek werd onmiddellijk na de dood van Antonius in 1231 begonnen en de voltooiing vond plaats in het begin van de daarop volgende eeuw.
Het is een imposant gebouw in Romaans-gotische stijl met acht koepels en oosterse klokkentorens.
In een tombe bevindt zich hier het lichaam van de H.Antonius en vanuit de gehele wereld worden naar deze plaats pelgrimstochten georganiseerd.

Indeling van de basiliek:
1. Het graf van de H.Antonius.
2. De kapel "Santa Maria Mater Domini". 
3. Kapel van de zalige Luca Belludi.
4. Kapellen in de koor omgang.
5. Relikwieën  kapel.
6. Zegening kapel.
7. Sacristie.
8. Sacrament kapel.
9. Kruisgang van de novices.
10. Kruisgang van de Magnolie orde.
11. Boekwinkel en souvenirs.
12. Entree loket voor het museum.
13. Theologische studie ruimte.
14. Informatie loket.
15. Biechtruimte.
16. Kruisgang van de hoofden.
17. Tentoonstelling over leven H.Antonius.
18. Kruisgang van de zaligen.
                                                       19. Toilet.
                                                       20. Tentoonstelling ter verering van de                                                                              H.Antonius en museum.




NO PHOTO!!!


RELIEKEN.

Antonius werd geboren in Lissabon als Fernando Martins de Bulhões in een rijke, adelijke familie. Hij overleed op 13 juni 1231 in Arcella bij Padua. Al spoedig ontstond een strijd om zijn relieken, waar wonderbaarlijke eigenschappen aan werden toegeschreven. Reeds elf maanden na zij n dood verklaarde paus Gregoirus IX hem heilig. het stoffelijk overschot van Antonius wordt bewaard en vereerd in de naar hem en voor hem gebouwde basiliek in Padua.

De tong van Antonius, instrument van zijn prediking bleek niet te zijn vergaan. Deze reliek wordt in de basiliek op een aparte plaats bewaard.
Dat Antonius veel meer was dan een weldoener, maar ook een gezagvol theoloog, gaf Pius XII aan toen hij Antonius in 1946 verhief tot kerkleraar. Zijn liturgische gedachtenis op de Romeinse kalender valt samen met zijn sterfdag: 13 juni. 

Links een afbeelding van de Relikwieën Kapel.

Tijdens ons verblijf in de basiliek liep er een monnik rond, met een gezicht als een oorworm die telkens met zijn vingertje verbiedend liep te wijzen naar een ieder die maar een camera in aanslag nam, sprekend "no photo".
Hij kon niet weten dat enkele van ons 'Oost-Indisch doof' waren.







Na het verlaten van het inwendige van de basiliek en het plegen van heiligschennis door toch wat opnamen gemaakt te hebben, was het ven genieten van de warmte door de zon in de kruisgang.
Fraaie gotische bogen die van binnen fraai gedecoreerd waren en op mooie slanke zuilen stonden omringden de tuin met een waterput.
Mochten we op onze verdere reis nog iets kwijtraken dan kunnen we altijd nog de H.Antonius aanroepen; die patroonheilige is van de Franciscanen, verloren voorwerpen, vrouwen en kinderen, armen, bakkers, mijnwerkers, het huwelijk, reizigers en verliefden en patroon tegen schipbreuk, de pest en koorts.


We verlaten de basiliek met zijn koepels en oosterse torentjes. We steken het plein over en vervolgen onze weg op de via del Santo.
Het was ons snel duidelijk dat Padua nog niet echt door het toerisme was ontdekt, want het leek wel of we de enigste groep waren die er rond wandelden.
Op de kruising van via del Santo en de via San. Francesco slaan we links af om bij de Riviera Tito Livio weer links af te slaan en het pleintje Antenore te bereiken.

                        Zie vervolg: HOOGTEPUNTEN VAN ITALIË. PADUA. (DEEL 17)