donderdag 13 januari 2011

DE DELTAWERKEN. (1)


                                                         DEEL 1.

HET DELTAPLAN.

De ramp die zich voordeed in de nacht van zaterdag op zondag 1 februari veroorzaakte de grootste watersnood van de laatste eeuwen. De langdurige noordwesterstorm stuwde het water op tot 4 à 5 meter boven NAP. (Normaal Amsterdams Peil). Midden in de nacht stroomde het water over de dijken heen en verraste de mensen in hun slaap en vernielde alles wat op haar weg lag. De zee drong binnen door 67 grote stroomgaten en meer dan 400 bressen in de dijken en zette in Zuidwest-Nederland 200.000 hectare vruchtbaar land met steden en dorpen onder water. Bij deze ramp verdronken 1835 mensen en meer dan 200.000 stuks vee, 72.000 mensen moesten worden geëvacueerd en ruim 47.000 huizen en bedrijfspanden raakten vernield of beschadigd.

Op 21 februari 1953 werd de Deltacommissie opgericht welke een plan moest opstellen dat ervoor zou zorgen dat twee doelen zouden worden bereikt:

1. Het watervrij maken van gebieden die bij hoge vloedstanden nog regelmatig onder water kwamen te staan en de veiligheid van deze , en andere gebieden tegen het water garanderen.
2. Het beveiligen van het land tegen verzilting.


Nog dat zelfde jaar kwam de commissie met een plan. Behalve versterking van de zeeweringen adviseerde de commissie een inkorting van de Nederlandse kustlijn met 700 kilometer. Uitgangspunt was : hoe korter de kust, hoe gemakkelijker de verdediging. Als voorbeeld werd gesteld de aanlag van de Afsluitdijk in 1932 die de Zuiderzee, nu inmiddels IJsselmeer geheten, afsloot van de Noordzee en waarbij de Nederlandse kustlijn met 360 kilometer werd ingekort en het gevaar voor overstromingen sterk was teruggedrongen. Na de nodige veranderingen werd de Delta wet in 1958 door het parlement aangenomen en kon men aan de bouw beginnen.

DE WERKEN.


Voor de Nederlandse waterbouwers was het Deltaplan een enorme opdracht. Geen land ter wereld had ooit dergelijke diepe zeegaten gedicht.



Verschillende onderdelen van de Deltawerken konden niet gelijktijdig worden uitgevoerd. Men koos voor de meest logische volgorde: van klein naar groot. Op deze manier kon er tijdens de bouw zoveel mogelijk geleerd worden, die bij ingewikkelde onderdelen van de Deltawerken van kennis zouden voorzien. Na overwegingen werd besloten de volgende volgorde uit te voeren.
1. Stormvloedkering in de Hollandse IJssel.
2.Afdamming van de Zandkreek.
3. Afdamming van het Veerse Gat.
4. Afdamming van de Grevelingen.
5. Afdamming van het Volkerak.
6. Afdamming van het Haringvliet.
7. Afdamming van het Brouwershavense Gat.
8. Afdamming van de Oosterschelde.
9. Stuw en schutsluizen in de oude Maas.


woensdag 12 januari 2011

DE RAMP VAN 1953. (DEEL 2)



DE RAMP VAN 1953. (2)



NEDERLANDERS EN HET WATER.

Reeds de eerste bewoners die zich in de lage landen bij de zee vestigden moesten zich te weer stellen tegen de aanvallen van het water. Zij wierpen heuvels op die als vaste woonplaats of tijdelijk vluchtoord dienden: de terpen en werden op de Friese en Groningse klei, de hillen en vliedbergen op de Zeeuwse eilanden, de woerden van de Betuwe. Later in de 7e eeuw, werden de eerste dijken aangelegd die dorpen, akkers en weiden moesten beschutten tegen de hoge vloeden die de Noordzee regelmatig tegen dit land aanwierp. De voortdurende toeneming van de bevolking dwong de bewoners van de verdediging tot de aanval over te gaan. In de Middeleeuwen al begon men het grondgebied uit te breiden. Zo werden de gronden van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en die langs de kusten van de Zuiderzee en Waddenzee ingedijkt, nadat zij door aanslibbing daarvoor rijp waren geworden. De bedijkingen waren nodig om die gronden, die alleen nog bij zeer hoog water zouden overstromen, bewoonbaar en bebouwbaar te maken.
Maar al te vaak bezweken de dijken en duinen en ging zowel nieuw gewonnen land als ook het oude land verloren. In de loop der eeuwen hebben overstromingen, zoals de Sint Elisabethvloed van 1421 en de Allerheiligenvloed van 1570 de vorm van onze kust ingrijpend gewijzigd. Vooral de geschiedenis van het Zuidwesten van ons land is met zoutwater geschreven. De stormen die de Noordzee zeer hoog langs de kust opjagen en de hoge vloeden die door de zeegaten tot diep op onze rivieren binnenstromen, hebben menselijke nederzetting soms ernstig bemoeilijkt. Nieuwe wateren verzwolgen er oud land, oude wateren zijn er verzand.




Achter de zeeweringen en rivierdijken liggen kwetsbare gewesten van het lage Nederland. Al het land ten westen van de lijn, die ongeveer loopt van Woesdrecht in het westen van Noord-Brabant via Bergen op Zoom, Rosendaal, Heusden, Culenborg, Naarden, Elburg, Zwolle, Meppel, Dokkum naar Windschoten, ligt binnen het bereik van de gemiddelde vloedhoogte van de Noordzee.
Tweemaal per dag zou dit land door het zeewater overstroomd worden als dijk en duin dit niet beletten. Bij stormvloeden en hoge rivierstanden staat zelfs ongeveer 40% van ons grondgebied aan overstroming bloot.
Om overtollig regenwater te lozen tijdens de lage zee standen bij eb kunnen de bewoners van de hogere kleigronden van Zeeland en de Noordelijke provincies meestal volstaan met uitwateringssluizen. Bij hoge stand van zee en rivier worden de sluisdeuren door dit water dichtgedrukt en in het tegengestelde geval door het afvloeiende water geopend.
Maar in de lagere streken van Holland en Utrecht, waar het land lager ligt dan de spiegel van de zee en de grote rivieren en de kanalen die het land doorsnijden, is van afwatering naar lager gelegen plaatsen geen sprake. Hier en daar ligt het land zelfs zo diep dat wij de schepen een paar mans hoogten boven land en huizen voorbij zien varen.
De bescherming tegen de zee en rivieren heeft bovendien tot gevolg, dat de voortdurende aanvoer van regenwater en sneeuw binnen de waterkeringen van duinen en dijken die het land omringen wordt opgesloten.
De bewoners van deze gewesten zijn er daarom toe overgegaan het land te bepolderen: de bouwgrond met dijken van elkaar te scheiden en sloten en greppels te graven waarin het teveel aan water wordt verzameld. Zwoegende windmolens, stoom- en elektrische gemalen houden het land kunstmatig boven water. Het overtollige water uit de greppels en de poldersloten wordt door de bemalingswerktuigen op hoger niveau gebracht en op buitendijks water geloosd.

In ons land liggen de gronden niet op gelijke hoogte. Bij Scherpenisse op Tholen ligt het maaiveld 1,5 meter beneden zeeniveau, bij Serooskerke op Schouwen en bij Maassluis 2 meter, in de Beemster 3,5 meter en in de Wieringenmeer en tussen Rotterdam en Gouda ligt het er bijna 7 meter onder. Het waterpeil is dan ook per polder verschillend. Beheersing van het waterpeil door bemalingswerktuigen is van groot belang vooral voor de gewassen op de akkers en het vee in de weiden.
Uiteindelijk moet het opgepompte water naar zee of naar een rivier die met de zee in verbinding staat worden afgevoerd. Maar lang niet alle polders grenzen aan zee of buitenwater. Vandaar dat de gemalen het overtollige water lozen op voorlopige water bergplaatsen, boezems, waarvoor kanalen, plassen, meren en ringvaarten gebruikt worden. Van deze water bergplaatsen uit wordt het water door een gemaal op zee gebracht, soms eerst nog na op een hoger gelegen boezem te zijn gebracht die tenslotte op zee loost.
Zo wordt het water van de Rijnland boezem, waarvan de 5 meter beneden zeeniveau gelegen Haarlemmermeerpolder deel uitmaakt, bij Katwijk op de Noordzee geloosd, bij Gouda op de Hollandse IJssel, bij Spaarndam en Halfweg op het Noordzeekanaal.
Slechts doordat zeeweringen als de Schielandse Hoge Zeedijk, de Hondbosse Zeewering en de Afsluitdijk de stormvloed van 1e februari 1953 hebben weerstaan, kon dit kunstig en unieke systeem van polders, bemaling en kanalen onaangetast blijven.
Om de veiligheid van ons land in de verdere toekomst te kunnen garanderen werd het Deltaplan opstapel gezet en uitgevoerd. Hiervan zijn de Oosterschelde kering, de Maesland kering en de Hartel kering een onderdeel van.


dinsdag 11 januari 2011

DE RAMP VAN 1953. (DEEL 1)


DE RAMP VAN 1953.





DIT ARTIKEL IS EEN EERBETOON AAN AL DE HULPVERLENERS BIJ OVERSTROMINGEN, TOEN EN NU!




(Mijn vader was toen, in 1953, Wachtmeester der Rijkspolitie te Water en werd met collega's en de politieboot de R.P.8 uitgezonden naar het rampgebied om hulp en assistentie te verlenen na de dijkdoorbraken in de nacht van zaterdag 31 januari. Op zolder had ik nog een oud exemplaar liggen van het boek 'DE RAMP' met zwart-wit afbeeldingen. Uit het boek heb ik enige afbeeldingen gescand om een indruk te geven hoe het toen was. )


































































































































































































NEDERLAND EN DE STRIJD TEGEN HET WATER.


NEDERLAND 

                                   EN DE STRIJD TEGEN HET WATER.

Zowel als tegen het water van de zee als dat van de rivieren hebben we zolang ons land bestaat strijd gevoerd.

We namen land van het water en maakten er polders van beschermd door dijken en gemalen die het overtollige water weg pompten. We namen land van de zee en bouwden er een enorme industrie complexen op met havens. Maar het water kan ook land terug nemen, zowel dat van de rivieren als dat van de zee.

We verhogen onze dijken, legen waterkeringen aan en geven zelfs land terug aan het water. Zo denk je; "ik zit lekker droog" en zo heb je natte voeten.

We overstromen nu niet direct meer van buiten uit, de zee, maar van binnenuit door de beken en rivieren.




Zo doen we moeite door middel van stuwen en sluizen om de rivier bevaarbaar te houden voor de scheepvaart en onverwachts hebben we ineens weer te veel water door zware regenval en sneeuw dooi. Stuwen worden gestreken en de scheepvaart wordt stil gelegd. Dan toch soms een dijkdoorbraak door de kracht van het water, een kracht die veel mensen onderschatten.

Voor de hulpverleners, leger, politie, brandweer, ambulance personeel etc zijn het dan zware en drukke dagen.

Dit zijn dan gebieden die nog tientallen meters boven het NAP liggen, maar het grootste deel van ons land ligt onder de zeespiegel.

Neem nu bijvoorbeeld onze nationale luchthaven Schiphol, gelegen in de Haarlemmermeerpolder, bijna 5 meter onder de zeespiegel. Komt deze polder onder water te staan, dan hebben we het scenario als op de hier onder geplaatste afbeelding.



De laatste ramp door dijkdoorbraken vanuit zee, bij storm en springvloed, kennen we uit 1953 als de 'Watersnood'. In het volgende blog wil ik hier aandacht aan besteden onder de titel; 'DE RAMP'.
















WASSEND EN VALLEND MAASWATER.



WASSEND EN VALLEND MAASWATER.                     

                  

                 


10 JANUARI 2011.

Alhoewel Rijkswaterstaat mededeelde dat de piek van het hoogwater voorbij was steeg het toch nog in de Linnerweerd. Dank zij de heldere blauwe lucht leverde het toch nog een paar mooie afbeeldingen op.






11 JANUARI 2011.




De witte rijp, na een nachtvorst, was vanmorgen snel verdwenen toen het begon te regenen. Toch even gaan kijken naar de waterstand en deze was aanzienlijk gedaald de afgelopen nacht. Langzaam keert het landschap weer terug naar normaal en vallen de landerijen weer droog. Maar voor hoelang?


(na deze tweede wateroverlast wil ik in de komende blogs aandacht besteden aan onze strijd tegen het water van de zee en rivieren)
.

zondag 9 januari 2011

HET WASSENDE MAASWATER.


HET WASSENDE MAASWATER. 

2011.






Binnen twee maanden tijd heeft de provincie Limburg last van wateroverlast.
Na hevige regenval, was pas op 7 januari de laatste sneeuw van de landerijen verdwenen, maar dit in combinatie met de regenval in de Duitse Eiffel en de Belgische Ardennen zorgde dit snel voor extreem hoog water op de rivier de Maas.





(De prehistorische eiken in de Molenplas te Stevensweert.)




Beken en kleine riviertjes konden de hoeveelheid af te voeren water niet meer verwerken en traden buiten hun oevers door het stijgende peil van het Maaswater. Ook de aanhoudende regenval deed nog een extra drupje in de grote plas.



(De Maas bij Stevensweert, een grensrivier, nu een grensmeer met op de achtergrond de plaatsen Ophoven en Geistingen in België)

In een paar dagen tijd was Limburg een waterland geworden.





( Het was nu echt spelevaren in de speeltuin van het openluchtzwembad in de Linnerweerd.)


Opnamen gemaakt op 8 januari 2011.




Opnamen gemaakt op 9 januari 2011 met een waterstand van 46,79 meter boven NAP.



            (klik met de linkermuisknop op de panorama-afbeeldingen om deze vergroot te bekijken.)

BEVERS IN DE LINNERWEERD.


             BEVERS IN DE 

           LINNERWEERD.




DE BEVER.



Het waren de verse kale plekken aan de jonge boomstammen langs de oever van de Vlootbeek die me opvielen tijdens het foto's maken van het wassende water van de rivier de Maas op 8 januari, waarvan de eerste twee afbeeldingen, daar ik weinig zin had om tot over mijn enkels weg te zakken in het drassige weiland, de volgende dag terug gegaan met mijn telelens op de camera.



Bevers zijn vooral bekend als dammen bouwers en het geslacht ontwikkelde zich reeds 5 miljoen jaar geleden. Het zijn de grootste knaagdieren ter wereld. Ze hebben 20 wortelloze tanden en kiezen. De snijtanden hebben de vorm van een beitel. Hun pels te donkerbruin en ze hebben korte poten en een platte staart. Ze kunnen (exclusief hun staart van 30 cm.) één meter lang worden en een gewicht bereiken van 30 kilogram. het zijn uitstekende duikers en zwemmers en kunnen zeker 5 minuten onder water blijven. Op het land bewegen ze zich echter minder snel. Hun achtervoeten hebben vijf tenen met daartussen zwemvliezen. De tweede achtervoeten heeft een kleinere dubbele nagel waarmee ze hun vacht schoon maken.



De horizontale afgeplatte staart is geschubd en 12 tot 15 cm. breed. Hij wordt gebruikt als roer, om alarmsignalen te geven door er mee op het water te slaan, en als metselwerktuig. Vergeleken met andere knaagdieren zijn de hersenen van de bever goed ontwikkeld.

Bevers eten uitsluitend plantaardig voedsel, zoals oeverplanten, riet, wortelstokken van waterlelies, jonge twijgen. bladeren en boomschors. Ze zijn vooral dol op de jonge wilg en populier om deze stammen van 8 tot 20 cm door te knagen in een tijd van vijf tot 20 minuten. Bij dikkere boomstammen werken ze vaak met z'n tweeën terwijl een derde op de uitkijk staat. Een gevelde boom wordt in stukken geknaagd, hoe dikker de stam hoe korter de stukken. Zover het schors nog te eten is schillen ze de stam af en eten hem op. De bevers houden geen winterslaap.



Als de bever in het gebied van een beek leeft wordt er een beverdam in de beek gebouwd met behulp van door het water verzadigde takken en modder op te hopen tot een kunstmatig eiland dat 1 à 2 meter boven de waterspiegel uitsteekt. Vervolgens wordt het eiland uitgehold en van een woonruimte (ketel) en gangen voorzien. Zo'n ketel heeft vaak zelfs 5 uitgangen. In het dak wordt een klein gat open gehouden voor de ventilatie. de bever zal er altijd voor zorgen dat de nestkamer zo'n 20 cm. boven de waterspiegel zal blijven.
(Straks als het water van de Maas weer terug is gekeerd tussen de oevers en zo ook dat van de Vlootbeek is het zoeken waar de bever zijn burcht heeft gebouwd Bij de laatste twee foto's staat het peil van de Maas op 46,79 meter boven NAP.)



zondag 2 januari 2011

CHEAP FLIGHT TICKETS.




CHEAP FLIGHT TICKETS.




Wie kent ze niet die goedkope vliegaanbiedingen! Het is dan wel minder bagage meenemen en zo ook handbagage. Zelfs voor een slokje water moet betaald worden en bij sommige aanbieders zelfs de gang naar het toilet. Vergeet vooral niet om wat te ten mee te nemen, want voor een kleef broodje met wat verlepte slablaadjes moet een aardig bedrag worden betaald.
Ruimte tussen de stoelen is zo minimaal, dat je voor je gaat vliegen een yoga cursus moet hebben gevolgd wil je op de plaats van bestemming niet verkrampt afgevoerd willen worden.
Dan over de cabine service maar niet te spreken en ook de schoonheid van de cabine, want tijd (tussen het te laat aankomen en weer te laat vertrekken) is er niet om schoon te maken.
Eenmaal (te laat aangekomen) is het ook volledig einde service, dus zoek het maar zelf verder uit, en zo gaan we maar door.

MAAR ER IS HOOP!


We zouden geen (zuinige) Hollanders zijn om alsnog een oplossing voor dit vlieg vervoer probleem uit te vinden. We kennen ze van de snelweg gedurende de vakantie periodes de in colonne rijdende en vrachtwagens inhalende caravans.
Dus zie hierboven de oplossing van al de vlieg ellende; THE FLYAVAN.

               WISH YOU A HAPPY LANDING AND A NICE HOLIDAY IN THE FUTURE.


zaterdag 1 januari 2011

NIEUWJAARS WENS.



NIEUWJAARSWENS.



LANGS DEZE WEG WIL IK AL MIJN WEBLOG BEZOEKERS HET BESTE WENSEN IN GOEDE GEZONDHEID VOOR HET NIEUWE JAAR.

MIJN DANK VOOR JULLIE TROUW BEZOEK.