woensdag 19 april 2017

GOEDKOPE VLAG. WAT IS DAT?

               OM FISCALE LASTEN 

                   TE ONTDUIKEN.





Goedkope vlag is een vlag van een land dat van schepen, daar ingeschreven, lage registratiegelden en tonnagebelasting heft.

GESCHIEDENIS.

Het varen onder goedkope vlag, al had dat in het begin niets te maken met het ontduiken van gelden en belastingen werd al in de 16e eeuw gedaan.
Engelse kooplieden lieten hun handelsschepen varen onder de Spaanse vlag om zo het monopolie van de handel op West-Indië te ontduiken. Zo visten de Engelse vissers bij Newfoundland onder de Franse vlag om de Engelse vangstbeperkingen te ontduiken. hetzelfde deden zij in de 19e eeuw onder de Noorse vlag.
Om het continentaal stelsel te ontduiken, maakten Engelse reders gebruik van de vlag van kleine Duitse vorstendommen. Zo voeren de Amerikanen gedurende de Oorlog van !812 onder de vlag van Portugal om problemen met de Engelsen te voorkomen. Bij het verbod op de handel in slaven door bepaalde landen, werden ook van deze landen de vlaggen verwisseld voor andere landen.
Het eerste land met een open register was in 1916 Panama. Dit was weer om de drooglegging van Amerika te ontduiken. Zo werden gedurende de WO-II de meeste Amerikaanse koopvaardijschepen onder de vlag van Panama geplaatst en later schepen van de Amerikaanse reserve vloot onder de vlag van Liberia.

DE GOEDKOPE VLAG.

Reders brengen hun schepen onder een goedkope vlag om hoge fiscale lasten in eigen land te ontlopen, maar ook wel om te profiteren van de omstandigheid dat in de betreffende landen een behoorlijk functionerende scheepvaartinspectie en sociale wetgeving ontbreken. 
Hun concurrenten spreken daarom wel van 'flags of convenience', terwijl de reders soms van 'flags of neccessity' spreken. Ook wordt wel de term 'flags of advantage' eens gebruikt, wegens de fiscale voordelen die een reder zich verwerft wanneer hij zijn schepen onder een dergelijke vlag brengt.

In het begin waren de belangrijkste landen die deze voordelen aanboden: Panama, Honduras en Liberia ; daarom werd er gesproken van Panhonlib-schepen.
In 1968 scheerden zich ook Costa Rica, Bahama-Eilanden en Singapore zich in deze rij.
De vloot van de in deze landen geregistreerde schepen groeide snel. In 1939 omvatte zij nog 1% van de wereldtonnage en in 1957 was dit reeds 10%.
Zo kent tegenwoordig de vloot van Panama 7199 schepen, Liberia 1908 schepen en Bahama's 1394 schepen.
Zelfs de Marshalleilanden hebben een vloot van 963 schepen.


Zo zijn er schepen geregistreerd in landen die totaal niet aan een zee grenzen of ook maar een haven hebben.
Volgens het ITF, de Internationale Transport Federatie, kent men tegenwoordig al 32 landen met een goedkope vlag registratie. 
Zo heeft Liberia de grootste tankervloot van de wereld varen onder haar vlag.


Reden voor een goedkope vlag zijn:
1. Het land staat toe om schepen in eigendom en beheer te hebben.
2. De bemanning maag buitenlands zijn. Dus uit lage loon landen.
3. Omvlaggen van en naar het register is eenvoudig.
4. Belasting op de onkosten van het schip zijn laag of in het geheel niet.
5. Het land heeft de scheepsruimte niet nodig voor eigen gebruik, maar wil er slechts aan verdienen.
6. Het land heeft niet de wil of is niet in staat om nationale of internationale regelgeving op te leggen aan de reder.
7. Het land heeft een bron van inkomsten waar het niets voor hoeft te doen, wat aantrekkelijk is voor ontwikkelingslanden.

BEZWAREN.

Natuurlijk zijn er ook bezwaren tegen het registreren van schepen onder goedkope vlag.
Het moeilijk achterhalen van het werkelijke eigendom van een schip, waardoor claims, door bijvoorbeeld vervuiling of schade niet op de eigenaar verhaald kunnen worden.
Een groot probleem was vaak de schade aangericht door een ramp met een olietanker wie er voor de kosten van het opruimen zou opdraaien.
Andere bezwaren zijn het uitbuiten van bemanningen uit landen met goedkope arbeidskrachten welke vaak onder erbarmelijke omstandigheden hun werk doen en leven aan boord zonder duidelijk arbeidscontract en geen hulp kunnen verwachten van hun thuisland.



Al meer dan een halve eeuw tracht het ITF een einde te maken aan dit systeem. Dit zijn vlaggen, van 32 landen, waarvan de schepen geen band hebben met het land zoals gedefinieerd door het VN- Zeerechtverdrag.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen