dinsdag 31 maart 2015

BOEKANIER. WAT IS DAT?


VAN JAGER TOT ZEEROVER.





Na de verovering van Mexico en Peru door de Spaanse legers, verlieten de meeste Spaanse kolonisten het grote eiland Hispaniola, thans de Republiek Haïti en de Dominicaanse Republiek, on fortuin te gaan zoeken op het vasteland. Kudden vee lieten ze achter op het eiland.

In het begin van de 17e eeuw kwamen geleidelijk Franse en Engelse gelukzoekers naar Hispaniola en maakten daar jacht op het verwilderde vee. Zij droogden het vlees en verkochten dit in kreken en baaien aan de provianderende schepen die het eiland aandeden.
De plaatsen waar zij het vlees plachten te zouten en te drogen worden 'boucans' genoemd en hieruit ontstond de naam boekanier of te wel in het Engels buccaneer.
Dit verwilderde en woeste maar overigens onschadelijke jagersvolk werd door de Spanjaarden, welke geen inbreuk op hun monopolie in het Westen dulden, met geweld van het eiland verjaagd.
Zij vonden een schuilplaats op het rotsachtige eiland Tortuga (in het Frans Tortue), een paar mijl ten noordwesten van Hispaniola, maar twee jaar later werd hun nederzetting verwoest door een Spaans leger uit San Domingo. De Spanjaarden bleven niet lang op het eiland en na hun vertrek keerden de overgebleven boekaniers er terug.

In 1640 bezette de Fransman Levasseur, een calvinist en een bekwaam technicus, met een gezelschap van vijftig geloofsgenoten Tortuga. Zij kwamen van het eiland Saint Kitts om in feite Hispaniola op de Spanjaarden te veroveren, maar zagen daar van af.
De steile klippen aan de noordzijde van het eiland gaven een zeer goede bescherming en kregen de naam Côte de Fer, IJzeren kust.
Op een hoge rotspunt liet hij een sterk fort bouwen, Fort de Rocher, en toen een niets vermoedend Spaans vloot eskader in het haventje verscheen, kreeg het een vernietigend vuur te verduren: verschillende Spaanse schepen zonken en de rest sloeg op de vlucht. 
Onder Levasseurs verstandig beleid ging het de kolonie, bestaande uit Franse, Engelse en Hollandse avonturiers, planters, boekaniers en gedeserteerde matrozen, voor de wind. Ze zetten er vooral tabaksplantages op. Daar ontstond 'De Broederschap van de Kust'. In het begin waren de boekaniers geen zeerovers, maar langzamerhand ontwikkelden ze zich tot echte piraten die het in het begin vooral op de Spaanse schepen hadden voorzien.


Zij zwierven niet alleen op de omliggende zeeën van het Caribische gebied teneinde hun aartsvijanden de Spanjaarden afbreuk te doen, maar drongen via de landengten van Panama ook door tot de Stille Oceaan.
In 1640 werd Jean Levasseur door zijn eigen volgelingen vermoord.
In 1689 is door  Engels en Spaans optreden de 'Broederschap van de Kust' ( Frères de la Côte) in de Caribische Zee uiteengevallen.
De boekaniers zetten hun rooftochten tot 1772 verder voort in de Pacific. 



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen