maandag 30 maart 2015

'KRABBENSCHAAR' BOOT. WAT IS DAT?


EEN ZEIL ALS EEN KRABBENSCHAAR.

EEN SCHIP VAN DE MAORI'S.





Meer dan 1000 jaar en nog diep in de 20e eeuw hebben de Maori's het best bekend als de eerste bewoners van Nieuw-Zeeland ( vanaf 800 tot 1000 n.Chr.), maar ook wonend op de Cook-eilanden, gezeild in de 'tainui', prauwen met een dubbele romp en een lengte van ruim 21 meter, waarmee ze in de Stille Oceaan enorme afstanden aflegden.
De Maori's zijn van gemengd Polynesische en Melanesische oorsprong.
Naar schatting hebben ze de Cook-eilanden, vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger Cook, bereikt rond het laatste millennium voor onze jaartelling. Dit was slechts één gebeurtenis in een reeks van migraties die zich afspeelden tussen 1500 en 1000 v.Chr. en die de kolonisatie van de oceaan ten oosten van Nieuw-Guinea en Australië vanuit Zuid-Oost Azië tot in Melanesië en eilandengroepen als Vanuatu, Fiji, Tonga en Samoa tot gevolg had. Deze kolonisatiegebieden werden rond het begin van onze jaartelling verder naar het oosten uitgebreid naar Cook-, Gemeenschaps-, Tahiti-, en Marquesas eilandengroepen.


Deze transoceanische migratietochten en de daarop volgende reizen tussen de eilanden en de regionale handelsreizen werden door de bewoners van de Cookeilanden uitgevoerd in schijnbaar fragiele houten vaartuigen die werden voortbewogen met behulp van zeilen die eruitzagen als de scharen van een gigantische krab.
De vaartuigen bestonden uit twee gekoppelde prauwen waarvan de boeg en achtersteven hoog opstaken, wel 6 meter. Ze hadden een min of meer kromzwaardachtige vorm en waren rijk versierd met spiraal motieven die de Maori's vaak gebruikten.
Houtsnijwerk van dit ingewikkelde type behoorde tot een hoge volkskunst en werd door het inleggen van de schalen van tweekleppige reuzenschelpen en paarlemoer nog verder versierd.
De twee rompen waren aan elkaar gekoppeld met lange balken die ook dienden als dragend platform waarop een grote kajuit voor het stamhoofd en zijn belangrijkste medewerkers was gebouwd. De vrouwen waren in een van de rompen ondergebracht waar ook het proviand, andere benodigdheden voor lange reizen of, als migratie het oogmerk was, levend vee werden ondergebracht.
Op de boorden van de twee prauwen waren extra planken gezet en met vezels van kokospalmen vastgeregen om de tainui het hogere vrijboord te verschaffen dat nodig was om de forse ladingen te kunnen bergen en op de oceanen meer veiligheid te bieden. Deze soort dubbelprauwen, ten onrechte vaak aangeduid als 'catamarans', had zijn oorsprong in de zuidelijke Stille Oceaan.
Hun dubbele romp gaf ze aanzienlijk meer stabiliteit dan een conventionele boot of een prauw met een uitlegger kon bieden en daarbij een veel groter draagvermogen onmisbaar voor de mensen die een lange reis over de oceaan voor ogen hadden.


Voordeel van dit soort vaartuigen was ook dat ze ondiep staken, wat een belangrijk gegeven is in een gebied waar vrijwel ieder lapje grond omringd is door een koraalrif. De geringe diepgang maakte het de opvarenden bovendien mogelijk de dubbelprauw het strand op te trekken, waardoor de problemen vermeden werden die ankeren met zich meebracht, zeker in inhammen van dergelijke eilanden, die door hun lage ligging weinig bescherming tegen stormwinden boden.

Even kenmerkend als hun constructie met een dubbele romp was hun tuig van een of twee 'krabbenschaarzeilen', zo genoemd vanwege hun gelijkenis met de poten van deze grote schaaldieren.
Dergelijke zeilen werden in de Polynesische gebieden dikwijls toegepast. Ze waren in principe driehoekig, maar het loeflijk, dat zich bovenaan bevond, was sterk ingesnoerd, wat zo'n zeil de karakteristieke vorm verschafte. Het werd gevoerd aan twee lange, flexiblele rondhouten die vaak versierd waren met wimpels en die aan de toppen naar elkaar toe waren getrokken om ze te kunnen bedienen en de van de windrichting afhankelijke gewenste buikigheid te geven.


( Een moderne uitvoering van de 'tainui'.)

Op het midden van een van de overbruggende dwarsbalken was ( in het geval van een enkel zeil) de mast geplaatst waaraan het zeil was gehesen. het geheel van de samenstelling, mast, stagen en want, vormde een geometrische opstelling die stijf en toch flexibel was en die het zeil met een minimum aan constructief gewicht op zijn plaats hield.




Het is aardig te weten dat het 'krabbenschaarzeil' in een windtunnel is getest en dat daaruit bleek dat dit Polynesische zeil op iedere koers duidelijk beter is dan het torentuig, vanaf het hoog aan de wind zeilen tot het voor de wind lopen. Deze superioriteit is het laagst bij hoog aandewindse koersen, maar wanneer het zeil een grotere hoek ten opzichte van de wind maakt en de prauw een ruim rak heeft, is de stuwkrachtcoëfficiënt van de 'krabbenschaar' 1,7 waar het torenzeil niet hoger komt dan 0,9.
Vertaald naar een meer gangbare berekening betekend het dat het Polynesische zeil ongeveer 90% meer stuwkracht oplevert dan het torentuig.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen