zondag 7 december 2014

SCHEEPSLIFTEN IN BELGIË - HET CENTRUMKANAAL. (DEEL 3)

VERBINDING TUSSEN MAAS- EN SCHELDE VALLEI.

Op het oude Centrumkanaal waren tegen het einde van de 19e eeuw en begin van de 20ste eeuw (1888-1917) vier hydraulische scheepsliften gebouwd voor schepen met een laadvermogen van 300 ton.
Deze scheepsliften bij het Waalse La Louvrère in de provincie Henegouwen liggen vlak bij elkaar en zijn intussen vervangen door een nieuwe scheepslift van Stréppy-Thieu. Ze staan nu op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

EVEN TERUG IN DE TIJD.

Het Centrumkanaal verlaat de stad Mons, loopt door Nimy, Obourg, Ville-sur-Haine, Thieu, en op deze sectie met een lengte van vijftien kilometer, werd een hoogte verschil overwonnen van 23,6 meter door vijf aangelegde sluizen van 4,2 en een van 2,26 meter gelegen bij Thieu.
Van Thieu tot Houdeng-Goegnies is het hoogte verschil 66 meter, over een lengt van 6790 meter, wat neerkomt op een helling van één centimeter per meter. Deze helling is steiler dan die van de snelste rivier van België, de Hoyoux, die slechts acht millimeter per meter heeft.

De vraag was hoe ging men deze 66 meter overbruggen? Als dit door sluizen zou worden gedaan, betekende het dat er 17 sluizen nodig zouden zijn, op een onderlinge afstand van 400 meter.
Dit ontwerp verdween snel van tafel om de volgende redenen: op de eerste plaats zouden de kosten voor de aanleg veel te hoog zijn, ten tweede het vele schutten zou voor het scheepvaartverkeer te veel vertraging oplopen, en ten derde zou elke schutting een te groot verbruik van water veroorzaken, wat weer gecompenseerd zou moeten worden door de aanleg van leidingen en pompinstallaties.
Het bleek dus een zeer moeilijk op te lossen probleem.

Het was de uitspraak van de directeur van Wegen en Bruggen, Hector Gerard, die de oplossing zou geven. Sarcastisch zou hij gezegd hebben; "Indien de schepen deze trap van zeventien sluizen niet op kunnen, laat ze dan de lift nemen". Zo kwam men tot het besluit van bouw van de vier scheepsliften.


Het ontwerp voor de vier scheepsliften waren volgens de uitvinding van de Engelse ingenieur Clark.
De scheepsliften zijn nu reeds 125 en de 100 jaar oud en met pensioen.

De eerste lift is gelegen te Houdeng-Goegnies en heeft een verval van 15,397 meter; de tweede lift te Houdeng-Aimeries heeft een verval van 16,934 meter; de derde lift te Bracquegnies heeft een verval van 16,933 meter en de vierde lift bij Thieu heeft eveneens een verval van 16,933 meter.
De lift van Houdeng-Goegnies werd gebouwd tussen 1885 en 1888 en werd ingehuldigd door koning Leopold II op 4 juni 1888. De drie andere liften werden pas na het einde van de Eerste Wereldoorlog in gebruik genomen.

DE WERKING VAN DE LIFTEN.

De vier liften werkten volgens de zelfde principes. Ieder omvat twee bakken van 45 meter lengte en 5,8 meter breedte bij een hoogte van 3,5 meter.
Elke kom rust op een cilindervormige zuiger van twee meter in diameter met een hoogte van 19,44 meter. De zuigers schuiven in de cilinders die onderling verbonden zijn door een buizenstelsel met kogelscharnieren, voorzien van een centrale schuif, bediend door de machinist van dienst.
( zie op de tekening links onder).
Water vult deze buizen en de twee cilinders. Wanneer de centrale schuif gesloten wordt, worden de twee bakken geblokkeerd in de stand waarin zij zich voor de sluiting bevonden.   
Wanneer de schuif wordt geopend, indien de twee bakken de zelfde last dragen, stellen zij zich in evenwicht op halve hoogte van hun loop (Dit is dus zuiver theoretisch).
Indien nu een bak zwaarder is dan de andere en de schuif open gaat, daalt deze bak en zal de lichter bak stijgen. Het geheel rust dus op de Wet van Archimedes.

Stel nu dat in beide bakken een schip komt te liggen, dan zal men het gewicht van de nog beneden zijnde bak moeten verlagen om deze te laten stijgen. Dit word gedaan door het water niveau in de bovenste bak hoger te houden dan in de onderste. Opent men nu de schuif dan zal de bovenste bak gaan dalen en de onderste bak gaan stijgen. Eenmaal boven gekomen sluit men de schuif om de situatie in evenwicht te houden en kan het schip de bak uitvaren.

De grootste problemen waar men mee te kampen had, was het verwezenlijken van een goede waterdichte verbinding tussen de bak en het kanaal. Al met al waren het perfecte machine installaties welke in de tijd dat ze in gebruik waren uitstekende diensten voor de scheepvaart hebben verleend.  Zij verwerkten gemiddeld dertig schepen per dag.

( Zie vervolg; De scheepslift van Strépy-Thieu.) 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen