woensdag 1 augustus 2012

C-KLASSE NIEUWBOUW SHELL TANKERS BV. (DEEL 6)

De afbouw van de 'CAURICA' begon langzaam tegen het einde aan te lopen. Intussen was ook al een klein deel van de afbouwploeg voor de 'CARDISSA'aan het Shell-team toegevoegd.



Intussen werd op de 'CARDISSA'de accomodatie geplaatst in drie kant en klare delen. Achter de accomodatie werd later het ketelhuis geplaatst. In dit ketelhuis was plaats voor twee olie gestookte thermischeolie-ketels en voor een thermischeolie-uitlaatgassenketel bij vol zeebedrijf.







Met deze thermischeolie werden de verwarming van de ladingtanks, machinekamer verwarming voor brandstof etc. en domestieke doeleinden gerealiseerd. Het waren dus volledig stoomloze schepen.



Onder het eerste accomodatiedek bevindt zich een open doorgang van bakboord- naar stuurboordzijde van het schip, afsluitbaar door twee zware dubbele deuren. Aan het plafond is een verplaatsbare kraan aan een rail bevestigd. Deze rail is aan beide zijden van het schip uitklapbaar tot drie meter buitenboord. Zo kan de kraan zware machinedelen voor de machinekamer aan boord hijsen en laten afzakken door een gas/waterdicht luik op het dek, dat toegang geeft tot de machinekamer en de zeer modern uitgevoerde machinekamer werkplaats.





( De 'CAURICA' gezien vanaf de 'CARDISSA'. )


Duidelijk was dat er bij de afbouw van de 'CARDISSA' rekening was gehouden met onze aanbevelingen. Een simpel voorbeeld was het bevoorradingsluik voor proviand boven het kombuis, dat in het ontwerp te klein was voor een standaard pallet en wat nu was aangepast.


Op 29 oktober 1982 werd de 'CAURICA' van IJsselmonde verhaald naar Rozenburg. Gedeeltelijk op eigen kracht met sleepboot assistentie. Te Rozenburg zou de laatste huidverflaag aangebracht worden maar was het wachten op een plaats in het droogdok.



Intussen werd aanboord van de 'CAURICA' die reeds voorzien was van brandstof, smeerolien en drinkwater, de ene test na de ander uitgevoerd om het schip gereed te maken voor de proefvaart op de Noordzee.





Helaas verliep de test van de slangenkraan aan dek uit op de nodige schade aan het schip en gelukkig geen persoonlijke ongelukken. Misschien was het een foutje in de berekening van de hefboom, maar er moest een nieuwe gemaakt worden door de leverancier SHF en ook de nodige schade aan de scheepshuid en de railing gerapareerd worden.

Intussen ging men verder met de bevoorrading van het schip om dit in de vaart te houden, van potlood tot scheepstros. Dit alles moest dan ook nog worden opgeborgen.










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen