maandag 26 januari 2009

Road 90 (Dode Zee weg) & En Gedi natuurreservaat.



Mozes deed er 40 jaar over wij drie dagen.

Wij begonnen onze reis naar Jeruzalem in Taba (Egypte) en reisden verder via Eilat en de route nr. 90 de 'Dead Sea Road' langs de grens met Jordanië en links van ons de Paran- en de Negev woestijn met hun imponerende bergformaties. De grens tussen deze landen is niet meer dan wat paaltjes en een streng prikkeldraad en soms helemaal niets, daar de bedoeïnen vrij op en neer mogen reizen tussen beide buurlanden.
Even voor En Gedi staat een stuk rots wat voorsteld 'Lots vrouw' die volgens het verhaal uit het Oude Testament in een zout pilaar zou zijn veranderd toen ze omkeek naar de verwoesting van de steden Sodom en Gemora.

Bij En Gide aan de oever van de Dode Zee ligt een natuur reservaat. Twee wadi's komen hier samen; Wadi Arugot en de Wadi David.
De Wadi David dankt zijn naam aan het feit dat David zich hier in een grot schuil hield voor Koning Saul.
Het begin van de Wadi David, wat een canyon (kloof) is van het gebergte van de Negev woestijn wat 200 meter boven de zeespiegel ligt van de Dode Zee en wat aan het begin kurk droog is. Zo ook de andere Arugot Wadi en toch is er aan het einde van beide wadi's een rijke vegetatie en landbouwcultuur te vinden. Overal zagen we de naar de ontdekker genoemde Tristan's grackle een zwarte vogel met oranje punten aan zijn vleugels en een zeer sterk zingend geluid.


Wadi David zijn we wandelend ingegaan en langs smalle bergpaden zijn we omhoog gewandeld waarbij de begroeing steeds weelderiger werd. Kolonies grote Bergmarmotten kwamen we tegen en zo ook enige steenbokken.
Plotseling is er dan een kleine waterstroom de we regelmatig moesten oversteken tot we op zo'n 100 meter hoogte bij een sprankelende waterval uitkwamen die zich enige tientallen meters boven ons uit het rots gesteente naar beneden storte de 'David waterval'.



Natuurlijk vraag je je zelf af; hoe komt het water daar, zeker in een gebied waar het amper regent. Ten noorden van de Negev ligt bijvoorbeeld de stad Jeruzalem welke 400 meter boven de zeespiegel ligt van de Middellandse Zee en waar veel meer regen valt. Het regenwater dringt de grond in en legt via diverse zachte aardlagen enige honderden kilometers af naar het ruim 800 meter lager gelegen gebied aan de Dode zee, waar het dan uit de rotsen ontspringt.
Na een lange droge periode was het maar een kleine waterval die na een zware regenval een woeste bergstroom kan worden en die hele stukken rots mee naar beneden doet slepen door de kracht van het water.

Op onze terugweg naar beneden hadden we een zeer mooie ontmoeting met een prachtige mannelijke steenbok die rustig doorging met het verschalken van een portie verse groene boomblaadjes.





Via de oevers van de Dode Zee en een rit door de woestijn van Judea kwamen we via een tunnel onder de Olijfberg door in Jeruzalem uit, waar alles ineens groen was. Een reis vol contrasten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen