DE CEVENNEN GELEGEN
IN HET CENTRAAL MASSIEF
VAN FRANKRIJK,
EEN TOEVLUCHT VOOR DE
HUGENOTEN.
DEEL 3.
CAMARGUE GEBIED.
Wie nog even van deze route wil afwijken, kan naar les Saintes-Maries-de-la Mer, een dorp dat bekend staat om z'n Maria legende en de zigeunerbedevaarten.
De Camargue is een moerasgebied in de Rhônedelta, gelegen in het departement Bouches-du-Rhône. Men onderscheidt twee gebieden: de Grande Camargue met een oppervlakte van 750 'vierkante kilometer. Het wordt ook wel beschreven als een eiland, omdat het van het vasteland is gescheiden door de twee vertakkingen van de Rhône die vanuit Arles naar zee lopen. De oostelijke vertakking; genaamd Grand Rhône, mondt uit in de zee bij Salin-de-Girand en de westelijke vertakking, genaamd Petit Rhône bij Saintes-Maries-de-la Mer. Dit zijn de enigste twee woonplaatsen in de Grande Camargue. De Petite camargue, oftewel Camargue Gardoise, ligt ten westen van de Petit Rhône.
Het gehele gebied is ontstaan door aanslibbing en afzetting van de rivier de Rhône.
De Camargue staat bekend om zijn rijstvelden, wijngaarden, zoutwinning en een rijke flora en fauna en niet te vergeten de paarden, stieren en de prachtige flamingo's.
WIJNBOUW 'VIN DES SABLES'.
De wijnbouw in de Camague, vaak aangeduid als "Sable de Camague", vindt plaats op zandgronden langs de kust met een mediterraan klimaat.het terroir kenmerkt zich door kiezelzand en duinen, wat resulteert in frisse, minerale roséwijnen, vaak Grenache / Carignan, en de rode wijnen Marselan.
De wijngaarden liggen op oude kustbars, bestaande uit kiezelzand en duinzand. Het zonnige klimaat wordt getemperd door de zee, wat zorgt voor een ideale rijping. Men verbouwd er o.a de blauw/rosé: Grenache, Carignan, Cinsault, Mourverde, Cabernet Sauvignon en de zeldzame Caladoc en Marselan. Verder de witte: Clairette, Grenache Blanc, Chardonnay, Sémillon en Sauvignon Blanc. Veel van deze wijngaarden werken duurzaam of biologisch.
De oogst van de druiven wordt 's nachts gedaan om de versheid te garanderen.
INVLOED VAN HET WATER.
Pas tegen het eind van de 19e eeuw was de strijd tegen het water omgebogen in het voordeel van de mens, zodat er meer land bebouwd kon worden. In 1859 werd de eerste zeedijk aangelegd. In 1869 werden de Rhône oevers ingedamd, waardoor het aantal overstromingen sterk afnam. Na de W.O II begon men met intensieve rijstteelt. Aangemoedigd door dit succes, legde men meer irrigatiekanalen aan om meer land te kunnen ontzilten. men verbeterde de waterbeheersing en hierdoor kon men ook de gevolgen van droogte en smeltwatervloeden vanuit de Alpen, beter in de hand houden.
ZOUTWINNING.
De zoutwinning in de Camargue is een eeuwenoude traditie sinds en vermoedelijk ook al voor de Romeinen, rond Aigues-Mortes en Salin-de-Girand, goed voor ongeveer 300.000 ton zeezout per jaar,
inclusief de beroemde fleur de sel 1.200 ton. Door zeewaterverdamping ontstaan roze meren door algen. Door de opslag enorme zoutbergen.
Het water van de Middellandse Zee stroomt via een netwerk van kanalen in de afgedamde bassins. Tussen maart en augustus verdampt het water door zon en wind, waardoor de zoutconcentratie stijgt.
De kenmerkende roze kleur wordt veroorzaakt door de microalg Dunaliella salina, die gedijt in het zoute water.
FLEUR DE SEL.
Dit fijne zout vormt zich als een dun vliesje aan het oppervlak van het water en wordt in de zomer, de maanden juli-augustus met de hand geoogst met speciale houten schaven.
GROS SEL.
Het grove zout wat kristalliseert op de bodem van de bassins wordt in het najaar machinaal geoogst. het zout wordt daarna opgeslagen in "camelles" dit zijn grote witte zoutbergen om te drogen.
Het Gros Sel is na reiniging ook geschikt voor de consumptie en gaar verder naar de farmaceutische industrie, wordt gebruikt in zwembaden en als strooizout op ijzige en besneeuwde wegen.
ZOUTVLAKTEN EN ZOUTWINNING.
Op de zoutvlakten, salinas, tiert de zeekraal geweldig, en is een belangrijke voedingsbron voor de wilde stieren en paarden. In de winter overstroomt de vlakte, in de zomer droogt ze uit tot de grond barst, maar in de lente is ze ideaal waterland voor moeras- en watervogels als de grutto, de oeverloper en de zwarte steltloper. Maar vooral de meest sierlijke vogel; de flamingo.
In vroegere tijden werden de zeekraal en de zoutkristallen verast voor het maken van zeep en glas, maar tegen het eind van de 19e eeuw werd de plantaardige soda vervangen door industriële soda, wat ook werd gewonnen uit zout. Sinds de opkomst van de chemische industrie is zoutwinning, natrium en chloorzouten, een van de belangrijkste commerciële activiteiten in de Camargue.
DE FLAMINGO.
Het embleem van de Camargue is de flamingo (Phoenicopterus roseus). Het gebied is de enige plaats in Frankrijk en een van de weinige plaatsen rond de Middellandse Zee waar deze vogels te vinden zijn.Het aantal wordt geschat op maximaal 20.000 paartjes; ze leven verspreid in groepen en staan onder bescherming.
Plankton, dat ze met hun bek uit het water kunnen zeven, is hun voornaamste voedselbron. Ze gebruiken de modder uit de rivieroevers van de twee Rhône's om hun nesten te bouwen. Het is waarlijk een fantastisch gezicht om deze vogels in een grote zwerm te zien opvliegen, net dames op hoge hakken die al klapperend mat hun vleugels een aanloop nemen om op te stijgen.
Behalve de flamingo's huizen in het drassige merengebied vele vogelsoorten, zoals trekvogels uit noordelijke Europese landen als overwinteraars. Zilverreigers, de blauwe reiger, de wilde eend, de blauwe kiekendief en kwikstaarten.
De zeedijk langs de kust is ongeveer 20 kilometer lang en niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. In het westen bevindt zich de vuurtoren van Gacholle. Het zand van de duinen wordt hier op zijn plaats gehouden door genivelles, kastanjehouten palissaden.
Om dit gebied te bezoeken is het aan te raden een gids in te huren bij een van de Franse verkeersbureaus, die dan met een kleine groep een goede rondleiding geeft met tekst en uitleg.
Na een uitgebreide zeevismaaltijd en lokale wijnen hebben we hier overnacht om de volgende dag verder te reizen naar Montpellier, de laatste stad op onze route.
MONTPELLIER.
Het wapen van Montpellier toont een azuurblauw schild met een zittende maagd (Madonna) in rode kleding en een blauwe mantel op een troon.
Zij staat afgebeeld op een afbeelding van een kathedraal in het goud.
Boven in het schild de Romeinse letters Alpha en Omega (het begin en het einde). Onder in het schild een klein wit schild met een rode bol (hiervan de betekenis niet bekend).
Dit historische embleem symboliseert de stad, die bekend staat als een bruisende, middeleeuwse Zuid-Franse stad met de geschiedenis in de regio Occitanië.
Het is het officiële wapenschild van de stad in het departement Hérault.
Het is het officiële wapenschild van de stad in het departement Hérault.
Na het over het algemeen kleine steden op onze route was Montpellier een drukke, levendige en bruisende stad, maar ook gezellig.
De stad is ontstaan in de 10e eeuw, dankt zijn naam aan kruidenhandelaren, die zich vestigden op een heuvel vlakbij de zee. Monspistillarius, oftewel berg van de kruidenhandelaren. Helaas is niets meer van terug te vinden.
Montpellier werd voor het eerst vermeld in 985. De plaats ontstond uit een landbouwdomein dat gunstig lag op een verbindingsweg tussen de oude Romainse weg tussen Italië en Spanje in het noorden, de Via Domitia, en de Route du Sel in het zuiden.
De plaats lag aan de Verdanson, een zijriviertje van de Lez en hing af van de graven van Melgueil. Montpellier bloeide dankzij de handel, vooral van specerijen die werden aangevoerd via de haven van Lattes. De Heren van Montpellier werden rijk en stegen in aanzien.
Montpellier werd in de eerste helft van de 12e eeuw een gemeente bestuurd door consuls. In de stad werden scholen opgericht waar rechten en geneeskunde werden onderwezen Rond 1289, werd de universiteit van Montpellier opgericht, nu een van de oudste van Europa. Montpellier groeide uit tot een belangrijk economisch centrum, totdat Marseille deze rol overnam in 1481.
In 1536 werd de bisschopszetel van Maguelone overgebracht naar Montpellier. De stad werd een centrum van de protestanten tijdens de Hugenotenoorlogen en werd in het Edict van Nantes in 1598 aangewezen als een der protestantse places de sûreté. Na een lang beleg door kardinaal De Richeleieu werd de stad in 1622 ingenomen. Enkele jaren later liet hij de stadmuren slechten, maar de citadel bleef behouden. De protestanten konden enkele decennia lang nog hun geloof belijden in twee kerken, maar vanaf 1660 begon de repressie. In 1670 werd de Petit Temple gesloopt en in 1682 de Grand Temple.Nicolaas de Lamoignon de Basville, intendant van de koning Lodewijk XIV, in 1685 en 1718, voerde dragonnades in. Veel protestanten bekeerde zich onder zware druk tot het katholicisme, en velen vluchten de stad uit. Onder Lodewijk XIV werd de stad het bestuurscentrum van de streek. Vooral aan het einde van de 17e eeuw vonden in de stad ontelbare executies plaats van de protestanten op de Esplanade.
De meeste gebouwen in de stad zijn tijdens de strijd vernield. het enige overgebleven gebouw is de kathedraal Saint Pierre uit 1536.
De stad kende einde 17e en in de 18e eeuw een nieuwe periode van welvaart dankzij de handel, de wijnbouw en haar rol als hoofdstad van Langguedoc.
WAT WAS VAN TOEN EN WAT NU NOG IS.
Het aquaduct van Saint-Cl'ment, ook wel Aquaduct des Arceaux of kortweg Les Arceaux genoemd, is een aquaduct gebouwd in de Romeinse stijl maar daterend uit 1772.
Het is gebouwd met dubbele bogen die het water van de bron bij Saint-Clément-de-Rivière naar Montpellier bracht. Het aquaduct is 22 meter hoog. Heden is er nog slechts 800 meter over van de oorspronkelijke negen kilometer.
De watertoren bevindt zichop de Promenade du Peyrou, het hoogste punt in de stad Montpellier. Onder de koninklijke tijd van Frankrijk droeg het plein de naam Place Royale du Peyrou. In de 18e eeuw besloot de regering van Languedoc tot project; het drinkwater van de bron Saint Clément aftevoeren naar Montpellier. De technische moeilijkheid was dubbel: er was slechts een klein niveauverschil tussen de bron en de stad, en er was de heuvelachtige omgeving die doorkruist moest worden. De bouw van het aquaduct duurde van 1753 tot 1766 tot het opslagreservoir Les Arcades, nabij de stad. De watertoren heeft een versiering met een zeshoekige tempel; de zijden zijn versierd met Korintischezuilen. Rondom de watertoren zijn later trappen en wandelpaden aangelegd.
Place de la Comédie. Het plein met daar om heen prachtige gebouwen met zeer fraai versierde gevel, wordt door de lokale bevolking l 'Oeuf, het ei genoemd, vanwege de vorm van het mooie fontein wat erop staat. Het operagebouw (zichtbaar achter het fontein) , Opéra Comédie, dateert uit 1888.
Zo voorspelde Nostradamus, professor van de universiteit van Montpellier, dat de stad ten onder zou gaan op de dag dat de dennenbomen gekapt zouden worden. De voorspelling kwam nooit uit. Tijdens de godsdienstoorlogen verschansten katholieken zich in de toren. Na de Franse Revolutie diende de toren jaren als gevangenis. Van 1825 tot 1886 verbleven er jonge vrouwen die tot inkeer waren gekomen. Van 1886 tot 2000 gaf de toren onderdak aan het stadsarchief en werd in 1925 beschermd monument.
In 1621 kwam koning Lodewijk XIII met soldaten om een opstand van de Hugenoten te onderdrukken, waarbij hij na een acht maanden durende belegering de stad overnam. De koning beval dat er dicht bij de stad een koninklijke citadel moest worden gebouwd om de stad en de omliggende regio, waar een groot aantal Hugenoten leefden, te controleren.
De citadel werd gebouwd tussen 1624 en 1627 tussen de vestingwerken van de Écusson, de oude stad, en de kustvlakte van de rivier de Lez. het was gescheiden van de eigenlijke stad door een brede esplanade, uitkijkend over de uiterwaarden van de Lez. Het bestond uit vier bastions georganiseerd in een vierkant.
Onder het koninklijke bewind van Frankrijk waren er koninklijke troepen in gelegerd, alsmede detachementen van dienstplichtige troepen uit de Languedoc. Later werd het een kazerne, een middelbare school voor jongens onder de Jezuïeten. Het is uiteindelijk een universitaire campus geworden.
Het is een gebied van smalle straatje en steegjes, waar het in de vroege ochtend nog rustig is, maar waar je later op de dag in de file van de toeristen loopt.
Het is een een gebied met zijn eigen charme, een gebied van kunstenaars, die de traptreden in kleuren schilderden, o0f tussen de huizen gekleurde doeken ophangen. Ook hier kleine terrasjes voor een lokaal gerecht met een wijntje.
Mocht men zich in deze stad verder vervelen, dan kent deze stad acht verschillende musea en acht herenhuizen en stadpaleizen. Voor onze laatste overnachting moesten uitwijken naar een dorpje dat tot de buitenwijken van de stad behoord. Klein en eenvoudig met het gevoel dat je in een oude postkoetsstop was beland. De volgende ochtend de grote autoroute, de A9 opgezocht en aan onze thuisreis naar de Les-Pays-Bays begonnen. Het was een zeer leerzame reis terug in de geschiedenis van de Hugenoten, de plaatselijke geschiedenis, culturen, ambachten en gebruik van land en water.
.jpg)




















.png)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten