DE CEVENNEN GELEGEN
IN HET CENTRAAL MASSIEF
VAN FRANKRIJK.
EEN TOEVLUCHT VOOR DE
HUGENOTEN.
DEEL 2.
SAINT-JEAN-DU-GARD.
Het stadwapen van Saint-Jean-du-Gard, in 1950 aangenomen, toont iconische lokale kenmerken: de berg Brion, de klokkentoren en de oude brug. De brug en de klokkentoren in het zilver met bakstenen, de berg in het paars en achter de berg tegen een blauwe hemel de opkomende zon in het geel. Onder bij de brug in drie golvende blauwe banen de rivier de Gard.
Het motto: "Al sourel de la liberta", wat verwijst naar "In de zon van de vrijheid".
Het geheel weerspiegeld de lokale geografie en geschiedenis van de gemeente in de Gard.
Saint-Jean ontstond in de middeleeuwen langs een handelsroute, de grand chemin, tussen Anduze en Gévaudan, en bij een feodaal kasteel en een benedictijner priorij, welke in de 12e eeuw werd gebouwd. Saint-Jean-du Gard ligt in de vallei van de Gardon. Het dorp stond bekend om zijn wolnijverheid en er vestigden zich leerlooiers en pottenbakkers. Olijven, druiven en kastanjes waren de voornaamste landbouwproducten.
Het gebied stond vroeger bekend om zijn zijdecultuur die er ontstond toen in de 17e eeuw zijderupsen werden gekweekt. In 1856 telde het dorp 23 ateliers voor het verwerken van de zijde.
Door een ziekte bij de zijderupsen stortte deze industrietak daarna in. In 1965 sloot het laatste atelier.
Op de Tour de l'Horloge herinnert een gedenksteen aan pastor Ruben Saillens, die de hymne van de Cevennenbevolking, la Cévenole heeft gecomponeerd.
Onder invloed van de broers Barbier ging zowat de volledige bevolking van Saint-Jean in het midden van de 16e eeuw over naar het protestantisme. Aan het einde van die eeuw woonden nog maar 17 katholieke huishoudens in Saint-Jean.
In 1560 werd het dorp geplunderd door de koninklijke troepen en als vergelding vernielden de inwoners van Saint-Jean de gebouwen van de priorij. De protestanten kwamen eerst samen thuis of onder een boom. Tussen 1562 en 1569 bouwden ze een eigen kerk die tot 1.000 gelovigen kon bevatten. In deze kerk werden verschillende synodes gehouden. Daarna werd ook de katholieke kerk, kerk van de voormalige priorij afgebroken .Enkele maanden voor het Edict van Fontainbleau (1685) dat de geloofsvrijheid van de protestanten afschafte, werd de protestantse kerk afgebroken. Daarna gingen zijn ondergronds en werd Saint-Jean een belangrijke plaats voor het verzet van de camisards.
In 1703 beval de overheid het dorp af te sluiten met een muur om hulp aan de camisards op het omliggende platteland te voorkomen.
In 1791 kreeg de gemeente de naam Saint-Jean-du Gard; ervoor werd de naam Saint-Jean- du Gardonnenque gebezigd.
Er staat één van de grootste protestantse kerken van Frankrijk en heeft de bijnaam 'de Tempel'.
ANDUZE.
Het wapen van Anduze (Gard, Frankrijk) is een blauw schild met een zilveren kasteel voorzien van drie torens, waarvan de middelste hoger is.
Kasteel heeft zwarte openingen; poort en vensters.
Het symboliseert de historische versterkingen van de stad, gelegen aan de rivier de Gardon.
Het kasteel van Tornac was gelegen tussen de rotsen van St-Julien en de Peyremale. het is een 12e eeuws belangrijk historische burcht op slechts 3 kilometer van Anduze en vooral vanwege zijn strategische ligging en rol tijdens de Camisardenoorlogen in de 17e eeuw. De ruïne is sinds 1985 een historisch monument en biedt zicht op de Cevennen.
Anduze wordt ook wel 'La porte des Cevennes' genoemd, omdat het de vlakte van de Languedoc verbindt met de bergachtige Cevennen.
De heerlijkheid van Anduze, die werd opgericht in de vroege 10e eeuw, was een van de oudste en welvarendste in de Languedoc.
De heerlijkheid van Anduze, die werd opgericht in de vroege 10e eeuw, was een van de oudste en welvarendste in de Languedoc.
Zij was gelieerd aan de graven van Toulouse tot ze in 1266 onderdeel werd van de Franse kroon. Met behulp van het kapitaal van de viguerie, ontwikkelde Anduze zich tot de bakermat van de Franse zijdeteelt die bloeide in de late 13e eeuw. De stad was toen het regionale centrum van de handel in zijde en wol.
Eind 16e eeuw werd Anduze een belangrijk centrum van het protestantisme in de Cevennen en kreeg het de bijnaam 'het Geneve van de Cevennen'.
De versterkte stad, die 6.000 inwoners telde in 1570, werd het hoofdkwartier van de protestantse troepen van het zuiden.
In de negentiende eeuw was er een nieuwe periode van economische ontwikkeling door de industriële revolutie (spinnen van zijde, breigoed, hoofddeksels) alvorens Anduze, zoals vele plaatsen in de Cevennen, werd getroffen door de recessie. In 1881 werd de gemeente aangesloten op het spoorweg net.
Onder het uurwerk werd in (?) een zonnewijzer geplaatst met afbeeldingen van de dierenriem.
Enorme aardewerken potten voor tuingebruik en zeer mooi keramische sier aardewerk.
Even buiten de stad ligt een groot bamboebos, het 'Parc de Prafrance', een voor Europa uniek bos, met bamboes van wel 23 meter hoogte, verder palmen en bloemen.
We vervolgen onze reis in de richting van de stad Nîmes, maar maken eerst een stop in Castelnau, waarvoor we goed de wegenkaart moesten bestuderen.
CASTELNAU-VALENCE.
Het wapen van de gemeente Castelnau-Valence hebben beide een groen schild dat in verticaal in drie gelijke delen wordt verdeeld. De middelste baan in het wapen van Castelnau en Valence is geel, met in dat van Castelnau bedekt wordt door 8 blauwe op hun punten geplaatste vierkanten die aan de buitenzijde zijn afgekapt. Bij het wapen van Valance zijn dit rode vierkanten. De juiste betekenis is mij niet bekend.Laporte werd slechts 24 jaar oud.
ROLAND LAPORTE.
Pierre (Roland) L:aporte werd in 1675 geboren in Mas Soubeyran, Languedoc, en was een leider van de Camisards. Hij was een neef van Laporte, de leider van de Camisards, die in oktober 1702 werd opgejaagd en doodgeschoten. Hij werd de leider van een groep van duizendman die hij samenvoegde tot een gedisciplineerd leger met magazijnen, arsenalen en ziekenhuizen. Qua durf in actie en snelheid van beweging was hij slecht ondergeschikt aan Jean Cavalier. Beide leiders wisten zich in 1702 toegang te verschaffen tot de stad Sauve onder het voorwendsel dat koninklijke officieren waren, staken de kerk in brand en namen proviand en munitie voor hun tropen mee.
Roland, die zichzelf generaal van de kinderen Gods noemde, terroriseerde het gebied tussen Nîmes en Alais, stak kerken en huizen in brand en doodde degenen die ervan verdacht werden vijandig te staan tegenover de Hugenoten, maar zonder zelf een deel van de buit mee te nemen. Cavelier was al in onderhandeling met maarschalk Villars toen Roland in mei 1704 een katholiek regiment bij Fontmorte in stukken sloeg.
In de buurt van het kasteel staat een monument, opgericht ter nagedachtenis aan Pierre (Roland) Laporte.
NÎMES.
Het wapen van de stad Nîmes heeft zeer oude geschiedenis. De Romeinse munt die in Nîmes werd geslagen, toonde een geketende krokodil aan een palm.
Dit symbool vierde de overwinning van Rome op Egypte in de slag bij Actium in het jaar 31 v.Chr. De letters COL NEM verwijzen naar het ontstaan van de stad ten tijde van de Romeinen; Colonia Nemausensis.
Tegenwoordig is deze voorstelling het symbool van de stad geworden.
De stad wordt wel het 'Franse Rome' genoemd.
Nîmes is een stad in de regio Occetanie en de prefectuur van het departement Gard. Dat Nîmes al in de Romeinse tijd een belangrijke stad was, blijkt uit de overblijfselen van gebouwen, ruïnes etc. in de stad.
Maar haar echte geschiedschrijving begint pas met het ontstaan van Colonia Nemausensis, ten tijde van de Romeinen, onder het bewind van keizer Augustus.
Vanaf het einde van de 3e eeuw had Nîmes te lijden onder de Germaanse invasies. In 390 werd het de zetel van het bisdom Nîmes. In 497 viel de stad in handen van de Visigoten. Hun nederlaag tegen de Franken in 507 in de slag bij Voullé veranderde daar niets aan. In 725 veroverden de islamitische Omajjaden de streek Septimanië, met inbegrip van Nîmes. Ze betrokken de Gallo-Romeinen en de Visigoten bij het bestuur. De stad werd geplunderd door Karel Martel en zijn broer in 736-737, maar bleef in moslimhanden tot de verovering door Pepijn de Korte in 752. De Karolingen sloegen een opstand neer en benoemden Radulf tot graaf, maar hij heerste over een nagenoeg ontvolkte stad.
Na dit dieptepunt volgde langzaam herstel. In 1096 was paus Urbanus II op bezoek om de Eerste Kruistocht te prediken. In Nîmes wijde hij de kathedraal Notre Dame et Saint Castor in. De stad maakte deel uit van entiteiten die een grote mate van zelfstandigheid genoten. Nîmes werd in de eerste helft van de 12e eeuw een gemeente bestuurd door consuls, tot het Verdrag van Meaux daar in 1229 een einde aan maakte en Lodewijk de Heilige het Graafschap Toulouse toevoegde aan de Franse Kroon.
In de 14e en 15e eeuw werd de Rhônevallei geplaagd door invallen. Hongersnood en epidemieën staken de kop op en godsdienstige twisten leidden tot de Hugenotenoorlogen. Het Edict van Nantes dat de Hugenoten in 1598 een vrijplaats gaf in Alès maakte een einde aan de open oorlog, maar werd weer ondergraven door koning Lodewijk XIII. In de tweede helft van de 17e eeuw kon de stad zich herstellen er brak een nieuwe bloeiperiode aan. Het Edict van Fontainebleau verbrak in 1685 de relatieve tolerantie ten aanzien van de protestanten, die te maken kregen met ingekwartierde soldaten. Velen vertrokken of werden camisards. Vooral in de eerstvolgende twintig jaar waren er enkele grote slachtpartijen.
Bij de Tweede Restauratie in 1815 volgde een tijd van Witte Terreur waarin protestanten en jakobijnen werden vervolgd. Daarna kwam de stad, met een onderbreking tijdens de Julirevolutie, tot rust en kon met name de textielindustrie zich ontwikkelen.
Behalve zijde werd ook de stof denim voor jeansbroeken er geproduceerd.
WAT DE ROMEINEN ACHTERLIETEN.
MAISON CARRÉE.
De tempel werd gebouwd van de 10 v.Chr tot 3 n.Chr. Hij was gewijd aan Gaius en Lucius, de geadopteerde erfgenamen van Augustus, die beide jong stierven.
de inscriptie die de tempel wijdde aan Gaius en Lucius werd in de middeleeuwen verwijderd maar in 1758 weer gerestaureerd en terug geplaatst.
Het opschrift luidt: Aan Gaius Caesar, zoon van Augustus, consul; aan Lucius Caesar, zoon van Augustus, consul designatus. Aan de principes iuventutis.
De tempel is bewaard gebleven, omdat hij in de vierde eeuw werd omgevormd tot christelijke kerk. Het werd later achtereenvolgens een vergaderzaal voor de stadsraadsleden, een kanunnikshuis, een stal voor het Franse leger tijdens de Franse Revolutie en een opslagplaats voor de stadarchieven. het werd een museum na 1823.
Het Maison Careé is een prachtig voorbeeld van een klassieke Augustijnse tempel. Op een 2,85 meter hoog podium opgetrokken, dominerende het het forum van de Romeinse stad, een rechthoek vormend bijna tweemaal zo lang als breed (26,42 x 13,54 meter) Haar voorzijde wordt gedomineerd door een diepe potico of pronaos, die bijna een derde van de lengte inneemt. Het heeft tien zuilen met Korintische kapitelen onder het fronton, en nog eens 20 halfzuilen rond de rest van de buitenkant van het gebouw. De architraaf boven de zuilen heeft fijne reliëfs met rozetten en acanthusbladeren. Een grote deur van 6,87 bij 3,27 meter, leidt naar de opvallend smalle raamloze binnenkant, waar de schrijn of cella zich oorspronkelijk bevond.
ARENA VAN NÎMES.
Nîmes heeftéén van de best bewaarde monumenten van het Romeinse rijk, een amfitheater De Arene van Nîmes werd gebouwd tussen 50 - en 100 n.Chr. en is geïnspireerd op het Colosseum in Rome.
Het heeft een grote van 113 bij 101 meter. De vloer is 70 bij 38 meter. Langs buiten zijn twee niveaus van 60 bogen elk te onderscheiden.
Binnen bood deze arena plaats aan 24.000 toeschouwers verdeeld over 34 tribunes, die konden plaats nemen in 4 zones die samenhingen met het sociaal statuut van de kijkers.
In de middeleeuwen werd de arena verbouwd tot een versterkt dorp en had tot 1812 twee kerken, een klein kasteeltje en ongeveer 220 huizen. Er werden stierengevechten, concerten en voorstellingen gehouden in de arena. Aan de periode van de stierengevechten herinnert een bronzen standbeeld van een toreador voor de arena.
CASTELLUM DIVISORIUM.
De stad kreeg haar drinkwater, water voor de baden en fonteinen vanuit bronnen in de bergen. Dit water werd aan gevoerd via een overdekt kanaal van de aquaduct Pont du Gard.
Een maal voor de stad aangekomen werd het water verdeeld naar verschillende plaatsen in de stad door het verdeelbekken. Van het verdeelbekken zijn nog resten te vinden.
VERDER.....
Aan de rand van het stadscentrum bevinden zich de Jardins de la Fontaine. Deze tuinen zijn gelegen op de Cavalierberg en dateren uit de 18e eeuw. Het zijn prachtig aangelegde tuinen met Romeinse thermen en een tempel van Diana en een fontein.
Deze toren maakte eens deel uit van een Romeinse ringmuur en is het enig opvallend overblijfsel ervan.
Verder heeft het centrum nog veel fraaie gebouwen en pleinen.
Na ons bezoek aan N6imes rijden we naar Aigues-Mortes. Om daar te komen nemen we een eerst een stukje van de autoroute tot de afslag Aigues-Mortes. Dit om zo een meer dan saaie weg met veel industrie te vermijden en het daarop drukke vrachtverkeer.
AIGUES-MORTES.
Aigues-Mortes is een Franse gemeente in het departement Gard. Aigues-Mortes betekend letterlijk vertaald: 'dode wateren' en is een versterkte rechthoekige vestingstad met muren van 1650 meter lengte en met diverse stadspoorten en torens.Het wapen van de stad, verleend in 1697 door Charles René d'Hozier, toont Sint Martinus op een rood paard, gezadeld en getuigd met goud, die zijn mantel deelt met een bedelaar, tegen een gouden veld en groene grond. Martines draagt een blauw gewaad en de bedelaar een blauwe lendendoek, steunend op een kruk en missend onderbeen.
Het symboliseert de historische, koninklijke band van de stad met Saint-Lodewijk (Lodewijk IX), die de mediterrane havenstad stichtte.
staat aan de voorzijde de ommuurde stad afgebeeld met een varend scheepje.
Op de achterzijde staat het Croix de Camargue afgebeeld.
Het Camargue-kruis is het symbool voor de Franse regio Camargue. Het werd in 1926 gecreëerd door de schilder Hermann-Paul in opdracht van Folco de Baroncelli-Javon om de "Camargue-natie" van herders en vissers te vertegenwoordigen. Het belichaamt de drie theologische deugden van het christendom: geloof, vertegenwoordigd door de drietanden van gardians op een christelijk kruis; hoop, vertegenwoordigd door het anker van de zondaars, en liefde ; en liefde, vertegenwoordigd door het hart van de Drie Maria's.
ONTSTAAN VAN DE STAD.
In 791 werd door de Franken een wachttoren gebouwd, Tour Matafère, midden in het moeras. Er was toen een kleine nederzetting waarvan de bevolking leefde van de visvangst en de zoutwinning. Niet veel later werd de benedictijner abdij van Psalmody gesticht.
De stad is in de 13e eeuw gebouwd als uitvalbasis voor de kruistochten van de Franse koning Lodewijk IX, bijgenaamd de 'Heilige'. Hij wilde in die tijd een kruistocht naar Palestina ondernemen, maar om uit te varen had hij een zeehaven nodig, daar hij liever niet inscheepte in een vreemde haven als Marseille.
Daarom bouwde hij Aigues-Mortes in het moerasachtige gebied waar ook de naam aan is ontleend. Dit gebied lag in die tijd nog direct aan de zee en werd de eerste Franse uitweg naar de Middellandse Zee.
De grond verkreeg hij van de monniken uit de abdij van Psalmody en liet er de stadskern tussen 1246 en 1272 bouwen. De koning verleende in 1246 een stadscharter om zo inwoners aan te trekken. De stadsmuren werden tussen 1272 en 1310 om de stad heen gebouwd.
In 1418, tijdens de Honderdjarige Oorlog werd de stad ingenomen door een Bourgondische leger. In 1421 werd de stad na een lang beleg weer heroverd door de Armagnacs. De dode Bourgondiërs werden in afwachting van een begrafenis in een toren gelegd, die sindsdien de Tour des Bourguignons heet.
Na inlijving van Provence bij Frankrijk in 1481 nam Marseille de strategische rol van Franse haven aan de Middellandse Zee over. De haven van Aigues-Mortes verzandde door aanslibbing van de Rhône en nu ligt de stad ruin vijf kilometer van de zee vandaan.
In juli 1538 kozen keizer Karel V en koning Frans I van Frankrijk de haven om de Vrede van Nice verder uit te diepen. Hun persoonlijke ontmoeting leidde tot een onverwachtse doorbraak. Er kwamen wederzijdse huwelijksbeloftes en een tienjarig staakt-het-vuren, dat standhield tot de hervatting van de vijandelijkheden in 1542. In 1576 werd Aigues-Mortes een place de sûreté voor de hugenoten.
Op Place Saint Louis staat een middeleeuwse kerk van de kruisvaarders, de Notre-Dame-des-Sablons, waarop een inscriptie herinnert aan deze kruistochten onder het moto 'Dieu le veut' (God wil het)
Op het plein staat ook een standbeeld van Lodewijk IX. Het plein telt vele terrassen.
DE OMWALLING VAN DE STAD.
De omwalling van de stad, gebouwd uit steen van Beaucaire en Les Baux-de-Provence, vormt een onregelmatige vierhoek met vijf stadspoorten met dubbele torens, vijf kleine poorten door een toren en vijf overige torens: beginnend in de noordwesthoek; Toren van Constance welke 500 jaar dienst deed als gevangenis, Poort van Gardette, Zouttoren, Poort van St. Antonius, Lonttoren en Toren van Villeneuve, Poort van de Kordeliers, Poort van de Koningin, Kruittoren, Poort van het Arsenaal, Poort van de Marine, Poort, van de Galjoenen, Molenpoort, Poort van de Kabelring, Toren van de Bourgondiërs, Poort van de Aardebaan. Iedere poort of toren heeft zijn eigen geschiedenis.
Zie vervolg: DE CEVENNEN. (FR.) HET GEBIED VAN DE HUGENOTEN. DEEL 3.
.jpg)




.jpg)







.svg.png)



.svg.png)
.jpg)

.jpg)







.jpg)
.svg.png)






.png)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten