woensdag 12 oktober 2011

KASTEEL KEVERBERG. KESSEL.



KASTEEL KEVERBERG - KESSEL. 

            GEM. PEEL EN MAAS.





Kasteel Keverberg is oorspronkelijk een middeleeuws mottekasteel. We betreden het kasteel terrein via, de gerestaureerde poorttoren aan de zuidoostzijde, uit ca. 1400.




Een eerste versterking bestond hier al in de 9e eeuw; in 870 kwam dit 'castellum', bij de verdeling van het Duitse keizerrijk, bij Pruisen; in 1062 is de burcht bekend als 'Silva Ketela'en in 1113 vinden we de vermelding als 'Casla'. Casla was een versterkte Maasvesting aan de Romeinse heerbaan van Mosae Trajectum (Maastricht) naar Noviomagum (Nijmegen)

Het zware muurwerk dateert uit de 13e en 14e eeuw. Resten van een forse zaaltoren uit de 11e eeuw zijn in de 12e eeuw bedekt door de kunstmatige heuvel.Stukken van de burchttoren en de ringmuur, met woonruimten, dateren uit de 13e tot 16e eeuw. In de 17e eeuw werd de binnenplaats vernieuwd.



Als eerste graaf van Kessel wordt in 1082 Hendrik I genoemd, familie van een Gelderse Hertog. In 1279 werd het graafschap verkocht aan de heer Reinaud I van Gelder.
Op oude kaarten wordt het kasteel ook wel aangeduid onder de naam 'Keverborg', maar dit moet een fout zijn van de kaarten tekenaar, daar de laatste particuliere bewoners baronnen De Keverberg waren.


In 1944 werd door oorlogsgeweld het kasteel verwoest, waarna vooral de middeleeuwse bouwdelen zijn geconsolideerd. De huidige gerestaureerde kasteel ruïne wordt hoofdzakelijk gebruikt voor culturele en toeristisch-recreatieve doeleinden. Vanaf de berg heeft men een geweldig fraai uitzicht over de Maasvallei.
Het geheel is nu een rijksmonument.



Onder aan de berg tegen een oude kerkhofmuur staat een gietijzeren kruis. Het is een schenking van de plaatselijke heemkunde vereniging. Het is het grafkruis van Matilde van Keverberg van Kessel. De laatste van het geslacht van Keverberg. Mathilde was enigst kind van baron van Keverberg en Louisse Villers de Peté. Zij werd geboren in Kessel op 23 april 1858 en overleed op 7 juni 1921 te Vaals waar zij begraven ligt bij het voormalige klooster Blumenthal.








dinsdag 11 oktober 2011

KASTEEL 'DE BERCKT'. BAARLO.




              KASTEEL 'DE BERCKT'. 

                BAARLO - LIMBURG. 

               GEM. PEEL EN MAAS.



Kasteel de Berckt is gebouwd in de 13e eeuw. Het kasteel was gelegen aan de oude Romeinse heerweg tussen de plaats Kessel en Venlo. In een oude oorkonde van 1219 wordt een Godefridus, leenman van de Graaf Kessel, als bezitter van het kasteel 'De Berckt' genoemd.

De Berckt wordt al verheven in 1326, door Tilman van Eyell. De familie van Eyell was tot aan het einde van de 16e eeuw de rijkste familie van Baarlo.



Via huwelijken komt het kasteel in bezit van de families Criekenbeek, Hardenraedt, Pollaert en Rhoe Obsinnich. Vrouwe Agnes van Crieckenbeek schonk het kasteel in 1594 als bruidsschat aan Godfried van Hardenraet. Johanna Aleida van Hardenraet gaf het in 1671 weer aan haar man Lambert van Pollaert, heer van Aldeneyk. Na diens dood trad Aleida in het huwelijk mat baron Hans Frederik de Rhoe d'Obsinnich.





Hans Frederik baron de Rhoe d'Obsinnich, heer van Baarlo, was luitenant in dienst van de Republiek der Verenigde Provinciën en stierf in de oorlog in Portugal, in 1704.
Zijn dochter, Eva Thérèse, barones de Rhoe d'Obsinnich, huwde in 1707 de Belgische Rijksbaron Willem II d'Olne. Zie het alliantie wapen boven het poortgebouw. Eva Thérèse overleed in 1754 op het kasteel Olne, provincie Luik, België.


In 1830 wordt het kasteel verkocht aan Baron Scherpenzeel-Heusch. Hij laat het oude kasteel slopen, uitgezonderd de poortgebouwen aan de zuidzijde (17e eeuw) en laat een nieuw gebouw neerzetten in een Italiaanse stijl.





Kasteel 'De Berckt' blijft tot 1902 in handen van de familie Coenegracht. Aan het begin van de 20e eeuw wordt het een klooster van respectievelijk de Franse Carmelitessen, de Paters Fransiscanen en vanaf 1931 de Paters van het Allerheiligste Sacrement.
In 1980 werd het kasteel gerestaureerd. In 1994 kocht de Arcenaar Nagels het kasteel en vestigde er een groepsaccommodatie in.



Niet ver van de ingang van het kasteel ligt een gebouw wat nu geheel gerestaureerd is en waarschijnlijk een van de bijgebouwen van het kasteel is geweest.












KASTEEL d'ERP. BAARLO.




        KASTEEL d'ERP - BAARLO. 

            GEM. PEEL EN MAAS.





Kasteel d'Erp, ook wel bekend onder de naam 'Huys Baerlo' of 'De Borcht' is oorspronkelijk een rond 1200 gebouwde burcht. Dit versterkte Huys wordt voor het eerst vermeld, als het in 1388 wordt verkocht aan Jacob van Montfort.



De naam d'Erp is ontleend aan de laatste adellijke familie die het kasteel bewoonde. Omstreeks 1400 werd het eerste kasteel op deze plek gebouwd. De Borcht werd bewoond door Gerard van Baerle. Het kasteel heeft een bewogen geschiedenis.. In 1543 bezoekt Karel V het kasteel. In 1572 wordt het geplunderd door de Geuzen na een belegering door Willem van Oranje en zijn zoon Frederik Hendrik. Vijf jaar later wordt het in brand gestoken.




Sybert II van Eyll herbouwt het kasteel in 1590. Na de familie van Eyll zijn de families van Bierens en van Erp de belangrijkste bezitters geweest. In 1914 verlaat familie van Erp het kasteel na er van 1787 in gewoond te hebben, maar blijven wel de bezitters er van.




In 1961 koopt de gemeente het sterk vervallen kasteel en liet het in 1974 volledig restaureren.

Het zuidoostelijke gedeelte heeft dienst gedaan als ambtswoning voor de burgemeester en het noordwestelijke gedeelte als cultureel centrum.




Momenteel is het kasteel prive bezit en niet opengesteld voor bezoekers. De er achter gelegen boerderij uit de 17e eeuw is nu nog bewoond.







maandag 10 oktober 2011

BAARLO. WATERMOLEN EN WASPLAATS.



WATERMOLEN EN WASPLAATS. 

BAARLO - GEM. PEEL EN MAAS.






Vanuit Tegelen door Steyl gereden en met het veer de Maas overgestoken naar Baarlo op de westelijke- of linker Maasoever. Baarlo, op z'n Limburgs Baolder, is een dorp gelegen in de gemeente Peel en Maas. het ligt acht kilometer ten zuiden van Blerick-Venlo en ten noorden van Kessel.

WATERMOLEN.




In het park bij kasteel d'Erp, ook wel bekend onder de naam De Borcht, ligt een watermolen. De eerste vermelding van een watermolen aldaar dateert uit 1326 en behoorde aan het 'Huys tot Baerlo', kasteel d'Erp.
Het huidige gebouw dateert uit het begin van de 17e eeuw en werd waarschijnlijk gebouwd door Sybert III van Eyll. De molen bleef tot 1960 in bedrijf.


Deze molen behoort tot de 'onderslagmolens'. Het is een watermolen die door de stroming van een beek of rivier door middel van een waterrad omzet in rotatie-energie, die nuttig kan worden gebruikt voor het malen van graan of het persen van olie.

In 1850 werd de molen omgebouwd tot oliemolen met het zijn kollermaal systeem.
De molen werd in 1976 geheel gerestaureerd.

WASPLAATS.


Vlak bij de watermolen ligt een oude wasplaats 'de Sprunck'. Sprunck betekend (water)sprong, wat wil zeggen een spontane waterbron. In het bassin wordt het water opgevangen en het heeft een overloop naar de Kwistbeek, waaraan de watermolen is gelegen.

Vanaf de middeleeuwen werd deze waterpoel gebruikt als drenkplaats voor het vee, dat in kudde op de gemene beemden en uiterwaarden van de rivier de Maas had gegraasd en in de avond door de boer weer terug werd gedreven naar de stal.

Vanaf het begin van de 19e eeuw kreeg deze bron de functie van dorpswasplaats met er omheen de 'bleek' om het wasgoed te bleken. Het huidige bouwwerk dateert uit 1870.

De vrouwen uit het dorp kwamen met kruiwagens en manden vol wasgoed naar deze wasplaats om de was te doen. Tevens werd onder het wassen het laatste dorpsnieuws en uit de omgeving uitgewisseld.











zondag 9 oktober 2011

KASTEEL HOLTMÜHLE. TEGELEN.


            KASTEEL HOLTMÜHLE. 

             TEGELEN - LIMBURG.








Kasteel Holtmühle, gelegen in Tegelen gemeente Venlo. is een kasteelcomplex uit de 17e eeuw. Het hoofdgebouw is een classicistisch bakstenen gebouw met twee uitspringende torenpaviljoens.
Het dankt niet zijn naam aan de meelmolen die op de zuidwesthoek van de grote vijver dertig jaar heeft gedraaid, maar aan de eigenaars die het in 1394 erfden. Het kasteel heette in die tijd Huis ter Horst en was in 1326 gebouwd door Diederik Loeff van Cleve. Het bleef tot in de 17e eeuw het verblijf van de familie Holtmeulen.


                                                    (De Venlose Poort van het kasteel.)

Otto van Holtmeulen trouwde in 1386 met Elisabeth van Tegelen en werd hierdoor de nieuwe heer van Tegelen, hierdoor kwam de Heerlijkheid Tegelen met de Borgaertshof en kasteel de Munt toe aan de Holtmeulen. Het was een zeer roomse familie die ook veel geestelijken en kloosterzusters heeft geleverd aan de Roomse kerk. In 1646 had Frederik Hendrik zijn hoofdkwartier in het kasteel opgeslagen.


                                 (Kasteel Holtmühle nu als een hotel van de Bilderdijk Groep)

Het was in 1743, toen een zekere Joachim Reinhold von Glasenapp toen een adjudant van de Duitse generaal von Wallrawe, de laatste erfgename van het kasteel schaakte en op deze manier na het overlijden van de eigenaar baron von Hundt in het bezit kwam van het kasteel en gronden en zich gelijk baron noemde. Joachim von Glasenapp (1717-1800?) was oorspronkelijk geen Tegelenaar maar werd geboren in Wardin in het Pruisische landsdeel Pommeren. In 1751 moet hij het Pruisische leger verlaten na een verboden duel. Hij begint met het versterken van het kasteel. Later tracht hij weer in dienst te treden van eerst het leger van Saksen, maar komt uiteindelijk weer in de dienst van de Pruisen waar hij het topt majoor brengt. In 1757 richt hij zijn eigen Frei-Husaren korps op een regiment van 120 man en meldde zich gelijk aan bij koning Frederik om mee te vechten. Door zijn kleurrijke leven in hij ongetwijfeld de bekendste figuur uit de geschiedenis van Tegelen.




                                              (De Kalderkerker Poort van het kasteel.)

De familie Hundt zum Busch liet na verval in 1700 het kasteel weer bewoonbaar maken en legde ook de weg aan door een moerassig gebied naar Kalderkerken, waarvan het begin de poort was bij het kasteel. Het was een verhoogde weg die bekend kwam te staan onder de naam Hondsdiekerweg of Hondsdijk.



Na het vertrek van Glasenapp uit Tegelen in 1780 komt het kasteel lange tijd leeg te staan en raakte zo in verval, dat toen het in bezit kwam van Louis de Rijk, de helft van de gebouwen werden afgebroken en wat over was hij in 1852 grondig liet verbouwen. Zijn dochter trouwde in 1883 met Johan van Basten Batenburg.

In 1968 koopt de gemeente Tegelen het kasteel met omliggende landerijen van de familie Basten Batenburg voor een bedrag van 800.000 Nederlandse gulden. In 1985 werd eerst de Kalderkerker Poort gerestaureerd en een jaar later de Venlose Poort. In 1993 vond een omvangrijke restauratie plaats en werd er in het complex een hotel-restaurant Château de Holtmühle van de Bilderdijk Groep gevestigd.


In 1978 liet de gemeente Tegelen de hoektorentjes van de Tiendschuur herstellen en in 1988 werd het overige deel van het gebouw in oude glorie hersteld In 1985 werd er een keramische leerwerkplaats in gevestigd en nu heeft er het Tegels Keramiekmuseum onderdak in gevonden. De kasteeltuinen zijn toegankelijk voor het publiek.









zaterdag 8 oktober 2011

KASTEEL TEN HOVE. GRATHEM.



KASTEEL TEN HOVE.

GRATHEM - LIMBURG.





Reeds in de 15e eeuw bestond reeds een Huis ten Hove. Het tegenwoordige bouwwerk is vroeg in de 17e eeuw opgetrokken en in de 18e eeuw verbouwd.
Het heeft een kleine binnenplaats tussen het vrij hoge poortgebouw en het later gebouwde rechthoekige herenhuis. Het hoofdgebouw van het herenhuis heeft aan de achterzijde een soort vijvergracht die ook de westvleugel en het poortgebouw met hoektorentje omgracht. Oorspronkelijk had het kasteel een dubbele omgrachting.
Het kasteel was vroeger gelegen op de linkeroever van de Uffelse Beek. Deze beek werd in de 20e eeuw gekanaliseerd, waardoor deze nu veel zuidelijker van het kasteel stroomt.



Op de plaats waar nu Ten Hove is gebouwd heeft vroeger een in 1210 een verstevigde burcht gestaan die in 1340 door brand werd verwoest. Het huis heeft vele eigenaars gekend. Het bekendste geslacht is wel de familie Bounams die er leefden als landeigenaren en heerboeren.
Nadat het laatste adellijke geslacht, met negen kinderen, elders gaat wonen in 1922 komt er een einde aan de adellijke bewoning van dit kasteel.


Nadat het kasteel in 1925 te koop kwam te staan heeft het verschillende functies gehad, als opslagplaats voor landbouwproducten, verzorgingstehuis voor bejaarden door nonnen geleid en na het einde van de Tweede Wereldoorlog een tijdje als schooltje. Rond 1961 komt het in handen van een verzekeringsbedrijf die het als vakantieoord voor het personeel gebruikt. Later heeft er weer een horecabedrijf in gezeten. Intussen is het in handen van de oud-directeur van het Historisch Museum van Rotterdam. Duidelijk is aan de gevels te zien dat er in vroegere jaren veel meer ramen in hebben gezeten.


De voorhof met de vroegere gebouwen van de heerboeren is in andere handen gekomen en zeer fraai opgeknapt, waarin nu appartementen zijn gebouwd, zonder afbrak te doen aan het historische uiterlijk van het complex.


vrijdag 7 oktober 2011

KASTEEL GROOT BUGGENUM IN GRATHEM.



KASTEEL GROOT BUGGENUM. 

GRATHEM - LIMBURG.





Kasteel Groot Buggenum wordt ook wel Kasteel Oud Buggenum genoemd en ligt aan de dorpsgrens, tussen boomgaarden en aan de Uffelse Beek, van Grathem, gemeente Leudal.
De naam komt van Buggen hum = Beuken heim. Het huidige kasteel is gebouwd op een omgracht terrein op de plaats waar vroeger het middeleeuwse kasteel "Meersen"heeft gestaan. Bij de herbouw zijn de oude fundamenten van de toren weer gebruikt voor de nieuwe vierkante toren. Rondom deze toren zijn een aantal bijgebouwen opgetrokken, waarvan enkele met fraaie trapgevels.




De torenspits is met leien gedekt evenals een kleinere toren. Het geheel heeft het uiterlijk van een neogotisch jachtslot. Alle gebouwen zijn wit gekalkt en zeer fraai zijn de vensters met de roeden verdeling. Het kasteel is omringt met een bakstenen muur, behalve aan de zijde van de beek. De binnentuinen zijn zeer fraai aangelegd met prieeltjes, fontein en en waterpartijen.



Omstreeks 1400 is een zekere Johan de Wilde van Meerssen de eigenaar van het kasteel. Van de 15e tot de 17e eeuw bekleden heren uit dit geslacht hoge functies in de magistratuur van de gemeente Roermond.
In 1632 werd het kasteel met alle aanhorigheden, zoals de pachthoeve, de watermolen en al de daarbij behorende landerijen, door het huwelijk van Josina de Wilde van Meerssen met jonkheer Philip Wynand van Kercken, de heer van Merdeaux en Meerwyck, overgedragen aan de familie van Kerckem. De van Kerckems lagen jarenlang in een geschil proces met de abdis van Thorn die ten onrechte pachtrechten deed gelden.



In 1769 overleed de laatste heer van Kerckhem en kwam het kasteel door overerving in handen van de graaf Jean Guillaume de Borchgrave d'Altena. Tijdens de Franse overheersing werd het kasteel gebruikt als onderkomen voor de soldaten van Napoleon, waardoor de aftakeling en de verval begon. In 1793 werd het kasteel door de Franse soldaten in brand gestoken en ging het grotendeels verloren.

In het midden van de vorige eeuw huwde een dochter van de kasteelvrouwe, die gehuwd was met de Heer van Elsloo, een prins de Grimaldi uit het Vorstenhuis van Monaco en deze erfde het vervallen kasteel.

In 1880 werd het vervallen kasteel verkocht aan een zekere Willen Verbruggen uit Luik, welke in Grathem was geboren. Deze liet de restanten van het kasteel afbreken en bouwde op de fundamenten ervan het huidige jachtslot in 1889. Het werd geheel opgetrokken in de Maaslandse renaissancestijl.



In de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel ernstig beschadigd en raakte het weer in verval. Het was een professor H.Hentrich, architect uit Düsseldorf, die de ruïne in 1971 kocht. Hij liet het kasteel naar eigen inzicht restaureren met oude bouwmaterialen en liet het fraai inrichten met kunstvoorwerpen.

Na het gereedkomen van de restauratie schonk hij enige jaren later het geheel aan de Provincie Limburg. De beide H's van zijn naam staan nog in de windvaan op de top van de toren.




Tegenwoordig wordt het kasteel gebruikt voor trouwrecepties en conferenties. Het is alleen te bezichtigen op afspraak onder leiding van een deskundige gids.










GRATHEMER WATERMOLEN.




GRATHEMER WATERMOLEN. 

     GRATHEM - LIMBURG.





In het centrum van de plaats Grathem, gemeente Leudal, ligt aan de Uffelsebeek de watermolen. De Uffelsebeek ook de Aabeek genoemd ontspringt in de Belgische Kempen.



Al in de 13e eeuw bezat Grathem een banmolen van het stift van Thorn. Deze molen kwam later in het bezit van de eigenaars van kasteel groot Buggenum, de familie De Borchgrave d'Altena. Later werd de molen weer doorverkocht aan de familie d'Elsloo die in 1874 de molen verkocht aan de pachter-molenaar, waarna de molen ingrijpend werd gemoderniseerd.

In 1915 werd de molen verbouw tot een turbinemolen en in 1916 werd als hulpaandrijving een zuiggasmotor geplaatst. Na de voltooiing van het elektriciteitsnet in 1930 werd er elektrisch gemalen.


Het huidige waterrad, werd in 1995 naar een oud voorbeeld teruggeplaatst en gekoppeld aan een gietijzeren binnenwerk van de voormalige, uitgebrande Brunsemmer Molen. Dit binnenwerk uit 1866 is het oudste gegoten aandrijfwerk voor molenstenen in Nederland.
De turbinemolen is regelmatig nog in gebruik en in de molenwinkel zijn molengerelateerde producten te koop. De molen is nu eigendom van de gemeente Leudal.


donderdag 6 oktober 2011

KASTEEL BAEXEM. LIMBURG.



                   KASTEEL BEAXEM. 

                 BEAXEM - LIMBURG.





Baexem ligt aan de N280, die de steden Roermond en Weert met elkaar verbindt. Baexem behoort nu tot de gemeente Leudal. Het dorp behoorde vroeger niet tot het Graafschap Horn, zoals de overige gemeenten die Leudal vormen, maar tot het vorstendom Thorn. Ook Hunsel behoorde niet tot het Land van Horn, maar tot de Heerlijkheid Kessenich (België).

De naam Baexem is vermoedelijk afkomstig van het Duitse Bach-heim, dat woonplaats tussen de beken betekend. Baexem ligt namelijk tussen de Tungelroysebeek en de Haelensebeek. In het oude gemeentewapen komen beide beken voor



Kasteel Baexem was in het bezit van de voormalige familie De Baexem. Deze familie was van adellijke afkomst en noemden zich tegenover anderen naar hun woonplaats, in het dialect Van Baokse en in het Frans De Baexem.



De naam Baexem wordt voor het eerst vermeld in 1244, in een vastlegging van de inkomsten van de Abdis van Thorn. In de zeventiende eeuw was de familie Rhoe van Obsinnich eigenaar van het kasteel. Vanaf 1726 bewoonde de met haar geparenteerde familie Van der Marck het huis tot in de negentiende eeuw. Het symmetrisch aangelegde complex was vroeger omgeven door een gracht.




Het kasteel is thans particulier eigendom en is niet van binnen te bezichtigen. Gedeeltelijk wordt het gebruikt als Bed and Breakfast. De kasteeltuin, bloemen- en kruidentuin, verfraaid met kleine kunstwerken en waterpartijen is tegen een kleine vergoeding toegankelijk voor het publiek. Het is een geliefde plek op zonnige dagen voor een picknick.