dinsdag 23 mei 2023

LEVEN TUSSEN VULKANEN. SUMATRA - INDONESIË. (DEEL 1)

 

LEVEN, DOOD EN MYTHES.

                    DEEL 1.



EEN GORDEL VAN VULKANEN.

Begrenst door de Indische Oceaan, het vasteland van Azië en Australië en zich aan beide zijden van de evenaar uitstrekkend over een oppervlakte van meer dan twee miljoen km² bevindt zich het grootste eilandenrijk ter wereld, bekend als de Indonesische Archipel.
De Indonesische Archipel kunnen we in vier groepen onderverdelen: (1) De grote Sunda-eilanden, waartoe Sumatra met de daarbij gelegen eilanden Simeuluë, Nias, de Mentawei-eilanden en Enggano behoren, Java en Madura, Kalimantan en Sul;awesi; (2) de kleine Sunda-eilanaden, van Bali tot en met Timor; (3) de Molukken, en het westelijke deel van Nieuw Guinea dat in 1962 aan Indonesië werd toegekend en de naam Irian Barat kreeg. 

Het landschap van de Indonesische Archipel wordt gevormd door twee bergketens, welke uitlopers zijn van het Arakan-gebergte uit West-Myamar.
De twee evenwijdige bergketens beheersen het eilandenrijk: die zich grotendeels onder water uitstrekkende buitenste keten loopt over de Andamanen en de Nicobaren, over de eerdergenoemde eilanden voor de Sumatraanse kust on daarna weer bij Sumbawa te verschijnen, een grote boog maken langs Timor, de Tanobar-eilanden en Seran, om uiteindelijk te eindigen op het eiland Buru. Deze keten is niet vulkanisch en ontstond al halverwege het Mioceen, terwijl de andere keten wel vulkanisch is en ontstond in het laat-Plioceen, wat 10 tot 2 miljoen jaar geleden is. Deze keten kronkelt langs de grote Sunda-eilanden en rond de eilanden in de Banda Zee tot aan de Filipijnen. Uit deze keten steken meer dan 300 vulkanen omhoog en staat ook bekend onder de naam "Ring of Fire".

SUMATRA EN DE VULKANEN.

Sumatra is het op vijf na grootste eiland van de wereld met een oppervlakte 470.000 km² en een lengte van 1750 kilometer.
Het eiland wordt in in de breedte in tweeën gedeeld door de evenaar.
Vanaf het noorden, het eiland Weh, wat ook door een vulkaan is ontstaan, loopt de bergketen Bukit Barisan met soms een breedte van 150 kilometer, tot het zuiden grenzend met zijn vele vulkanen aan Straat Sunda telt het eiland 35 soorten van vulkanen, dode vulkanen. slapende vulkanen, actieve vulkanen en vulkanische-velden, waarvan de meesten aan de westelijke zijde van het eiland zijn gelegen. Het noordelijke gedeelte van de bergketen heeft nog verscheidene zijgebergten.
Men onderscheid de vulkanen aan hun vorm; stratovulkaan, complexe vulkaan, supervulkaan, complexe vulkaan, vulkaan kegel, caldera en fumaroleveld.

TOBA SUPERVULKAAN.

Tussen twee evenwijdige bergketens ligt op een hoogte van 900 meter boven de zeespiegel de schitterende Toba-vlakte en het gelijknamige meer, met daarin het Samosir eiland met een hoogte van ruim 300 meter en een oppervlakte van 1000 km². Dit is dat wat eens is ontstaan bij de uitbarsting van de supervulkaan Toba. Pas hier rond reizend besef je pas dat je tussen vulkanen leeft.



Ruim 74.000 jaar geleden barste de vulkaan Toba uit, was de laatste en grootste uitbarsting, en geldt zelfs als de grootste vulkaanuitbarsting op aarde van de afgelopen twee miljoen jaar.
Door deze vulkaanuitbarsting kwam het grootste noordwestelijke deel van het eiland onder een dikke laag lava en as te liggen. Ruim 2790 km³ as werd in de lucht geblazen.
De uitbarsting en de daarop volgende verduistering van de hemel door de asdeeltjes welke zwavelzuur bevatten werd het zonlicht geblokkeerd.
Dit had enorme invloed op de natuur, dieren en de mensen.
Dat wat overbleef was een enorme caldera die gevuld werd met water, het Toba-meer, 100 kilometer lang en 30 kilometer breed en een tot heden peilbare diepte van 505 meter. Het water in de caldera wordt gevoed vanuit de noordelijk van het meer gelegen Sipiso-piso waterval die op een hoogte van 120 meter uit rotswand van de caldera ontspringt vanuit een ondergrondse rivier. In het meer het eiland Samosir gelegen. Dat dit eiland vulkanisch is blijkt dat op sommige plaatsen zwavel uit de rotsen druppelt.
Een mythe gaat dat door de uitbarsting de verre voorouders van de Batak zijn ontstaan.

PUSUBUKIT VULKAAN & HELATOBA-TARUTUNG.

Ten zuiden van het Toba-meer ligt de Pusubukit vulkaan met een hoogte van 1.100 meter.
In de uitlopers van de deze vulkaan liggen een groep zwavelhoudende warmwaterbronnen Helatabo-Tarutung.
Het gebied strekt zich uit over 40 kilometer langs de geologische breukzone Renun-Toru.
De laatste uitbarsting van de vulkaan vond plaats tijden het Pleistoceen.
 


VULKANEN VAN NOORD TOT ZUID.

WEH.

Het eiland Weh, in het Indonesisch Pulau Weh, ook wel bekend onder de naam Sabang naar de grootste stad op het eiland, is een klein actief vulkanisch eiland ten noordwesten van Sumatra. Het is een fumarolische vulkaan van 617 meter hoogte.
Het eiland is te bereiken per snelboot, 45 minuten of per veerboot, wat twee duurt vanaf het vasteland van Banda Atjeh.
Weh was oorspronkelijk verbonden met het vasteland van Sumatra maar werd bij de laatste uitbarsting van de vulkaan in het Pleistoceen van het vasteland gescheiden.
Het eiland ligt in de Andamanse Zee en is de meest noordelijke buitenpost van Indonesië.

SEULAWAH AGAM.

Seulawah Agam is een stratovulkaan met een hoogte van 1810 meter, en is gelegen in het noordwestelijke puntje van Sumatra.
De vulkaan heeft van de bevolking verschillende namen gekregen: Seulawah Agam, Seulawain Agam, Solawa Agam, Solawaik Agam, Selawadjanten en Goldberg. 

De berg heeft een grote caldera, Lam Teuba genaamd. In deze caldera ligt weer een kleine caldera van acht bij zes kilometer.
De vulkaan bevat verschillende heuvels: sedimentaire heuvels, oude vulkaanheuvels, een vulkanische kegel en schiervlakte.
De vulkanische kegel werd gevormd door lava en pyroclastische stromen. Er zijn drie krater. De Tanah Cempago-krater is gemakkelijk te herkennen, terwijl de andere twee bedekt zijn met weelderige vegetatie.
De laatste uitbarsting van de vulkaan was in 1839, maar sinds januari 2013 vertoont Seulawah Agam tekenen van nieuwe activiteit.

PEUET SAGUE.

De Peuet Sague is een complexe vulkaan in het noorden van Atjeh, in het regentschap Pidie, op Sumatra.
De vulkaan met een hoogte van 2.801 meter heeft een viertal toppen.
De Peuet Sague is een actieve vulkaan die in haar bestaan freatische erupties heeft voortgebracht, veelal met een waarde van 1 tot 2 in de vulkanische-explosiviteitsindex.
De laatste eruptie was in december 200.
Eerdere erupties werden geregistreerd in 1918-1921, 1979, 1986, 1991, 1998 en 1999.

BUR ni GEUREUDONG & BUR ni TELONG

De Geureudong is een stratovulkaan gelegen in de provincie Atjeh ten noorden van de stad Takenghon en het meer Tawar, op Sumatra.
De laatste eruptie van deze vulkaan dateert uit het Pleistoceen.
De vulkaan heet twee toppen, Bur ni Geureudong en Bur ni Telong in een stratovulkanisch complex.
Twee andere vulkanische kegels zijn Salah Nama en Pepanji, en verder zijn er kleine sedimentheuvels.
De Bur ni Geureudong is geërodeerd sinds jet Pleistoceen, maar heeft solfatara en warmwaterbronnen op de flanken.


Bur ni Telong ligt in het zuiden van Bur ni Geureudong en heeft een actieve krater die lavastromen veroorzaakt op de zuidelijke flank. Laatste eruptie was in 1937.







KEMBAR.


Kembar betekend in het Indonesisch 'tweeling'.  Het zijn dus twee schildvulkanen centraal gelegen ten noordwesten van de hoofdstad Medan op Sumatra.
Het vulkanische complex bevindt zich op de kruising van twee geologische breuksystemen en bevat een fumaroloveld, Gayolesten genaamd.
De 2245 meter hoge vulkaan stoot gloeiend hete gassen en vulkanische as de lucht in. De laatste eruptie vond plaats in het Pleistoceen.

SCHILDVULKAAN.

Een schildvulkaan is een type vulkaan dat vlakke hellingen heeft. Ze worden gevormd door uitbarstingen waarbij mafische lava vrijkomt. Omdat mafische lava een lagere viscositeit heeft, en het makkelijk stroomt, dan felsische lava kan het snel over grote oppervlakten uitstromen en worden vulkanen met een kleine hellinghoek gevormd.
In tegenstelling tot de stratovulkanen, komt bij de schildvulkanen weinig explosieve activiteit voor. De helling van de flanken van een schildvulkaan bedraagt normaal maar enkele graden. Rond de krater kan dit oplopen tot 10 graden. Schildvulkanen hebben relatief een grotere omvang dan de andere vulkanen.

SIBAYAK.


Sibayak, in het Indonesisch Gunung Sibayak, is een stratovulkaan, met een hoogte van 2212 meter, gelegen op het Karo-plateau van het Karo regentschap op Noord-Sumatra ten noorden van het Toba-meer. Vanaf de vulkaan heeft men een uitzicht op de stad Brastagi. De laatste eruptie was in 1881.
De vulkaan heet een geothermische activiteit in de vorm van stoomopeningen en warmwaterbronnen hoog en rond de vulkaan. De ventilatie openingen produceren kristallijne zwavel een product wat vroeger werd gewonnen door de lokale bewoners.
De vulkaan heet een kratermeer en door het doorsijpelen van zwavelhoudende gassen heeft het water een een zure verkleuring.
Sibayak is een term uit de Karo Batak-taal die verwijst naar een stichtende gemeenschap. 

CALDERA.



Een cadera (Spaans) of caldeira (Portugees) is een grote komvormige krater, gevormd door vulkanische activiteit.
Een caldere ontstaat wanneer grote hoeveelheden pyroclastisch materiaal door een vulkaan wordt uitgestoten, waardoor het dak van de magnakamer niet meer ondersteund wordt. Hierdoor zakt het dak en valt het in de magnakamer. Deze gang van zaken kan geruime tijd duren en vindt vaak plaats in een zogenaamde uitgedoofde vulkaan. Vroeger ging men er van uit dat een caldera ontstond als de top van de vulkaan eraf geblazen werd.
Dat gaat slechts op voor een paar caldera's die zo zijn ontstaan.

Als de spanning in de vulkaan opnieuw stijgt kan deze op twee manieren tot uitbarsting komen:
1 - er vormt zich een nieuwe vulkaan boven op de caldera, bijvoorbeeld bij de vulkaan Rinjani op Lombok.
2 - de gehele top van de vulkaan wordt eraf geblazen in een nieuwe uitbarsting, bijvoorbeeld Mount Saint Helene.

SINABUNG.

Sinabung of Gunung Sinabung is een 2.460 meter hoge stratovulkaan gelegen op het Karo-plateau van het Karo-regentschap, in Noord-Sumatra, bij de plaatsen Kabanjahe en Brastagi. De vulkaan heeft een hoogte van 2.460 meter met een laatste eruptie op 2 maart 2021.
De vulkaan was gedurende vele jaren inactief (slapende) en kreeg in 1600 een eruptie waarna er geen grote erupties werden waargenomen tot 8 augustus 2020.
De vulkaan bestaat uit lavastromen met de samenstelling van andesiet en daciet. In de zomer van 1912 waren er fumaroles, uitbarstingen van stoom, gas en lava die langs de breuken in de flanken van de vulkaan vrijkwamen en werden waargenomen.
Vanaf 23 november 2013 werd de vulkaan zeer actief en barstte hij negen keer uit. De vulkaan spuwde hete gaswolken uit en stootte op 25 november een 3000 meter hoge gaswolk uit. In totaal moeste er 15.000 mensen worden geëvacueerd uit de op de flanken gelegen dorpen.
 In februari voltrok zich een nieuwe eruptie van lava en stenen, waarbij een wolk van vijf kilometer hoogte ontstond, Wederom moesten mensen die weer waren teruggekeerd naar hun dorpen op de flanken worden geëvacueerd.


              Zie vervolg: LEVEN TUSSEN VULKANEN. SUMATRA - INDONESIË. (DEEL 2) 

vrijdag 5 mei 2023

PAPRIKA ZADEN VEREDELEN OP BALI.

 

HET VEREDELEN VAN ZADEN

             OM 'INTEELT' 

          TE VOORKOMEN.




PAPRIKA ZADEN VEREDELEN OP BALI.


Waarom het veredelen van paprikazaden uit Nederland op Bali?
Als eerste speelt het klimaat een grote rol; geen hoge stookkosten om de kassen voor dit experiment te verwarmen. geen hoge kosten voor de arbeidskrachten voor het intensieve werk, en de goedkope grondstoffen voor de teelt.

Waarom het veredelen? Dit om een sterker soort te creëren en inteelt te voorkomen, dat ziektes met zich meebrengt, dus een slechte oogst.





In de oude caldera van de nog actieve vulkaan Batur op Bali, ligt het Baturmeer. Het is gelegen in het onderdistrict Kintamani, in de gelijknamige provincie. Het meer ligt ten westen van de actieve vulkaan Gunung Batur. Het meer heeft een lengte van7 kilometer, een breedte van 2,5 kilometer en een gemiddelde diepte van 60 meter. Het meer wordt gevoed door vulkanische bronnen en kleine riviertjes. Deze caldera is tussen de 23670 en 28500 jaar oud.

Aan de oever van het meer ligt dessa Kedisan, waar de kassen zijn gelegen van P.T. Dif Nusantara, voorheen bekend onder de naam Bali Fresh.
Het toenmalige bedrijf, leverancier van tomaatjes, sla-soorten en tuinkruiden, was in die tijd groot leverancier in paprika's.
Veranderingen in de markt, kosten en import van dure zaden uit Nederland deden het bedrijf veranderen, tot een veredelingsbedrijf  voor paprika zaden uit Nederland.



De kassen zijn opgebouwd door middel van ronde aluminiumbuizen en het geraamte is afgedekt met een niet zonnestralen doorlatend plastic folie. Er wordt dus allen van de warmte gebruik gemaakt.
Het regenwater wordt afgevoerd van de daken door een afvoerbuis, die dit water weer loost in een verzamelgoot die uitloopt in een water opslag reservoir. Dit opgeslagen regenwater wordt gebruikt bij de druppelbevloeiing van de gewassen in de kassen. Het regenwater is van betere kwaliteit dan het water uit het meer, waarin door de vulkanische bronnen veel zwavel in zit.


Voor we verder gaan tot het veredelen van de paprikazaden, moet het volgende duidelijk worden gemaakt, dat de paprika geen mannelijke of vrouwelijke planten kent.
Een paprika is man en vrouw tegelijk.
In feite kunnen de bloemen van de paprika zichzelf bestuiven, dus het stuifmeel, het mannelijke element, en de stamper het vrouwelijke element van de de plant zitten in de zelfde bloem.


Ze kunnen wel geholpen worden bij vermeerdering door insecten in de kassen, maar die hoeven niet van plant naar plant te vliegen. Maar bij zelfbestuiving zou je een soort 'inteelt' krijgen en dus een zwakker ras.
Bij het verdelingsproces spreken we voor het gemak van een mannelijke plant, je zou ook kunnen spreken van een donor en ontvanger.

WAT IS ER NODIG VOOR WE GAAN VEREDELEN.

 

1 - Op de eerste plaats moeten de kassen volledig schoon zijn van planten resten die er liggen af te sterven en waarin insecten kunnen broeden. Daar bij het verdelingsproces geen insecten worden gebruikt.
2 - Het vangen van de toch aanwezige insecten wordt gedaan door het spannen van blauwe draden en blauwe ronde schijven die zijn ingesmeerd met een lokkende kleefstof.
3 - In de kas worden een soort van lange dammetjes aangelegd, waarop later de teelpotten komen te staan. De ruimte tussen de dammetjes is een looppad voor het personeel.
4 - Bij de ingang van de kas wordt een bak met vloeibare desinfectievloeistof geplaatst, waar men bij het betreden het schoeisel moet reinigen.

DE GRONDSTOF VOOR DE PLANTEN.


Grondstof voor de teelt van de paprikaplanten is het gebrande kaf van de rijst, wat overblijft na de oogst en het schoonmaken van de rijstkorrel. 
Dit kaf wordt voor het gebruik eerst uitgerookt, waardoor het daarin afwezige ongewenste ongedierte dood gaat. Het kaf krijgt hierdoor een bruine kleur. Met het gerookte kaf worden de poly-back's gevuld waarin de planten worden geteeld en kunnen groeien.

DE ZADEN.

De zaden welke worden gebruikt om de paprika te veredelen worden gezaaid in kleine potjes zonder bodem in een soort van kleine couveuse kas. Eenmaal groot genoeg worden ze overgepoot met potje en al in de grotere poly-back's, welke zijn gevuld met het gerookte rijstkaf. Het bevloeien van de planten gaat met een druppel systeem, waarin tevens voedingstoffen zitten.

HET VEREDELINGSPROCES.

Nadat de planten zijn volgroeid en zij bloemen en vruchten gaan dragen, kan het veredelen plaats gaan vinden. Bij dit door de hand gedane proces is er slechts één vrouw die dit doet, en het recht heeft om deze kas waarin het gebeurd te betreden. Zij mag na haar werk ook niet in andere kassen komen. Ook andere personen mogen de kas niet betreden.
De volgroeide planten dragen bloemen en vruchten en om de bloemen is het te doen. In dit veredelingsproces gebruiken we even voor het gemak de 'mannelijke plant' en de 'vrouwelijke plant'.


We nemen een bloem van de mannelijke plant (links) en bevruchten met de hand meerdere bloemen van de vrouwelijke plant (rechts).
Om duidelijkheid te houden merkt men de mannelijke plant met een gekleurd draadje en met een zelfde kleur de vrouwelijke plant.
Tevens geeft de kleur de datum aan in de administratie, waarop de veredeling heeft plaats gevonden. Zo kan de mannelijke plant meerdere vrouwelijke planten bevruchten, maar ook de vrouwelijke plant kan als mannelijke plant fungeren. Het is een zeer intensief proces, waarbij dit met zo'n vijfhonderd planten wordt gedaan.
Zodoende zijn er draadjes nodig in alle kleuren van de regenboog om het proces te merken.

Na negen weken worden de vruchten geoogst en na twee nachten worden ze met de hand van hun zaden ontdaan. De paprika wort in de lengte in stukken gesneden om de zaden te verwijderen.
Deze nieuwe zaden gaan 24 uur in een temperatuur gecontroleerde droogoven.
Na het drogen worden de zaden door de vrouwen met de hand gecontroleerd en de slechte verwijderd.
De goede zaden worden hierna opgeslagen in de zadenkast, met de juiste droog- en vochtigheid. 
Na dit gehele veredelingsproces worden de veredelde zaden weer naar Nederland geëxporteerd, vanwaar ze hun weg vinden over de hele wereld.

HERGEBRUIK.

Het gerookte kaf van de rijst, dat is gebruikt voor de paprika teelt, vindt zijn weg weer terug naar de rijstvelden, waar het wordt gebruikt als bemesting van het land, dus een ware recycling.
Het vruchtvlees van de paprika's wat overblijf na het verwijderen van de zaden vindt zijn weg naar de pizza-restaurants, daar het een product is dat makkelijk ingevroren kan worden.

Het bedrijf is heden opzoek naar een vervanging van de poly-back's, daar dit kutstof niet recycelbaar is.

EEN PAPRIKA FABEL.

Een paprika kan aan de onderzijde drie of vier bobbels hebben.
Zo gaat er het verhaal, dat de 'mannelijke paprika' aan de onderzijde vier bobbels heeft, en de 'vrouwelijke' drie.
Nonsens; een paprika is man en vrouw tegelijkertijd. Maar hoe zit het dan met die bobbels. 
Dit worden door de experts 'drielobbige' en 'vierlobbige' paprika's genoemd. Eigenlijk moeten ze allemaal vierlobbig zijn, maar bij de drielobbige met drie bobbels, is er een andere vruchtzetting geweest.
Ook is er tussen deze paprika's geen smaakverschil.

In Groot Brittannië is veel vraag  naar de vierlobbige paprika, niet vanwege de smaak, maar het feit dat ze daar veel gevulde paprika uit de oven eten, en die paprika met vierbobbels rechtop blijft staan.
\




dinsdag 25 april 2023

KUPING TIKUS OF MUIZENOORTJE.

 

    HET LIJKT EROP, 

MAAR ZIJN HET NIET.



KUPING TIKUS.

Tijdens een van mijn vele bezoeken aan de lokale markten, zag ik zwarte gedroogde dingen liggen. Zo mijn vraag aan zij die bij me waren wat dit wel mocht wezen. Dit zijn kuping tikus, wat mij natuurlijk niet zei en vroeg dit te vertalen. Muizenoortjes, was het antwoord. Nu moet ik toegeven dat ik in de jaren dat ik in Azië heb rondgezworven niet meer verbaast ben wat er in sommige landen al niet wordt gegeten. Alleen mijn gezicht sprak boekdelen en zo werden er gekocht voor het eten de volgende dag.
De gastfamilie had me weer een te pakken en ze hadden de grootste lol, en vertelde mij later wat het echt was.

DE NAAM.

De Latijnse naam is Auricularia polytricha. Het is een zwam met vele namen; Boomoren, boomoortjes, wolkenoren, muizenoortjes, in het Engels; cloud ear fungus, tree jellyfish, black fungus, wood ear fungus, tree ear fungus, in het Indonesisch kuping tikus. koeping tikoes, kuping jamu, in Hawai pepeiao. in het Chinees yún er, máo mú. mú er en in het Japans kikurage.


In principe onderscheiden we twee soorten van deze zwammen; links het Judasoor en rechts de muizenoor. De boomoren zijn donkerbruine, enigszins transperante, rubberachtige maar niet taaie paddestoelen die in can-can-onderjurkachtige roesjes groeien op dood hout.

KWEEK EN GEBRUIK.

In Azië worden deze boomoren gekweekt op plantages met lange rijen boomstammetjes.

In gematigder klimaten, zoals in Europa, kennen we een paddestoel die er verdacht veel op lijkt: Judasoren, Latijnse naam Auricularia auricula-judas. Deze zijn wat groter, dikker en lichter van kleur, groeien ook op levend hout, bijvoorbeeld van de Vlier, maar doen niet onder voor hun  Aziatische soort.

In Azië maakt men geen onderscheidt tussen de beide soorten.

De gedroogde boomoren moet je minsten twintigminuten laten weken in een ruime schaal met veel water, daar zij verdriedubbelen in omvang.
Na het weken worden ze uitgeknepen en droog gedept, alvorens ze in in kleine blokjes of sliertjes worden gesneden. De  enge stukjes of knobbeltjes aan het begin worden weggesneden. 
Hierna kan men ze verwerken in soep of in een roerbakgerecht. Tijdens het koken blijven ze hun   structuur behouden, dus worden niet kapot gekookt. Helaas smaken ze verder negens naar, maar het gaat om de mix van het geheel. 
Beide soorten zijn gedroogd droog en donker nog jaren te bewaren in een goed luchtafgesloten pot.
In de Chinese keuken worden ze vaak met reepjes rundvlees bereidt, maar waarbij de toegevoegde kruiken de smaak aan het gerecht moeten geven.

Ik heb dan ook de volgende avond een heerlijke maaltijd gegeten met rijst, varkensvlees, groenten en niet te vergeten 'muizenoortjes'.



zaterdag 22 april 2023

KLUWAKBOOM EN VRUCHT.

 

    EEN DODELIJKE VRUCHT 

          ALS EEN RUGBYBAL.




KLUWAK.


Kluwak of kloewak met de Latijnse naam Pangium is een geslacht met de enige soort Pangium edule, een hoge boom afkomstig uit de mangrovemoerassen van Zuidoost-Azië. De boom die een hoogte kan bereiken van 18 meter komt veel voor in Indonesië en Papoes-Nieuw Guinea.
De bladeren van de boom zijn hartvormig.
De boom produceert een grote giftige vrucht, ook bijgenaamd als voetbal- of rugbyfruit of pangi, die door fermentatie eetbaar kan worden gemaakt.
De boom heeft vele jaren nodig om te volgroeien en de zaden worden daarom het vaakst geoogst van wilde bomen, omdat het economische niet haalbaar is om de boom te cultiveren.
Hoewel dat de vrucht giftig is voor de mensen, maken de zaden van de boom deel uit van het natuurlijk voedsel van de Babyroussa babyrussa, een hertachtig zwijn behorend tot de hoefdieren. De naam is een samenstelling van de Indonesische woorden "babi" en "rusa" ( "bai" is varken en "rusa" is hert).


De plant is tweehuizig, met mannelijke en vrouwelijke bloemen. De bruinachtige vrucht groeit in kleine trossen. De vrucht bevat inwendig in zacht vruchtvlees gelegen een grote hoeveelheid aan zaden.


Het verse fruit den de zaden bevatten waterstofcyanide en zijn dodelijk giftig als ze zonder voorafgaande bereiding worden geconsumeerd.




De zaden worden eerst gekookt en vervolgens veertig dagen begraven is as van bananenbladeren en aarde. In deze periode veranderen ze van een roomwitte kleur in donkerbruin of zwart.
De methode ie gebaseerd op het feit dat de waterstofcyanide die vrijkomt bij het koken en fermenteren in het water oplosbaar is en gemakkelijk kan worden uitgewassen.

Na het openbreken van de zaadbast kunnen de korrels worden verwijderd, waarna ze kunnen worden vermalen tot een dikke keluwapasta welke populair is in Oost- en Midden-Java voor het maken van sambal rawon, rawonstoofpot gemaakt met rundvlees of kip.

In West-Java en de hoofdstad Jakarta is gabus pucung of slangenkopvis, een baarsachtige zoetwatervis van de familie Channidre, in pucung-pastasoep een zeer populair traditioneel gerecht in de Betawi-keuken. De naam Betawi is de oude naam voor de inwoners van Jakarta, de Orang Betawi.

In Toraja, Sulawesi, kent men het gerecht pammmarrasan; zwart kruid bij vis of vlees en soms ook bij groenten, waarbij het zwartkruid het zwartekluwakpoeder is. Mensen van de Minahasa-stam uit het noorden van Silawesi gebruiken de jonge bladeren als groente. De bladeren worden fijn gesneden en vervolgens gekookt door ze te mengen met kruiden en varkensvet of vlees in een bamboehuls. Dit traditionele gerecht is te koop op de markt van Tomohon.
De Dusun-stam uit Kalimantan gebruikt deze fijngestampte pit als hoofdingrediënt voor het maken van een lokaal kenmerkend gerecht bosou, gefermenteerde vis met zure smaak.





zaterdag 15 april 2023

REBUNG - BAMBOESPRUIT.

 

EEN SCHEUT VAN DE SNELST

        GROEIENDE PLANT.





BAMBOE.

Bamboe is een verzamelnaam voor ruim 1500 verschillende plantensoorten van de grassen familie. De Latijnse naam is  Gramineae of Posceae.
De naam bambu is afkomstig uit het Maleis en is vrijwel in alle westerse talen zo ook bekend ( bamboe, bamboo etc.)
De bamboe is geen speciale tropische plant, maar wordt in de meest uiteenlopende klimaten aangetroffen, van koude berggebieden tot hete, tropische streken.
De plant verspreidtzich hoofdzakelijk met zijn wortels, die ondergronds ver kunnen uitgroeien, waarbij ze hier en daar nieuwe stengels boven de grond laten komen.

De stengel van de bamboesoorten kan in lengte variëren van enige centimeters tot meer dan dertig meter, en in diameter van enkele millimeters tot meer dan 25 centimeter. 
De reuzen bamboe, Dendrocalamus, de grootste bamboesoort kan wel een hoogte bereiken van 35 meter en stengels hebben met een diameter van 30 centimeter.
Ook kennen de stengels verschillende kleuren; donkergroen, lichtgroen, geel rood, bruin en zwart.

De stengels zijn hol, zoals bij vrijwel alle grassen, en worden op geregelde afstanden onderbroken door knopen, waar de bladeren zijn aangehecht. De stengels hebben dicht opeen staande vezelbundels.

Bamboesoorten groeien heel snel, waarvan sommige tot wel één meter per dag. De  nieuwe stengelscheuten zijn zo krachtig, dat ze door een wegdek heen weten te breken.

De meeste bamboe soorten bloeien zelden, maar sommige jaarlijks, waarbij elke afzonderlijke plant vaker meer dan eens per drie bloeit. Sommige  meerjarige soorten die slechts een maal of met grote tussenpozen bloeien en dan daarna afsterven.
Bij enkele kan tussen de bloeiperiode zelfs meer dan 150 jaar zitten. Na de bloei vindt dan meestal de afsterving van de plant plaats.

REBUNG DE BAMBOESPRUIT.

De bamboespruit is de jonge uitloper van de bamboeplant. Van de ruim 1500 soorten van de bamboe zijn er slechts 110 eetbaar.
De rauwe spruiten van de bamboe  zijn niet eetbaar, want ze bevatten giftige cyanogene glycosiden. Deze stof wordt afgebroken door hoge temperatuur.
Bamboespruiten zijn eetbaar nadat ze zijn gekookt, ze zijn dan knapperig en hebben een frisse smaak.
In bepaalde gebieden waar veel bamboe voorkomt worden deze scheuten schoongemaakt langs de straat verkocht. Ook op de markt zijn deze rauw te verkrijgen. Gekookte bamboespruiten worden in de toko's te koop aangeboden ingeblikt of in glas geconserveerd.
In de Aziatische landen worden de gekookte bamboespruiten vele gerechten gebruikt.




 




dinsdag 11 april 2023

STERANIJS OF BUNGA LAWANG.

 

ONDANKS DE SMAAK EN DE GEUR,

            NIET TE VERWARREN 

             MET DE ANIJSPLANT.




STERANIJS OF BUNGA LAWANG.

Steranijs, Latijnse naam Illicium verum, is een boom of struik waarvan de vruchten gebruikt worden als specerij.
De boom is waarschijnlijk afkomstig uit Zuid-China en groeit in tropische en subtropische gebieden op een hoogte van 2000 meter boven de zeespiegel, met een regenval van 1500 tot 2200 millimeter, bij een temperatuur van 12 tot 18 graden Celcius.
Planten van deze specerij zijn opgenomen in de groep bomen en struiken.
De boom wordt tussen de vier en zes meter hoog en heeft een roodbruine kleur.


De plant heeft een enkel blad, gespikkeld met een spitse punt.
De bloemen zijn geel groen en vormen met de negen bloembladen een ster.
De plant, plant zich voort door zijn zaden.  



Het fruit wordt voor het rijpen geplukt en in de zon gedroogd.
De vrucht bestaat uit zes tot acht follikels, waarbij elke follikel één zaadje bevat.



(Drogen van de steranijs.)

De vruchten worden gebruikt in hun geheel, of gemalen als een goed doseer poeder. De kruidige smaak zit niet in de zaadjes, maar in de verhoute schil van de vrucht.
Steranijs heeft een sterke geur van anijs aangezien de etherische olie grote hoeveelheden anethol bevat. Steranijs is een bestanddeel van het Chinese vijfkruidenpoeder.
De smaak van de vrucht is voller en steviger dan de smaak van de anijsplant.



Extract van steranijs heeft brede farmacologische effecten, zodat het antimicrobieel, antioxidant en insecticide kan zijn.


Naast het smaak brengen van gerechten heeft steranijs ook gezondheidsvoordelen. Deze specerij is goed voor het overwinnen van spijsverterings-stoornissen en heeft een diuretische functie of versnelt de urinewegen.
In Azië wordt de specerij gebruikt voor de traditionele geneeskunde, bijvoorbeeld bij gewrichtspijn. Thee van steranijs kan ook als hoestmiddel worden gebruikt.
De olie kan ook de symptomen van misselijkheid bij zwangere vrouwen verminderen.
Het gehalte aan shikiminezuur in de anijsbloemen zorgt ervoor dat dit kruid wordt gebruikt als het belangrijkste ingrediënt bij vervaardiging van anti-vogelgriep en griepmedicijn, tamiflu.
De anijsbloem is ook nuttig voor antibacteriële en antischimmelmiddel dat nuttig kan zijn voor de behandeling van astma, bronchitis en droge hoest.
Het aroma van steranijs kan ook worden gebruikt als een therapeutisch aroma om de slaap rustiger te maken vanwege de aanwezigheid van antioxidanten en magnesium die neurotransmitters vrijgeven voor ontspanning. Olie uit de steranijs wordt geproduceerd  voor behandeling bij lage rugpijn en reuma behandelingen.








zaterdag 1 april 2023

JAGUNG. (MAÏS)

 


     NA RIJST EN TARWE, 

DE DERDE  VOEDSELBRON 

        VAN INDONESIË.




JAGUNG. (MAÏS).

Maïs of mais, Latijnse naam Zea mays en in het Indonesisch jagung, is een graan dat zijn oorsprong heeft in Midden-Amerika en behoort tot de grassenfamilie.

GESCHIEDENIS.

Maïs komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika, waar het gewas meer dan 10.000 jaar geleden door de oorspronkelijke bewoners veredeld werd tot grotere, voedzamere kolven. Uit de beste en grootste maïskolven zochten zij de beste korrels om de mais voort te planten.
Toen Columbus in 1492 de gebieden van Midden-Amerika ontdekte, maakte hij kennis met dit voedsel van de lokale bevolking en nam de maïskorrels mee terug naar Spanje, waar het gewas ook zeer goed gedijde. Wederom door de Spanjaarden kwam de maïskorrel terecht in het Verre-Oosten, waar dit gewas ook goed gedijde en als voeding werd gebruikt.
In het koudere klimaat van Europa heeft men de maïs zelf verder veredeld, waarbij de plant het ook in de koudere gebieden het steeds beter ging doen. In het huidige Europa en andere landen elders op de wereld wordt tegenwoordig de maïs meer geteeld als voer voor runderen en varkens. Dit is geen zoete maïs.



Maïs kent een vrouwelijke (links) en een mannelijke (rechts) bloeiwijze. Ze zitten gescheiden (tweeslachtig) van elkaar wel op de zelfde plant (eenhuizig). Aan de top van de plant zitten in de pluim de mannelijke bloemen. Ongeveer halverwege de plant zitten in de oksels van de bladeren één of meer kolven, bestaande uit vrouwelijke bloemen.

De mannelijke bloemen, vaak in meerdere takken, die wat op aren lijken. Op de stengel zitten aartjes met steeds twee bloemetjes, Een bloemetje is zittend en het andere gesteeld. De vrouwelijke bloemen zijn door bladscheden omgeven.
De aartjeszijn verborgen in de oksels van de middelste stengelbladen en ze zijn omgeven
door de bladscheden. De aartjes staan in rijen om de as van de kolf ingeplant. In elk aartje zit een vruchtbaar en een onvruchtbaar bloemetje.
De vruchtbare bloemetjes hebben 15 tot soms wel 40 centimeter lange stijlen. Ze hangen uit de top van de scheden naar buiten. De pollen van de bloemen worden door de wind meegenomen en zo vindt de bestuiving plaats. Maïs is dus een windbestuiver. De plant bloeit ( hier in Nederland) in de periode juni augustus, het is een echte zomerbloeier. Maïs kan tot vier meter hoog worden. De bladeren zijn 5 tot 12 centimeter breed.
De vruchten, de kolven,  groeien totdat deze geoogst kunnen worden en de maïskorrels ervan verwijderd kunnen worden voor het maken van onder andere maïsmeel.

MAÏS IN INDONESIË.


De maïs verbouwd in Indonesië is grotendeels zoete maïs die geschikt is voor consumptie.
Het dan ook niet verwonderlijk dat in de kleine dorpen een ieder wel een maïsveldje heeft.
Is het niet voor de verkoop dan wel voor eigengebruik.
Op grote zeilen worden de korrel gedroogd in zon en wind, en met een grove houtenhark worden de korrels regelmatig gekeerd.


Is de maïs gedroogd dan worden de laatste plant en stof resten door wannen met een tampi (wan) verwijderd, waarna de maïs in zakken wordt verpakt voor de verkoop. Als voer voor de kippen worden de kolven in de zon gedroogd.



Op iedere markt of grote supermarkt zijn de jonge maïskolven te koop. 
Men kan ze ongeveer 10 minuten in water koken tot de korrels gaar zijn, daarna licht met zout bestrooien en afknabbelen.
Een andere manier van bereid is de jonge kolven aan een bamboespies te steken en ze boven een houtskool vuurtje te grillen. Dit laatste wordt overal langs de weg aangeboden te kopen. Verder wordt maïs in veel gerechten verwerkt als groente. De korrels worden vermalen tot meel waarvan men weer brood bakt of andere meelgerechten bereidt. Het is heden ten dagen een ware voedselbron in Indonesië.
Indonesië staat zesde op de ranglijst van de maïsproductie, wat in 2018 neer kwam op 30.253.938 ton.

ZIEKTEN.

De maïs kent ook ziekten zoals; 

1 - Stengelrot is meest voorkomende ziekte in maïs en wordt veroorzaakt door schimmels. Het merg van de stengelvoet verrot zodat de voet zacht wordt en de stengel knikt. De bladeren vertonen een rode kleur en geven een papierachtig gevoel. Ook de kolven kunnen worden aangetast. De ziekte treed meestal op als de plant aan het afrijpen of verzwakt is.



2 - Builenbrand, Latijnse naam Ustillago maydis, kan tijdens een warme zomer optreden. 
Hierbij worden in plaats van korrels builen, vruchtlichamen van de schimmel, in de kolf gevormd.
De ontstane gallen worden in Mexico gegeten en gelden als een delicatesse die huitlacoche wordt genoemd.