zaterdag 13 september 2014

URK EENS EEN EILAND IN DE ZUIDERZEE.

EEN VISSERSDORP BIJ UITSTEK.










Urk, nu een gemeente gelegen in het zuid-westen van de Noordoostpolder was eens een eiland. 
Tot het gereedkomen van de dijk in 1939 die Urk met Lemmer verbond was Urk een eiland in het IJsselmeer, de voormalige Zuiderzee.
In 1942 werd de Noordoostpolder drooggemalen en behoorde Urk tot het vaste land. Maar de Urker woont nog steeds 'op Urk' en niet in Urk.
Urk is een zeer hechte, gesloten en kerkelijke gemeenschap, waar het dialect nog steeds de taal is die er gesproken wordt.
Urk eens een vissersdorp heeft heden ten dage de verreweg grootste vissersvloot en visverwerkende industrie van Nederland.

In 1819 kreeg Urk op 26 november een eigen wapen. Het werd omschreven als volgt: "Zijnde van lazuur, beladen met een schelvis in zijne natuurlijke kleur."
In dit wapen komt tot uiting dat Urk van oudsher een vissersgemeenschap is. Het wapen komt ook voor in de vlag van Urk welke in 1964 werd toegekend. De omschrijving van de vlag luidt: "blauw met een witte schelvis, langs de bovenzijde een smalle, in twee horizontale banen van rood en wit verdeelde zoom en langs de onderzijde van de vlag een smalle, in twee horizontale banen van rood en wit verdeelde zoom, de zomen met een hoogte van elk 1/6 van de totale vlaghoogte.  

Dat Urk samen met Schokland eens een eiland waren in de Zuiderzee is duidelijk de zien op een oude kaart van de Zuiderzee. Door hun afgelegen ligging in het water is het niet verwonderlijk dat het een afgesloten gemeenschap was die alleen via de scheepvaart verbinding had met de vaste wal.







Evenals de bevolking van Schokland staan de Urkers bekend om hun fraaie traditionele klederdracht die op zon- en feestdagen nog steeds wordt gedragen.




















Een wandeling door het stadje en langs de haven is de moeite waard. Hier komt steeds de geschiedenis van van een vissersvolk tot leven. Oude vissersscheepjes liggen naast elkaar afgemeerd aan de kade en visnetten hangen er te drogen.

Ondanks het het geen eiland meer is, is de scheepvaart nog steeds een bron van inkomen voor de Urker bevolking.
In 1840 werd de eerste scheepswerf opgeleverd en verbouwden de Urkers er hun eigen botters.
Vanwege de scheepswerf hellingen, waarop schepen werden gebouwd en  werd ook de haven steeds verder uitgebreid
Nog steeds worden er schepen  gerepareerd op de oude hellingen aan de grens tussen de dorpsgrens en het water.
Buiten de visvangst is voor de gemeente de jachthaven een enorme bron van inkomsten aan liggelden en water- en stroomvoorzieningen van deze jachten. Vlaggen van vele naties zie je hier vertegenwoordigd. 


                                    ( Een zicht op een van de oudste scheepshellingen van Urk.)

Hoog boven de huizen van het eiland Urk steekt de vuurtoren van het eiland uit. Deze toren heeft in het verleden, maar ook heden, een belangrijke functie voor de scheepvaart.

Voordat de Zuiderzee was afgesloten door de Afsluitdijk en het watergebied het IJsselmeer werd kon het zwaar stormen in het gebied. Vooral de zware grondzeeën op de ondiepten en de zandbanken vormden een gevaar voor de scheepvaart.
Om er voor te zorgen dat de vissers hun veilige haven konden bereiken hielden de vrouwen aan wal er 's nachts vuren brandend om de schepen binnen te loodsen.

In de 17e eeuw nam de grote handelsvaart vanuit Amsterdam sterk toe. De schepen koersten vanaf de rede van het IJ eerst in de richting van Urk om vandaar naar het noorden te koersen. De schippers oriënteerden zich op de kerktoren van Urk en 's nachts op de vuren van de vissersvrouwen.
Deze vuren waren niet altijd een goed baken om op de koersen, daar ze bij zware regenval vaak doofden.
Om deze rede n werd er in 1617 op Urk een vuurbaak gebouwd. Een vierkante toren met een kolenvuur er op wat op al de dagen van het jaar in gebruik diende te zijn op verzoek van de handelaren uit Amsterdam.
Dit was niet gebruikelijk, daar men elders dit vuur beperkte tot de wintermaanden. Om aan de kosten tegemoet te komen, werd door de handel het dubbele vuurgeld betaald.
Dit vuur diende niet alleen voor de schippers om hun koers te bepalen maar ook als waarschuwing voor de zandbank, De Vormt, welke voor het eiland was gelegen. Deze ondiepte was een waar schepen kerkhof geworden.  Zij die er op vast liepen hadden weinig kans hun schip te behouden.

In 1660 werd het eiland Urk eigendom van de gemeente
Amsterdam. Door zware stormen nam de zee steeds meer land van het eiland en pleegde de gemeente Amsterdam veel onderhoud aan de zeewering om het eiland te behouden.
De zee rukte steeds verder op naar de plaats van de vuurbaak op het land en men trachtte instorting te voorkomen door er een stenen dam omheen te storten.
In 1837 gaf men de pogingen op de vuurbaak te redden en werd er besloten een nieuwe vuurbaak meer landinwaarts te bouwen.
Deze nieuwe houten vuurbaak kreeg een draailicht en was na de Brandaris op Terschelling de tweede met een draailicht aan de Nederlandse kust. Toch al snel voldeed deze houten vuurbaak niet meer.

 In 1844, tijdens de regering periode van koning Willem II, werd er een bakstenen toren op het eiland gebouwd en een jaar na aanvang van de bouw kon het licht erin worden ontstoken.
De optiek van de oude vuurbaak was naar de nieuwe bakstenen toren verplaatst. 
Zo vormde het hoge licht van de toren samen met het havenlicht een rechte lichtlijn om de schepen te begeleiden die de haven wilde invaren.




In 1885 werd ter eer en glorie van "De Heer" de kerk vergroot en de toren verhoogt. Met deze verhoging had men geen rekening gehouden met het licht van de vuurtoren en zo geschiedde het, dat het licht niet meer vrijuit naar het oosten kon schijnen. De kerktoren te verlagen was uiteraard geen optie en zo werd uiteindelijk besloten om het probleem op te lossen om de vuurtoren te verhogen.
Ondanks dat Urk door de inpoldering van de Noordoostpolder geen eiland meer was bleef de vuurtoren van belang voor de scheepvaart en werd het licht in 1988 geautomatiseerd.
De huidige vuurtoren heeft een lichthoogte van 27 meter, een lichtsterkte van 40.000 kaarsen en is zichtbaar op een afstand van 18 zeemijl (33,3 kilometer).


Ondanks dat Urk geen eiland meer is bleef de tijd er niet stilstaan. De botters waarmee men vroeger viste om de Zuiderzee en later het IJsselmeer maakten plaats voor grotere vissersschepen die hun vangst halen op de Noordzee. Groter scheepswerven zijn er gebouwd voor deze trawlers en jachten.


Karakteristiek zijn de versieringen aan de nok van de gevel van de huizen in Urk. Een versiering die men ook in Friesland veel tegenkomt.
Last van een knorrende maag na het rondwandelen in het dorp en langs de haven, dan is een maaltje vis niet te versmaden in een van de vele eetgelegenheden.
Bij de haven is een grote ruime parkeerplaats waar men vrij kan parkeren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen