woensdag 17 september 2014

MUIDERSLOT IN MUIDEN.

RIDDERS EN DICHTERS.

MUIDEN.

De gemeente Muiden ligt in Noord-Holland aan het IJsselmeer en aan de A1 of de E231 en is een oude Hanzestad.
Het ontstaan van deze gemeente ligt in de vroege periode van de middeleeuwen en werd vermeld onder de naam 'Amuthon' of te wel de monding van de A. De 'A' is de oude naam voor de huidige rivier de Vecht.
In 953 schonk koning Otto I alle goederen behorende tot de villa Amunda en de daar geheven tolgelden aan het Domkapittel van Utrecht.

In het jaar 1122 kreeg Muiden samen met Utrecht stadsrechten van keizer Hendrik V. Bij Muiden ging het alleen om stedelijke rechten.
In 1281 kreeg de graaf van Holland, Floris V, de zeggenschap over Muiden. Muiden viel nu onder het graafschap Holland, maar stond formeel onder toezicht van de bisschop van Utrecht. In 1285 verkreeg Muiden uiteindelijk de fel begeerde stadsrechten van de bisschop.



Muiden en het bijbehorende land werd aan graaf Floris V van Holland geschonken en deze verleende Muiden op zijn beurt in 1296 opnieuw zijn stadsrechten. In dat zelfde jaar werd Floris V, welke heer ook de bouwer van het Muiderslot was, door de edelen  te Muiderberg vermoord. Muiden ging onrustige tijden te gemoed.





VESTINGSTAD.

In 1576 vond werd Muiden aangevallen en een Staatse belegering onder leiding van Diederik Sonoy tijdens de toen heersende 80-jarige oorlog vond plaats. Uiteinde lijk werd de stad ontzet door het Spaanse leger na zware gevechten.
Muiden werd een vestingstad en zou dat tot het begin van de 20e eeuw blijven.
In de 15e eeuw werden er aarden wallen aangelegd en ook het Muiderslot kreeg een omwalling. Door de dreiging van oorlogsvoering in de omgevende landen werd na de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) de vesting gemoderniseerd. In de aarden vesting wallen werden bunkers gebouwd voor een bomvrij onderkomen. Wat hier nog aan herinnert is o.a. het Muizenfort, wat de naam dankt aan de kleur van de uniformen die men er droeg, en de 'Holle Beer'.



De Stenen Beer van Bastion is een dam in de vestinggracht die het zoute water van de Zuiderzee van het zoete water in de gracht moest scheiden.
Deze dam ligt tussen het Muiderslot en de Zuiderzeedijk.
Boven op het dak van deze holle sluisbeer welke een lange gang heeft van 40 meter staat een zgn. monnik. Deze monnik moest voorkomen dat de tegenstander over de beer van de ene naar de andere zijde kon lopen.
De beer is voorzien van schietgaten voor de verdediging. Vanuit de lange gang kan men de inundatiesluis bedienen voor her in- en uitlaten van het water.
Aan de overzijde van de Vecht tegen over het Muiderslot staat een fortificatie uit 1868. Het is een torenfort met daarvoor een batterij in het dijklichaam.
Muiden maakte ook deel uit van de Stelling van Amsterdam, fort eiland Pampus, de Hollandse Waterlinie en later de Nieuwe Hollandse Waterlinie. 


ZEESLUIS.

Een langdurig strijdpunt van zeker een eeuw tussen het graafschap Holland en het Bisdom Utrecht was de bouw van een sluis aan de monding van de Vecht bij de Zuiderzee. De Vecht was voor Utrecht een belangrijke waterweg voor de handel via de Zuiderzee. Utrecht had in 1437 reeds een eigen sluis gebouwd bij Hinderdam welke ongeveer 5 kilometer landinwaarts lag en onder de controle van het bisdom viel.
In 1672 werd Utrecht bezet door het Franse leger en Holland zag hierdoor de kans schoon om te beginnen aan de bouw van een grote zeesluis gelegen bij Muiden. Dit betekende dat de scheepvaart komende en naar Utrecht varend tol moest betalen.
In 1674 kwam de dubbele schutsluis gereed en had aan beide zijden uitwaterings- annex spuisluizen.
Het complex had tot taak om van beide zijden het water te keren. Bij vloed vanaf de zeezijde en bij eb vanaf de rivierzijde. Aan de zeezijde waren extra zware deuren gebouwd welke bij een stormvloed gesloten konden worden. Bij stormvloed was er dan ook geen mogelijkheid om te schutten in de sluis.
De schutsluis had een lengte van 50 meter en een breedte van 7,5 meter. Het complex werd in 1676 uitgebreid met een muur langs de monding van de Vecht om overstromingen te voorkomen.
Buiten dat de sluis bestemd was voor het schutten van schepen had de sluis een militaire functie en maakte zij deel uit van de Hollandse Waterlinie. In geval van inundaties was de beheersing van de inlaat van Zuiderzeewater essentieel. De sluis voorkwam ook het wegvloeien van het water uit de stroomopwaarts gelegen gebieden die geïnundeerd waren.
Na het opheffen van Muiden als een vesting in 1926 en het afsluiten van de Zuiderzee door de Afsluitdijk in 1932 nam het belang van de sluis af.
Nadat de sluis is gemoderniseerd wordt ze hoofdzakelijk gebruikt voor de pleziervaart.


WAPEN EN VLAG VAN MUIDEN.


Het wapen van Muiden is op 26 juni 1816 door de Hoge Raad van Adel toegekend aan deze Noord-Hollandse gemeente. Het schild is van lazuur met in het midden een horizontale baan van zilver. het wordt gehouden door twee schildhouders: een zeemeerman en een zeemeermin. 
Hij houdt een drietand in zijn vrije hand en zij een spiegel. Met hun staarten houden zij een zilveren lint omhoog met de opschrift: Sig. Opp. Mudesis ( zegel van de stad Muiden)
In tegenstelling tot veel ander wapenschilden wordt dit schild niet gedekt met een kroon, maar met een gouden schelp waar een plant uit komt groeien.


SAGE.

Over de zeemeerman en de zeemeermin in het wapen bestaan twee verschillende sage's.
In de eerste sage wordt gesproken over een profetische tekst van de zeemeermin: "Mude zal Mude blijven, Maar Mude zal noit becliven"". Deze tekst zou er op duiden dat Muiden nooit verloren zou gaan. maar dat het geen belangrijke plaats zal worden tussen Utrecht en de Zuiderzee.
De tweede sage is meer romantisch van aard.
Vissers zouden bi het binnenhalen van hun visnet een zeemeermin in hun net hebben aangetroffen. Als zij onderling met elkaar overleggen aan wie ze deze vangst zouden schenken stelde de zeemeermin hun voor haar vrij te laten, daar ze niet lang boven water kon blijven leven. Zo besloten ze haar vrij te laten en terwijl ze weg zwemt zingt zij: "Muiden zal Muiden blijven, Muiden zal nooit beklijven". Na de laatste klanken van haar lied duikt ze onderwater om nooit meer gezien te worden.
Sindsdien zijn veel dorpen en steden tot bloei gekomen of in verval geraakt, maar Muiden is blijven bestaan.
Ook over de kleuren in het wapen zijn verschillende meningen. Het zilver zou de Vecht moeten voorstellen, maar het zijn ook de kleuren van de Hanze, waartoe de stad behoorde.  


 De huidige vlag van Muiden kwam op 21 november 1963 ter vervanging van de oude gemeentevlag.
De vlag heeft de zelfde gekleurde drie horizontale banen als in het wapen van de stad. Alleen heeft zij aan de mastzijde een gele driehoek, de zogenaamde broekingsdriehoek.





Wie Muiden zegt zegt Muiderslot. 
Het is een van de best bewaarde middeleeuwse kastelen van Nederland. Het is niet alleen het oudste kasteel van Nederland, maar ook het bekendste.
De bezetting van het Muiderslot had met zijn 48 schietgaten een volledige controle over het gebied in de bloei van haar tijd.
Het bijna vierkante kasteel van 32 bij 35 meter met zijn ronde hoektorens en fraaie poorttoren beantwoord in alle opzichten aan het archetype van een echt kasteel. Wanneer men precies met de bouw van het kasteel is begonnen is niet met zekerheid vastgesteld.




Men gaat er van uit dat rond 1280 door graaf Floris V begonnen is met de bouw van het kasteel op reeds bestaande vestingmuren met vier ronde torens welke even hoog als de muur waren.
Volgens  oude geschriften werd het kasteel omstreeks 1285 gesticht door Floris V, welke leefde van 1254 tot 1296, nadat hij het gebied rond Muiden onder zijn beheer kreeg.
Floris V had de bijnaam "der keerlen god" (god van de boeren), wat hem populariteit bij het volk opleverde.
In 1291 riep hij zich uit als heerser over Friesland, maar had alleen West-Friesland (Noord-Holland) onder zijn bewind. In dit gebied bouwde hij een vijftal dwangburchten nabij Medemblik, Alkmaar en Wijdenes. Hij voerde oorlog tegen de Friezen om de moord op zijn vader te wreken.



Tijdens een valkenjacht op 23 juni 1296 werd Floris V door zijn eigen edelen overmeesterd en ontvoerd naar het Muiderslot. Toen de bevolking hem wilde ontzetten sloegen de ontvoerders met hem op de vlucht. Bij Muiderberg kwam het tot een treffen, waarop de edelen hem op brute wijze ombrachten.




Tijdens zijn leven liet Floris V de statige en feestelijke Ridderzaal bouwen in Den Haag, zijn grafelijke woonplaats met koninklijke allure.De Ridderzaal werd gebouwd naar voorbeeld van de Westminster Hall in Londen.
Floris V onderhield nauwe contacten met de Engelse koning Eduard welke een bondgenoot van hem was.







Na de dood van Floris V zag zijn aartsvijand bisschop Willem Berthout van Mechelen uit Utrecht zijn kans schoon en trok naar Muiden, waar hij het slot bestormde en maakte het met de 'grond gelijk'.
Het grotendeels verwoeste kasteel werd na 1370 door graaf Hertog Albrecht herbouwd op de oorspronkelijke restanten en uitgebreid tot zijn huidige vorm.
In de 80-jarige oorlog werd in 1577 het slot ingenomen namens Willem van Oranje.


Het kasteel werd gebouwd aan de monding van de Vecht in de Zuiderzee, waar tegenwoordig het IJmeer ligt op een zandplaat. De poortdeuren die er nu zijn waren er vroeger niet en het kasteel was alleen bereikbaar via een ophaalbrug welke in gesloten toestand de ingang tot het kasteel afsloot.
Het gemetselde deel van de brug was vroeger ook van hout, maar dit deel is pas honderd jaar oud.
In de tijd van het bestaan van het kasteel zijn er vele aanpassingen gedaan. Zo dateren de geknikte dakconstructie van de daken en de nieuwe overdekte borstweringen van de torens en de zolderverdiepingen uit het einde van de 19e eeuw.
Door middel van een ketting over de Vecht kon men op die manier tol heffen bij de langsvarende schepen.
De muren van het kasteel zijn gemiddeld anderhalve meter dik. De woonvertrekken van het Slot bevinden zich aan de zijde van de rivier de Vecht en de voormalige Zuiderzee. In die tijd had de Zuiderzee nog een open verbinding met de Noordzee.





















Op de ruime binnenplaats van het kasteel vindt men rechts in de hoek een eretrap welke toegang biedt tot de Ridderzaal van het kasteel. Deze trap werd uitsluitend gebruikt door de kasteelheer en zijn hoge gasten.
Twee vergulde leeuwen op de balustrade verwijzen met hun schilden naar het wapen van de graaf van Holland, de bouwheer van het kasteel.
In het midden van de binnenplaats staat een oude waterput welke ruim honderd jaar geleden is gebouwd. De oorspronkelijke middeleeuwse waterput bevindt zich nog steeds bij de eretrap. Deze waterput was bereikbaar van drie verschillende plaatsen; vanaf de binnenplaats, vanuit de de achterliggende toenmalige bakkerij in de kelder en vanuit de daarboven gelegen keuken.



Het slot kent buiten de middeleeuwse kerkers, torenkamers, wapenkamer, herautenkamer, jachtkamer ook verschillende privé ruimten. In de wapenkamer staat nu een verzameling wapentuig tentoongesteld wat tijdens de middeleeuwen in gebruik was zoals harnassen, steek- of stootwapens zoals hellebaarden en spontons, zwaarden, kruisbogen, stenenkogels en de eerste vuurwapens uit die tijd, de haakbus en musket.


Verder zijn er in het slot de meest vernuftige verdedigingssystemen die de vijand op afstand diende te houden te bezichtigen.




Uiteraard moesten ook de kasteel bewoners hun behoeften doen.
Een kleine ruimte daarvoor noemde men het "gemak".
Deze ruimten waren aan de buitenmuur van het kasteel gebouwd.
Van een spoelsysteem was in die tijd nog geen sprake. De slotgracht werd dus, behalve voor de verdediging van het kasteel ook gebruikt om uitwerpselen in te lozen. Deze plaatsen waren als een vuile bruine streep zichtbaar op de muren van het slot. Dit gebeurde ook met het afval uit de keukens.
Zo werden er veel bacteriën gekweekt in het water van de slotgracht, wat weer ziektes tot gevolg had.
In de winter als de slotgracht was bevroren dekte men de uitwerpselen af met stro of hooi.
Het Muiderslot bezit in totaal negen gemakken; er zijn er vijf zichtbaar.




Buiten ridders die het slot bewoonden heeft het ook dienst gedaan als gevangenis en kazerne.
Maar een van de latere belangrijke bewoners was de letterkundige en historicus Pieter Cornelis Hooft (1581-1647) die er zijn eigen woon-schrijfkamer had. Hij was een van de leden van de Muiderkring, waarvan de leden in de jaren 1615-1645 op georganiseerde bijeenkomsten van de Drost van Muiden bij een kwamen. Tot de Muiderkring behoorden o.a. Constantijn Huygens, Joost van den Vondel en Gerbrand Adriaensz Bredero. Verder kwamen er geleerden als Gerardus Vossius, Casparus Barlaeus en Hugo de Groot.




Tussen de jaren 1956 en 1972 vond er een grote restauratie plaats. Het ging er om het slot te behouden zoals het zich door de eeuwen heen had ontwikkeld. Veel eerdere ingrepen bij een eerdere restauratie werden veranderd of verwijderd, zoals de aangebrachte betimmering en de schouw in de Ridderzaal.
Zo kreeg de Ridderzaal door een nieuwe marmeren vloer een bijna koninklijk allure.
Het merendeel van de meubels, gebruiksvoorwerpen en schilderijen die momenteel in het kasteel te zijn bezichtigen stammen uit de 17e eeuw.


   FLORIS V

 GRAAF VAN

HOLLAND EN

   ZEELAND. 



         



Tegenover de ingang van het kasteel liggen de fraai aangelegde kruiden- en groente tuinen van het kasteel.

( Voor meer informatie; www.muiderslot.nl )

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen