maandag 18 september 2023

HOORN ONTDEKKEN. GEVELS, GEVELSTENEN, ORNAMENTEN, SNIJRAMEN, ETC. (DEEL2)

 

      EEN EENHOORN EN EEN 

        HOORN VAN EEN STIER 

 ZIJ VORMEN HET STADSWAPEN.

                                     DEEL 2.


HOORN ONTDEKKEN (DEEL2).


We verlaten de Roode Steen en wandelen over de grote Oost, slaan aan het eind even de Zon in, lopen terug en gaan verder op de Kleine Oost. Na de Kleine Oost lopen we terug en slaan af neer de Slapershaven en daarvandaan naar de Oude Doelenkade.

Met de klok mee Grote Oost 2.

Wapen van Kayser.

Kaasdragers.

Kaartpasser (later er tussen gevoegd.)






Van links naar rechts Grote Oost 6.

Wapen van Foreest-Akerlaken tussen twee vrouwen.

Wapen West-Friesland-Drechterland.



Van boven naar beneden Grote Oost 7.

Wapen van Drechterland.

Drie boogvullingen boven vensters; wapen Hoorn, wapen Purmerend en Alkmaar.

Vullingen onder de vensters.







Van boven naar beneden Grote Oost 8.

Wapen van Abbekerk.

Wapen geflankeerd door links Neptunes en rechts Mercurius.

Onder op een blauwe achtergrond een gekroond monogram.








Van links naar rechts Grote Oost:

Deurraam met sierlijks smeedwerk
en deurkalf met afbeelding van waterput. nr. 10.

Rechtsboven raamkalf met bloemen.

Rechtsonder deurkalf met bloemen.

Met de klok mee Grote Oost:

Snijraam krans en guirlandes nr. 22.

Vrouw met wapenschild. kinderen en fruit. nr. 24.

Alliantie wapens Alewijn-Swart. nr. 26.

Wapen van Nederland. nr.30.

Jongenskop. nr.33.


Van links naar rechts Grote Oost:

Schidpad. Tekst BENE QUI LATUIT BENE VIXIT (Hij die zich goed verborgen heeft gehouden, heeft goed geleefd.) Nr. 32.

Snijraam  met strik en krans. nr. 41.

Uithangbord van antiekhandelaar.


Grote Oost 43.

Beelden van Venus en Diana, daaronder het wapen van Foreest.

Op de hoeken van het dak, beeld van Minerva en Mars. 





OOSTERKERK.

De Oosterkerk of Sint-Antoniuskerk is gelegen aan de grote Oost nummer 58-60. Het is een kerk, gebouwd in gotische stijl, waarvan de oorsprong terug gaat tot 1450. Opvallend aan deze kerk is de klok  buiten aan de voorgevel. Het huidige aanzien van het schip en de noordelijke gevel dateert van 1616.
De kerk was oorspronkelijk een RK-kerk voor vissers en schippers. Patroon was Antonius de Grote.
De jongere gevel aan de grote Oost is uit 1616 en werd naar ontwerp van Hendrick de Keyser gebouwd, nadat de oude voorgevel op 13 april 1613 was ingestort. Eind jaren '60 van de 20e eeuw is de kerk buiten gebruik gesteld. Na jaren lange leegstand werd de kerk van de sloop gered en gerestaureerd. heden is er alleen op zondag een kerkdienst.

Hoewel de kerk een hervormde kerk is, bevinden zich in de kerk nog verschillende heiligenbeelden. In de kruising bevinden zich nog vier schalkbeelden in de vorm van de vier evangelisten. Het gaat om de heiligen Lucas, Johannes, Marcus en Matteüs. 
 In de Oosterkerksteeg bevindt zich het vijfde heiligenbeeld, nu in de vorm van Sint Antonius, met varken en tau.

Met de klok mee: 

Toren van de Oosterkerk.  

Wapen van Hoorn.

Bouwjaar van de voorgevel.

Een taukruis aan de gevel.

Het beeld van de heilige Antonius met varken en taukruis.


Met de klok mee Grote Oost:

Kolfstok. nr 49.

Mannen verrollen een baal. nr. 83-85.

Zeepaard. nr, 102-104.

Truydeman en zijn wijf. nr. 114.

Anker en Drie gekroonde hamers. nr 114.


Van links naar rechts:

Wapen van prins Maurits. Grote oost nr. 132 .

Tekst aan gevel van pand in Zon.



Grote Oost 132 hoek Slapershaven.

Tekst en afbeeldingen herinneren aan de Bussu Zeeslag in 1573 op de Zuiderzee, tussen de watergeuzen en een Spaans-Vlaamse vloot, die werd gewonnen door de watergeuzen.





O LOFFELIJKE DAED O! SCHOONE GULDE TIJDEN! WIE DAT ER AAN GEDENKT, DIE MOET HEM NOG VERBLIJDEN. HET LAND DAT SCHUT, EN BEEFT, DEN VIJAND DIE KOMT AAN. HIJ WIL MET AMLERGANTSCH ISRAËL VERSLAEN. HIJ KOOMT MET GROOTE MAGT, MAAR GODT HEEFT ONS GEGEVEN OOK ARONS ENDE HURS, WIENS NAMEN ZIJN GESCHREVEN.



Kleine Oost.

Groente en fruit. nr. 17.

Tulpje in geveltop. nr. 38.



OOSTERPOORT.

De Oosterpoort is de enige overgebleven stadspoort van Hoorn. De poort staat aan de rand van de binnenstad, aan de Draafsingel. die overbrugt wordt door een gemetselde boogbrug, bestaande uit zeven bogen en is voorzien van een smeedijzeren hekwerk.

De poort werd gebouwd in 1578, en het betrof toen eigenlijk een poort in de aarden omwalling van de stad. De doorgang werd licht gebogen gebouwd, mogelijk om het moeilijker te maken om van buitenaf met een kanon de stad in te schieten.
Joost Jansz. Bilhamer ontwierp de poort aan de stadszijde van baksteen met afwisselend lagen natuursteen en aan de landzijde geheel van natuursteen. de doorgang wordt aan beide zijden geflankeerd door Toscaanse pilasters. Aan de landszijde  zijn er naast de pilasters ook nog gebeeldhouwde kanonslopen geplaatst.


Oosterpoort; Kleine Oost-Draafsingel.

Tekst boven de poortboog.

Gebeeldhouwde kanonsloop. 





In 1601 werd bovenop het gewelf van de poort een woonhuis gebouwd voor de poortwachter. De poort ligt aan de in 1577 gegraven, voormalige verdedigingsgracht "Draafsingel'.
De poort verving de eerste Oosterpoort, die op oude stadskaarten vermeld staat en ongeveer 500 meter dichter bij de binnenstad stond, en in 1818 werd afgebroken. Deze poort is afgebeeld op de gevel van de middelste van de drie Bossuhuizen.

Wapenschilden aan de Oosterpoort.

Met de klok mee:

Wapen van Phillips II.

Wapen van Holland.

Wapen van West-Friesland.

Wapen van Oranje.

Wapen van Hoorn.



Bossu-panden nummer 1 en 2 aan de Slapershaven met afbeeldingen van de de 'Slag op de Zuiderzee'.








De Bossu-zeeslag, beter bekend als de Slag om de Zuiderzee vond plaats op 11 oktober 1573.
De watergeuzen hadden reeds enkele strategische plaatsen veroverd op de Spaanse legers, zoals Den Briel op 1 april 1572, en Vlissingen op 22 april 1572. Daarnaast had ook Enkhuizen zich achter de prins van Oranje geschaard op 21 mei 1572. Hierdoor konden de geuzen de Rijn, Schelde en Zuiderzee blokkeren. Deze blokkades leidden ertoe dat de Spaanse tropen onder leiding van de hertog van Alva het financieel moeilijk kregen, in een periode dat de Spanjaarden succesvol waren. Door de succesvolle veldtocht vielen veel steden in handen van de Spanjaarden, waaronder Mechelen, Naarden, Zutphen en nog andere steden in Gelderland en Overijssel.


HAARLEMMERMEER.

Midden juli 1573 verslaan de Spanjaarden de geuzenvloot op het Haarlemmermeer, waarna Haarlem niet meer bevoorraad kan worden en moet capituleren. Maar het tij keert ten gunste van de opstandelingen tegen het Spaanse gezag. De Spaanse troepen druipen af na een mislukt beleg van Alkmaar, nadat de watergeuzen de polders onder water hebben laten lopen. Bij Alkmaar begon  de "Victorie". De watergeuzen blokkeren nu de Rijn, de Schelde en het IJ bij Amsterdam en de Zuiderzee. Op 14 september 1573 beschieten Spaanse schepen schansen van de watergeuzen in Noord-Holland.  Alva wil de vijand op de Zuiderzee verjagen, maar door het slechte weer moet hij zijn plan enkele weken uitstellen. De geuzen krijgen zo de kans hun verdedigingswerken bij Schellingwoude te herstellen.

SLAG OP DE ZUIDERZEE.


OP 1 oktober lukt het de Spanjaarden, wat voornamelijk Amsterdamse burgers zijn, in opdracht van Alva onder leiding van Bossu, Amsterdam te verlaten via openingen tussen de zinkschepen op het IJ.
De zinkschepen hadden niet de gehele doorgang verspert.
De schepen van de watergeuzen, onder leiding van Cornelis Dirkszoon, de burgemeester van Monnickendam patrouilleerden bi Pampus en zeilden naar Marken om Bossu naar open water te lokken. Bossu weet met zijn 18 schepen en een groot aantal transportschepen de schans bij Stellingwoude te bereiken en te bezetten. Hierop keert hij terug naar Amsterdam.

Na zijn besprekingen in Amsterdam met de hertog van Alva, vaart Bossu op 5 oktober wederom uit, nu met het doel om zich te verenigen met een in Friesland uitgerust eskader en vervolgens de Zuiderzee van opstandelingen te zuiveren.
Bossu komt in aanraking met de Noord-Hollandse vloot onder bevel van Cornelis Dirkszoon, bij het eiland Marken.
De Noord-Hollandse vloot had er voor gekozen om Bossu te treffen in open water en daarom bij de aanval op Schellingwoude niet had ingegrepen. Voor het eerst beschieten beide vloten elkaar
De eerste gevechtsdag verliep voor Bossu betrekkelijk gunstig: één van zijn schepen werd veroverd, maar later weer hernomen.
De volgende vijf dagen wordt er nauwelijks gevochten: doordat Bossu de loef had, konden de Noord-Hollandse schepen de zijne niet naderen om te enteren, terwijl hij wel gebruik kon maken van zijn artilleristisch overwicht.
Aan beide zijde vallen veel slachtoffers. De strijd is onbeslist.


De volgende dagen is de wind ongunstig om te enteren. Toen de schepen op zondag 11 oktober Hoorn voorbij waren gezeild, draaide de wind voor de geuzen in een gunstige richting, waarvan Cornelis Dirkszoon gebruik van maakte om met zijn vlaggenschip dat van Bossu, de 'Inquisitie' te enteren, welk voorbeeld door twee andere schepen werd gevolgd.
De 'Inquisitie' loopt na enige tijd vast op een zandplaat bij de Nek van Wijdenes. De Watergeuzen krijgen tijden de gevechten de overhand doordat zij vanuit de nabij gelegen stad Hoorn nieuwe manschappen en munitie krijgen aangeleverd. 
Na een hardnekkige strijd gaf Bossu zich in de namiddag van 12 oktober over op de conditie van lijfbehoud voor hem en de zijnen. Cornelis Dirkszoon raakt bij dit gevecht gewond en schipper Jan Floor neemt het bevel van het over.



Een zekere Jan Haring doet tijdens de zeeslag van zich spreken door in het wand van het vlaggenschip van Bossu, de 'Inquisitie', te klauteren, de admiraalsvlag los te snijden en de prinsenvlag te hijsen.
Tijden het naar beneden afdalen, raakt een kogel hem in de borst en dood valt hij in zee.
Zijn scheepsmaten halen zijn lichaam uit het water en dragen hem nadat de gevechten zijn beëindigd in een openkist naar het stadhuis, waar velen hem de laatste eer bewijzen. 
De admiraalsvlag wordt in de toenmalige Grote Kerk opgehangen.
Het strijken van de admiraalsvlag betekende het einde van de zeeslag. van de overige schepen van de vloot van Bossu, die zich in het algemeen zwak verweerden, werd een vijf- of zestal genomen, de  overige waaronder die van de Bussu's onderbevelhebbers Van Boschuysen en Jan Simonszoon Rol, vluchten terug naar Amsterdam.
Door dit gevecht verwierven de aanhangers van de Prins van Oranje de onbetwiste heerschappij op de Zuiderzee; de blokkade van Amsterdam bleef gehandhaafd tot 1578, wat belangrijke economische gevolgen met zich meebracht. 

De voorwaarden van de capitulatie van Bossu werden hem toegezegd. Bossu werd gevangen gezet, in het voormalige weeshuis van Hoorn en werd in 1576 vrijgelaten, na de Pacificatie van Gent. de gevangen genomen Spaanse soldaten werden geruild tegen gevangengenomen Haarlemmers.



De stad Hoorn schenkt in 1619 het zogeheten Bossuraam dat de Slag op de Zuiderzee uitbeeldt aan de Oosterkerk van Hoorn. Op de afbeelding enteren de watergeuzen het schip van Bossu.



Tekst Slapershaven 1.



TOT DAT MEN OVERWINT GELIJCK HET IS GESCHIET, WAER VAN MEN HUYDEN NOCH EEN KLARE TEKEN SIET.



Tekst Slapershaven 2.



BOSSU ZEESLAG D 10 M D II DAG 1573 TOT EER VAN HAER GESLAGT, TOT LOF VAN DESE DAAD, DIE KLAMPEN HEM AEN BOORT DIE WETEN NOCH WEL RAEDT. HIER IS EEN HOORNS HOP DAER GAET 'T OP EEN VEGHTEN, DAER SIET MEN 'T EENE SCHIP VAST AEN'T ANDER HEGTEN, DAER SIET MEN RECHTE LIEFDE DAER DOET MEN ONDERSTÁNT, DAER VEGHT MEN SONDER GELT VOOR'T LIEVE VADERLAND.

De twee panden Oude Doelenkade 17-19 zouden een tweeling kunnen zijn als nummer 19 niet breder en iets hoger was als nummer 17.
Beide hebben een fraaie trapgevel.

Ook nummer 21 is een fraai pand.







Met de klok mee Oude Doelenkade 17-19.

Leeuwenkop als hoeksteen.

Bouwjaar anno 1616.

Leeuwenkop als hoeksteen.

Wapen van Amsterdam.

Zeilschip. In den Ostervarer.


Met de klok mee Oude Doelenkade 21.

Wapen van Hoorn.

Zeilschip. In de stretvarer.

Wapen van Alkmaar.

Mannen en vrouwen kop anno 1618.





Oude Doelenkade 49.

Brugwachter.









               Zie vervolg: HOORN ONTDEKKEN. GEVELS, GEVELSTENEN, ORNAMENTEN, 
                                                          SNIJRAMEN, ETC. DEEL 3.



vrijdag 15 september 2023

HOORN ONTDEKKEN. GEVELS, GEVELSTENEN, ORNAMENTEN, SNIJRAMEN, ETC. (DEEL 1)

 


      EEN EENHOORN EN EEN 

      HOORN VAN EEN STIER 

ZIJ VORMEN HET STADWAPEN.



HOORN. 


Hoorn is een stad en gemeente in de regio West-Friesland in de provincie Noord-Holland.
De gemeente ligt via het Hoornse Hop aan het Markermeer.
Volgens oude Friese legendes is Hoorn gesticht door Hornus, stiefzoon van koning Radboud. Hij stichtte volgens de legende in 716 in het westen van Friesland aan het water een plaats en noemde die naar zichzelf. Dit was onder de Friese adel vrij gebruikelijk. Dezelfde legende vertelt ook dat het plaatsje in 724 afbrandde, en het toen jaren duurde eer het weer werd opgebouwd.
Voor zover deze legende klopt, hoeft dit Hoorn niet op de huidige plaats gelegen hebben, maar wellicht in het gebied dat later door de Zuiderzee overspoeld is.
Oude restanten van bewoning die bij archeologische opgravingen zijn gevonden, dat deze stammen uit het jaar 1200. Hoorn was toen niet meer dan een kleine plaats, met boerderijen en enige handel, maar duidelijk is dat Hoorn ruim 700 geleden ontstond als een kleine nederzetting aan de monding van het riviertje de Gouw dat in de Zuiderzee uitstroomde. Het dorp bleek een gunstige ligging te hebben voor de handel over water en groeide zo snel uit tot een kleine stad. Het stadje werd Horne genoemd wat bocht of hoek betekent in de middeleeuwen; dit werd later Hoorn.
Graaf Willem V gaf Hoorn in 1357 stadsrechten. In ruil voor een enorm bedrag van 1550 schilden (gouden ecu's) kreeg het stadsbestuur allerlei vrijheden. De oorkonde is als oudste stadsdocument in het Streekarchief te vinden.

Oorspronkelijk bestond de bevolking van Hoorn voornamelijk uit schippers, vissers en boeren.
De boeren verhuisden snel naar de rand van de stad toen deze begon te groeien. De schippers hielden zich bezig met handel overzee of de haringvisserij, volksvoedsel nummer één.
De stad bleef maar groeien en in 1426 wordt als eerste stad in West-Friesland een aarden omwalling aangelegd met houten poorten en wachthuisjes die later verstevigd werd en grote diensten bewees bij de verdediging van de stad. Ambachtslieden en handelaren vestigden in de stad en de Gilden komen ook tot bloei en daarmee de gehele stad. Zie het Timmermansgildehuis aan Dal 3.

(Zicht op Hoorn gedurende de VOC periode.)

Hoorn staat bekend als een van de belangrijkste VOC steden in Nederland, samen met Amsterdam, Middelburg, Rotterdam, Delft en Enkhuizen.  De kamer van Hoorn legde een bedrag van 266.868 gulden in. Jaren lang werd er zeer veel geld verdiend met de handel in specerijen vanuit het verre Oost-Indië.
Er zijn nog vele elementen aan te wijzen die herinneren aan die tijd.
Op de Roode Steen staat het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, de Gouverneur-Generaal die de stad Batavia stichtte het huidige Jakarta op Java.


De avonturen van Hoorns rijke zeevaarthistorie spreken nog altijd tot de verbeelding.
Vaak op gevelstenen aan de oude woningen en in de haven waar nog zeilschepen liggen waarmee de onverschrokken zeelieden voor jaren de wereldzeeën over trokken.
Voor de romanticus zijn er de in brons afgebeelde 
'Scheepsjongens van de Bontekoe' welke vlakbij de Hoofdtoren schalks over de havenmuur uitkijken naar de voormalige zee.



WAPEN VAN HOORN.

Het wapen van de stad Hoorn is een stadswapen dat al sinds de middeleeuwen bestaat, al zijn er in de loop der tijden wel wijzigingen in aangebracht. Het wapen werd bevestigd door de Hoge Raad van Adel op 20 februari 1816.
De beschrijving is als volgt: "van zilver, beladen met een hoorn va\n keel (rood), geringd van goud, geband van lazuur (blauw), met gouden kwasten, het schild van achteren vastgehouden door een zittende Eenhoorn van keel (rood), gehoornd, gemaand, gebaard, gevlokt en gestaart van goud".
 
Het ontstaan van het wapen is ook weer aan een legende  gebonden:
Het eigenlijke wapen, een schild in zilver, toont een muziekhoorn aan een strik. Volgens een volksverhaal is het de hoorn van een stier die uit Monnickendam was weggevlucht en een hoorn verloor bij het inbeuken van een stadspoort in Hoorn. Bij het zien van de hoorn besloot de schout dat die in het wapen van de stad, die nog geen wapen had, moest komen.
De hoorn maakt het wapen tot een sprekend wapen.

De hoorn zelf heeft altijd in het wapen gestaan, maar in de loop der jaren zijn er verschillende schilddragers geweest, in de 15e eeuw zijn zowel Maris, met kindeke Jezus, als Johannes de Doper, de schutspatroon van de stad, drager geweest bij verschillende officiële stukken. Normale stukken hadden Maria op een gotische troon met daaronder het stadwapen. De geheimzegel van de stad toonde Johannes de Doper met het wapen aan zijn voeten.
Vooraanstaande burgers en geestelijken hebben een rol gespeelt in het ontstaan van het stadswapen. In 1486 verscheen voor het eerst de zittende eenhoorn achter het schild. In 1538 verscheen het stadswapen op een gevelsteen aan de Oosterpoort met twee eenhoorns, wat was gebaseerd op het wapen van de bisschop van Utrecht en symboliseren het geestelijke gezag van deze kerkvorst. Deze poort bevond zich tussen het Kleine - en Grote Oost.

Tijdens de Franse overheersing werd het wapen veranderd naar Frans model. Een gevlegelde adelaar kwam op de plaats van de hoorn te staan. met de komst van de Bataafse republiek werd het wapen van voor de Franse overheersing hersteld. Om het officieel te maken werd het ook aangevraagd bij de Hoge Raad van Adel die het bevestigde. 

HOORN ONTDEKKEN.

Mijn eerste kennismaking met Hoorn was op 12 oktober 2007, het jaar dat de stad Hoorn haar 650 jarig bestaan vierde. Het was een korte ontmoeting vanuit de Binnenhaven naar het Rode Steen, maar was genoeg om te besluiten terug te keren naar deze historische stad vol fraaie gevels met gevelstenen.
Zo gedacht en zo gedaan.


Deze speurtocht door Hoorn begint bij het NS-station. Lopen via het stationsplein naar Keern, van Keen via de Noorder Veemarkt naar de Kleine Noord, de Grote Noord naar Roode Steen.


Van links naar rechts Keern:  Wapen van Haasdrecht nr. 95; Koe tussen Bomen nr 217; Naar de stal brengen van vee nr.219.


Van links naar rechts Kleine Noord:

Hertenkop met groot gewei. nr 5.

Paard. nr. 8.


 


NOORDERKERK.

Met de klok mee:

Westgevel met klok aan het Kleine Noord nr. 30.

Skelet, anno 1647 EN MESSEN IMMORTALITATIS. ( zie de oogst der onsterfelijkheid).

Doodshoofd, HIC META DOLORIS.
(dit is het einde van de pijn).



De Noorderkerk of Vrouwenkerk is een driebeukige hallenkerk gelegen aan de Kleine Noord.
De kerk is het oudste gebouw van de stad Hoorn en is gelegen tussen het Kleine Noord en de Veemarkt.
In 1426 werd op de plek van de middelste hal een houten kapel gebouwd, dat vanwege een groeiend aantal bezoekers voor het Mariabeeld te klein werd. In 1441 werd begonnen met de bouw van een stenen kerk. Deze kerk werd op zijn beurt ook te klein waarna in 1506 aan de zuidelijke gevel een tweede hal werd gebouwd. Drie jaar later, in 1509 begon de bouw van de bouw van de noordelijke hal. Deze hal werd in 1519 afgerond.



De vloer in de kerk is bedekt met grafstenen, waaronder die van de vader van Willem IJsbrandsz. Bontekoe. Veel van deze grafstenen liggen na een restauratie in 1853 niet meer op de juiste plaats. Ook de Hoornse ontdekkingsreiziger Willem Cornelisz. Schouten die in 1625 overleed, ligt hier begraven.



Met de klok mee Grote Noord:

Fraai bovenlicht.

Wapen van West-Friesland nr.3.

Hijsblok. nr.9.

Ketel. nr. 50.

Ketting Gulden Vlies. nr 40.

Deurkalf. Vogels en vissen. nr 31.



Met de klok mee Grote Noord:

Levensboom. nr 67.

In de twee vergulde hoofden. nr. 104.

Wan. nr. 138.





ROODE STEEN.

De Roode Steen of Kaasmarkt is het centrale plein van Hoorn op het kruispunt van de Grote Noord, West, Kerkstraat en Grote Oost.
De Roode Steen wordt gekenmerkt door het 17e eeuwse Statencollegegebouw, waarin zich het West-Fries Museum bevindt en de Waag.
De Roode Steen is vernoemd naar een steen waarop executies plaatsvonden. De originele steen bevindt zich in het West-Fries Museum, op het plein is een replica aangebracht. 
Tot aan 1797 stond het stadhuis van Hoorn aan het plein. Dit werd vanwege slechte staat gesloopt en het stadhuis werd gevestigd in het verderop gelegen Statenlogement.
Op het plein staat het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen de stichter van de stad Batavia, Nederlands Indië, het huidige Jakarta op Java, Indonesië.


Met de klok mee Roode Steen: Voorgevel van het West-Fries Museum; In top van gevel het wapen van Oranje, HONI SOIT QUI MAL Y PENSE; Daaronder wapen van West-Friesland; Op daarnaast gelegen gebouw van het museum het Wapen van West-Friesland; Standbeeld van Jan Pieterszoon Coen.

WEST-FRIES MUSEUM.

het hoofdgebouw waar het museum in gevestigd is, was aanvankelijk het Statencollege, de vergaderplaats van de Gecommitteerde Raden in West-Friesland en het Noorderkwartier., als onderdeel van de Staten van Holland en West-Friesland.
Het pand werd in 1632 gebouwd en heeft een gevel in de stijl van de Hollandse renaissance. Tijdens de Franse periode werd het gebouw in 1795 een rechtbank.
Op 10 januari 1880 werd het museum aan de achterkant van het gebouw gevestigd. De cellen die in deze tijd zijn gebouwd bevinden zich nog altijd op de zolder van het museum.
Tot 1932 deelden kantongerecht en museum het gebouw. In 1953 werden onder het gebouw 15e eeuwse kelders ontdekt. Deze zijn na restauratie in gebruik genomen als expositieruimte voor archeologische voorwerpen uit Hoorn en omstreken. In 1994 kreeg het museum uitbreiding, met een naastgelegen gebouw, Roode Steen nummer 16. Een pand dat oorspronkelijk uit twee huizen bestond en dat in 1790 een voorgevel in classicistische stijl kreeg. In 2018 verliet de toenmalige huurder, de Rozenkruisers, Roode Steen nummer 15. Het pand kwam leeg te staan en zou na archeologische onderzoek bij het museum gevoegd worden.

Het museum heeft een grote collectie schilderijen en gevelstenen.

Met de klok mee West-Fries Museum:

Verliefd kijken jonge man in de tuin.

Oude daknok met wapen in de tuin.

Verlegen terugkijkend meisje in de tuin.

Mozaïek met wapens van Hoorn en Batavia.



Gevelsteen Roode Steen 2. INDYSERMAN.

De afbeelding op deze steen toont op enigszins primitieve wijze een mansfiguur, die is weergegeven in wat onze ogen lijkt op een uitdossing van een Romeins soldaat. Vooral de wapenrok en de gepluimde helm spreken hierbij tot de verbeelding. In de enen hand houdt de figuur een hamer met een lange steel, in de andere draagt hij een buidel of zakje.
Aangezien de gevelsteen eveneens de naam "In dyserman" draagt, zal de afgebeelde persoon niet zozeer een Romeinse strijder voorstellen, als wel een wapensmid in Romeinse krijgsdienst, die hier gekozen is als symbool voor een "ijzerman`. Dat de hamer een smidshamer moet voorstellen zal duidelijk zijn.
De betekenis van het buideltje is minder. Het zou een geldbuideltje kunnen zijn of een zakje grondstof voor ijzer, ijzeroer. Het blijft de vraag waarom de steel van de hamer zo lang is en waarom de man een geldbuideltje zou dragen.

DE WAAG.

De Waag is gelegen op de hoek van Roode Steen 8 en Grote Oost 1.
het gebouw werd in 1609 naar ontwerp van Hendrick de Keyser gebouwd en zeer waarschijnlijk is ook de eenhoorn met het stadswapen van zijn hand. De eenhoorn was in 1609 reeds vermiljoen.

Het gebouw was het middelpunt van de kaasmarkt die vanaf de tweede helft van de 17e eeuw wekelijks werd gehouden.
Het belang van Hoorn als zeehaven nam af, maar als handelscentrum ging het juist een grotere rol spelen. De verkochte partijen kaas werden hier gewogen, maar ook kon iedereen hier onder toezicht en na betaling zijn andere goederen laten wegen

In de hoogtijdagen van de Hoornse kaasmarkt werd hier jaarlijks drie miljoen kilogram kaas verhandeld, maar door de opkomst van moderne kaasfabrieken in de omringede plaatsen kwam in de loop van de twintigste eeuw een einde aan de markt

Rond 1900 werd in het lokaal boven de Waag lesgegeven aan de leerlingen van de lokale tekenschool. Onder andere Johan Kerkmeijer gaf dan les.

Er is al vele jaren een grand café in het gebouw gevestigd. Binnen zijn nog vele oude materialen en gereedschappen tentoongesteld.


We verlaten Roode Steen en vervolgen onze wandeling over de Grote Oost naar de Kleine Oost.



          Zie vervolg: HOORN ONTDEKKEN. GEVELS, GEVELSTENEN, ORNAMENTEN, 
                                                      SNIJRAMEN, ETC. DEEL 2.