zondag 23 oktober 2016

CATAMARAN / DUBBELROMPSCHIP. HOE EN WAT? (DEEL 1)


EEN VAARTUIG MET TWEE ROMPEN. (1)

Gatamaran, ook catimoran of catamaron, generieke benaming voor verschillende vlotten.


(1) DE OORSPRONG VAN DE NAAM.

Oorspronkelijk een vlot voor de visserij, vooral verspreid aan de zuidkust van India en op Ceylon.
De benaming komt uit het Tamil van de kust van Ceylon (Sri Lanka), waar men het 'kattu-maram'
(gebonden stammen) noemt.
In het Singalees heet het 'theppama'. Het vlot bestaat uit 3 tot 5 boomstammen die door dwarsbalken bij elkaar worden gebonden.

(2) DE BOOT-CATAMARAN.

Een paar gekoppelde boot-catamarans van Travancore in India getuigd met het gebruikelijke zeil.

Boot-catamarans bestaan uit twee vlotten van iets verschillende lengte, elk van drie boomstammen. Het grootste meet circa 23 voet bij 3 voet, het kleinste circa 20 voet bij 2,5 voet.
Bij elk vlot is de middelste boomstam iets langer dan de buitenste. Deze zijn er zo aan bevestigd dat de middelste ook dieper ligt en zo een soort kiel vormt.
Aan de koppen zijn de boomstammen vlak geschaafd zodat een ruwe bootvorm ontstaat. De drie stammen worden samen gehouden door een vork, waaraan zij gebonden zijn met touwen in daartoe bestemde groeven.
Het vaartuig wordt door twee mannen met gespleten bamboepaaien voortbewogen.,
Om de visgronden te bereiken wordt een driehoekig zeil bijgezet aan een 10 voet lange mast die in de kop van het grootste vlot gezet wordt met een sterke voorwaartse helling.
Bij het zeilen liggen beide vlotten niet evenwijdig maar met uiteenwijkend achtereind. Zij worden gebruikt voor de spanvisserrij.


Het Coromandeltype, waarvan ook verschillende soorten bestaan, is het meest ontwikkelde type.
De grootste, de kolamaram, wordt door de visserij op vliegende vissen gebruikt. Deze boot-catamarans blijven dikwijls verscheidene dagen op zee.
Deze romp bestaat uit zeven balken. Aan stuurboord is een achtste gebonden waarop de bemanning bij het vissen hurkt.
De boomstammen zijn zo bewerkt dat het vlot een concave vorm krijgt.
Aan het voorschip is een openstaande boeg uit vijf balken gemaakt. Om bij de wind te zeilen worden twee middenzwaarden aangebracht: één nabij de grote mast en één aan de achterkant.
De stuurriem wordt ook als zwaard gebruikt. De tuigage bestaat uit twee paar naar voren hellende masten met een soort latijnzeil, die aan de lijzijde van het vaartuig worden geplaatst.
Catamarans worden ook gebruikt in Vietnam, Indonesië, Australië, Melanesië, op de Salomons Eilanden en in Brazilië.


(3) DE NAPOLEONTISCHE OORLOGEN OP ZEE.

Tijdens de Napoleontische oorlogen bouwden de Engelsen vlotten die men eveneens catamarans noemde.
Deze vlotten werden beladen met grote hoeveelheden brand- en springstoffen en s'nachts in de nabijheid van de schepen van de Franse vloot van Boulogne gebracht met het doel deze branders op de stroom te laten afdrijven naar de vloot en deze in brand te steken.

(4) HET CATAMARAN ZEILJACHT.

Een catamaran zeiljacht is een zeiljacht met twee gelijke rompen, die elkaars spiegel;beeld zijn en die afstand zijn verbonden met een doosvormige of balkvormige brug.

Dit jacht ontleent zijn naam ten onrechte aan de door inlanders van Sri Lanka (Ceylon) gebruikte vissersboten.
In werkelijkheid is het catamaran jacht geïnspireerd op de dubbelkano's van de Polynesiërs. In het midden van de 17e eeuw beval reeds Sir William Petty (1623-1687) een soort zeilende dubbelboten voor de Royal navy.
In de Verenigde Staten van Amerika lieten de gebroeders Stevens in 1820 de eerste zeiljacht-catamaran bouwen, de 'Double Trouble'. Maar door vele gecompliceerde problemen en de teleurstellende snelheden voldeed dit type zeilboot niet aan de verwachtingen. Pas toen men beter inzicht kreeg in de hydrodynamische eigenschappen van de slanke rompen, en toen men met moderne constructie methoden en nieuw ontwikkelde materialen een licht en toch een sterk geheel kon bouwen, lukte het met zeilende catamarans hoge snelheden te bereiken.

In basisvorm bestaat het zeilschip uit twee plakhouten aluminium of met glasvezel versterkte plastic rompen, die op enige afstand van elkaar door een metalen , houten of kunststof brug zijn verbonden.
Op de brug staat de mast, meestal met sloeptuig. De brug bevat dikwijls een deel van de accommodatie, die soms verwijderbaar is om bij wedstrijden het gewicht te verminderen.
Elke romp heeft een roer, meestal onderling verbonden, en veelal een intrekbaar zwaard.
Als hulpvoortstuwing kan in elke romp een binnenmotor worden geplaatst of kan men één of meer buitenboordmotoren gebruiken.
Een catamaran zeiljacht van circa 9 meter kan zeilende een snelheid van 20 knopen (37 km/uur) of meer bereiken. Belangrijk bij de catamaran is, dat het zeiloppervlak snel aan de windsterkte kan worden aangepast, meer dan bij een enkelromp kieljacht. Daarom moet men snel kunnen reven en uitreven. Om het drijfvermogen te vergroten kunnen alle niet bruikbare holten en ruimten worden volgespoten met schuimplastic.
De dubbele romp bleef van de opkomst van de stoommachine en de scheepsmotor de scheepsbouwers inspireren tot de bouw van het 'dubbelrompschip'.


            ( Zie vervolg deel 2. CATAMARAN / DUBBELROMPSCHIP. HOE EN WAT?)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen