maandag 6 april 2015

SCHEEPSROER. WAT IS DAT?

OM EEN VAARTUIG TE BESTUREN.

Zolang de mens de wateren reeds heeft bevaren, heeft men zijn vaartuig moeten besturen om op de plaats van bestemming te komen.


Het roer is een toestel waarmee een vaartuig wordt bestuurd, in het bijzonder de verticale vlakke plaat die scharnierend aan de achtersteven is bevestigd, of een soortgelijke voorziening waarmade de vaarrichting kan worden veranderd.
Indien men op een vaartlopend schip het roerblad uit het midscheepse vlak naar stuurboord (rechts) of bakboord (links) draait, wordt het roeroppervlak zodanig door het aanstromende water getroffen dat aan de naar het aanstromende water gekeerde zijde een overdruk en aan de andere zijde een onderdruk ontstaat, hetgeen het achterschip doet uitscheren in een richting tegengesteld aan die waar het roer op dat ogenblik ligt.


(1) - (Roer aan stuurboordzijde Egyptisch vaartuig.)

De oorspronkelijke vorm van deze inrichting is de roeiriem die vanaf het achterschip werd uitgestoken om aan één der beide zijden tegenkracht te geven en aldus het vaartuig van richting te doen veranderen. 
Een verbeterde bevestiging van een dergelijke riem, waarbij de draaiing van het blad om de eigen as reeds de vereiste uitscherende werking teweegbracht leidde tot een speciaal voor dit doel geconstrueerde en op het schip gemonteerde stuurriem, het zo genaamde stuurboordroer.
Deze voorziening bestond reeds in de Egyptische oudheid en werd plaatselijk voor kleine vaartuigen nog toegepast tot in onze eeuw.



(2) - (Stuurinrichting van een Romeinse koopvaarder
rond 200 n.Chr.)

Verklaring van de cijfers:
1. - Achterstevenbeeld.
2. - Roergangers.
3. - Helmstokken.
4. - Roerschacht.
5. - Achtersteven.
6. - Touwen die het roer dragen.
7. - Sjorring van de schacht aan de achterbalken
      van de zijgalerij.
8. - Zijgalerij.
9. - Blad van het roer.

De Romeinen pasten een verbeterde manier toe en maakten gebruik van een bakboord- en stuurboordroer hetgeen het schip een stuk sneller manoeuvreerbaar maakte.


 (3) - (De wijze van het roer en de ophanging ervan welke rond 850 n. Chr. werd toegepast door de Vikingen aan het Gokstadschip)

Verklaring van de cijfers:
1. - Stuurriem van opzij gezien.
2. - Achteraanzicht van de stuurriem.
3. - Helmstok.
4. - Roertouw.
5. - Knoop in eind van roertouw.
6. - Steunklamp.
7. - Touw om het roer te lichten.
8. - Naaiing, sjorring, strop terbevestiging
      van het roer.

Ook hier werd gebruik gemaakt van het stuurboordroer.

In Noordwest-Europa kwam in de 12e eeuw het stevenroer in gebruik, een zeer logische en baan brekende vernieuwing.

(4) - (Stevenroer van een klein middeleeuwsschip.)

Verklaring van de cijfers:
1. - Roerschacht.
2. - Roerklik.
3. - Roerkop.
4. - Helmstok.
5. - Roerhaken.
6. - Veren van de roerhaken.
7. - Veren van de vingerlingen.

De nieuwe bevestiging stimuleerde de toepassing van een rechte achtersteven en was daardoor van invloed op de ontwikkeling van de scheepsvorm. De grootte van het roer op de zeeschepen werd in belangrijke mate bepaald door de beperkte constructie mogelijkheden. Een te groot roerblad sloeg eerder aan stukken en was bovendien met de bestaande mechanische middelen niet te hanteren. het sturen diende dan ook mede met de zeilen, en op kleine schepen soms met te boord gebrachte roeiriemen te geschieden. De latere constructie van ijzeren roeren, alsmede de grotere krachten die bij de bediening konden worden aangewend door gebruikmaking van mechanische hulpmiddelen, maakten reeds in de voor laatste eeuw grotere roerklikken mogelijk. De invoering van stoomkracht leidde tot gebruik van stuurmachines die de bediening vergemakkelijkten.

(5) - (Roer van een houten zeilschip.)

Verklaring van de cijfers:
1. - Roer.
2. - Roerpen.
3. - Kop van het roer.
4. - Roerkoning of stander.
5. - Veren van de roerhaken.
6. - Vingerlingen aan achtersteven.
7. - Veren van vingerlingen.

Nog effectiever werd het roer na de invoering van de scheepsschroef die het water direct tegen de klik stuwde en daardoor stuurwerking zelfs bij zeer geringe vaart mogelijk maakte.
Deze omstandigheden beïnvloedden in belangrijke mate de verdere ontwikkeling van het roer. De grotere snelheid waarmee het door het schroefwater werd getroffen, stimuleerde profilering tot verschillende soorten gestroomlijnde roeren, die in vele gevallen niet meer aan de steven waren bevestigd, doch als vrijhangend, balansroer, om eigen as draaiden.


(6) - (Balansroer of evenwichtsroer.)

Verklaring van de cijfers: 1. - Koning. 2. - Roer. 3. - Hak, hiel of zoolstuk
                                           van de kiel.

Dit is bijvoorbeeld het geval met het uit het midden staande spaderoeren achter de schroeven van sommige dubbelschroevers.
Elk modern roerontwerp beoogt om bij een minimum uitslag en daarmee de minste weerstand, een maximum stuurwerking te geven.
In aanvulling op de gewone stuurinrichting kent men op sommige schepen een voorroer of boegroer, waardoor tijdens het achteruitvaren stuur in het schip wordt gehouden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij sommige veerboten waarvan de toegangsbrug voor het rijdend verkeer aan het hek is gebouwd en die daarom met het achterschip tegen de wal aanmeren. 
Boegroeren worden echter niet alleen achteruitvarend gebruikt. Bij lange binnenschepen, waar het achterroer voornamelijk het achterschip doet uitscheren, wordt een voorroer wel toegepast om de kop de gewenste kant uit te drukken.


CONSTRUCTIE EN BEVESTIGING.


(7) - (Roer van een Hollandse fluit midden 17e eeuw.)

Verklaring van de cijfers:
1. - Helmstok.
2. - Roerhaakveren.
3. - Veren van vingerlingen.
4. - Roerklik.
5. - Achtersteven.

Lange roeiriemen om mee te sturen, bevonden zich volgens oude afbeeldingen aanvankelijk aan beide zijden van het vaartuig, op of nabij het achterschip.
Zij waren slechts met een borglijn aan het boord vastgemaakt. Reeds op Egyptische inscripties van circa 2300 v. Chr, ziet men één of twee kennelijk voor dit doel speciaal vervaardigde en gemonteerde riemen, draaibaar en aan het boord bevestigd. Zij werden in een verticale positie gehouden door het einde van de schacht op een hoog juk vast te zetten. De hierdoor aan het blad gegeven steile stand was gewenst voor een maximale dwarsscheepse scheerwerking als de schacht werd gedraaid. Dit laatste gebeurde met een op de schacht aangebrachte hefboom (zie afbeelding 1.)



In de loop der eeuwen kreeg de stuurriem een voor zijn functie verder aangepaste vorm: van onderen breed voor maximum stuurwerking ( zie afbeelding 3). Deze vorm is bij vroege stevenroeren herkenbaar. (zie afbeelding 4-5-7)


(8) - (Stevenroer met klik van de Wasa.)

Het voornaamste deel was de staander of koning. Ter vergroting van het oppervlak kwam daar veelal een tweede balk tegenaan, de klik.
De bevestiging tussen de beide delen was met pennen, aan de zijkanten met veren of bledden van de roerhaken en aan de onderkant met een slof.
De roerhaken pasten in ogen of vingerlingen aangebracht op de achtersteven. Boven de hoogste roerpen werd op de achtersteven een klos geslagen, om onvoorzien oplichten van het roer te voorkomen.
De helmstok of roerpen, waarmee het roer gedraaid kon worden, werd binnen in het schip gevoerd door het hennegat. Door deze opening sloeg vaak water naar binnen.
Enige verbetering werd in de 17e eeuw bereikt door het wulf te vergroten en hierin een opening te maken waardoor de gehele kop van het roer binnen het schip kon komen te liggen (zie afbeelding 5). Ook deze opening was echter vrij groot.

Pas toen men ijzeren roerkoningen vervaardigde, waarbij constructies mogelijk werden die de binnengevoerde koning recht boven de draaingsas van het roer brachten, werd het hennegat de tegenwoordige nauwe en veelal als waterdicht lager uitgevoerde hennegatskoker.
In de 16e en 17e eeuw werd de helmstok door stuurtalies bediend en in de 17e eeuw en begin 18e eeuw door een kant- of kolderstok. Daarna kwam het stuurrad in gebruik voor het doorhalen en vieren van de stuurrepen en later ook voor de beweging van meer geavanceerde stuurinrichtingen.


 (9) - (IJzeren dubbelplaat roer.)

Verklaring van de cijfers:
1. - Roerkoning.
2. - Roerhaken.
3. - Roerraam.
4. - Hielpen.
5. - Roerbeplating.

Bij de eerste ijzeren roeren in het midden van de 19e eeuw werd deze bekleding van ijzer veelal op een gietijzeren geraamte aangebracht, aanvankelijk nog met een vulling van hout.
 Rond de zelfde periode ontstond het enkelplaatroer, dat spoedig veld won en ruime tijd de vrijwel enige gebruikte constructie vormde.
De koning was een zware gesmede ijzeren staaf en de klik een zware plaat die werd vastgezet met op de koning gekrompen veren of armen.
De roerpennen werden roerbouten met een taps uiteinde, rustend in vingerlingen met een conische bus als lager. De bovenste bout was tegen het opslaan van het roer verzekerd met een moer.


(10) Verklaring van de letters:

A. - Onderste roervingerling. B. - Hak. C. - Onderste roerbout. D. - Taatspot
met voering van gehard staal. F. - Taatsplaatje. G. - Gat in de hak om het taats-
plaatje te kunnen lichten.

De onderste bout was van onderen bolvormig en ruste eveneens op een bolvormig taatsplaatje in de hak (afbeelding 10).
Het enkelplaat roer werd spoedig ook als balansroer uitgevoerd, dat wil zeggen, een gedeelte van het blad kwam voor de koning te liggen, waardoor minder kracht nodig was om het te draaien.
Een andere methode om dit te bereiken was een op dat doel gerichte vormgeving van achtersteven en roerlichaam zoals bij het Oertzroer en het star-contraroer.


(11) Marineroer in combinatie met 'clear water' achtersteven. Een schroefas uithouder steekt ver achter de steven uit; daardoor kan het water gemakkelijk naar de schroef toe stromen.)

Andere op een beter rendement gerichte profielen zijn onder meer die van het simplex-balansroer en van het Marineroer.
Dit laatste is genoemd naar het scheepstype, dat het eerst van dit roer  werd voorzien.
Het is een combinatie van het Oertzroer (bovenste deel) en een gestroomlijnd spaderoer (onderste deel). De drempel en het onderste deel van de schroefsteven ontbreken, waardoor de weerstand kleiner wordt en het schroefrendement groter.


Het roer van de productentanker het m.s.Cardissa wat niet steunt op een hak, maar gelagerd is opgehangen aan de stuurmachine installatie. De scheepsschroef is uitgerust met verstelbare schroefbladen. Afbeelding gemaakt bij schilder werkzaamheden in Verolme dok te Botlek.


 



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen