dinsdag 30 augustus 2011

TORAJA - TOUR NR. 2.

Woensdag 24 januari 1990.
Na een smakelijk onbijt vertrokken we naar het plaatsje Sadan, war zo'n 13 km. ten noorden van Rantepao ligt. Het landschap was heel anders dan ten zuiden van Rantepao, maar zeker niet minder mooi.
De eigenlijke naam van het plaatsje is Sadan Tobarana, waarbij de naam Sada van de rivier komt waaraan het plaatsje ligt. Het is een rustig en vredig plaatsje, met nog oude woningen en voorraadschuren. De bevolking leeft er hoofdzakelijk van de weefkunst. Na het nodige afpingelen kochten we er enige mooie geweven doeken. Buiten het kwebelen van de vrouwen achter de weeggetouwen, hoorde je er alleen het klatteren van het rivierwater tussen - en ov er de stenen die op de rivierbedding lagen.



Hierna reden we weer zuidwaarts over een slecht begaanbare weg naar Palawa, een dorp met nog zeer traditionele woningen, waar ik wat kleine souvernirs kocht voor de dames in Holland ter aanvulling van hun klederdrachten collectie.


Pangli, wat nog maar zeven km. van Rantepao ligt, was onze volgende stop. We hadden ook deze dag weer geluk met het weer en de zon scheen volop. In Pangli zagen we het eerste huisgraf met een stenen tau-tau voor de deur, wat de overledene moet voorstellen. Dit zijn weer familie graven, waarin de overledenen niet in kisten liggen, maar gewikkeld in doeken.



Onderweg naar Pangli waren we een plaats gepasseerd, waar recht omhoog staande stenen zuilen (menhirs) stonden en waarvan de betekenis ons ontging op dat moment. Onder weg naar Bori kwamen we ze weer tegen en daarbij stonden zo te zien vrij nieuwe zuilen en dus vroegen we onze chauffeur maar eens om enige uitleg.


Het bleek te doen te hebben met de slacht van buffels voor een begrafenis ceremonie. Hier zagen we ook bolvormige stukken rots in het landschap liggen, waarin rotsgraven lagen en men bezig was er nieuwe graven in uit te kappen met de hand.

Via een landerijke route reden we terug naar de begrafenis ceremonie in Langda even ten zuiden van Rantepao. Het was er een enorme drukte en hele groepen mensen met waterbuffels, welke versierd waren. bambu dragers met varkens en bambu kokers met tuak (lokale rijstwijn) passeerden in een lange rij de familie van het bij te zetten echtpaar. Hier tussen door groepen vrouwen in het zwart gekleed met chinees aandoende hoofddeksels.


















Iedere groep werd via een luidsprekerinstallatie aangekondigd ( dit had men vroeger dus niet) met de mededeling wie ze waren en waar ze vandaan kwamen en wat ze bij zich hadden, waarna ze naar een plaats werden verwezen onder een van de aangebrachte afdaken.


Wel honderden mensen trokken aan ons voorbij, terwijl op het midden veld een groep mannen in een cirkel staande die in een trage dans langzaam ronddraaide een klaagzang zongen en sigaretten rookten.




Voor het was het een feest, wat uiteindelijk zo redeneert men, gaan de geesten naar een beter leven in het hiernamaals. Na hier enige uren te hebben doorgebracht vonden we het wel gezien voor deze keer en keerden we terug naar Rantapao. Even na ons vertrek barste de regen in alle hevigheid uit het wolkendek. In de stromende regen bereikten we Rantapao en lieten ons voor een restaurant afzetten, waar we onder het genot van een biertje het einde van de bui afwachten alvorens de markt nog eens af te schuimen. In een rommelig zaakje kochten we voor een zeer redelijke prijs nog een mooie weefdoek.



( Het drogen van de buffelhuiden voor de latere leerproduktie.)

Terug in het hotel ons eerst eens schoongewassen van de modderspetters alvorens aan ons Toraja-dinner te gaan, wat we de vorige avond hadden besteld. Ons afscheidsdinner.


Het was speciaal klaar gemaakte kip, die instukken met kokos in een stuk bambu geperst was en daarne gekookt in diverse kruiden. Het werd opgediend met witte rijst en we dronken er natuurlijk tuak, de palmwijn, bij. Het smaakte prima en vulde onze magen ook goed. Na nog een 'glas', gemaakt van een kokosnoot, gedronken te hebben werd het tijd om onze bagage te gaan inpakken voor onze terugreis naar Ujung Pandang de volgende ochtend.

Onder het eten waren er twee echtparen uit Frankrijk binnen gekomen die met een gehuurd busje uit ujung Padang waren gekomen en daar het busje de volgende dag terug moest reizen besloten we het met de chaffeur op een akkoortje te gooien om ons tegen een redelijke prijs mee terug te nemen en hier en daar onderweg eens te stoppen. Het was het dubbele wat we voor de autobus moesten betalen, maar het zou een stuk confortabeler reizen zijn. Ook deze laatste nacht regende het behoorlijk.

Het waren een paar prachtige en interssante dagen geweest en het zou zeker de moeite waard zijn om er in een drogere periode terug te keren om meer van het Toraja land te zien. De bevolking, was naar mijn mening ons zeer hartelijk en vriendelijk tegemoet gekomen.





























Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen