dinsdag 16 november 2010

LISSABON - PONTE & TORRE DE VASCO DA GAMA.


PONTE & TORRE DE 

VASCO DA GAMA. 

     LISSABON.




PONTE VASCO DA GAMA.



De brug verbind de stadsdelen Sacavém en Montijo (op de noordelijke en zuidelijke oever van de rivier de Taag), van Lissabon, met elkaar en is genoemd naar de ontdekkingsreiziger Vasco da Gama (1469-1524).


De bouw van deze brug begon in 1995 en werd geopend op 29 maart 1988, voor de Expo'98 in Lissabon en 500 jaar na de ontdekking van de vaarroute naar Indië via Kaap de Goede Hoop.


De brug is de langste van Europa een heeft een lengte van 17,185 kilometer. De brug omvat viaducten met een totale lengte van 12,345 kilometer. De langste overspanning is 420 meter.
De breedte van de brug is 30 meter en de hoogte 155 meter.

Het is een tolbrug, maar alleen voor het verkeer noordwaarts, richting Lissabon, moet tol betalen. Vanaf de oprit, zuidwaarts, van de brug heb je een fraai uitzicht over het voormalige Expo '98 terrein met de Toren van Vasco da Gama.


TORRE DE VASCO DA GAMA.



De toren van Vasco da Gama is een eerbetoon aan deze wereldberoemde Portugese ontdekkingsreiziger die de zeeroute naar Indië ontdekte.

Francisco de Arruda is de architect van deze schitterende toren en illustreert de Portugese traditie van ontdekking en avontuur. De 140 meter hoge toren kent vele buitenlandse stijlinvloeden en is zo een teken van de wereldwijde cultuur van het land. De motieve wereldbollen en de schilden met het kruis dragen de Portugese traditie nog verder uit.
De toren is gewijd aan de relatie van de stad Lissabon met de zee. De basis heeft de vorm van een schip, als de toren van Belém. De witte stalenmast moet een scheepszeil voorstellen dat wind vangt. In de top van de mast is een 'kraaiennest' panorama restaurant.



Onderweg naar de oprit van de Vasco da Gama brug passeerden we het trein- busstation wat voor de Expo '98 werd gebouwd en wat een zeer fraai artistiek stukje bouwkunst is.







maandag 15 november 2010

LISSABON - PONTE 25 DE ABRIL & CRISTO REI.



PONTE 25 DE ABRIL & CRISTO REI. 

LISSABON.



PONTE 25 DE ABRIL.




De Ponte de 25 April over de Taag gezien vanaf de kade bij de Toren van Belém met links het Monument der Ontdekkingen en rechts op de zuidelijke oever het standbeeld Cristo Rei.
De rivier de Taag is ongeveer 2 kilometer wijd en tot 1966 was er geen brug die de beide oevers verbond. De rivier is landinwaarts veel breder dan waar ze uitmond in de Atlantische Oceaan en is slechts bevaarbaar in uitgebaggerde geulen.


De kleurrijk geschilderde op- en afritten van de Ponte 25 de Abril in Lissabon. Deze brug werd op 6 augustus 1966 open gesteld voor het publiek en heette toen Ponte Salazar naar de toen heersende premier/dictator Salazar.
De brug heeft een totale lengte van 2277,6 meter en een hoogte van 70 meter. De langste overspanning is 1012,8 meter. Op het bovenste dek heeft de brug 6 rijstroken en hier onderin een vakwerkligger voor een spoorlijn met twee sporen.
De brug lijkt veel op de Golden Gate Bridge in San Francisco (USA) en is ook door de zelfde maatschappij, America Bridge Company, gebouwd. Ook hier werd rekening gehouden met het gevaar van aardbevingen.
Het is een tolbrug en dagelijks gaan er meer dan 140.000 voertuigen over. Vanaf de brug heb je prachtig uitzicht op het Cristo Rei monument bij Almanda.

Op de dag van de (witte) Anjerrevolutie op 25 april 1974, waarbij geen schot is gevallen, werd de naamplaat demonstratief van de brug verwijderd en werd de brug met witte verf omgedoopt in de '25 april brug'. Voor de Portugezen een historisch moment, het einde van de dictatuur bewind.

SANTUÁRIO DO CRISTO REI.

De invloed van het Christendom is zeer groot en overal zichtbaar in Portugal. Zo staat er op de zuidoever van de rivier de Taag in het stadsdeel Almanda, het 110 meter hoge , monument van Christus. Als je de stad uitrijdt via de brug, zwaait het immens grote beeld van Cristo Rei, Onze Heer schepper van hemel en aarde, je uit.
De vier zuilen van het voetstuk die het standbeeld ondersteunen, symboliseren de vier kompaspunten en herinneren ons naar de 'wereldwijde soevereiniteit' van Christus.
Het monument werd op 17 mei 1959 geopend.


MONTIJO - LISSABON.





LISSABON.



MONTIJO.



Tijdens het verblijf in- en om Lissabon logeerden we in een van de satellietsteden van Lissabon, Montijo op de zuidelijke oever van de rivier de Taag. De stad heeft nu twee bruggen naar de zuidelijke oever: de Ponte 25 de Abril (naar Almada) en de Ponte Vasco da Gama (naar Montijo). Daar de stad Lissabon zelf geen goede mogenlijkheid had om nog verder uit te breiden, werden op de zuidelijke oever van de Taag nieuwe satellietsteden gebouwd of bestaande dorpen kregen uitbreiding met nieuwbouw.



Montijo is van oorsprong een klein vissersdorpje en lag in een watergebied wat aan onze polders doet denken. Droog gelegden stukken moerasgrond en kleine kanaaltjes. Ook wordt hier op sommige plaatsen nog aan zeezout winning gedaan.

De oude kern van het stadje bleef behouden en werd goed opgeknapt of gerestaureerd. Zo werd wat eens een vissersdorpje was met een klein haventje, nu een nieuwe leefgemeenschap met een jachthaven en hotels, maar met de zelfde hartelijke en gemoedelijke sfeer van vroeger.





Maar om de zuidelijke oever van de Taag te bereiken zijn er maar twee bruggen en een draagvleugelboot verbinding. Met draagvleugelboot gingen we naar Lissabon, waar we aanlegden bijna in het centrum, en met de bus terug via de Vasco da Gama brug.



De eerste brugverbinding is pas gelegen bij Vila Franca de Xira, 32 kilometer ten noorden van Lissabon en werd in 1930 gebouwd.


zondag 14 november 2010

LISSABON - HIËREMONIETENKLOOSTER - MANUELSTIJL.



HIËREMONIETENKLOOSTER. 

LISSABON.




DE MANUELSTIJL.




De Toren van Belém en het er tegenover gelegen Hiëremonietenklooster zijn beide bouwwerken in de Manuelstijl.



De Manuelstijl is een samenvatting van de laatgotische architectuur vermengd met Spaanse, Italiaanse, Vlaamse, Moorse en Indische elementen. Hij markeert in Portugal de overgang van de laat gotiek naar de renaissance. Een gebouw gebouwd in die stijl heeft allerhande decoraties die verwijzen naar de zee en ontdekkingsreizen.



De naam werd gegeven in 1842 door Francisco Adolfo de Varnhagen, burggraaf van Porto Seguro, bij zijn beschrijving van het Hiëremonitenklooster in Belém in zijn boek. Hij noemde deze stijl naar de koning Manuel I van Portugal, wiens regeerperiode (1495-1521) overeenkwam met de ontwikkeling van de Manuelstijl.




De periode van de Manuelstijl duurde niet erg lang (van 1490 tot ongeveer 1520), maar het speelde wel een zeer belangrijke rol in de kunstgeschiedenis van Portugal. De Manuelstijl kwam niet alleen voor in de architectuur van kerken, kloosters, paleizen en kastelen, maar ook in het beeldhouwwerk, de schilderkunst, het goud- en zilversmeedwerk, in geglazuurd aardewerk en in de meubelontwerpen. 




LISSABON - TOREN VAN BELÉM.


TORRE DE BELÉM.

LISSABON.







De toren van Belém, genoemd naar de oude stadswijk van Lissabon, stond oorspronkelijk op een klein eiland, ongeveer in het midden van de rivier de Taag. Na de grote aardbeving van 1755 werd de loop van de rivier gewijzigd en door het verzanden van de rivier en het geleidelijk aanslibben van de oever ligt de toren nu bijna 'aangemeerd'.


De toren is gebouwd tussen 1515 en 1521 en diende als uitkijkpost om vijandelijke schepen uit de haven te weren. Koning Dom João II gaf opdracht tot de bouw van de toren, maar overleed eer de eerste steen was gelegd. Zijn opvolger Dom Manuel I (1469 - 1521) liet de toren echt bouwen. Hij gaf de opdracht aan de architect en beeldhouwer Francisco de Arruda, die al voordien militaire bolwerken had gebouwd in de Portugese bezittingen in Marokko. Duidelijk zijn dan ook de Moorse invloeden in de decoratieve kust zichtbaar, zoals de booggewelven van de ramen en de balkons met hun delicate versieringen en ook de koepels van de wachttorens. De kantelen zijn ook rijkelijk versierd in de Manuelstijl.


Gedurende de onderlinge strijd om het bezit van de Portugese troon werd Lissabon in 1580 door de Spaanse troepen, onder leiding van de Hertog van Alva, ingenomen. De gevestigde troepen in de toren moesten zich uiteindelijk overgeven.

In de eeuwen hierop werden de kelders onder de toren gebruikt als gevangenis waarvan de kerkers regelmatig onder water kwamen te staan en de gevangenen verdronken. Later werd de toren een douanekantoor.


De toren werd in 1840 in opdracht van koning Ferdinand II gerestaureerd. Er werden neomanuelijnse versieringen aangebracht, zoals de wapenschilden met het Kruis van de Orde van Christus ( de opvolgers van de Tempeliers in Portugal de  van oorsprong Maltezer Orde )op de kantelen van de toren.

De toren bestaat uit twee gedeelten: het bastion met de vorm van een onregelmatige zeshoek, en de toren met vijf verdiepingen, gelegen langs de noordkant van het bastion. Het geheel geeft de indruk te hebben van een boeg van een karveel. De toren is 35 meter hoog.

Onder in het bastion bevinden zich de gewelfde kazemat met schietgaten voor de kanonnen en het kruitmagazijn. Op de hoeken van het platform staan wachttorentjes in een cilindervorm in de Moorse stijl. Voor de afvoer van het hemelwater zijn er waterspuwers aangebracht in de vorm van dierenkoppen. Een van de waterspuwers heeft de afbeelding van een neushoorn en is waarschijnlijk een afbeelding van de neushoorn die koning Menuel I in 1515 aan de paus in Rome als geschenk gaf. Het verhaal gaat; dat toen de paus het dier wilde inzegenen, tijdens een groot feest, het beest sloeg hierbij op hol en richtte de nodige schade aan interieur en gebouwen.


De Toren van Belém is het enige bouwwerk dat origineel en ook geheel in de Manuelstijl is uitgevoerd. Alle andere gebouwen nu zijnde in deze stijl werden oorspronkelijk gebouwd in de Gotische stijl en later verbouwd. Op het platform staat ook een zeer mooi standbeeld van Maria met Kind in een kunstig uitgewerkte nis in Manuelstijl met erboven een baldakijn.

Via een wenteltrap komt men op de eerste verdieping waar de kamer van de commandant is gelegen. Op de volgende verdieping ligt de Koningszaal met een fraaie open haard. Vanuit de derde verdieping heeft men een fraai uitzicht op de omgeving via grote twee lichtvensters, versierd met het koninklijk wapenschild. Op de bovenste verdieping is een oratorium.



De Toren van Belém werd in 1910 uitgeroepen tot een Nationaal Monument en kwam in 1983 op de UNESCO-werelderfgoedlijst te staan samen met het Hiëremoniten klooster in Belém.





vrijdag 12 november 2010

HENDRIK DE ZEEVAARDER. (3)





HENRIQUI NAVEGADOR OF 

HENDRIK DE ZEEVAARDER. (3)





Hendrik de Zeevaarder werd op 4 maart 1394 in de stad Porto geboren als derde zoon van koning Johan I van Portugal en zijn vrouw Philippa van Lancaster. Zeevaarder was dus eigenlijk een bijnaam, en anders dan doet vermoeden was hij zelf geen groot reiziger. In Porto staat ook een fraai monument ter ere van hem.
Hij vergezelde zijn vader in diens strijd met de Moren en onderscheidde zich, samen met zijn broers, bij de verovering van de Noord-Afrikaanse stad Ceuta in 1415. Ceuta was een rijke stad, daar het een eindpunt was van handelskaravanen uit West-Afrika, maar nadat de stad in christelijke handen was gevallen droogde deze bron van inkomen op. Hendrik kwam hier in aanraking met kooplieden uit Timboektoe en door hun verhalen en koopwaar kwam hij op het idee on Guinea (Equatoriaal-Afrika) via de zee te bereiken.






Hij werd uitgeroepen tot Grootmeester van de rijke Orde van Christs en vestigde te Sagres, nabij Kaap St. Vincent, een nautisch centrum. Hij liet hier mensen samenkomen die expert waren op het gebied van navigatie, cartografie, astronomie en instrumentmakers die naderen weer onderwezen in hun kennis. Zo ontstond in feite de eerste zeevaartschool, Vila do Infante. Hij was de kracht achter de scheepsbouwers, die schepen bouwden voorde reizen, maar ook stond hij openen voor vernieuwingen. Het karveel werd het meest gebruikte schip. Verder eiste hij van zijn kapiteins dat ze een kompas gebruikten en een logboek bijhielden waarin ze hun ervaringen moesten noteren, zodat de kaarten makers de kustlijn van West-Afrika konden tekenen.

Vanuit Lagos (Algrave) werden expedities uitgezonden met als doel de Afrikaansekust zuidwaarts te onderzoeken, maar veel Portugese zeevaarders kwamen niet verder dan Kaap Bójador, net onder de 27 ste breedte graad. Het zou het einde van de wereld zijn met kokende zeeën en alles levenloos aan de kust. Zij geloofden nog een wereld die plat zou zijn. Veel schepen weken dan ook uit naar een andere richting en zo kolonialliserden ze de Canarische Eilanden, Madeira en de Azoren.


Hendrik zwaar verbolgen over het feit dat zijn schippers niet verder voeren dan Kaap Bójador stelde , in 1433, een gezant aan Gil Eannes met de opdracht de kaap te ronden, maar ook hij faalde. Wat Hendrik hem boven het hoofd liet hangen blijft een vraag, een rijke beloning of - - ? Maar in 1434 werd Eannes opnieuw uitgezonden. Hij ontdekte wel geen menselijk leven maar bracht enige planten mee.

Uiteindelijk ronden de Portugezen in 1435 Kaap Bójador en bereikten in 1436 Baldaya Rio de Oro. In 1437 raakten de Portugezen in oorlog met Tanger en raakten ze de stad Ceuta kwijt.
Pas in 1441 werden er in opdracht van Hendrik weer reizen ondernomen tot verdere ontdekking van de Afrikaanse kust en zo ontstond de bloeiende slavenhandel tussen Portugal en West-Afrika. Op Arquin werd in 1448 een fort gebouwd dat een centrum van de slavenhandel werd.




In 1448 kwam het tot een burgeroorlog in Portugal die Alfons V wist te winnen, waarna er weer een strijd uitbrak met Castilië (Spanje) over het beheer over de Canarische Eilanden.
In 1455 werden zodoende er pas weer ontdekkingsreizen ondernomen. In 1460 werden nog de Kaapverdische Eilanden ontdekt.
Hendrik de Zeevaarder heeft, zonder zelf te varen, de grondslag gelegd voor de wereldhandel van Portugal en de bloei ervan als koloniale mogendheid en nieuwe wegen voor de scheepvaart open gelegd. Helaas werd dit allemaal bekostigd met opbrengst uit de slavenhandel.
In 1460 op 13 november (550 jaar geleden) overleed Hendrik de Zeevaarder te Sagres op 66 jarige leeftijd en liet een stempel achter op de geschiedenis der ontdekkingsreizen en de zeescheepvaart.


donderdag 11 november 2010

HENDRIK DE ZEEVAARDER. (2)



HENDRIK DE ZEEVAARDER. (2)




MONUMENT DER ONTDEKKINGEN.

 De ingang van het monument wordt gesierd door een enorm zwaard. Met een lift kan je naar de zevende verdieping en heb je een geweldig (vaak erg winderig) uitzicht over de rivier de Taag, het oude stadsdeel Bélem en op het er onder liggende plein Terrier de Boa Esparanca (Goede Hoop).


Op het plein is een enorme windroos aangebracht van 50 meter doorsnee met daarin afgebeeld de wereldkaart metal de Portugese ontdekkingsreizen met datum aanduiding. Deze windroos was een geschenk van Republiek Zuid-Afrika aan de stad Lissabon.
In 1960 eerde Portugal deze prins Henrique Navegador met de instelling van een orde van de Infant Dom Henrique.
In 1985 werden er zalen in het monument gebouwd voor congressen en tentoonstellingen.
De Portugese naam van het monument is: Padrão dos Descobrimentos.




                                    ( wie was hij die Hendrik de Zeevaarder ? zie deel 3.)




HENDRIK DE ZEEVAARDER. (1)



HENDRIK DE ZEEVAARDER. (1)





MONUMENT DER ONTDEKKINGEN.


Aan de oever van de rivier de Taag, welke door de stad Lissabon in Portugal stroomt, staat in de voorstad Bélem het Monument der Ontdekkingen. Het monument, 54 meter hoog, werd in 1960 gedurende het dictatoriale regiem van Salazar gebouwd en werd op de 500 ste sterfdag van Hendrik de Zeevaarder ingewijd.
Het monument moet de boeg van een karveel voorstellen, een type schip dat door de Portugezen en de Spanjaarden werd gebruikt bij hun ontdekkingsreizen. Met de wind in de zeilen vaart het 'schip' over de Taag naar het onbekende. Voor op de boeg staat een levens groot beeld van Hendrik de Zeevaarder, met in zijn handen een afbeelding van een karveel, aan het hoofd van een groep historische figuren die een belangrijke inbreng hadden in de veroverings- en ontdekkingsreizen van Portugal. Vlak achter Hendrik de Zeevaarder, Manuel I, Prins Henry, dichter Luis de Cames en verder vertegenwoordigers van de kerk, edellieden, kaartentekenaars en generaals. De figuren zijn van beeldhouwen Leopoldo Almeida.



                                                     De rechterzijde van het monument.

De linkerzijde van het monument.

(klik met de linkermuisknop op de twee laatste opnamen om ze vergroot te bekijken)


zaterdag 6 november 2010

CHRISTOPHRUS COLUMBUS. DE SCHEPEN. (Deel 4)




CHRISTOPHORUS COLUMBUS. (4)

            DE SCHEPEN.






DE KRAAK.


Columbus vertrok op zijn eerste reis met twee karvelen, de Pinta en de Niña en de kraak Santa-Maria. Een kraak is een groot type koopvaardijschip uit de 14e tot de 16e eeuw, dat ook voor oorlogsvoering gebruikt werd. De benaming is afkomstig van het Zuid-Europese scip "carrack".

De kraak was een zwaar gebouwd schip met een gebogen voorsteven en een rechte achtersteven. Het voorschip was scherper dan het volronde achterschip. Praktisch de gehele ruimte achter de grote mast was ingenomen door een opbouw, waarboven het halfdek lag. De achterkant van de opbouw eindigt in een galerij. In de latere jaren werd boven de voorsteven een kasteel gebouwd, waarboven zich nog een dek bevond.

De tuigage van de kraak bestond uit drie masten en zij was bijzonder zwaar. De grote, gekuipte mast stond vrijwel midscheeps en droeg een geweldig razeil. Waarschijnlijk was dit zeil dubbel, zodat de kleden aan de voorkant verticaal en aan de achterkant horizontaal lagen.

De drie masten waren bekroond met een mastkorf, waarvan de van de grote mast door middel van een jacobsladder kon worden bereikt. De fokkenmast op het voorkasteel was ook getuigd met een razeil. De bazaanmast bevond zich vlak voor het halfdek. Het zeil van de bazaanmast was een latijnzeil.




DE KARVEEL.

De naam karveel komt van het Portugese vaartuig "caravela". Reeds in 1255 werd het type schip al genoemd in een brief van Villa Nova de Goya aan koning Alfonso III. Het werd gebruikt voor de visserij en het goederentransport. Het draagvermogen was te hoogste 50 ton. Na 1440 was de caravela ontwikkeld tot een schip van 150 tot 180 ton met twee of drie masten met latijnzeilen. Met dergelijke schepen werden de ontdekkingsreizen ondernomen. Men noemde een schip een 'caravela latina' als uitsluitend latijnzeilen werden gevoerd. Er waren geen marsen aan de masten. Een caravela latina was een schip dat meestal al geen voorkasteel had, wel een achterkasteel met vierkant achterschip.





DE SANTA-MARIA.

De Santa Maria was een voorloper van het type 'kraak'. Het schip had een vierkant razeil aan de grote mast en aan de fokkenmast. Een driehoekig latijnzeil aan de bezaansmast.
De Santa Maria bestond uit een ruim, met daar bovenop een voorkasteel en een groter achterkasteel waarop weer een kleiner topkasteel. was geplaatst.
In het voorkasteel waren waarschijnlijk de slaapplaatsen van de bemanning onder gebracht, maar vele sliepen op het open dek wegens ruimte gebrek. 
In het achterkasteel was de ruimte geplaatst om de helmstok te bedienen, waarmee het roer werd bestuurd. In het topkasteel was de ruimte voor de schipper en zijn navigatie middelen. Tevens moest het schip ruimte bieden aan levend vee, zoals kippen, varkens een koe en geiten en de opslag voor proviand.