donderdag 4 augustus 2016

ZONNEWIJZER. HOE EN WAT?


REEDS IN GEBRUIK VER VOOR

ONZE JAARTELLING.






ZONNEWIJZER.

De zonnewijzer is een instrument voor het vaststellen van de tijd door middel van de zonneschaduw.
De burgerlijke tijdindeling is gebaseerd op de afwisseling van dag en nacht en wordt daarom bepaald door de schijnbare dagelijkse beweging van de zon, als gevolg van de aswenteling van de aarde.


Binnen een bepaald etmaal is de stand van de zon een kenmerk voor de tijd van de dag.
het nauwkeurig vaststellen van deze stand en daarmee de tijd, kan geschieden met een zonnewijzer, de vroegste tijdbepaler, die in zijn primitiefste vorm zal hebben bestaan uit een verticale paal, waarvan de schaduw op een op de grond uitgezette schaalverdeling doorliep.

De oudste bekende schaduwklok is gevonden in Egypte en dateert van circa 1500 v.Chr.
Omstreeks het begin van onze jaartelling bestond er al minstens een dozijn verschillende uitvoeringen waaronder draagbare, waarbij de zonshoogte of de schaduwlengte de tijd aangaf.
Dit systeem heeft het nadeel dat een bepaalde zonshoogte behoort bij een bepaalde tijd'vóór de middag en een idem na de middag. Voorts verandert de hoogte van de zon omstreeks de middag uiterst weinig, zodat de tijdaflezing dan ook zeer onnauwkeurig zal zijn.
tenslotte moet een datumschaal zijn aangebracht, omdat de zonshoogte per dag verschilt.
Bij de invoering van het kompas, in Europa in de 13e/14e eeuw, begon de zonnewijzer met ingebouwd kompas en werkend op de schaduwrichting, veld te winnen.


ZAKZONNEWIJZER MET KOMPAS.

Opengeklapte zakzonnewijzer met kompas, waardoor het instrument op het zuiden kan worden gericht. 
De schaduw van het koordje geeft op de wijzerplaat de tijd aan.
De helling van dit koordje kan worden gewijzigd voor geografische breedten tussen 36 graden en 52 graden.
De schalen voor andere tijden, tijdsverschillen en daglengte zijn voor de duidelijkheid op de afbeelding weggelaten.

Om de schalen voor verschillende seizoenen een overeenkomstig en regelmatig verloop te geven, werd de schaduwpen of -draad een helling gegeven, loodrecht op de evenaar en dientengevolge evenwijdig aan de aardas. Voor reizigers werd deze helling spoedig instelbaar gemaakt, zodat het instrument ook op andere breedten kon dienen.
Voor eenvoudige klapzonnewijzers met kompas was dat meestal een gebied van 10 à 12 breedtegraden, voor de tafelzonnewijzers met verstelbare equator (equatoriaal zonnewijzers). belangrijk meer, maar op zee was het meest geschikt de zogenaamde zonnering of ringzonnewijzer, en vooral die van het meer geavanceerde type, bestaande uit een soort opvouwbare armillarsfeer van onderling verstelbare en in elkaar gelagerde ringen, die de hemelequator en de hemelmeridiaan voorstellen, terwijl voorts een uurcirkel of aardas aanwezig is, waarin een zonnevizier.


GECOMBINEERDE ZONNE- EN GETIJWIJZER.

De gecombineerde zonne- en getijwijzer werkt op de zonshoogte. het vizier kan langs de rand van de schijf bewegen, door een zich aan de achterzijde bevindende en in het middelpunt gelagerde arm.
Het wordtop de (globale) datum ingesteld, waarna het instrument, opgehouden aan de draagring, met het vizier naar de zon wordt gedraaid, waardoor dóór het gaatje een lichtvlekje valt op de opstaande rand van de schijf, waarin een tijdschaal is aangebracht.
Bij het hier getoonde instrument kan de binnenschijf worden ingesteld voor de maansouderdom; hij geeft dan voor een aantal Nederlandse en enkele buitenlandse havens de tijd van hoogwater.


Na de instelling van de ophanging voor de juiste poolshoogte (dus in het toppunt van de waarnemer) en het zonnevizier voor de juiste zonsdeclinatie, zet men het vizier in de richting van de zon en beweegt het instrument zodanig, tot het zonlicht door het vizier op de binnenzijde van de equatorring schijnt, waar zich een tijdschaal bevindt.  
Hoewel de meridiaan van het instrument met behulp van een willekeurig kompas natuurlijk noord/zuid kan worden gehouden, is dit niet nodig en de zonnering ontleent zijn tijdaflezing dan ook in de eerste plaats aan de zonshoogte.
Hij behoeft voorts geen horizontaal opstellingsvlak en was ook om deze reden geschikt voor gebruik aan boord van schepen, hoewel in bijvoorbeeld het Noordzeegebied ook eenvoudiger zonnewijzers zijn toegepast.

ZONNERING.

Bij een zonnering komen de ringen loodrecht op elkaar. het ophangpunt wordt ingesteld voor geografische breedte, het schuifvizier in de aardas, voor de datum.
Een lichtvlekje op de tijdschaal van de evenaarsring geeft de tijd aan.



ZONNEWIJZERS.

Voor de uitvinding van het uurwerk verschenen er op belangrijke gebouwen in steden zonnewijzers, zodat de bevolking zelf kon zien hoe laat het in de dag was.
Na de uitvinding van het uurwerk raakten deze zonnewijzers buiten gebruik en in verval.
De zonnewijzer met zijn pijl en ringen was een geliefd item in tuinen van kastelen en paleizen en sieren tot op heden veel van deze tuinen op, zonder dat er maar iemand een blik opwerpt om te zien hoe laat het is.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen