zondag 31 januari 2010

TEMPEL VAN KARNAK. 14 mei 2003.





     TEMPEL VAN KARNAK. 

              14 MEI 2003.




TEMPEL VAN KARNAK - AMON.

Zoals de piramiden beschouwd worden als symbolen van het koningschap in het Oude-Rijk, zo kunnen we de twee tempels, Karnak en Luxor, zien als symbolen van het Nieuwe-Rijk. Karnak in het Arabisch, Al Kamak, betekend versterkt dorp. De tempel van Karnak is opgedragen aan de god Amon en bestaat uit talrijke bij kapellen, pylonen en hoven. Het geheel besloeg een oppervlakte van 123 ha. De god Amon wordt voorgesteld als een mens met een gepluimde tiara op zijn hoofd. Buiten Amon werden er ook de goden Opet, Chons, Osiris en Ptah er vereerd.
De tempel heeft een oriëntatie naar het oosten. De hoofdingang staat in één rechte lijn met de hoofdingang van de doden tempel van Hatsjepoet in het keteldal op de westelijke Nijloever.
De weg of dromos was afgezet met ramsfinxen en liep tot aan de oever van de Nijl.
De hier rechtop staande as is de dromos met sfinxen die naar de tempel van Luxor loopt.

DROMOS.

Het is een term uit de Egyptische materiële cultuur. Het is een toegangsweg naar een tempel met aan weerszijden een rij sfinxen. Voor de tempel van Amon (Karnak) hebben de sfinxen geen menselijk hoofd maar een ramskop. De ram is verbonden met de god Amon.


BOUW GESCHIEDENIS.

Meer dan 2000 jaar werd er aan de tempel van Amon gewerkt, gebouwd, veranderd, weggebroken, vernieuwd en opnieuw hersteld. De tempel van Karnak is oeroud, mogelijk even oud als Thebe zelf.
Generaties farao's hebben hier bewijzen geleverd van hun vroomheid, hun macht, hun rijkdom, uitgestrektheid en belangrijkheid.
Het bleef door de hele geschiedenis heen de tempel van de god Amon, een paleis voor een god. De eerste constructies dateren van het Middenrijk. Er zijn sporen gevonden van Amenemhat I, Senoeseret I en in 1950 v.Chr. bezocht Sesostris deze tempel. De grote glorie tijd is die uit de 18e dynastie.
Amenhotep I herstelde de oude tempel en liet er verscheidene kapellen en een toegangspoort bijbouwen. Thoetmoses I zorgde voor een verdere uitbreiding van de tempel en liet verschillende obelisken plaatsen. Thoetmoses II bouwde er een tweede pyloon bij. Farao Hatsjepoet was erg actief in haat bouwprogramma, mede als legetimatie voor haar macht.
Ze liet talrijke bijkapellen bouwen en plaatste twee obelisken. Ook liet zij verbouwingen uitvoeren. Thoetmoses III bouwde de tempel verder uit: ook liet hij twee obelisken uitkappen en nieuwe pylonen bouwen, maar zijn belangrijkste bijdrage was de bouw van de Akhmenu ( Oud Egyptisch voor "Huis van licht") met de zogenaamde botanischetuin.
Amenhotep III liet weer veel beelden plaatsen en begon aan de bouw van de zuilenhal.
Onder het bewind van farao Achnaton verloor de tempel veel van haar invloed en zijn troonopvolger Toetanchamon bouwde ook niet veel bij in zijn korte leven. Onder de invloed van Ramses II en Seti I werd de hypostylezaal of grote zuilenzaal afgewerkt. In het voorhof werd nog een colonnade van Taharka en zijkapellen Van Seti II en Ramses II gebouwd.



HET MEER EN DE GEBOUWEN.

Ten noorden van het hof van het Middenrijk ligt het heilige meer. Dit meer symboliseerde het oerwater of Noen: hieruit werd volgens de mythen de wereld geschapen. Het water, afkomstig van de Nijl, speelde een rol in de rituelen van de tempelpriesters, zoals het zich zelf reinigen. Naast het meer stond het magazijn waar de priesters woonden en goederen werden opgeslagen.
Langzamerhand raakte het complex volgebouwd en werd er door latere heersers alleen nog maar gerestaureerd. Achter de negende pyloon van Horemheb lag de ingang naar de tempel van Mut, die op dat moment niet toegankelijk was voor het publiek. Ook raakte het belang van Thebe en Karnak achteruit. De zware aardbeving van 27 v.Chr. en het verdere gebrek aan interesse van de Romeinen zorgden ervoor dat Karnak al snel een puinhoop werd.
In de 19e eeuw deed men nog een grote vondst in Karnak. Bij opgravingen werden 750 beelden en 17.000 andere artefacten ontdekt. De rede dat zij begraven waren, daar kunnen we alleen naar raden.


SCARABEE.

Op een sokkel naast het heilige meer wordt een scarabee afgebeeld die was gewijd aan de zonnegod Chepri.
Scarabee is de naam van een mestkever soort in de oude Egyptische mythologie. Het dier werd in de mythologie als heilig beschouwd. De naam van het dier was Chepri en had de zelfde medeklinkers als het woord scheppen (schepping).
De mestkever die de gewoonte had een mestbal voort te duwen werd gezien als de kracht achter de dagelijkse cyclus van de zon die opgaat in het oosten en ondergaat in het westen. Scarabee's werden op veel sieraden afgebeeld.


ZUILEN ZAAL.

De grote zuilenzaal of de hypostylezaal is een van de indrukwekkenste delen van het tempelcomplex en had een afmeting van 53 bij 103 meter. De zaal telde 134 zuilen met een hoogte van 15 meter.
De zaal diende voor grote feesten. Er zijn tal van bas- en hoogreliëfs die de veldslagen van de faro's uitbeelden. Van historisch belang is de afbeelding van de overwinning van de slag van Kadesj, waarbij Ramses II de overwinning claimde en ons zo 3000 jaar bedroog.
Ook zijn er afbeeldingen van bijen te zien, want de farao's waren liefhebbers van honing.

EEN AFGESLOTEN DEUR IN KARNAK.

Op het enorme tempelterrein waren ook gedeelten afgesloten voor het publiek. Na een praatje met een van de bewakingsmensen mochten we onder zijn toezicht toch even rond kijken en zo ontdekten we deze offer nis met een stalendeur.
In de stenenbalk boven de deur waren zeven Egyptische ankh kruisen afgebeeld. Na een kleine extra tip maakte de bewaker deze deur voor ons open.
Pal achter deze stalen deur waren zeven schijn deurposten waarna er een trap naar beneden ging naar een kleine kelderruimte.
In deze ruimte stond een zwart granieten beeld van de leeuwen-godin Sekhmet, de bruid van Ptah. In een andere hoek stond een beschadigd beeld van een zittende persoon waarvan het hoofd en iets voor de voeten was verwijderd.






TEMPEL VAN KARNAK EN LUXOR. 14 mei 2003.


TEMPEL VAN KARNAK EN LUXOR. 

 14 MEI 2003.


Onze laatste dag in Boven-Egypte. Na het ontbijt vertrokken we met de bus naar Karnak om daar de tempel van de god Amon te bezichtigen. Een zeer indrukwekkend complex en we graag wat meer tijd hadden doorgebracht. Zo ook in de tempel van Luxor wat het volgende op ons programma was deze dag. Ongemerkt wandel je er door meer vierduizend jaar geschiedenis.
Na ons bezoek aan de tempel van Luxor op de terug weg naar ons hotelschip brachten we een bezoek aan een bedrijfje waar nog papyrus papier werd gemaakt. Dit nobele schrijf materiaal was in de oudheid een monopolie van de farao's. Ik kom hier later op terug.

Terug aan boord kregen we onze reis informatie voor de volgende dag naar Caïro per vliegtuig.

Na zoveel mogelijk van onze bagage te hebben ingepakt zijn we met een klein groepje weer de wal opgegaan en brachten we een bezoek aan het Mummificatie Museum. Ook over het mummificeren kom ik later weer terug.

Na het afscheidsdiner werden we verrast met het optreden van een buikdanseres en een lokale dansgroep. Voor een groot deel van het reisgezelschap was dit hun laatste vakantie dag.



vrijdag 29 januari 2010

DE OBELISK.


                              DE OBELISK.

Een obelisk is een stenen gedenknaald die in het oude Egyptische cultuur voor de tempels werd opgericht of op het terrein van de tempel. Ze waren op de punt verguld om de zonnestralen te weerkaatsen.De obelisk wordt beschouwd als de opvolger van de Benben-steen.

BENBEN-STEEN.

Een Benben-steen was in het Oude-Egypte een rechtop staande steen met een puntige top. De steen was vaak verguld of bekleed met elektrum (een legering van één deel koper, vier delen zilver en vier delen goud). De eerste was opgericht in het religieuze centrum Heliopolis. Het zou een verwijzing zijn naar het Egyptische scheppingsverhaal: de oerheuvel die opsteeg uit de chaos.
Ook worden ze in verband gebracht met de zonnecultus van Amon-Ra en de Aton-cultus van farao Achnaton. Tot op heden is geen van deze stenen terug gevonden.

(links een afbeelding van de obelisk van Ramses II welke voor de tempel van Luxor staat.)





De eerste of vroegste obelisk die is terug gevonden is die van Senoereset I uit de 12e dynastie. Deze stond nog steeds op zijn oorspronkelijke plaats in Heliopolis (ongeveer 1950 v.Chr.) In principe is een obelisk een stenen zuil die naar boven toeloopt en op een vierkant grondvlak staat. Ze werden gemaakt uit monoliet, meestal roze graniet en werden bedekt met hiëroglieven. Het roze graniet kwam uit de groeven bij Aswan en werd als het was uitgekapt per schip vervoerd naar de plaats waar de obelisk moest komen te staan. Een opmerkelijk en zwaar karwei zonder de moderne hulpmiddelen, want een obelisk had een gewicht van 400.000 kilogram en was 30 meter lang.
Ze werden gebouwd in opdracht van de heersende farao en naast- of bij de tempels geplaatst ter verering van de god Ra. Ze zijn zo hoog omdat ze zo ver mogelijk naar de zon moesten reiken.

De farao's lieten zich er op beschrijven vaak ter ere van overwinningen op de vijand van het land en over hun regeer jaren. Obelisken kende men al in de tijd van de piramiden.
Vanaf twee eeuwen voor Christus werden de obelisken met meerderen tegelijk geplaatst voor de pylonen van de tempels. In het Oude-Rijk (2700-2140 v.Chr.) plaatse man ook kortere of bredere kleinere obelisken voor de ingang van de rotsgraven. Hierop stond dan de naam met bijbehorende titels vermeld van de overledene (een herdenking stele.)



In de oude graven werden zij van hout samen sjawabti-beeldjes gevonden, wat verband moet houden met de nachtelijke reis door de onderwereld en de vereniging met de doden god Osiris.



De eerste verplaatsing van de obelisken dateren uit de Romeinse keizertijd als oorlogsbuit. Ze werden verscheept vanuit Egypte naar Rome of Byzantium. Een tweede verplaatsing vond plaats in de 19e eeuw. Bekend zijn de obelisken welke in Londen staan. de naald van Cleopatra, en die in Parijs op de Place de la Concorde, die van Ramses II.
Ook in Rome staan er de nodige (8 stuks) en de laatste werd geroofd door de Italiaanse dictator Mussolini, toen hij op oorlogspad was, Uit Ethiopië.
Er staan op het moment meer Egyptische obelisken in het buitenland dan in Egypte zelf.


De laatste afbeelding is van een zeer moderne obelisk. Het kunstwerk is een ontwerp van de architect Santiago Calatrava. De obelisk staat op Plaza de Castilla in het noorden van de Spaanse hoofdstad Madrid. De zuil heeft een diameter van twee meter en is 93 meter hoog. De zuil is bekleed met 493 bronzen strips die door een hydraulisch systeem in beweging worden gebracht.Een geschenk aan de bevolking van Madrid van de Spaanse Fundación Caja Madrid.





















KOM OMBO - LUXOR. 13/14 mei 2003.






      NIJL REIS KOM OMBO - LUXOR. 

                      13/14 MEI 2003. 



Na ons bezoek aan de tempel van Kom Ombo zijn we na 10.00 uur aldaar vertrokken stroomafwaarts naar Luxor. Wederom een mooie vaart over de Nijl met afwisselend landschap op de beide oevers. Daar we op de wachtlijst stonden voor het schutten in de sluizen bij Esna werd er een stop gemaakt om 13.00 uur te Edfu. Het bleef tijdens ons verblijf te Edfu bij een korte wandeling daar het in de zon 47 C. was.





(Kooplui met hun scheepjes drijven handel bij de sluizen.)

Om 16.00 uur zijn we uit Edfu vertrokken en lagen te 19.00 uur gemeerd voor de sluizen te Esna. Deze avond hadden we aan boord een 'candle light' diner, wat werkelijk subliem was. Op 14 mei te 01.00 uur zijn we te Luxor gemeerd.





Het werd onze laatste dag aan boord van het hotel-schip m.s.REGINA, met een zeer vriendelijke spontane bemanning en een zeer voortreffelijke keuken.
Vijf dikke vette sterren was het zeker waard.


woensdag 27 januari 2010

TEMPEL van KOM OMBO. 13 MEI 2003.





            TEMPEL VAN KOM OMBO. 

                          13 MEI 2003.




Om 05.30 uur zijn we uit Aswan vertrokken naar Kom Ombo. Wakker geworden door het vertrek naar het zonnedek gegaan en genoten van de zonsopgang boven de oostelijke Nijl-oever. Ochtend nevels hingen er tussen de palmen op de oevers en hier en daar een klein vuurtje waaraan de arbeiders zich stonden te warmen.'GOOD MORNING EGYPT'.

Te 08.15 te Kom Ombo gemeerd. 


KOM OMBO TEMPEL.

De tempel van Kom Ombo ligt op een zandduin op de oostelijke Nijloever ongeveer 48 kilometer ten noorden van de plaats Aswan. Ondanks de hoge ligging is het voorhof zwaar beschadigd door de toen des tijden jaarlijkse overstromingen van de Nijl. Om haar te beschermen ligt ze nu achter een verstevigde walkant en kademuur.


De tempel is uniek omdat het in feite een dubbele tempel is en in de lengte uit twee delen bestaat. Alles is dubbel uitgevoerd. Kom Ombo is gewijd aan twee goden, Sobek (links) en Horus (rechts). De oostelijke helft van de tempel is voor Sobek en de westelijke helft voor Horus. Echter de scheiding was niet zo heel strikt. De pyloon heeft een dubbel portaal en was verbonden met de buitenmuur. Een gedeelte van de tempel was overdekt vanaf de zuilenhal. Naast de buitenmuur was opmerkelijk nog en tweede muur. Via het portaal kwam men op het centraal hof waar het altaar voor de goden stond en dat nu 16 beschadigde zuilen telt.


De 10 zuilen, in twee rijen van vijf, van de grote zuilenzaal hebben kapitelen met verschillende bloem - en palmmotieven. Hierachter liggen drie tussen kamers waarna men in het allerheiligste kwam.
Vanaf de 18e dynastie lag er een stenen heiligdom op de plaats van de huidige tempel. Met de bouw van deze dubbele tempel werd begonnen onder Ptolemaeus VI (180-145 v.Chr.) en de laatste delen werden bijgebouwd door Ptolemaeus XII (80-51 v.Chr.), de vader van de vrouwelijke farao Cleopatra, de laatste farao van de dynastie Ptolemeeën. Na haar zelfmoord in 31 v.Chr. eindigde het faraonische rijk en begon de Romeinse heerschappij. 

De tempel werd voortdurend bij versierd en was pas voltooid in de 2e en 3e eeuw na Chr. Op de muren en zuilen staan prachtige reliëfs afgebeeld.
In Kom Ombo werden reptielen beschouwd als heilige beesten. De oorsprong van de verering van de krokodillen god Sobek moet waarschijnlijk gezocht worden op het naburige eiland midden in de Nijl. In de tijd dat de tempel in gebruik was wemelde het er van de krokodillen en hadden ze zelfs een bassin in de tempel. Ook werden er krokodillen gemummificeerd. Later is de tempel zelfs als een Koptische kerk gebruikt waardoor verschillende reliëfs opzettelijk zijn beschadigd.
Van het mammisi of 'geboortehuis' waarin de geboorte van de beide goden werd gevierd staat alleen de toegangspoort nog overeind. 


Op het terrein van de tempel is ook een Nijlmeter aanwezig. Alleen de stenen trap naar beneden is er nog van over. De Nijlmeter werd gebruikt door de priesters om te zien hoe hoog het water kwam, tot welke trede. Aan de hand van de stand van het water werd bepaald hoe hoog de belasting voor dat jaar zou zijn. Veel water zou een goede opbrengst betekenen voor de landbouw. Weinig water zou een mislukte oogst kunnen betekenen en zou er minder belasting opgehaald worden.


































































dinsdag 26 januari 2010

ASWAN. 12 mei 2003.




     ABU SIMBEL - ASWAN. 

               12 MEI 2003.





DE REIS TERUG.


Ook tijdens de busreis terug naar Aswan kregen we een goede indruk van de Nubische woestijn. Soms enorme rotsen, dan alleen stenen, zand met zwarte steenschilfers of spierwit zand. Toch heeft ook dit zijn eigen schoonheid als je er oog voor hebt en het is zeker indrukwekkend om te zien.



ASWAN.

Na teruggekeerd te zijn aan boord een verlaatte maar goed lunch genuttigd en daarna een paar uurtjes slaap ingehaald. Met een paar ander liefhebbers naar de lokale soek (markt straat) gewandeld en diverse kruiden en kleine souvenirs gekocht. Alles was er keurig uitgestald. Je was wel verplicht om bij iedere transactie een glas zeer zoete thee te drinken en haast moest je helemaal niet hebben. We zagen stalletjes met roze suikerfiguren welke zo zoet waren dat je ze al van ver kon ruiken. Dit was ter ere van de verjaardag van de profeet Mohammed. De mensen waren allemaal zeer vriendelijk en beleefd. 


Een van de winkeliers stuurde zijn zoon met ons mee om onze boodschappen te dragen terug naar het schip.
Op de Nijl boulevard kwamen we in een grote optocht terecht met dans, zang en muziek met veel trommen ter ere van de verjaardag van Mohammed. Duizenden mensen waren op de been om dit te vieren. Morgen vertrekken we stroomafwaarts naar Kom Ombo.




maandag 25 januari 2010

ABU SIMBEL TEMPELS. 12 mei 2003.




             ABU SIMBEL TEMPELS. 
                        12 MEI 3003.






TEMPELS VAN ABU SIMBEL.

Na een eenvoudig snel ontbijt van koffie en cake zijn we om 04.00 uur uit Aswan vertrokken naar Abu Simbel aan het Nasser meer. De tempels liggen in het hart van Nubië, 260 kilometer ten zuiden van Aswan. Het was een rit door een door god verlaten woestijn gebied waar we drie uur over deden. 

De autobussen rijden dit traject in konvooi met politie bewaking voor onze veiligheid zoals ze beweren. Weg lopen zou je echt niet doen in deze woestenij.


In 1813 werden de tempels 'herontdekt' door de Zwitser J.L.Buckhhart. Bij toeval zag hij boven het zand vier stenen figuren uitsteken. In 1815 lukte het de Engelsman W.Bankes en de Italiaan G.Finati na veel graafwerk de tempel van Hathor en Nefertari binnen te komen, maar door de enorme hoeveelheid zand was het onmogelijk om de grotere tempel van Ramses uit te graven.



















De Italiaan B.Belzani maakte een paar jaar later de ingang naar de tempel vrij. Hij was er ruim een maand mee bezig geweest om al het zand te verwijderen en kon na eeuwen als eerste de tempel van Ramses II weer betreden. Door de aanleg van de grote dam bij Aswan en het ontstaan van het Nasser meer zouden deze tempels en nog veel meer oude heiligdommen voor eeuwig onder de waterspiegel van het meer verdwijnen 
Om het verlies van zoveel oude geschiedenis te voorkomen liet UNESCO tussen 1964 en 1968 de twee tempels naar een nieuwe plaats verhuizen die 65 meter hoger lag en 200 meter verder van de rivier de Nijl  Om het geheel er uit te laten zien als de rotswand waar de oude tempels in waren uitgekapt, werden er twee enorme koepels van beton gebouwd  en aan de buitenkant bekleed met natuurlijke steen en zand 
De oude tempels werden in 17.000 stukken gezaagd en weer opgebouwd in- en tegen de twee betonnen koepels. Het ziet er aan de voorzijde net zo uit als vroeger .Dit is één van de grootste reddingsacties van UNESCO uit de geschiedenis van deze organisatie.Van de zeven rots tempels van Ramses II zijn er vier helemaal of gedeeltelijk gered voordat het Nasser meer vol stroomde.


HET VERLEDEN.

TEMPEL VAN RAMSES II.

Al vroeg in zijn regeerperiode gaf Ramses II de opdracht aan de onderkoning van Nubië. Ioeny, voor het bouwen van dit enorme tempelcomplex. De tempels werden gebouwd tussen 1290 en 1224 v. Chr. Het was in het twintigste regeringsjaar van Ramses II dat de nieuwe onderkoning Hekanacht de bouw van de tempel voltooide met de vier, 22 meter hoge zittende beelden, die gezamenlijk 38 meter breed zijn 





Deze beelden stellen allemaal Ramses II voor maar dan in verschillende functies. De twee zuidelijke beelden heten'Ramses, zon van de heersers' en 'Heerser van beide landen'. De twee noordelijke beelden, 'Ramses, geliefd door Amon' en 'Ramses, geliefd door Atoem'.






Boven de ingang van de tempel is Ramses afgebeeld als hij offert aan de zonnegod Re. Boven de beelden is een rij met 22 bavianen afgebeeld. De baviaan werd geassocieerd met de god Thot. Tussen de benen van deze vier beelden staat een aantal kleinere beelden geplaatst die de moeder van Ramses, diens echtgenote-koningin Nefetari en verscheidene van de 100 kinderen van de farao voorstellen. (Hij had dan ook meer dan één vrouw). 

In de nis links naast het eerste beeld bevindt zich een huwelijk stele tussen Ramses en de dochter van de Hittische koning Hattussili III na het ondertekenen van het vredes verdrag tussen de twee volken, Maathor-Neferoere (Nefertari). Daaronder afgebeeld gevangen genomen Nubiërs die aan handen en voeten zijn vast gebonden . Onder aan de voet van de beelden staat een rij valken beelden voorstellende de god Horus .


In de rotstempel bevindt zich een grote zuilenhal, de Osirishal, acht zuilen in de gedaante van Ramses II en elk 10 meter hoog. De vier linkse beelden  dragen de witte kroon van Boven-Egypte (hedjet). De vier rechtse beelden dragen de psjent of shemty kroon en symboliseren de re-unificatie van Boven- en Beneden-Egypte. Op het plafond afbeeldingen van gieren die symbool staan voor de godin Nekbnet, de bescherm godin van Boven-Egypte.
De afstand van dit indrukwekkende voorhof, met prachtige muurschilderingen, tot aan het aller heiligste is 55 meter . In het allerheiligste zijn tegen de achtermuur vier beelden van goden geplaatst, Amon-Re, Re-Herachte en Ptah verenigt met de voor de bevolking god zijnde farao.
De tempel is zo georiënteerd, dat tweemaal per jaar, op 22 februari en 22 oktober, de eerste stralen van de ochtendzon recht in het 64 meter diepliggende heiligdom binnendringen en drie van de vier beelden verlichten. Alleen Ptah, de god van de duisternis, wordt niet beschenen.









DE TEMPEL VAN HATHOR.


Rechts van de tempel van Ramses II staat een kleinere tempel van Hathor . Ramses II liet deze tempel bouwen voor zijn vrouw Nefetari.
De facade bestaat uit zes staande beelden, vier van Ramses II en twee van Nefetari. Zij wordt hier even groot afgebeeld als haar echtgenoot, wat zeer uitzonderlijk is.
De kolossen worden geflankeerd door beelden van prinsen en prinsessen.
Na de ingang betreed je een zuilenhal. De zes zuilen in deze hal dragen het hoofd van Hathor in gedaante van een koe. Op de wanden tonen reliëfs de kroning van Nefertari door Hathor en Isis. 
Zonder twijfel is Abu Simbel het absolute hoogtepunt van architectuur die Ramses II ten toon liet spreiden. De decoraties, fijne reliëfs en de kleuren zijn nog steeds goed zichtbaar. Er gaat diepe bewondering vanuit voor dit magistrale complex. 
Dat de tempel geheel is terug gebouwd zoals deze werd 'herontdekt' blijkt uit het feit, dat het hoofd van het beeld links naast de ingang precies zo ligt als het werd gevonden.








zaterdag 23 januari 2010

ONVOLTOOIDE OBELISK & BOTANISCHE TUIN. 11 mei 2003.




  ONVOLTOOIDE OBELISK 

     EN BOTANISCHE TUIN. 

             11 MEI 2003.




DE ONVOLTOOIDE OBELISK.

Na het bezoek aan de beide stuwdammen bij Aswan bezichtende we de 'Onvoltooide Obelisk' van farao Toetmosis III.
Een obelisk is een stenen gedenknaald van graniet die in het oude Egypte voor de tempel ingang werd opgericht en hier in Aswan werd gekapt uit roze graniet.

Toetmosis III moest en zou een onovertreffende obelisk in lengte hebben. Een nog groter dan die Hatsjepoet had laten plaatsen in de tempel van Karnak.
Het had een gevaarte moeten worden van 1168 ton en 42 meter hoog. Het geheel had op een basis oppervlakte van 17,64 m² moeten rusten. Helaas ontstond er een scheur in het gesteente en dat doorkruiste zijn trotse plannen.

De sporen van bewerking geven een indruk van de technieken die gebruikt werden om dergelijke klussen te klaren: met hamers van doleriet, een zeer hard basalt gesteente, werden de sleuven gemaakt die de obelisk in ruwe vorm losmaakte van het omringende gesteente.
Vanaf de Ptolemaeën tijd veranderde men van techniek en gebruikte men metalen wiggen om het graniet langs de kristalstructuur te splijten.

( In een later artikel kom ik terug op de obelisken.)




KITCHENER EILAND.

Na met de bus te zijn teruggekeerd bij ons hotelschip zijn we met een faloek (lokale zeilboot) de Nijl overgestoken om een bezoek te brengen aan de botanische tuin op het Kitchener eiland.

Lord Horatio Kitchener, 'Earl of Khartoum' (1850 - 1916), resideerde na zijn overwinning op de Soedanese aanhangers van Mahdi als Brits generaal-consul in Egypte.
Hij was een liefhebber van planten en liet op een klein eilandje tussen Elefantine-eiland en de westoever van de Nijl deze botanische tuin aanleggen.











Na woestijn, zand, gesteente en brandende zon vormde de wandeling onder de palmen en omgeven door kleurige Bougainvillea's en Oleanders een prettige afwisseling en daarbij even op een terrasje genieten van een koud lokaal Sakara-biertje.

(De hier afgebeelde vrucht wordt door de lokale bevolking de 'widow comforter' genoemd)

Het was deze avond bijtijds naar bed daar we de volgende ochtend om 03.15 uur op moesten staan voor onze busreis door de woestijn naar Abu Simbel van Ramses II.








vrijdag 22 januari 2010

ASWAN-STUWDAMMEN & NASSERMEER. 11 mei 2003.




ASWAN-STUWDAMMEN EN NASSERMEER. 

                            11 MEI 2003.








KAARTJE VAN DE NIJL EN HET NASSERMEER.
















(Van boven naar beneden geven de blokjes de volgende plaatsen aan; Luxor, Kom Ombo, Aswan en Abu Simbel.
De gele streep is de grens met Soedan.)







DE DAMMEN EN HET MEER.

Om alsmaar aan de stijgende behoefte aan water voor het land Egypte te voldoen en in de zomerperiode het overschot niet onbenut naar de Middellandse-zee te laten stromen, werd in 1889 onder Britse leiding aan de eerste stuwdam bij Aswan begonnen. Deze eerste dam ligt 6 kilometer zuidelijk van de stad Aswan. In 1902 en 1907 moest deze dam al opgehoogd worden waarna grote delen van Nubië al onder water kwamen te staan en veel inwoners hun dorpen moesten verlaten.
De dam bij de sluizen van Esna, de eerste op de reis stroomopwaarts, is later gebouwd om de Nijl bevaarbaar te houden.


( De eerste dam bij Aswan en de elektriciteitscentrale)

Na de bouw van de grote stuwdam in de Nijl tussen 1958 en 1970 met Russische hulp ontstond het huidige Nassermeer. Nu ging het op de eerste plaats voor het opwekken van elektriciteit voor het land.
Het geheel was één groot politiek spel tussen Oost en West.
Bij de dam zelf en de centrale is het verboden te fotograferen.

De dam heeft een lengte van 3,6 kilometer, op de rivierbodem 520 meter, is maximaal 111 meter hoog en aan de basis 980 meter en aan de top 40 meter breed. Aan de voet wordt de dam beveiligd tegen het wegvloeien met 42 miljoen kubieke meter rots, steen, zand en leem.
Aan de oostelijke zijde van de dam ligt de enorme waterkrachtcentrale die stroom opwekt om geheel Opper-Egypte ervan te voorzien. De dam ligt 10 kilometer zuidelijker van de eerste dam bij Aswan.



(Links een bijna droog gevallen Nijl rivierbedding voor de eerste stuwdam)









(Links het stuwmeer na de eerste stuwdam bij Aswan)

Het Nassermeer beslaat officieel 83% Egyptisch gebied. De Soedanezen noemen het eerbiedig het 'Nubischemeer'. Ruim 50.000 mensen hebben hun grondgebied moeten verlaten in Egypte en Soedan met amper enige vergoeding.
Veel archeologische vindplaatsen gingen verloren. Sommige werden ontmanteld en ergens opnieuw opgebouwd, zoals de tempel van Abu Simbel. Ook de oorspronkelijke Soedanese rivierhaven Wadi Halfa verdween onder water.

(links een gedeelte van het Nassermeer)

Het Nassermeer is 550 kilometer lang en op het breedste punt net op de Kreeftskeerkring 35 kilometer breed. De totale oppervlakte is 5250 km².  Het heeft een opstuw capaciteit voor 164 miljard m³ water.
Sinds de bouw van de dammen stroomt er ook minder water door de rivier de Nijl in Egypte wat een enorme vervuiling tot gevolg heeft van het water.

Veerboten vervoeren voertuigen met goederen en passagiers van Egypte naar Soedan en omgekeerd, omdat het verboden is deze oversteek over land te maken.
Aangezien geen enkele verharde weg beide landen met elkaar verbindt maken de veerboten een deel uit van de 'Caïro-Kaapstad-snelweg'. Een ruim 10.000 kilometer lange 'snelweg' tussen de hoofdstad van Egypte Caïro en de zuidelijkste stad van Zuid-Afrika Kaapstad.